Bekijk het origineel

Het verdere besluit van G.S. Almere

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het verdere besluit van G.S. Almere

4 minuten leestijd

De synode overweegt:
1. de ontwikkelingen in de jaren zestig en zeventig ten aanzien van verscheidene aspecten van het werk van de dienaren des Woords in de kerken hebben in de loop der jaren geleid tot herhaalde aanpassing van de desbetreffende artikelen van de kerkorde en de uitvoeringsbepalingen terzake (b.v. deeltijdfuncties, vervroegd uittreden, bindende advisering over taakomschrijving);
2. een en ander heeft nog niet kunnen voorzien in een samenhangend stelsel van bepalingen;
3. het is wenselijk, dat steeds een kerkelijke vergadering ook inhoudelijk verantwoordelijkheid draagt voor het werk van een dienaar des Woords;
4. nadere aanpassing en aanvulling blijken voorts nodig om te voldoen aan bestaande behoeften voor regeling van een meer gevarieerd patroon van werkzaamheden respectievelijk situaties, waarbij dienaren des Woords betrokken kunnen zijn;
5. het is wenselijk daarbij ook rekening te houden met de desbetreffende regelingen in de Nederlandse Hervormde Kerk.

De synode besluit:
3. het besluit tot wijziging van de artikelen 11 t/m 19 en 123 K.O. wordt op grond van artikel 62, lid 2 van de kerkorde voorgelegd aan de mindere vergaderingen, opdat zij van haar gevoelen blijk kunnen geven, en voorts aan de 'Commissie voor Overleg inzake de arbeidsvoorwaarden voor gemeentepredikanten GKN', opdat deputaten voor Personele zaken, Financiën en Organisatie de uitkomsten van haar beraad kunnen inbrengen bij de behandeling door de generale synode in tweede lezing;
4. de uitvoeringsbepalingen bij artikel 10 van de kerkorde blijven gehandhaafd als uitvoeringsbepalingen bij het nieuwe artikel 9;
5. na de vaststelling in tweede lezing door de volgende generale synode van de nieuwe artikelen 11 tot en met 19 van de kerkorde zullen de volgende overgangsbepalingen gelden:
a. voor de dienaren des Woords, die op grond van artikel 12 van de kerkorde thans buiten vaste bediening zijn, is het nieuwe artikel 18 niet van toepassing, echter met inachtneming van het volgende:
- Zij kunnen op grond van artikel 18 K.O. verzoeken te worden ontheven van het ambt volgens hef nieuwe artikel 15, lid 3:
- Indien zij enigerlei arbeid (willen) aanvaarden is de uitvoeringsbepaling 18, lid 1 sub 3 op hen van toepassing.
b. voor de dienstdoended ienaren des Woords, die vóór 1 januari 1989 de leeftijd van 64 jaar hebben bereikt, is de emeritering naar vaste regel bij het bereiken van de 65- jarige leeftijd, als bedoeld in het nieuwe artikel 17 van de kerkorde, niet van toepassing.
Behoudens emeritering wegens arbeidsongeschiktheid worden zij geëmeriteerd wanneer zij of hun kerkeraad daartoe een verzoek indienen.
c. aan de dienaren des Woords, die vóór de definitieve vaststelling van de tekst van het nieuwe artikel 17 van de kerkorde, vervroegd zijn uitgetreden - op grond van het huidige artikel 19 van de kerkorde - en dientengevolge eervol ontheven zijn van de ambtsbediening, maar bij de bovenbedoelde vaststelling de 65-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt, zal door de kerkelijke vergadering die hen heeft ontheven worden verzocht, kenbaar te maken of zij vóór of bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geëmeriteerd willen worden en of zij dan op hun verzoek of ambtshalve willen worden geëmeriteerd;
6. in de algemene instructie voor de deputaatschappen wordt een nieuw lid c. van artikel 21 opgenomen met de volgende tekst: 'Indien een deputaatschap is belast met de begeleiding van één of meer dienaren des Woords, bedoeld in artikel 11 of artikel 12 van de kerkorde, berusten bij dat deputaatschap ten behoeve van de generale synode tevens de signalering en bewaking ten aanzien van de toepassing van de kerkorde en haar uitvoeringsbepalingen voor wat de positie van de dienaren des Woords betreft, ongeacht de taken die de deputaten voor Personele zaken, Financiën en Organisatie in deze kunnen hebben.';
8. deputaten voor de Kerkorde en deputaten voor Personelezaken, Financiën en Organisatie wordt opgedragen:
a. de uitvoeringsbepalingen bij de nieuwe artikelen van de kerkorde, zoals aangegeven in de bijlage bij het deputatenrapport, en herformuleren rekening houdend met het daarover gestelde in het commissierapport, zodat deze definitief kunnen worden vastgesteld bij behandeling in tweede lezing van de betrokken artikelen van de kerkorde door de synode van Emmen;
b. daarbij opnieuw te betrekken de opdrachten, genoemd in de acta van de volgende generale synoden: Dokkum 1983, art. 199 en art. 59 (BM); Gouda 1985, art. 61 en art. 54 (BM), alsmede een niet in de openbare acta vermeld besluit van 6 oktober 1986 betreffende herziening van de artikelen 17-19 en 123 K.O. met het oog op de predikanten in algemene dienst.

Lunteren, 23 november 1988

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1989

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Het verdere besluit van G.S. Almere

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1989

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken