Bekijk het origineel

Het oog wil ook wat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het oog wil ook wat

5 minuten leestijd

We hebben er al eerder op gezinspeeld: publiciteit is meer dan woorden aaneenrijgen tot zinnen en zinnen tot artikelen. Het oog wil ook wat. Op zich mag de inhoud belangrijker zijn dan de verpakking, zonder aantrekkelijke vormgeving raak je zelfs het beste produkt maar moeilijk kwijt.

Akkoord, het ligt niet zo gemakkelijk in de praktijk van de kerkbladen waarin je ook als diakonie je plaats moet vinden. Meestal wordt de redactie gevormd door mensen, die daarvoor niet zijn geschoold. Vaak doet de dominee het ’erbij’.

Zo’n redactie, waar je als diakonie je spullen kwijt moet, is dan ook nog sterk afhankelijk van technische en financiële mogelijkheden. Daar moet je nuchter in zijn. Vraag is wel: worden bestaande mogelijkheden voldoende benut?

Elk blad wordt op een bepaalde manier vermenigvuldigd: stencil, kleinoffset of (steeds minder) boekdruk. Elke methode heeft zijn eigen beperkingen en mogelijkheden. Bijvoorbeeld: stencillen is goedkoop, je kunt zelf de stencils tikken en tekeningen maken, maar foto’s afdrukken is een onmogelijkheid en je zit aan het formaat vast. Voor offset of boekdruk moetje bij een echte drukker zijn, het is duurder, maar de mogelijkheden met lettersoorten en illustraties zijn erg groot, ook kun je met verschillende formaten werken. Klein-offset zit tussen het een en het ander in.

Als we het doorsnee-kerkblad wat kritisch bekijken, dan ontkomen we niet aan de indruk dat de mogelijkheden om op een aantrekkelijke manier informatie door te geven onvoldoende worden benut.

Waar dat aan ligt? Misschien wordt de noodzaak niet gezien (’t is altijd zo gegaan als het gaat, waarom zou je veranderen?), onvoldoende zicht op de technische mogelijkheden, vrees voor ’wilde’ toestanden.

Een ieder kan daar voor zichzelf eens goed over nadenken.

Meestal berust de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de uitgave van een kerkblad bij de (centrale) kerkeraad. Die moet zich er ook regelmatig over buigen; kritisch, wat niets hoeft af te doen aan de waardering voor de ’amateurs’ die keer op keer voor de opgave staan een nummer samen te stellen. Dit overleg kan zonodig vanuit de diakonie worden gestimuleerd. Dat zeggen we met nadruk, omdat we te vaak geluiden hebben gehoord als: de uitgave van het kerkblad gaat helemaal buiten je om; je moet maar afwachten of je stukje wordt geplaatst, andere berichten gaan bijna altijd voor; het is zo moeilijk een eigen plaats voor het diakonaat in het blad te krijgen, en dergelijke.

Je hebt als diakonie niet alleen de plicht de gemeenteleden regelmatig te informeren, je bent er ook mee-verantwoordelijk voor dat die informatie op een goede manier overkomt.

Andere mogelijkheden

Het kerkblad is niet de enige mogelijkheid om schriftelijke informatie te geven. Je kunt ook gebruik maken van ander materiaal, dat je òf betrekt van anderen òf zelf maakt. Wat dat eerste betreft, denken we bijvoorbeeld aan materiaal dat door de Generale Diakonale Raad wordt geproduceerd ten behoeve van diakenen:

— folders met informatie over landelijke diakonale collecten (inbegrepen ’Globaal voor het werelddiakonaat);

— de folder ’Diakonaat wat is dat?’ waarin op een eenvoudige manier wordt uitgelegd wat diakonaat inhoudt;

— de brochure ’Werelddiakonaat, alstublieft’ met allerlei mogelijkheden om werelddiakonaal bezig te zijn als gemeenteleden;

— net boekje ’De handen van de kerk’, bedoeld als diakonaal geschenk aan nieuwe lidmaten.

We doen maar een greep uit het materiaal, dat verkrijgbaar is bij de GDR. Natuurlijk is het wel zo dat deze landelijke uitgaven algemeen van karakter zijn. Plaatselijke situaties en activiteiten kunnen er moeilijk een plaats krijgen. Daarom moet je je als diakonie blijven afvragen: wat willen wij over ons eigen werk in onze eigen gemeente kwijt?

En dan kan het zinvol zijn een eigen folder te maken om aan gemeenteleden (en anderen) uit te delen, of regelmatig een stencil uit te reiken. Daarvan zijn er genoeg voorbeelden: diakonale brieven aan gemeenteleden, jaarverslagen en diakonale beleidsplannen, die op een aantrekkelijke manier aan de gemeente worden gepresenteerd, enzovoorts. (Ze worden regelmatig in de ’Kroniek’ achter in Diakonia gesignaleerd. Leer van de ervaringen van anderen.)

Maar alsjeblieft: laat dat eigen materiaal goed verzorgd zijn. Dat is niet hetzelfde als duur drukwerk. Ook een eenvoudig stencil kan uitnodigend zijn om te lezen door de indeling van de tekst en illustraties, die de woorden ondersteunen.

We weten het, vormgeving is een vak apart, maar misschien is er een gemeentelid dat er kaas van heeft gegeten. Er is heel wat verborgen talent, zoek het op.

Plaatjes

Illustraties, tekeningen en foto’s zijn belang rijk. Ze trekken de aandacht of maken datgene duidelijk, wat nauwelijks in woorden is uit te drukken. Probeer eens een compound (een ’dorp’ in Ghana) te beschrijven. Tien tegen één dat een foto veel meer zegt. Er zijn nieuwe diakenen bevestigd, waarom geen (pas)foto’s van hen in het Kerkblad? Een gezicht zegt meer dan een naam. De diakonie gaat bezig met Zuid-Afrika als voorbeeldproject voor het werelddiakonaat, zet er bijvoorbeeld een kaartje bij dat ligging en oppervlakte duidelijk maakt. Mogelijkheden te over, laat de fantasie maar werken.

Het oog wil ook wat en het heeft niet ge noeg aan lettertjes.

Volgende aflevering: Wie weet het beter?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981

Diakonia | 28 Pagina's

Het oog wil ook wat

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981

Diakonia | 28 Pagina's

PDF Bekijken