Bekijk het origineel

Wat anderen er over schreven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat anderen er over schreven

6 minuten leestijd

Secretaris hervormde diakonale raad:

Diakonaat moet rijken arm bij elkaar brengen

(Van een onzer verslaggevers)

NOORDWIJKERHOUT — De tijd dal het diakonaat tussen rijk en arm inslond en ze uit elkaar hield, is voorgoed voorbij. We gaan nu op weg naar een situatie waarin het de taak van hel diakonaat is rijk en arm in alle mogelijke variaties bij elkaar te brengen.

Dit zei dr. P. A. C. Douwes, algemeen secretaris van de Generale Diakonale Raad van de Nederlandse Hervormde kerk (GDR), zaterdag bij de afsluiting van de zomerconferentie van de raad in Noord-wijkerhout. Douwes riep de ongeveer tweehonderd diakenen op ”rijk en arm in ontmoeting met elkaar te brengen, in wederkerigheid, in de liefde die wij van Jezus Christus hebben gekregen”.

De zomereonferentie ’Slechtere tijden … wat nu?’ was gewijd aan de houding van de diakonale gemeente tegenover de sociale (on-)zekerheid. De bijeenkomst moet volgens de secretaris GDR gezien worden als een aanzet voor het toerustingsprogramma, dat de raad komend seizoen aan de diakenen aanbiedt. Douwes zei na afloop van de bijeenkomst, die het karakter van een werkconferentie had, niet ontevreden te zijn over de manier waarop de hervormde diakenen zich in het thema hadden verdiept. ”Het is een nieuw thema, waar de diakenen in de kerk mee moeten leren omgaan. Er zit een historisch gat van ruim twintig jaar, waarin dit punt uit het gezichtsveld van de diakonieën is verdwenen. Herinneringen aan vroeger, aan de tijd van de armenzorg, zijn er niet meer of deugen niet. Er zullen nieuwe antwoorden gezocht moeten worden.”

Verlegenheid

Tijdens de conferentie had Douwes bij de diakenen een zekere mate van verlegenheid bespeurd om met de gevolgen van do economische recessie in hun woonplaats om te gaan. Hij vond het opvallend dat er onder de deelnemers zo weinig belangstelling bestond voor de historische achtergronden van ons stelsel van sociale zekerheid en waarin de kerk een belangrijke rol heeft gespeeld.

”In die tijd was diakonaat wat diakenen deden. De diakenen stonden tussen rijken en armen in en hun belangrijkste maatschappelijke functie was ervoor te zorgen dat rijken en armen elkaar niet ontmoetten, maar apart gehouden werden. De ar men werden apart gehouden in de armenbanken en armenhuizen, in onmondigheid en betutteling door de diakenen. De rijken werden apart gehouden in vleiende taal die tot goedgeefsheid moest stemmen, in de zorg dat armen hun niet hinderden of ergerden en in een volstrekte zwijgzaamheid over wat er onder armen leefde. Voor diakenen had dit tot gevolg dat zij door de armen als een verlengstuk of uitvoerders van de rijken werden gezien, en dat de rijken hen niet meer nodig hadden toen zij betere technieken hadden gevonden om zich de armen van het lijf te houden”.

Ook de relatie tussen het diakonaat en de politiek ondervond op de conferentie tot teleurstelling van Douwes weinig interesse van de diakenen. ”Dat wil niet zeggen dat de diaken geen oog zou hebben voor de politieke aspecten van het probleem. Wel is duidelijk dat hij er moeilijk mee weet om te gaan; de vrees voor polarisatie maakt hem huiverig, schichtig. Toch denk ik dat de diakenen over hun schroom heen moeten stappen: polarisatie kun je niet keren door als diaken je kop in het zand te steken”, aldus de secretaris van de hervormde generale diakonale raad.

(Trouw, 28 mei 1984)

Hervormde diakenen buigen zich over problematiek zwakkeren in de samenleving

”Wanneer wij willen opkomen voor de zwakken, weten we dan precies wie dat zijn? Er zijn verschillende groepen die zich als zodanig duidelijk profileren en manifesteren, zoals bijstandsvrouwen, uitkeringstrekkers etc. Daarnaast zijn er ook andere groepen in de maatschappij, die zich wellicht wat minder sterk zichtbaar laten maken. Denk aan het midden- en kleinbedrijf, de agrarische bedrijven en de mensen die met hun inkomen net boven de grens van beurzen, toeslagen, ontheffingen e.d. zitten en toch hun verplichtingen hebben. Hebben wij daar ook oog voor?”

Dit zei de heer J. R. de Boer, lid van het moderamen van de Generale Diakonale Raad van de Nederlandse Hervormde Kerk, op vrijdag 25 mei bij de opening van de diakonale zomerconferentie in Noordwijkerhout.

De conferentie, die door ongeveer 230 hervormde diakenen uit alle delen van het land werd bijgewoond, droeg als thema ”Slechtere tijden … wat nu?”.

”Het is een alom bekend feit”, aldus de heer De Boer, ”dat de conjunctuurgolven in de economie een samenhang vertonen over de gehele wereld. Wanneer wij derhalve spreken over de economische situatie in ons eigen land, moeten wij ons hoeden voor de gedachte lokaal of nationaal op korte termijn problemen te kunnen of willen oplossen, die een mondiale of op z’n minst continentale aanpak op lange termijn vereisen”.

Dr P. A. C. Douwes, algemeen secretaris van de GDR, leidde voor de aanwezigen het conferentiethema in. Daarbij ging hij in op de bedreigingen die velen ervaren in de moderne samenleving. Bedreigingen als de toenemende kernbewapening, het binnenkomen van nieuwe denkbeelden en cultuuruitingen en het wegvallen van oude maatschappelijke verbanden. Voor velen komt daar nog bij de directe bedreiging van de materiële bestaanszekerheid door de teruggang in de economie en de werkgelegenheid. ”Wat betekent afhankelijkheid van een uitkering voor jongeren die nauwelijks een ander uitzicht hebben? Heeft de kerk zelf nog iets anders te zeggen over haar diakonale bedoelingen dan haar door buitenstaanders wordt aangewreven?”, zo legde dr Douwes aan de aanwezigen de problematiek voor.

Aanbevelingen

Tijdens de bijeenkomst werd door de aanwezigen in gespreksgroepen over het thema gepraat en werden ervaringen uitgewisseld. Daarbij kwam men tot een aantal beleidsaanbevelingen voor het eigen werk op het plaatselijk vlak. Door een paar gespreksgroepen werd bij voorbeeld gezegd: ”De kerkelijke gemeente dient in maatschappelijke vraagstukken duidelijke keuzen te maken en moet daarbij kijken door de ogen van de zwakken in de samenleving. Solidariteit houdt in dat de kerk niet alleen helpt in zich aanbiedende nood, maar ook positie kiest ten aanzien van bepaalde sociale structuren van de samenleving, waarvan mensen de dupe worden. Dit houdt in dat de kerk moet meedenken over oplossingen van problemen en o.a. signalen moet geven aan gemeenteleden en overheden waar de grenzen van de rechtvaardigheid en menswaardigheid overschreden dreigen te worden. De kerk moet daarbij overigens niet op de stoel van de overheid gaan zitten.”

Aanbevolen werd verder o.a. dat diakenen niets ondernemen over de hoofden van de betrokkenen heen. Ook vond men dat de diaken zich ervan bewust moet zijn dat ieder mens zijn of haar eigen normen en waarden heeft, die niet altijd overeenkomen met de normen en waarden van de diakenen. Op het terrein van de financiën werd ten slotte nog opgemerkt dat hulp aan de zwakkeren in de eigen samenleving nooit ten koste mag gaan van het werk in de derde wereld en dat het beheer van de diakonale gelden gericht moet zijn op het scheppen van rechtvaardige verhoudingen.

(Weekbulletin Hervormd Persbureau, 31 mei 1984)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1984

Diakonia | 44 Pagina's

Wat anderen er over schreven

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juli 1984

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken