Bekijk het origineel

Kerkelijk examen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkelijk examen

6 minuten leestijd

De synode heeft kennis genomen van
het rapport van de deputaten voor de Kerkorde inzake de regeling van het ene kerkelijke examen.
I. De synode overweegt:
1. de generale synode van Bentheim 1981 heeft de wenselijkheid uitgesproken in plaats van twee kerkelijke examens slechts één toelatingsonderzoek te doen plaatsvinden, dat vóór de beroepbaarstelling ingesteld moet worden, en aan deputaten voor de Kerkorde opgedragen voorstellen te doen betreffende wijzigingen in de kerkorde die dat mogelijk maken;
2. de hoofdlijnen voor de organisatie van het huidige praeparatoir examen, nl. examinatie door een deputaatschap van een particuliere synode in een samenwerking met een classis, biedt een aanvaardbare richtlijn voor de organisatie van het ene kerkelijke examen;
3. het kerkelijke examen van een toekomstig dienaar des Woords behoort geen herhaling in kerkelijke stijl van het wetenschappelijke theologisch examen te zijn;
4. bij de inrichting van het kerkelijke onderzoek van een aanstaande dienaar des Woords zal de kerk zich vergewissen van:
a. de persoonlijke gaven van de betrokkene om zowel de Heer en diens Woord alsook de kerk in deze tijd te dienen;
b. de kennis van de inhoud van de Heilige Schrift en vertrouwdheid met het belijden van de kerk;
c. de bekwaamheid op grond van een verantwoorde exegese om het Woord Gods te bedienen;
5. terecht zijn bezwaren geuit tegen een langdurig onderzoek van een kandidaat/kandidate in het grote gezelschap van een classis. Daarom verdient het de voorkeur, dat het onderzoek naar de in ovenweging 4 onder a. en b. genoemde vereisten in de kring van het deputaatschap der particuliere synode plaats vindt, dat zijn bevindingen aan de betrokken classis meedeelt;
6. het onderzoek naar de bekwaamheid om op grond van een verantwoorde exegese het Woord Gods te bedienen leent zich ertoe om in het midden van een classis te worden ingesteld. Daarbij dient de beoordeling van de classis op verantwoorde wijze te zijn venwerkt in het voorstel, dat deputaten aan de classis n.a.v. de uitslag van het examen uitbrengen.

De synode besluit:
voor artikel 5 lid 2 van de kerkorde de volgende redactie in eerste lezing vast te stellen:
'2. Degene die een zodanige opleiding ontvangen heeft, hetzij aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland hetzij aan de faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en staat naar het ambt van dienaar des Woords dient zich te ondenwerpen aan een kerkelijk examen.
De deputaten daartoe aangewezen door de particuliere synode waaronder de kerk ressorteert die als eerste de kandidaat in haar ledenregister heeft ingeschreven, nemen het examen af. De classis, waaronder de genoemde kerk ressorteert, stelt degene die het examen met goed gevolg heeft afgelegd, op voorstel van de deputaten van de particuliere synode beroepbaar, tenzij zij daartegen overwegende bezwaren heeft. Een en ander geschiedt overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen.'

II. De synode overweegt:
1. waar de ambtstermijn van ouderlingen vaak beperkt is, kunnen zij veelal slechts een korte periode als deputaat ad artikel 56 lid 2 K.O. dienst doen;
2. de in overweging 1 genoemde omstandigheid is niet bevordedijk voor de continuïteit van het werk van deze deputaten;
3. daar de beroepbaarstelling van de kandidaat blijft berusten bij de ambtelijke vergadering (de classis), is het niet noodzakelijk dat particuliere deputaten ad art. 56 lid 2 K.O. een ambtelijk college vormen;
4. het verdient de voorkeur de samenstelling van het deputaatschap ad artikel 56 lid 2 in uitvoeringsbepalingen nader te regelen;
5. om de invloed van de classis op het ene kerkelijke examen zo groot mogelijk te doen zijn, is het dienstig de classis het recht te geven een voordracht aan de particuliere synode te doen aangaande de uit haar ressort te benoemen deputaten ad art. 56 lid 2 K.O.

De synode spreekt uit:
1. de leden van het particuliere deputaatschap ad art. 56 lid 2 K.O. behoeven, voor zover zij geen predikant zijn, geen ambtsdrager te zijn;
2. indien zij dat wenst mag een classis een voordracht doen aan de particuliere synode aangaande de uit haar ressort te benoemen deputaten ad art. 56 lid 2 K.O.

De synode besluit:
1. artikel 56 lid 2 K.O. in eerste lezing als volgt te wijzigen: '2. De particuliere synode zal in ovedeg met de classes deputaten aanwijzen welke tot taak hebben het kerkelijk examen, als bedoeld in artikel 5 lid 2, af te nemen. In dit deputaatschap zal het aantal dienaren des Woords de andere leden met een overtreffen.'
2. aan deputaten voor de Kerkorde op te dragen uitvoeringsbepalingen bij artikel 56 lid 2 K.O. op te stellen, waarin de huidige regels voor de samenstelling tezamen met bovengenoemde uitspraken worden venwerkt.

III. De synode overweegt:
de in artikel 5 lid 2 K.O. nu vastgestelde regeling voor het ene kerkelijke examen maakt vervolgens nog aanpassing nodig van die artikelen in de kerkorde, die het tweede kerkelijke examen regelden dan wel van de tweedeling uitgingen, te weten; artikel 6, artikel 7 lid 3, artikel 26 lid 2 en 3 en artikel 56 lid 1.

De synode besluit:
de in de ovenweging genoemde artikelen als volgt te redigeren:
'Artikel 6
( . . . ) . De beoordeling of zulks het geval is, geschiedt door deputaten ter zake benoemd door de generale synode, alsmede door de deputaten tot het afnemen van het kerkelijke examen, aangewezen door de particuliere synode, ( . . .).'

'Artikel 7 lid 3
In geval de beroepene tevoren niet in het ambt van dienaar des Woords gestaan heeft, is voor de approbatie van de classis tevens ovedegging van de acte van de classis die de betrokkene beroepbaar stelde, vereist. De bevestiging zal geschieden met (. ..).'

'Artikel 26 lid 2 en 3
2. Degenen die met goed gevolg het kerkelijke examen hebben afgelegd, zullen in de bijeenkomst van de classis, waarin de beroepbaarstelling plaats vindt, van diezelfde instemming blijk geven door ondertekening van een afzonderlijk formulier, dat door de generale synode is vastgesteld.
Lid 3 eindigt met de woorden: speciaal met het oog op hen is vastgesteld. De rest van lid 3 vervalt.'

'Artikel 56 lid 1
1. De particuliere synode zal enige dienaren des Woords, uit elke classis één, aanwijzen als deputaten met de opdracht de classis desvedangd in moeilijkheden bij te staan en van advies te dienen en de vereiste medewerking te verlenen bij alles wat betrekking heeft op elke vorm van ontslag uit de dienst, overgang tot een andere staat des levens, emeritusverklaring, en afzetting van dienaren des Woords.'

IV. De synode besluit:
overeenkomstig artikel 62 lid 2 K.O. de mindere vergaderingen in de gelegenheid te stellen van hun gevoelen inzake de in de besluiten I, II en III aangebrachte wijzingen in de kerkorde blijk te geven, onder toezending van het deputatenrapport, waarin is opgenomen het besluit van de generale synode van Bentheim, betreffende de kerkelijke examens, en het commissierapport.
V. Deputaten hartelijk dank te zeggen voor de door hen verrichte arbeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Kerkinformatie | 28 Pagina's

Kerkelijk examen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Kerkinformatie | 28 Pagina's

PDF Bekijken