Bekijk het origineel

Accent verschuift van dorpjes naar kerken in grote stad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Accent verschuift van dorpjes naar kerken in grote stad

Onderlinge bijstand helpt kerken met financiële problemen

4 minuten leestijd

Alle 818 plaatselijke gereformeerde kerken vormen samen één kerkverband. Dat wil zeggen: hoewel elke kerk zelfstandig is, doen ze een aantal dingen samen, en laten daaraan leiding geven door de generale synode. Van dat samen-doen zijn heel bekend: de afspraken over kerkorde, belijden en liturgie, de activiteiten naar buiten zoals zending en werelddiaconaat, de bezinning en dienstverlening op gespecialiseerd terrein, zoals gemeenteopbouw.
Andere synodale activiteiten zijn minder bekend. Eén daarvan heet Onderlinge bijstand. Het is de naam voor een systeem van steunverlening, waarbij de sterke kerken de zwakke een beetje helpen. Niet elke kerk is financieel even draagkrachtig.
De inkomsten zijn grotendeels afkomstig uit vrijwillige bijdragen van de leden en om allerlei redenen kunnen die in plaats A royaler uitvallen dan in plaats B. Voor de hand lijkt het dan te liggen dat elke plaatselijke kerk de tering naar de nering zet.
Maar soms is dat niet verantwoord. Het kan voor een kerk bijvoorbeeld betekenen dat ze geen predikant kan beroepen. Of voor een andere kerk, met een nieuwbouwwijk, dat daar geen kerkgebouw kan worden gerealiseerd.

De ene poot: SSK
Onderlinge bijstand kent twee 'poten'. De ene - de Stichting Steun Kerkbouw - is een landelijke stichting, die vooral via een landelijke collecte geld werft. Kerken die aan nieuwbouw of renovatie, het aan veranderde omstandigheden aanpassen, van een kerkgebouw denken kunnen bij de in Leusden gevestigde stichting aankloppen voor financiële steun. Die overigens altijd maareen aanvulling kan betekenen; het meeste zal de kerk in kwestie zelf moeten bijeenbrengen.

De andere: bijstand kerkelijk werk
Met die andere poot van Onderlinge bijstand is het wat ingewikkelder. Deze heet Bijstand kerkelijk werk in Nederland en is er voor de kerken die in moeilijkheden komen bij financiering van het pastoraat of de evangelisatie. Diakonaat valt daar (voorlopig?) buiten.
Voor deze steunverlening hoeft een kerk niet meteen naar Leusden toe. Want soms is de classis in staat deze te verlenen en anders wellicht de particuliere synode. Pas in laatste instantie komen de deputaten van de generale synode er aan te pas.

Bij financiële steunverlening hangt veel af van de voorwaarden. Vroeger gold voor de categorie hulpbehoevende kerken dat het moest gaan om kerken die niet kleiner dan 300 en niet groter dan 500 leden waren. Door de combinaties van kleine gemeenten èn vanwege het aanhoudende tekort aan predikanten doen maar weinig van deze kerken nog een beroep op Onderlinge bijstand. Het zijn nu vooral de stadskerken en groeikernen die zonder Onderlinge bijstand niet in staat zijn de touwtjes aan elkaar te knopen.
Een niet te onderschatten tak van het werk is de bijstand voor evangelisatiewerk. Dat kan evangelisatiearbeid zijn die vanouds gebeurt in streken met een hoog percentage buitenkerkelijken (Finsterwolde is een voorbeeld), het kan nieuw werk zijn in een omgeving met allerlei uitdagingen in de samenleving (voorbeeld: Amsterdam) of het kan gaan om de toerusting van kerkleden om samen een missionaire gemeente te vormen (voorbeeld: Utrecht).
De grote steden bepalen in toenemende mate de agenda van de landelijke deputaten onderlinge bijstand. Enerzijds omdat hun problemen al gauw de capaciteiten van de classis en de particuliere synode te boven gaan. Anderzijds omdat het vaak ingewikkelde problemen betreft, die zowel de voortzetting van het gewone kerkewerk als bijzondere missionaire, dus evangelisatietaken betreft. Overleg tussen de twee werkgroepen die respectievelijk beslissen over steun voor pastoraat en steun voor evangelisatie is dan geboden. In zulke bijzondere gevallen kan het geen kwaad de generale deputaten (of hun medewerkers in Leusden) vroegtijdig te raadplegen. Want ook al staat niet bij voorbaat vast dat er een geldstroom uit voort komt, de deputaten zullen in veel gevallen waardevolle adviezen kunnen geven en wegen kunnen wijzen.


Het adres van landelijke deputaten Onderlinge bijstand luidt: postbus 202, 3830 AE Leusden


Bijschrift
Onderlinge bijstand bestaat niet alleen tussen mensen . . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1983

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Accent verschuift van dorpjes naar kerken in grote stad

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 1983

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken