Bekijk het origineel

Hoopvol en onomkeerbaar verder samen op weg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoopvol en onomkeerbaar verder samen op weg

Poging om balans op te maken

12 minuten leestijd

Nu de gemeenschappelijke vergadering van de hervormde en gereformeerde synoden achter ons ligt zullen we de 'balans' moeten opmaken. Dat is niet eenvoudig. In het septembernummer van Kerkinformatie Is veel aandacht besteed aan de verschillende rapporten en nota's die door de Raad van deputaten én de werkgroepen van Samen op Weg waren voorbereid. Afgaande op de voorstellen die Samen op Weg op de tafel van de vergadering had gelegd, kunnen we zeggen dat het resultaat positief was. Zonder veel moeite aanvaardde de synoden zo goed als unaniem, het hele "pakket". Voorzover er Iets veranderd werd, betrof het verbeteringen waarmee de Raad van deputaten graag akkoord Is of een toespitsing van de voorstellen waardoor het Samen-op-Weg gaan alleen maar gestimuleerd wordt.

Toch zou het naïef zijn alleen op het aanvaarden van de ingediende voorstellen af te gaan als we een poging willen doen de waarde van deze gemeenschappelijke vergadering te 'meten'. Om dat te kunnen doen zal het noodzakelijk zijn de plaats van deze synodale ontmoeting te bepalen tussen de jaren zestig en tachtig. Als we de jaren zestig voor Samen op Weg zouden kunnen typeren als de periode van 'de aanloop', kunnen we dan de jaren zeventig omschrijven als de periode van 'de sprong'? Komen we, nu de jaren tachtig vlak vóór ons liggen terecht in de fase van 'de aankomst'? Welke betekenis heeft met het oog daarop deze laatste vergadering van de jaren zeventig gehad?

Aanloopperiode
Het was enkele weken voor het begin van de jaren zeventig (oktober en november 1969) dat een groep jongeren aan de hervormde synode in Driebergen en de gereformeerde synode in Lunteren een rapport aanbood met een aantal voorstellen om samen op weg te gaan. Dit was maar niet een incident, een toevallige gebeurtenis. De jaren zestig brachten veel veranderingen, verschuivingen, openbreking van bestaande organisatiepatronen. Er was veel onrust onder jongeren. Het was de tijd van Het Maagdenhuis en de barricaden in Parijs. Het was ook de tijd dat Synoodkreet de gereformeerde synode van Sneek 'begeleidde'. In die periode kwamen de jongeren van Samen op Weg in de beide synoden, om de onvrede van jonge gemeenteleden met de gescheidenheid onder woorden te brengen, en de synoden te verzoeken de 'gesloten posities' open te breken. Hoezeer er ook bij beide synoden twijfel bestond aan datgene wat volgens de jongeren in tien jaar (dat is: vóór het begin van de jaren tachtig!) gerealiseerd zou moeten worden, zowel de hervormde als de gereformeerde synode spraken zich positief uit over de intentie van de jongeren en besloten een gezamenlijke werkgroep opdracht te geven de knelpunten in de veriiouding hervormd-gereformeerd te analyseren en daarover te rapporteren. De werkgroep (voorganger van de huidige Raad van deputaten) kreeg de naam "Samen op Weg"; dat was veel-belovend. Het was ook koers-bepalend. Het zou niet gaan om het ineenschuiven van de twee grootste kerken van de Reformatie in Nederiand: samen op weg naar de toekomst, naar nieuwe vormen van keri<-zijn, afgestemd op de uitdaging van de nabije toekomst, samen op weg naar een nieuw belijden, naar nieuwe eenheid. Zo begonnen de jaren zeventig.

De sprong?
Drie maal is er in de jaren zeventig een hervormd- gereformeerde vergadering van synoden geweest (de werkvergadering over het rapport Zending in Nederiand in 1978 niet meegerekend). Om de drie jaar werd een mijlpaaltje in de grond geslagen: 1973-1976-1979. Nu de jaren tachtig bijna beginnen is het goed ons rekenschap te geven van de vraag in hoeverre de drie ontmoetingen van de jaren zeventig de éne kerk waarvan de jongeren in de jaren zestig droomden dichterbij hebben gebracht. Kunnen we wel spreken over de fase van 'de sprong'? Is dat niet te vermetel uitgedrukt als we het behoedzaam omgaan van hervormden en gereformeerden met elkaar op de drie gemeenschappelijke vergaderingen die nu achter ons liggen proberen te analyseren? Wie een sprong doet keert halverwege niet meer terug. Dat kwam tot uitdrukking op de laatste gecombineerde vergadering. Daarover straks meer. Eerst enkele notities bij de beide eerste vergaderingen die gezamenlijk werden gehouden.

Verkenningssynode (1973)
Er was een duidelijke bereidheid elkaar te ontmoeten op synodaal niveau in 1973, maar er was ook een sterke mate van afstandelijkheid. Dat bleek zelfs uit de gescheiden zitplaatsen van de hervormde en de gereformeerde delegaties, wat op de tweede dag welbewust doorbroken werd. Sinds die dag is het voor buitenstaanders veel moeilijker geworden om in het synodetextiel de hervormde schering en de gereformeerde inslag te onderscheiden. In deze eerste gemeenschappelijke vergadering werd diepgaand gesproken over de vooriopige analyse van de knelpunten tussen beide kerken die de werkgroep Samen op Weg op tafel had gelegd.
Een statuut voor de toekomstige Raad van Deputaten werd voortaereid, en het werk werd verdeeld over drie sub-groepen: Kernen van Belijden, Kerkordelijke Aangelegenheden, en Samenwerking Plaatselijk Vlak. Er was echter nog geen hartelijke samenwerking. Het ijs was gebroken (na ongeveer een eeuw van bevroren verhoudingen).
Terughoudendheid bleek bijv. op de gereformeerde synode die de aanbevelingen van de gezamenlijke vergadering moest ratificeren.
Daar werd duidelijk afstand genomen van het woord "integratie" dat door de werkgroep Samen op Weg was aangereikt als aanduiding van het doel van het Samen op Weg gaan van hervormden en gereformeerden.

Verlegenheidssynode (1976)
Hoewel de vergadering van 1976 goed was voorbereid, en er in het proces van toenadering van beide kerken vorderingen gemaakt werden meen ik toch dat het woord 'verlegenheid' het meest kenmerkend is voor deze tweede ontmoeting van hervormden en gereformeerden op synodaal niveau.
Waar waren de jongeren die in de jaren zestig 'de voorzet' van Samen op Weg hadden gegeven? Het feit dat er onder de afgevaardigden naar een synode nu eenmaal weinig jongeren te vinden zijn was onvoldoende excuus. Ook op de publieke tribune waren ze niet te vinden. De belangstelling van jongeren voor (kerkelijke) instituten was in de jaren zeventig gering. Voor de organisatorische eenheid van twee kerken, waarvan de jongeren over het algemeen nauwelijks weten welke oorzaken de eenheid uiteen deden vallen, lopen zij nauwelijks warm.
Trouwens, doen de ouderen dat over het algemeen wel? Voor veel ouderen is het genoeg dat het bolwerkentijdperk waarin hervormden en gereformeerden twee aparte werelden vormden, voorbij is.
Nu is het een tijd waarin we vriendelijk voor elkaar zijn, maar behoefte om het Samen-op- Weg-gaan méér gestalte te geven dan in een paar gezamenlijke diensten, is er bij velen nauwelijks.
Naast de afwezigheid van de jongeren vielen in 1976 op: de kritiek en afstandelijkheid bij groepen hervormden en gereformeerden die zelf een wat geïsoleerde positie in hun eigen kerk innemen: verontruste gereformeerden die vreesden dat voortgang van Samen op Weg de algehele geestelijke vervlakking alleen zou doen toenemen, vrijzinnig hervormden die naar hun gevoel nauwelijks enige inbreng in Samen op Weg hadden en beducht waren voor een star gereformeerd orthodoxisme, en een gereformeerde bond in de hervormde kerk die reeds vóór de gezamenlijke vergadering liet weten weinig heil van de samenwerking met gereformeerden te verwachten.

Ondanks de zwijgende afwezigen en de dikwijls kritische aanwezigen gaf deze tweede gemeenschappelijke vergadering toch een nieuwe impuls aan het Samen-op-Weg-gaan van beide kerken. Niet minder dan 25 op»- drachten werden aan de Raad van deputaten en zijn vier werkgroepen (er kwam nu ook een werkgroep voor organisatie en financiën) meegegeven. De beide afzonderiijke synoden zetten het licht op groen voor het aantrekken van een full-time-secretaris voor de Raad van deputaten.

Inspiratiesynode (1979)
Op de valreep van de jaren zeventig kwamen beide synoden nog één maal bijeen. Naar mijn mening was het nu voor het eerst dat deze gemeenschappelijke vergadering de naam 'synode' verdiende, ook al is het vanuit het statuut dat de aard en bevoegdheid van een gemeenschappelijke vergadering omschrijft duidelijk dat er niet van een 'synode' gesproken kan worden. Deze vergadering kan namelijk geen zelfstandige besluiten nemen: alle aanbevelingen gaan ter besluitvorming naar de afzonderiijke synoden terug.
Wanneer de grondbetekenis van het woord 'synode' is 'gezamenlijke weg', of 'gezamenlijk op weg', dan kan de dubbeldag in Lunteren waarop hervormde en gereformeerde synodeleden samenkwamen terdege een 'synode' genoemd worden, nader gekwalificeerd als 'de inspiratiesynode van 1979'. Er is een aantal redenen waarom deze vergadering bovengenoemde kwalificatie verdient.

Eensgezindheid
Ten eerste. Er was een grote mate van eensgezindheid en verbondenheid, van hericenning en inspiratie. Op geen enkel moment werd iets zichtbaar van een breuklijn tussen hervormden en gereformeerden. Behalve aan het dubbele getal van de aanwezigen was het nauwelijks te merken dat hier de afgevaardigden van twee onderscheiden kerken aanwezig waren. Er was een gezamenlijke bezorgdheid voor de afwezigen die in 1969 het initiatief voor Samen op Weg genomen hadden. Er was het duidelijk veriangen bij de nadering van de tachtiger jaren als kerk zó te spreken dat wij voor jongeren die van de gemeente dreigen te vervreemden verstaanbaar zijn.

Op zoek naar antwoorden
Ten tweede. Door de werkgroep Kernen van belijden waren vijf nota's opgesteld over 'Samen kerk zijn in de nabije toekomst'. Zie hierover Kerkinformatie van september. Na een 'voorronde' in regionale vergaderingen van synodeleden en een 'tussenronde' waarin de commissie van rapport zich over de nota's gebogen had kwam nu de derde ronde in de gemeenschappelijke vergadering. Er bleek een duidelijke bereidheid om op het ingeslagen spoor verder te gaan. Wat zegt de Schrift over de gemeente? Hoe spreekt de belijdenis over de kerk? Wat moet de signatuur zijn van de kerk in de nabije toekomst, in een samenleving die vervreemd is van het Evangelie? Al deze vragen komen dringend op ons af, en als hervormden en gereformeerden willen we gezamenlijk het antwoord zoeken. Daarom komt er, op voorstel van de commissie van rapport, nog een vierde gespreksronde: alle hervormde en gereformeerde kerkeraden in ons land krijgen een schrijven waarin hen aanbevolen wordt de nota's behorend bij 'Samen kerk zijn in de nabije toekomst' in gezamenlijke vergaderingen tot onderwerp van gesprek te maken.

Plaatselijke samenwerking
Ten derde. Er is een groeiende samenwerking op plaatselijk vlak.
In omstreeks honderd plaatsen zijn een hervormde gemeente en een gereformeerde kerk gekomen tot nauwe samenweri<ing in de richting van federatieve eenwording (honderd zwaluwen als voortxsden van een hervormd- gereformeerde lente?). Ook op synodaal niveau is er een groeiende samenwerking, evenals tussen de hervormde organen van bijstand en de gereformeerde deputaatschappen. Op het 'tussenniveau' van classis en particuliere synode is echter de samenwerking nog nauwelijks op gang gekomen.
Een van de lastigste problemen waardoor samenwerking moeilijk van de grond komt is dat een hervormde en een gereformeerde classis resp. particuliere synode en provinciale kerkvergadering ongelijke grenzen hebben.
De gemeenschappelijke vergadering heeft zich nu duidelijk uitgesproken voor coördinatie van de grenzen, en verwacht een rapport hierover van de vergadering van het 'tussenniveau' op de volgende gecombineerde synode (die voor 1982 gepland is). Hier bleek opnieuw dat de gemeenschappelijke vergadering bereid was mee te werken aan de oplossing van weerbarstige problemen.

Synoden: samen studeren
Ten vierde. Ook ten aanzien van de samenwerking op synodaal niveau liet de vergadering zich niet onbetuigd. Commissie drie van de gereformeerde synode kwam met het voorstel om aan beide synoden aan te bevelen de coördinatie van de bestudering van ethische vraagstellingen thans ter hand te nemen. Dit voorstel werd door de gezamenlijke vergadering aanvaard. Het betekent dat in het vervolg bijv. over het ooriogsvraagstuk, over euthanasie, over homofilie geen twee afzonderiijke 'deputaatschappen' door beide synoden behoeven te worden ingesteld, die afzonderiijke rapporten aan gescheiden synoden uitbrengen. Juist op het terrein van de ethische vragen is het van wezenlijk belang voor alle hervormde en gereformeerde plaatselijke kerken dat de twee synoden samen op weg gaan.

Gereformeerde Bond: niet afzijdig
Ten vijfde. Reeds vóórdat de gezamenlijke vergadering werd gehouden vielen er stemmen uit de kring van de Gereformeerde Bond te beluisteren die een voortgaande afzijdigheid van gemeenten van gereformeerde-bondssignatuur niet verantwoord achtten. Ook tijdens de gemeenschappelijke vergadering werd door afgevaardigden uit deze kringen in dezelfde geest gesproken. De gemeenschappelijke vergadering stemde dan ook van harte in met het voorstel de moderamina van beide synoden op te dragen een schrijven te doen uitgaan naar gemeenten en kerken, waarin zij oproepen voort te gaan op de weg van vemieuwing en eenheid:
- ter bemoediging van allen die zich hebben ingezet om het eenwordingsproces te bevorderen,
- ter bevestiging van allen die de gevonden eenheid wensen te verdiepen,
- en tot aansporing van allen die tot nu toe achterbleven.

Teken van hoop
Na de eerste vergadering van hervormden en gereformeerden op synodaal niveau in 1973 moest het woord 'integratie' uit de aanbevelingen aan de afzonderiijke synoden geschrapt worden. Nu, op de drempel van de jaren tachtig, klonk een ander geluid. In het voorstel voor een schrijven aan gemeenten en kerken staat dat 'een proces van eenwording op gang gekomen is dat onomkeerbaar is'. Deze uitspraak van de Raad van deputaten die in de gemeenschappelijke vergadering tegen de achtergrond van de integratiediscussie in 1973 werd geplaatst, werd door geen van de afgevaardigden weersproken, maar door tal van opmerkingen en voorstellen bevestigd. Daarmee was deze gezamenlijke vergadering van de hervormde en de gereformeerde synoden een teken van hoop, en een echte synode, een vergadering die zich concentreerde op de gezamenlijke weg, en de hervormde gemeenten en de gereformeerde kerken in dit land stimuleerde en inspireerde (verder) samen op weg te gaan.

Ds. Wouters uit Amsterdam is voorzitter van de Raad van deputaten 'Samen op Weg'


Fotobijschrift:
Slechts een enkele keer moest in de Samen-op-Weg vergadering gestemd worden. Men moest er voor opstaan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Hoopvol en onomkeerbaar verder samen op weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1979

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken