Bekijk het origineel

Over de Armeense en Syrisch-orthodoxe christenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Over de Armeense en Syrisch-orthodoxe christenen

7 minuten leestijd

De bezetting van de Sint Jan in Den Bosch door Armeense en Syrisch-orthodoxe christenen uit Turkije die om asiel in Nederland vragen, heeft de aandacht van een breder publiek voor hun lot gevraagd. Er zijn ongeveer dertienhonderd van hen legaal of illegaal in Nederland, voornamelijk in Twente (Hengelo). Een aantal is hier als Turks gastarbeider gekomen en heeft een soort magneetfunctie voor achtergebleven familieleden. Vooral in Zweden en West-Duitsland groeit hun aantal.

Wil men tot een verantwoord beleid komen ten aanzien van het hen al of niet opnemen in Nederland, dan zal het goed zijn aandacht te besteden aan de wijdere context waarbinnen hun problematiek gezien moet worden. In vele landen in de wereld leven minderheden die om godsdienstige, politieke, sociale of economische redenen, en veelal is het een combinatie daarvan, tussen de wielen raken en elders hun heenkomen proberen te zoeken om leniging te vinden voor deze respectievelijk godsdienstige, politieke en economische „noden„. In dit artikel gaat het alleen om de Armeniërs en de Syrisch-orthodoxen.

Armeniërs

Het is niet pas in onze tijd dat Nederland met de Armeniërs in aanraking komt. In de zeventiende eeuw waren er vanwege de handelsbetrekkingen die wij met de Levant onderhielden enige honderden Armeniërs in Nederland woonachtig. De eerste gedrukte Armeense bijbel werd in Amsterdam uitgegeven. Een gevel van een oud kerkje aan de Kromboomsloot in Amsterdam bevat een Armeense inscriptie die daaraan herinnert.

De Armeniërs behoren tot een van de oudste „christelijke volken„. Zij maken deel uit van die vele volkeren en naties in het Midden-Oosten die in de loop der eeuwen over elkaar en door elkaar zijn „geschoven„. Dat maakt hun geschiedenis dramatisch. Zij hebben ondanks veel vervolging van mam-melukken, Mongolen en Turken hun eigen taal, godsdienst en culturele identiteit bewaard.

Na een zeer korte onafhankelijkheid werd Armenië in 1920 ingelijfd bij de Sovjetunie. Momenteel heeft Armenië 2.306.000 inwoners. Maar tot de Eerste Wereldoorlog woonde nog een groot aantal Armeniërs in wat nu Turkije heet. In de negentiger jaren van de vorige eeuw kwamen bij vervolgingen ongeveer 200.000 Armeniërs om. De zogenaamde „Jong-Turken„ die in het begin van onze eeuw in het steeds verder afbrokkelende Ottomaans Turkse rijk aan de macht waren, werden verantwoordelijk voor wat wel de eerste volkerenmoord in onze eeuw is genoemd. Rond 1915 werden ongeveer één miljoen Armeniërs omgebracht. Zij die konden vluchten vonden hun heenkomen in Syrië (rond Aleppo) en in Libanon. Terwijl in 1914 in Syrië/Libanon zo’n 5000 Armeniërs woonden, waren er in 1939 ongeveer 80.000 in Libanon en meer dan 100.000 in Syrië. De opgave in 1974 geeft voor Libanon een aantal van 135.000 van wie er misschien sinds 1975 zo’n 10.000 zijn geëmigreerd.

De Armeniërs hebben twee kerkelijke centra. De ene „katholikos„, dat wil zeggen hoogste kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, resideert in Echmiadzin in Sovjet-Ar-menië. De andere bevond zich aanvankelijk in Cilicia in Turkije waarheen de Armeniërs in de elfde eeuw vluchtten. Maar sederu 1920 is dat centrum verhuisd naar Antilias in Libanon.

In Turkije met een bevolking van ongeveer 40.000.000 is slechts een half procent daarvan christen. Hoogstens zo’n 125.000 mensen. In getalsterkte komen eerst de Armeniërs, dan de Syrisch-orthodoxen en dan de overige kerkelijke groeperingen.

De Syrisch-orthodoxen

De Syrisch-Orthodoxe Kerk is ongetwijfeld een van de oudste christelijke kerken. Het Syrisch of liever het Aramees is de taal die Jezus sprak. Er zijn nog enkele dorpen in Syrië, niet ver van Damascus, waar deze taal nog actief wordt gesproken. 80.000 Syrisch-orthodoxen zijn volgens een statistiek uit 1974 te vinden in Syrië, 15.000 in Libanon en 60.000 in Turkije. Het grootste aantal woont in India, namelijk de zogenaamde Thomas-christenen. De Syrisch-orthodoxen worden ook wel Jacobieten genoemd, naar Jacob Baradaeus (490-578) die deze kerk na vervolgingen organiseerde. Vooral onder de Islamitische heerschappij is deze kerk in aantal leden teruggelopen of uit bepaalde streken verdwenen. Ruïnes in Noord-Syrië, onder meer van de kerk waar eens de monnik Simon, de pilaarheilige, zat, getuigen van een eens zeer bloeiende presentie.

De Syrisch-orthodoxen in Nederland hebben zich ook kerkelijk georganiseerd en hebben hun eigen voorganger. Er is sprake van het aantrekken van een bisschop die weliswaar voor Noord-West-Europa wordt aangewezen, maar die mogelijk in Hengelo zal gaan wonen.

De verhouding met de moslims

Als gelet wordt op de verhouding van de christenen met de Islamitische omgeving, dan ligt het eraan over wie het gaat, Armeniërs of Syrisch-orthodoxen, en waar het is, d.w.z. welk land en wat Turkije betreft of het in het westen of in het oosten is. De Armeniërs hebben zich ondanks hevige vervolgingen toch in de loop der eeuwen sterk weten te handhaven en hebben bijvoorbeeld in het Ottomaans Turkse rijk een veel grotere invloed op het economische leven gehad dan hun aantal zou hebben doen vermoeden. De latere vervolgingen zijn mede te verklaren (uiteraard niet te verontschuldigen!) uit een reactie op die invloed. De Syrisch-orthodoxen zijn in dit opzicht sociaal veel zwakker.

De eeuwen door hebben de moslims en de christenen niet onredelijk met elkaar samengeleefd in het Midden-Oosten. Zij werden als beschermde burgers (zogenaamde dhim-mi’s)erkend met bepaalde rechten binnen hun eigen groep. Dat betekende weliswaar niet dat zij volledig vrije burgers waren, maar zij werden toch in hun eigenheid getolereerd zodat hun positie gunstig afsteekt bij de wijze waarop Europese christenen in de overeenkomstige periode hun Joodse minderheden in vele landen hebben behandeld (of mishandeld). Maar dat neemt niet weg dat er ook in de Islamitische wereld discriminerende maatregelen zijn genomen en soms zelfs vervolgingen zijn voorgekomen. De moordpartijen op de Armeniërs werden reeds genoemd. Maar men kan ook het bloedbad in Libanon en Syrië in 1860 noemen.

Mer Ignatiyus Yocub III, patriarch van de Syrisch-orthodoxe kerk, Damascus.

Oorzaken

De oorzaken die achter dergelijke uitbarstingen zitten zijn steeds van gemengde aard. Het zou onjuist zijn dit alleen of zelfs in de eerste plaats aan de vijandschap tussen de Islam en het Christendom toe te schrijven. Het heeft altijd weer veel met de politiek en de economie te maken. Zo is het niet toevallig dat juist in een periode van economische neergang in Turkije van dergelijke moeilijkheden in bepaalde provincies van Turkije sprake is.

Wat Oost-Turkije betreft wordt gesproken van gewapende overvallen, roof, molestaties en het kidnappen van huwbare meisjes die daarna met moslims zouden moeten trouwen. Het is steeds weer moeilijk te bepalen of deze mensen inderdaad vervolgd worden of zich vervolgd voelen. Het zal wel waar zijn dat een dergelijk discriminerend optreden ten opzichte van de christenen, dat van vele kanten wordt bevestigd, niet systematisch wordt gestimuleerd door de overheid. Maar dat maakt de vrees voor molestaties van de bevolking in die oostelijke provincies niet minder reeëel.

Libanese burgeroorlog

In dit verband moet ook de Libanese burgeroorlog ter sprake gebracht worden. Deze oorlog die in feite een politieke (een deel van de Libanezen tegen de Palestijnen) en een sociaal/economische (arm en rijk) is, is steeds meer voorgesteld, uitgelegd en gelegitimeerd (kruistocht tegenover heilige oorlog) als een godsdienstige en heeft zo ook kwalijke gevolgen buiten de Libanese grenzen. Deze voorstelling van zaken gaat een eigen leven leiden en draagt ook in Turkije bij tot de verslechtering van de relaties tussen moslims en christenen als bijvoorbeeld moslims zeggen wraak te nemen voor datgene wat de christenen de moslims hebben aangedaan in Libanon!

Polarisatie en emigratie

Een van de grootste gevaren van de huidige situatie in het Midden-Oosten is de toenemende polarisatie tussen de verschillende godsdienstige gemeenschappen. Dat versterkt een al lang aan de gang zijnd proces van emigratie van christenen. Dat geldt bijvoorbeeld ook van de Armeniërs uit Libanon. Zij hebben in de strijd vanaf 1975 neutraal trachten te zijn, maar dat wordt hun niet in dank afgenomen door de Maronieten (de Rooms-katholieke Libanese christenen). Daarom zal bij alle noodzakelijk te geven hulp aan vluchtelingen de wijdere politieke context niet uit het oog moeten worden verloren. Anders draagt men ongewild bij tot het steeds meer laten verdwijnen van deze en eventueel ook andere christelijke minderheden uit het Midden-Oosten.

Prof. dr. A. Wessels is hoogleraar in de zendingswetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij was jaren verbonden aan de Near East School for Theology in Beiroet in Libanon. Hij is sinds kort ook lid van het Deputaatschap voor het Werelddiakonaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

Over de Armeense en Syrisch-orthodoxe christenen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1979

Het Diakonaat | 36 Pagina's

PDF Bekijken