Bekijk het origineel

Kern van het diakonaat: aandacht voor de ander in Christus’ naam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kern van het diakonaat: aandacht voor de ander in Christus’ naam

13 minuten leestijd

In een jonge kerk in Afrika moesten nieuwe ambtsdragers worden gekozen. Bij de verkiezing ging het wel anders toe dan wij gewend zijn — het stond in een rondzendbrief van een van onze zendingsarbeiders. In de vergadering waren bijna alleen de geschikte candidaten aanwezig. Stembriefjes kwamen er niet aan te pas.

Ds. P. van den Heuvel, lid van de Generale Diakonale Raad en van het moderamen van de Generale Synode, hield op de algemene diakonale vergadering een inleiding. Thema was: de plaats van het diakonaat in het geheel van de kerk. Ds Van den Heuvel constateerde dat op verschillende manieren aan de eigen verantwoordelijkheid van het diakonaat wordt getornd. Daarmee doelde hij ook op de discussie, die in de synode is gevoerd over het beleidsplan van de GDR. Hier volgt de vrijwel volledige tekst van de inleiding.

Een diaken, wat is dat eigenlijk?

We zullen er snel over eens zijn dat dediaken in de regel een wat onduidelijke figuur is. In de jonge kerk in Afrika weet men hem moeilijk te plaatsen. In een oude kerk, zoals de rooms-katholieke, is het diaken ambt niet veel meer dan een opstapje naar het ambt van priester. In de anglicaanse kerk is het niet veel beter gesteld. De oosterse kerk is weer een heel andere richting ingeslagen: daar is de diaken een liturgische medewerker, die gebeden zingt in de dienst. En in sommige protestantse kerken is de diaken niet veel meer dan een veredelde collectant. Als ik mijn catechisanten vraag naar de taak van de diakenen, krijg ik steevast als antwoord: ’Dat zijn toch die mannen, die met de collectezak lopen?’

Kortom, er is alle reden om te vragen naar de eigen plaats van het diakonaat in het geheel van de kerk. Waarom hebben we behalve predikanten en ouderlingen ook nog diakenen? Wat is hun bijzondere opdracht?

De dienst van Christus

In het beleidsplan van de GDR, dat kortgeleden door de synode is aanvaard, wordt gezegd dat de wortel van het diakonaat ligt in de dienst, die Christus zelf aan Zijn gemeente bewijst. Daarmee trekt dit beleidsplan de lijn door, die zich aftekent in ’Teken van Leven’, het diakonale plan uit 1978. Hierin wordt gesteld: ’Als ambtsdrager mag de diaken iets van de dienst van Christus aan de gemeente verrichten.’

Christus woonde temidden van Zijn volk, trok heel Galilea door, predikte in de synagogen, verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk. In veel gelijkenissen werden de geheimenissen van het Koninkrijk geopenbaard. Zo verkondigde Hij de wil des Heren, die niet de dood en ondergang van mensen zoekt, maar hun behoud en leven. Maar vooral waar Christus het Koninkrijk Gods predikt, blijkt dat Zijn woord ook daad is, wordt een nieuwe werkelijkheid opgeroepen. Waar Hij spreekt, worden de machten van ziekte en dood, van onrecht en bezetenheid verbroken. Daar worden de tekenen van het Rijk van de Vrede zichtbaar. Melaatsen worden gereinigd. Doven gaan horen. Verlamden springen op om Jezus te volgen. Blinden zien het licht van Gods genade. De hongerige schare krijgt van Hem te eten.

Waar Christus de woorden van Zijn Vader spreekt, worden uitgestoten mensen in de gemeenschap opgenomen. Hij is bij een tollenaar te gast en eet met hem.

Muren van wantrouwen en verachting worden doorbroken als een Samaritaan Hem ten voeten valt om God te danken voor zijn genezing. Hij is het die etnische grenzen doorbreekt als de Kananese vrouw Hem te hulp roept.

In dit alles openbaart Hij Zijn ontferming over de mensen, die Hij aanziet als schapen zonder herder. Verdrietig en verbolgen weerstaat Hij zelfs de laatste vijand, de dood, als Hij Lazarus terugroept uit het graf.

Zijn woorden blijken daden te zijn. Zijn beloften zijn werkelijkheid. Zijn goddelijke toekomst breekt al door het heden heen. Iets wordt zichtbaar van Zijn genadige heerschappij.

Het is in die dienst waarin de apostelen worden uitgezonden. Ze worden geroepen om het Evangelie te verkondigen èn de tekenen van het Koninkrijk te laten zien: zieken te genezen, melaatsen te reinigen, doden op te wekken, duivelen uit te werpen. Het Evangelie gaat genezend en bekerend in op de werkelijkheid en zal werkelijke vernieuwing geven. Het Evangelie bestaat niet in woorden, maar in kracht.

Het is met name aan de diakenen toevertrouwd ervoor te waken dat het in de verkondiging van het Evangelie niet alleen bij woorden blijft. Integendeel, dat de woorden tegelijk daden zijn, dat woorden als bekering en verzoening, vernieuwing en hoop, vrijheid en gemeenschap gestalte krijgen in het leven van de gemeente. En de betekenis van dit Evangelie is wereldwijd,. Zoals Van Ruler het heelt gezegd: de diaken is en blijft een sociale figuur en herinnert daarom in de beslotenheid van de kerkdiensten aan de wijde wereld met al haar noden, aan het Rijk van God, aan het sociale ideaal. De diaken houdt de vergezichten open naar de broederschap van alle mensen en de gerechtigheid van God op aarde.

Apart ambt

Ik kan het ook met de woorden van het be leidsplan van de GDR zeggen: ’Een diaken die zeil mag leven van Gods ontferming, de tekenen van kruis en overwinning ziet en proeft bij het avondmaal, kan de aandrang tot de dienst niet weerstaan en zoekt naar wegen om in deze wereld dienstbaar te zijn.’ Zo geeft de kerk in het diakonaat op eigen manier gestalte aan het Evangelie van Christus en dat mag de christelijke gemeente niet opgeven. De diaken draagt aan apart ambt en heeft een eigen verantwoordelijk heid.

Ik onderstreep dit, omdat er ook onder ons op verschillende manieren aan de eigen verantwoordelijkheid van het diakonaat wordt getornd:

— of men weet wel betere bestedingen te ken en maakt hem of haar tot een soorthulp-ouderling;

— of men ziet de rol van de christelijke gemeente in de hulpverlening niet meer duidelijk en vraagt zich af wat de diakonie nog voor taak heeft in onze verzorgingsstaat;

— of men weet wel betere bestedingenm te bedenken voor de diakonale fondsen en probeert zo de eigen verantwoordelijkheid tot dienstbetoon te ondergraven.

De allergrootste moeite

Op de synode kwam kritiek vanuit een heel andere hoek. Daar werd, met name door ds Polhuis uit Koog a/d Zaan als rapporteur van de vaste commissie, aangevoerd dat de GDR op deze manier veel te ambtelijk en te kerkelijk bezig is. De visie dat de diakenen de handen van het lichaam van Christus zijn, wordt genoemd: een theologie van de rijke, bezittende klasse die wel wat over heeft voor de armen. Daarbij komt hij tot de radicale uitspraak dat ’niet wij het lichaam van Christus zijn, maar dat in de gemarginaliseerden en de armen van de samenleving de gestalte van de Messias oplicht.’

Ik moet u zeggen dat ik de allergrootste moeite heb met zo’n stelling. In de eerste plaats wordt ten onrechte de verbinding van de gemeente en het Lichaam van Christus doorgesneden. Ten tweede worden de armen van de samenleving tot de vertegenwoordigers van de Messias verklaard zonder enige relatie tot het geloof in Christus. Hiermee wordt naar mijn mening tekort ge daan aan wat de Bijbel over de armen zegt. Armoede is weliswaar in de eerste plaats een materieel begrip, maar gaat daar niet in op. De Here houdt zich over een arm en ellendig volk, verkondigt Zefanja, maar van hen geldt dan ook dat ze op de Naam des Heren betrouwen.

Tegenover al deze opvattingen, waarin men wil afdoen van de eigen gestalte van het diakonaat, houden wij vast aan diakonaat waarin we de dienst van Christus aan de gemeente en zo aan de wereld mogen verrichten.

Hiermee wil ik overigens niet pleiten voor een waterdicht schot tussen de ambten in de gemeente. Het ene apostolische ambt waaiert in onze kerk wel in drieën uiteen — verkondiging, heiliging en dienstbetoon — maar het gaat daarin om dat apostolische ambt.

Wie probeert vanuit het Nieuwe Testament tot een keurig afgepast beeld van het diakonaat te komen, zal in de problemen komen. Want in het Nieuwe Testament loopt alles door elkaar heen. De diaken Stefanus maakt niet alleen de indruk door zijn woorden en tekenen, maar vooral door de wijsheid en geest waarmee hij spreekt. En diaken Filippus zien we de kamerling dopen in een beekje langs de weg. Dit brengt me op de vraag: de diaken heeft een eigen verantwoordelijkheid en taak in de gemeente, maar heeft zij of hij ook een keurig afgepaste plaats?

Als we over de eigen plaats van het diakonaat spreken, krijg ik onwillekeurig een beetje apart gevoel. En dan denk ik: dat hoort niet bij het wezen van het diakonaat. In de diakonia gaat het uiteindelijk niet om de eigen plaats, maar om de ander. Daarom is de diakonie niet een apart college naast de kerkeraad, maar maakt ze deel uit van die kerkeraad.

We kunnen dan pas vruchtbaar werken, als we ons met de diakonale visie voor het geheel van de kerk inzetten.

Het is een typisch diakonale taak om te waken tegen de isolering en verbrokkeling in het leven.

Ik geef een paar voorbeelden:

— Zending en werelddiakonaat raken steeds meer verbonden. Dat is goed, want getuigenis in woord en getuigenis in daad kunnen niet zonder elkaar.

— Dit gaat evenzeer op voor de zending in Nederland. Ik ben ervan overtuigd dat getuigenis en dienstbetoon, ten aanzien van hen die van het Evangelie vervreemd zijn, met elkaar verbonden moeten wor den.

— Er lopen lijnen van het diakonaat naar het jeugdwerk — diakonaat van jongeren èn voor jongeren.

— Diakonaat heeft betrekkingen met het pastoraat, bijvoorbeeld als het gaat om het doorbreken van eenzaamheid.

— Diakonaat heeft te maken met sociale en maatschappelijke vragen, dus met instellingen die zich daar ook mee bezig houden.

Dreigen we niet te versplinterd te werken in onze kerk? De diverse organen van bijstand benoemen, waar het zo uitkomt, hun toerusters of consulenten. Straks is er een heel gezelschap aan het werk: een missionair toeruster, een maatschappelijk activeringswerker, een diakonaal consulent, een financiële adviseur… Verliezen we zo niet uit het oog, dat we elk op onze plaats het ene Evangelie hebben te dienen? Ik pleit op dit punt voor meer overleg en samenwerking.

Ik ben bang dat in dit opzicht met name de financiën ons parten gaan spelen. Ook in de diakonale sector bezorgt het geld ons meer moeite dan we wel beseffen. Ik noem maar drie problemen:

— Waar ruime middelen zijn, verleert de gemeente wat offeren is.

— Waar geld is, wordt de aandrang steeds sterker om fondsen over te hevelen naar andere instanties die zo krap zitten.

— Waar geld is, dreigt ook het gevaar dat het diakonaat zich een zekere luxe gaat permitteren die in andere delen van de kerk eenvoudig ondenkbaar is.

Hen recent voorbeeld: de Raad voor de Eredienst en de Raad voor de Herderlijke Zorg hebben elk een part time secretaris en vragen dringend om uitbreiding van de mankracht. Iedereen is overtuigd van de grote betekenis van eredienst en pastoraat. Maar de financiën van de kerk laten uitbreiding nauwelijks toe. Tegelijk dient de GDR een voorstel in om het aantal diakonaal consulenten uit te breiden van 18 tot 25.

Het diakonaat kan zo’n wens op tafel leggen omdat het beschikt over eigen financieringsbronnen, waaruit startsubsidies kunnen worden gegeven om de zaak op gang te brengen. Het gevolg is wel dat de GDR erdoor in een isolement komt. Zoals de man in de Mercedes wat misprijzend wordt bekeken vanuit een ’lelijke eend’ wordt het diakonaat kritisch bekeken door andere organen in de kerk.

Kerkvoogdij/diakonie

Daarom mogen we bijzonder blij zijn met de kerkordewijziging, die inhoudt dat kerkvoogdij en diakonie voortaan jaarlijks overleg hebben voor ze hun eigen begroting opstellen. Zo kan er in goede samenspraak worden afgewogen waar prioriteiten liggen opdat de middelen dienstbaar worden aan het geheel.

Voor de diakenen is daarbij van belang dat zij de gemeente duidelijk maken waarom er een diakonie is. Het kan nodig zijn dat eerst in eigen kring te verhelderen: wat willen we eigenlijk als diakonie? Wat zijn onze doelstellingen? Wat vinden wij het belangrijkste dat moet gebeuren? Enzovoorts.

Teveel plannen lopen vast als we niet zelf helder inzien wat we willen bereiken. Wanneer we samen begrotingsoverleg gaan voeren, worden we gedwongen ons rekenschap te geven van onze plannen.

Vervaging

Ik noemde het gevaar van versnippering en isolement, maar net zo goed wil ik waarschuwen voor vervaging van het diakonaat. Ik kom wel eens mensen tegen met een zeer wijde blik: alles is diakonaal, onze verantwoordelijkheid is wereldomvattend.

Het is waar, de diaken herinnert aan de wijde wereld, om met Van Ruler te spreken. Maar dit betekent niet dat er geen grenzen zijn. Het gaat mij te ver om alles diakonaal te noemen. Dan moeten we toch terug naar de kern, naar het hart van de zaak: dat we om Christus’ wil mensen nabij zijn, dat we staan in de dienst van onze Heiland — de dienst aan de gemeente en deze wereld.

Er is in deze tijd een sterke drang om structuren aan te pakken. Dat is begrijpelijk. De structuren zijn weerbarstig en staan het Koninkrijk van God in de weg. Ze moeten ook onder de kritiek van het Evangelie door. Maar naar mijn overtuiging heeft het bijbelse diakonaat in de eerste plaats aandachty voor de mens binnen de structuren. Deze aandacht is meer nodig dan ooit. We leven in een maatschappij waarin mensen juist ten onder dreigen te gaan aan voorschriften en gedragscodes, aan allerhande wetmatigheden. Wat zij nodig hebben zijn mensen, die hart voor hen hebben, tijd en aandacht. Daar licht het bijbelse diakonaat op, waar de mens uit zijn eenzaamheid en vervreemding wordt gehaald en in de gemeenschap wordt gezet.

Het heeft mij in de Philippenzen-brief getroffen, dat de apostel daarin het diakonaat in één zin samenvat: gij hebt aan mijn verdrukking gemeenschap gehad. Laat daar ook het hart van ons werk zijn. De agenda’s raken overvol van vergaderingen. Maar als we niet oppassen, worden we vergader-dominees, vergader-ouderlingen en vergader-diakenen. Hoe nodig vergaderingen ook kunnen zijn, we moeten elkaar blijven voorhouden dat die niet de kern van de zaak zijn. Het hart van de zaak is de aandacht voor de ander in Christus’ naam, zodat relaties worden hersteld, mensen tot vrede komen, genezing geschiedt. Dat is onze roeping. Daarom zijn wij de dienaren van Christus. Van Hem zingt de kerk, met psalm 72:

Hij zal de Redder zijn der armen
Hij hoor! hun hulpgeschrei
Hij is mei Koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij
Hij helpt, mei hun bestaan bewogen
die zijn in vrees verward
hun bloed is kostbaar in Zijn ogen
Hij draagt hen in Zijn hart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

Diakonia | 44 Pagina's

Kern van het diakonaat: aandacht voor de ander in Christus’ naam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken