Bekijk het origineel

Gaven delen — wereldwijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gaven delen — wereldwijd

Een veeleisend thema

10 minuten leestijd

Bemoediging

De organisaties die het thema ‘Gaven delen — wereldwijd’ uitgewerkt hebben, wisten van te voren dat het geen eenvoudig thema zou zijn. Het gaat immers om een wat minder grijpbaar onderwerp vergeleken met een land waarvoor vanuit de zending aandacht gevraagd wordt in het kader van een zendingsweek of vergeleken met een werelddiakonaal thema als ‘Werken om te overleven’. Het is ook een thema dat zeer fundamenteel is voor zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking evenals voor de kerken als geheel waardoor het gevaar niet denkbeeldig is, dat het zo veelomvattend wordt dat het zijn betekenis voor de praktijk in de plaatselijke gemeenten verliest.

De grote opkomst op de bijeenkomsten die ter voorbereiding van ‘Gaven delen — wereldwijd’ georganiseerd werden in mei (2150 deelnemers op 35 avondbijeenkomsten overal in het land) en in november 1985 (1100 deelnemers op 4 werkdagen) en de vele positieve reacties vormden echter een eerste teken, dat veel plaatselijk kader (diakenen, leden van zendingscommissies en van werkgroepen werelddiakonaat, enz.) het nieuwe en gezamenlijke thema als bemoediging ervaarde.

Op plaatselijk niveau wordt in toenemende mate de scheiding tussen zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking als hinderlijk of zelfs onjuist ervaren, met name waar het gaat om de toerusting van de gemeente.


‘Gaven delen — wereldwijd’, het educatief thema van zending, werelddiakonaal en ontwikkelingssamenwerking in de Hervormde en Gereformeerde Kerken en van de Stichting Oecumenische Hulp, heeft het eerste winterseizoen al achter de rug. Omdat het thema in totaal drie jaar duurt (van zomer 1985 tot zomer 1988) is het nog te vroeg om veel te zeggen over de wijze waarop het thema opgepakt is in de plaatselijke gemeenten en wat de reacties waren. In dit artikel toch een aanlal voorlopige waarnemingen en een enkele aanscherping van het thema.


Daarnaast speelt in een eveneens toenemend aantal gemeenten de samenwerking tussen Gereformeerd en Hervormd.

‘Gaven delen — wereldwijd’ betekent voor plaatselijk kader in die situaties een goede mogelijkheid van een geïntegreerde aanpak. ‘Daar hebben we op zitten wachten,’ is dan ook een reactie, die het afgelopen jaar in dat verhand nogal eens gehoord is.

Toegegeven: in veel gemeenten is men nog niet zo ver of denkt men anders over een en ander. In die situaties kan het thema echter wel een goed uitgangspunt voor discussie en verdere gedachtenvorming betekenen.

Verdieping

De werkmap bij het thema omvat maar liefst vier katernen, samen 119 bladzijden, met daarnaast nog een apart katern voor kindernevendienst en zondagsschool (samengesteld door de Mondiale Werkplaats in Amsterdam). Voor veel plaatselijke groepen en commissies was het dan ook van groot belang om tijd te nemen het materiaal door te lezen en te komen tot gezamenlijke bezinning op het thema.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel gemeenteleden nog niet zoveel vernomen hebben van het thema. Het affiche heeft in de kerk gehangen (of hangt er nog), folders van zending en werelddiakonaat haakten in op het thema, in de prediking werd ingegaan op het oecumenisch delen. Maar veel zal pas het komende winterseizoen georganiseerd worden: gespreksavonden, het thema in de catechese, activiteiten voor de jeugd, enz. Heel veel hangt daarbij af van de inzet en creativiteit van degenen die een en ander moeten organiseren.

Van de gemeenteleden wordt echter ook verdieping in het onderwerp gevraagd. Het is immers gemakkelijker gezegd dat wc in wereldverband moeten komen tot werkelijk delen van het materiële (geld, bezit, e.d.) en nietmateriële (geloofsbeleving, cultuur, e.d.), terwijl we er in de eigen gemeente of landelijke kerk nog maar nauwelijks aan toe komen.

Hoeveel gemakkelijker is het, ook in kleinere kring, om te geven (je mening, een financiële gift) dan te ontvangen (openstaan voor andere visies, financiële steun) en hoe vaak is er eerder sprake van aanscherping van tegenstellingen dan van samen delen?

Geen lief thema

‘Gaven delen — wereldwijd’ lijkt een vriendelijk en lief thema. Althans, op het eerste gezicht. Immers, wie zou tegen samen delen zijn? Kinderen op school leren in een liedje al dat samen delen (naast samen spelen) pas echt fijn is. In de wereld van de volwassenen blijkt de neiging om werkelijk samen te delen echter niet bijster groot.

En ondanks de beeldende taal van de apostel Paulus die de Kerk vergelijkt met een lichaam waarvan alle leden een functie hebben en niet gemist kunnen worden (gezamenlijke inzet is dus nodig en geen verdeeldheid) lijkt het ‘Gaven delen — wereldwijd’ ook in de kerken geen gemeengoed.

Dat heeft ermee te maken dat echt delen heel moeilijk is en ingaat tegen onze eigen verlangens en tradities. Het gaat namelijk om meer dan het geroerd zijn door de geloofszekerheid van veel christenen in de Derde Wereld, om meer dan getroffen te zijn door hun prachtige cultuuruitingen, hun blijdschap en gastvrijheid, hoc zeer dit alles ons ook tot voorbeeld kan zijn.


‘Laat me delen in: wie voor jou God de Vader is, wat voor jou gerechtigheid is, wat voor jou vrede is. Laat me delen in je geloof, je gebed. Laat me delen in je vertrouwen en wanhoop.’ (Reactie van een gemeentelid op de vraag: ‘wat zou u willen ontvangen van Christenen in de Derde Wereld?’)


Zijn we niet vergeten dut delen met breken te maken heeft en dat delen gelijkwaardigheid vereist? Hebben we er wel aan gedacht dat delen geven én ontvangen inhoudt en dat delen ook op nietmateriële rijkdom of armoede slaat? Delen heeft te maken met breken. Het brood moet gebroken worden voor het gedeeld kan worden. In het Avondmaal gedenken we dat Jezus in zijn sterven zijn lichaam brak om het leven met ons te delen. Jezus deed afstand van zijn leven om het met ons te delen. Om onze gaven te kunnen delen, zullen we er eerst afstand van moeten doen. Breken doet pijn, daarom kan delen pijnlijk zijn. Het snijdt heel diep in ons eigen vlees. Bijvoorbeeld als we in het rijke Noorden gaan nadenken over onze rijkdommen. Hoe komen we eraan? Ten koste van wie hebben we ze verworven en verwerven we ze nog? Gaat onze zorg voor onze veiligheid, voor de bescherming van onze vrijheid en ons bezit niet vaak onze zorg voor onze arme en ontrechte zusters en broeders verre te boven?

Als kerken kunnen we ook niet de grote structuren, die de economische wereldorde vormen, ombuigen. Maar toch is er een belangrijke taak voor kerken op dit terrein: dat is nl. spreekbuis zijn voor en van de armen; bij onze regering, bij politieke partijen, bij het bedrijfsleven. Als we echt spreekbuis voor de armen willen zijn, dan is er nog zo veel werk aan de winkel. Dan gaat het inderdaad om de maatschappelijke consequenties van het evangelie anno 1985. Dan veronderstelt het de bereidheid om keuzen te maken. Keuzen, waarbij het hemd eens een keer niet nader is dan de rok.

Met name het Oude Testament wijst ons op de éénheid van ziel en lichaam en er is geen steekhoudend argument te bedenken om materiële zaken en geestelijk leven van elkaar los te koppelen of in een bepaalde rangorde te plaatsen. Dut wij twee aparte organisaties hebben voor het werk van de zending en van het werelddiakonaat hangt mijns inziens samen met het gegeven dat onze cultuur tot op het bot bepaald is door de Griekse filosofie, ook binnen de kerken, of misschien moet je zeggen, juist binnen de kerken. Omdat daar de tegenstelling tussen ‘geest en materie’ het nog altijd goed lijkt te doen. Nog altijd bstaat er binnen de kerken een grote stroming die de politiek en de economie zo ver mogelijk uit de buurt van het zogenaamde geestelijke leven wenst te houden of als van lagere rangorde wenst te beschouwen. Gedacht vanuit de Bijbel is dat niet meer vol te houden.

Als kerken hun hoop op en een verlangen naar andere verhoudingen in de wereld tot uiting willen brengen kan dat natuurlijk maar op een heel bescheiden schaal, maar het teken dat zij willen stellen is gaven delen, óók in zeggenschap en in verantwoordelijkheid. Interkerkelijk gaven delen heeft het grote voordeel dat het onder de regeringen doorgaat, dat men niet altijd afhankelijk is van het daar heersend politiek en militair establishment. Het kan worden als het bloed dat kruipt waar het niet gaan kan. Regeringen in de Derde Wereld zullen bepaald niet altijd in hun beleid hebben dat ook invaliden of landloze boeren of families van politieke gevangenen geholpen worden maar kerken kunnen hen vaak wèl bereiken.

Citaten uit de inleidingen, gehouden op een viertal werkdagen in november 1985.


Maar het gaat ook om de verhalen die zij ons, rijken uit het Noorden van de wereld, te vertellen hebben: over de ontwrichting van hun samenlevingen door de koloniale overheersing, over de uitbuiting door het Noorden (bedrijfsleven, handelsregelingen, e.d.) en de politieke en militaire afhankelijkheid, over het racisme van de blanken, enz. Hun analyse van de wereldsamenleving, de knelpunten en oplossingen die zij aangeven, staan wij daarvoor open, willen wij daarin delen?

‘Gaven delen — wereldwijd’ is beslist geen ‘zacht’ thema. Ten diepste gaat het om het delen van macht, om het aantasten van de overheersende rol die wij het geld (en het materiële in het algemeen) toedichten.

Het gaat om de vraag of we als kerken werkelijk een delende gemeenschap willen vormen temidden van de hele bewoonde wereld ( = oecumene).

En of we concrete uitwerking daaraan willen geven. Dat zou af te lezen moeten zijn uit de begroting van de plaatselijke gemeenten, uit de rol die vrouwen naast mannen en naast jongeren vervullen in die gemeente, uit de agenda van de kerkeraad, diakonie en zendingscommissie, uit de viering van het avondmaal, uit de plaats van die gemeente in de lokale situatie (met werkloosheid, racisme, andersgelovigen, enz.).

‘Gaven delen — wereldwijd’ eist van de gemeente de komende winter (verdere) door-denking en verdieping, zodat we verder kunnen werken aan het proces dat we ‘oecumenisch delen’ noemen.

Consequenties

Betekent het thema voor de plaatselijke gemeenten een uitdaging, ook de landelijke organen voor zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking moeten kritisch bezien in hoeverre hun beleid strookt met ‘Gaven delen -wereldwijd’.

De praktijk van het werk laat zien dat we nog heel vaak uitsluitend denken in termen van het uitzenden van personeel van hier naar daar en het financieel steunen van projecten. Veel termen mogen dan nieuw zijn (sociale gerechtigheid, bevrijding, participatie), de inhouden zijn dat soms minder en de afhankelijkheid van ontvangers aan gevers is niet minder geworden.

Ook in het geheel van zending, werelddiakonaat en ontwikkelingssamenwerking zijn we vaak niet toegekomen aan het werkelijk bevorderen van de zelfstandigheid van kerken en armen, aan echte deelname van de armen in het besluitvormingsproces, aan bewustwording van wat er werkelijk aan de hand is, aan politieke actie gericht op gerechtigheid en vrede.

Kritische zelfbeschouwing is dan ook nodig in Utrecht, Oegstgeest, Leusden en Driebergen.

Alleen dan is het landelijk niveau geloofwaardig bezig ten opzichte van de plaatselijke gemeenten aan wie zij het thema ‘Gaven delen wereldwijd’ aangereikt hebben.


‘Gaven delen — wereldwijd’ stelt als thema van zending, werelddiakonaat en ontwik-kelingssamenwerking 1985–1988 het oecumenisch delen van gaven centraal. Hierbij gaat het om het delen van zowel materiële gaven (geld, goederen en bezit) als nietmateriële gaven (geloofservaringen, kennis, liefde, cultuur) in wereldwijd verband.

De werkmap bij dit thema bevat vier katernen, foto’s en cartoons, en is voor ƒ 7,— te bestellen bij de landelijke bureaus voor zending en werelddiakonaat en de Stichting Oecumenische Hulp.

Bij de Mondiale Werkplaats in Amsterdam is ook een katern voor kindernevendiensten verkrijgbaar (ƒ 2,— ) en bij het Catechetisch Centrum in Kampen een catechese-handreiking (ƒ 2,50).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986

Diakonia | 32 Pagina's

Gaven delen — wereldwijd

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1986

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken