Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kroniek

11 minuten leestijd

Geloofwaardigheid

“Wanneer je aan een gemeentelid vraagt wat een diaken doet, krijgje in verreweg de meeste gevallen als antwoord: collecteren. Dat eenzijdige beeld wordt dan nog eens vergroot door publikaties waarin gesuggereerd wordt dat het ambt van een ouderling zwaar is, terwijl dat van diaken alleen maar praktisch zou zijn. Een schijnbaar onuitroeibaar vooroordeel ten aanzien van het diakenambt, dat als een makkelijker en minder zwaar ambt gezien wordt.”

Dat schrijft Sjon Donkers in het Zuidhollandse blad Blauwdruk. Ik ben blij dat hij dat schrijft, want het probleem van een diakonaal journaalschrijver is clat-ie er moeite mee heeft zichzelf telkens weer te herhalen. Moet ik wéér over ‘het diakonaat’ schrijven? Deed ik al zo vaak, daarbij vergetend dat het bestand in een x-aantal jaren grondig is veranderd, vernieuwd en verjongd.

Apropos: ligt dat verschil tussen ouderlingen en diakenen nog overal zo? Ik heb de laatste jaren ook menig ouderling later diaken zien worden! Intussen citeer ik verder:

“Zonder omhaal van veel worden kan worden gesteld dat het diakonaat voor een groot deel de geloofwaardigheid van de kerk bepaalt: daar, waar in onze samenleving mensen uit de boot vallen of dreigen te vallen, waar mensen om welke reden dan ook niel volop mee kunnen doen in onze samenleving, dáár moet de kerk aanwezig zijn! Om geen andere reden dan dat het God om die mensen te doen is. Waar in de bijbel de arme, de weduwe, wees of vluchteling in de knel raken, worden voortdurend keuzen gemaakt.

Daarom zal de kerk in deze tijd present moeten zijn bij mensen die langdurig van een minimuminkomen moeten leven; bij mensen die langdurig ziek zijn; die langdurig werkloos zijn; die het milieu zien aangetast; die vereenzaamd raken, langdurig patiënt/cliëni zijn, bij het ouder worden in zorgen komen of minder meetellen, verslaafd zijn enz. Om déze mensen gaal het in het diakonaat.”

Een diaken in de jaren negentig zal heel beleidsmatig moeten nagaan waar in eigen omgeving ‘nood’ is (nog gezwegen van het werelddiakonaat). Dat betekent dat hij of zij op de hoogte dient te zijn van velerlei zaken in de eigen burgerlijke gemeente, die beü’ekking hebben op maatschappelijke vraagstukken. Binnen een diakonie wordt een heel brok deskundigheid verwacht op velerlei terreinen. Dat is wel heel iets anders dan veel gemeenteleden zien van ‘de diakonie’. Maar: diakenen kunnen nooit alle nood oplossen zonder iiizel van de andere gemeenteleden. Daarom hier nog een citaat van Donkers.

De diakonale gemeente

“Ik noemde al de geloofwaardigheid van de kerk. De kerk maakt deel uit van de samenleving. Wil zij geloofwaardig zijn, dan zal zij zich niet moeten terugtrekken binnen haar muren, maar een beweging op gang moeten brengen: de samenleving in de kerk halen en kerk in de samenleving willen zijn. Op de drempel van beide staat de diaken, degene die ziet hoe onze samenleving nog lang niet is wat ze moet zijn, die dat in de kerk mag brengen en die tegelijkertijd de gemeenteleden oproept bondgenoot te worden van hen om wie het gaat in het diakonaat.”

Diakonaat is een uitdaging voor de hele gemeente om iets te tonen van Gods aanwezigheid in en betrokkenheid bij de samenleving.

Predikant en diakonie

“De gedachte dat de diaken de man is die ‘s zondags met de collectezak rondgaat en in de week geld telt, zal wel tot het verleden behoren. Dat is een gedeelte van het werk dat zichtbaar wordt voor de gemeente. Maar iemand die wat meer achter de schermen gekeken heeft, is wel tot de conclusie gekomen dat er méér komt kijken. Het diakonaat binnen de gemeente is veelomvattender dan menigeen denkt. Vooral in onze tijd doen zich vele vragen en problemen voor, die liggen op het terrein van het diakonaat.”

Dat schrijft ds B. de Romph in Adma Info, het blad van de christelijke gereformeerde diakenen en dat sluit wonderwel aan bij het voorgaande. Ook hij wil af van de gedach te dat het ambt van ouderling hoger gekwalificeerd wordt dan dat van diaken. Het is “een volwaardige roeping die God aan Zijn kerk gegeven heeft”.

Hij ziet het diakonaat bovendien als een opdracht voor heel de gemeente. “Als leden van het Lichaam van Christus hebben we zorg voor elkaar.

De diaken is geroepen aan dit dienstbetoon van de gemeente leiding te geven.”

Als predikant pleit hij voor een goede samenwerking met de diakonie. “Feeling tussen de predikant en de diakenen is van het allergrootst belang. De predikant kan zijn diakenen attenderen op bepaalde noden, die hij binnen de gemeente heeft aangetroffen en omgekeerd kunnen de diakenen de predikant wijzen op bepaalde situaties binnen de gemeente.”

Tenslotte nog een aardig citaat:

”Hel is nullig om op de agenda van iedere kerkeraadsvergadering hel punt ‘diakonie’ le vermelden. De diakenen moeien de gelegenheid hebben, om de kerkeraad Le informeren over hun werkzaamheden, be-sluilen en hei beleid dal ze voeren.”

Frisse geluiden uit een wat andere kring. Het kan nooit kwaad naar elkaar te luisteren.

Armen in Nederland?

Nog even terug naar Zuid-Holland, waar diakonaal consulen t Jan Blankers in Provinciaal Memoriaal de vraag stelt of er nog wel armen in Nederland zijn. Zo’n vraag is in eerste instantie ontkennend te beantwoorden, want:

1. De afgelopen tien jaren zijn welvaart en welzijn voor grote groepen van de bevolking toegenomen. Er zijn honderdduizenden arbeid-splaatsen bijgekomen; veel mensen kunnen zich extra vakanties enz. veroorloven; voor vrouwen is er meer deeltijdwerk bijgekomen.

2. Voor wie echt wil werken, is er werk genoeg. Bij uitzendbureaus is veel werk; er zijn onvervulbare vacatures; desnoods laat men zich omscholen.

3. Het overheidsbeleid is in principe goed. Blankers somt allerlei voordelen op waarviui geprofiteerd kan worden, zoals huursubsidie, kinderbijslag, studiefinanciering. Voor wie daarbuiten vallen, voert het kabinet een beleid van Sociale Vernieuwing ten bate van de achterstandsgroepen.

Maar:

“Uiteindelijk bevredigen deze antwoorden niet. Veel diakenen weten uit ervaring dat er mensen zijn die heel moeilijk rond kunnen komen en daaronder gebukt gaan. Steeds openlijker wordt er, mede door de inzet van kerken, gesproken over armoede. Ook de regering heeft het schoorvoetend erkend. In Nederland bevinden zich minimaal 800.000 huishoudens op minimumniveau, anders gezegd; 1,5 miljoen mensen of den procent bevolking.”

Wie zijn die armen van nu?

Heel kort samengevat:

* laaggeschoolden; mede door de automatisering worden zij van de arbeidsmarkt verdreven.

* vrouwen in de bijsland en de WAO; vooral de éénoudergezinnen hebben het moeilijk.

* ouderen; zij die alleen van de AOW moeten leven (25%) zijn veel van hun koopkracht kwijtgeraakt.

* boeren en luinders; vooral in de akkerbouw maakt 25-40% lange werkweken tegen een inkomen op of onder het minimumniveau.

* etnische minderheden; van de beroepsbevolking is 45% zonder werk.

Maar Blankers zou geen diakonaal coiisulent zijn wanneer hij ook niet even de vraag aantipt wat een diaken kan doen. Hij stelt voor te beginnen met artikelen over dit onderwerp in de kranten te lezen om op de hoogte te blijven. Probeerje in te leven in de positie van de armen. Vraag hoe ze het ervaren om van een uitkering te moeten leven. Zoek ze op en probeer mee te leven en bondgenoot te worden.

In dat kader passen financiële hulp en stappen naar de overheid.

Sociale Vernieuwing en diakonaat

In het bovenstaande viel weer eens het woord Sociale Vernieuwing, een begrip waarover in dit blad al vaker is geschreven. Bij de één werkt het als een toverwoord, een wondermiddel, een soort panacee, terwijl een ander er de schouders over ophaalt en hoogstens zegt dat-ie daar altijd al mee bezig was.

Beide opvattingen lijken mij niet terecht. In ieder geval is het van belang clat diakenen op z’n minst weten wat het beleid van Sociale Vernieuwing inhoudt om zich daarbij af te vragen hoe daarbij eventueel is aan te sluiten.

Uit een enquête van de Generale Diakonale Raad bleek namelijk dat veel diakonieën er zich weinig aan gelegen laten liggen en dat slechts een beperkt aantal zo actief is dat ze op eigen initiatief in gesprek komen met de burgerlijke gemeente.

Geld

Er zijn weinig activiteiten denkbaar waarbij geen geld ter sprake komt. Vandaar ook al die bedelbrieven die u regelmatig in de bus krijgt, meestal vei’gezeld van een acceptgirokaart. Vandaar de straatcollecten, t.v.-acties enz.

In de kerk en in het diakonaat is het niet anders. Er is geld nodig. Kerkvoogden (of hoe ze mogen heten) moeten dominees en kosters betalen, kerkgebouwen onderhouden en leningen aflossen. En wie ziet wat diakenen op hun bordje krijgen, begrijpt dat er met een lege kas niet veel mogelijk is.

Bovendien is voor noodgevallen het appeltje-voor-de-dorst heel plezierig.

Toch heb ik de indruk dat de laatste jaren het praten over geld een wat andere ondertoon heeft gekregen.

Ik citeer hier wat uit een verslag van diakonale ring-bijeenkomsten, met 150 deelnemers, uit de provincie Utrecht.

“Met elkaar zagen we heel scherp dat diakonaal geld bedoeld is voor de armen en niet als reservepot kan dienen voor de eigen geldhuishouding van de kerk. Er is geestelijke, maar ook materiële armoede. Buiten Nederland, maar ook ín Nederland. Ook al is het soms moeilijk om armoede te ontdekken, het is er wel. Overigens betekent ‘diakonaal geld voor de armen’ natuurlijk niet alleen ‘voor individuele armen’. Inzet van diakonaal geld voor de armen kan via steun aan bijv. ontmoetingsbijeenkomsten van bijstandswouwen en kerkvrouwen of bemistwordingswerk met het oog op het verband tussen armoede in de Derde Wereld en rijkdom in het Westen.”

“Vuurwerk, in opbouwende zin, was er rond het punt van potten/reserves. Geen enkele diaken in de ring sprak zich uit voor ongebreideld potten. Toch kijken we verschillend aan tegen het beleid ten aanzien van de reserves. Sommigen willen flink interen, anderen pleiten voor instandhouding van de reserves. Sommigen redeneren: als je het allemaal uitgeeft, kun je er niets meer mee doen, dan is het weg. Hier wei-d tegenin gebracht: als diakonaal geld diakonaal besteed wordt, dan is het nooit weg, want dan komt het ergens op aarde ten goede aan mensen die zo geholpen worden om een beter bestaan te leiden. Met elkaar zagen we wel dat ‘een rijke diakonie’ slecht te verkopen is aan de gemeente.

Goed dat er intensief gesproken is over het middel diakonaal geld. Hopelijk gaat deze bezinning door Niet omwille van het geld, maar omwille van verantwoord diakonaat en een levende gemeente.”

Trouwens, in veel plaatselijke verslagen komen de financiën ter sprake. Ik neem hier een toevallig voorbeeld: “Inmiddels hebben we gezien dat we van de door de diakonie beheerde bezittingen nooit mogen zeggen dat het ons bezit is. ‘Wanneer we uitgaan van een batig saldo, betekent dit dat we degenen aan wie dit bezit toekomt (een deel van) dit eigendom juist onthouden.

Derhalve kan er o.i. op een begroting en/of rekening van de diakonie nooit sprake zijn van een batig saldo. Rentmeesterschap en het door een diakonie laten groeien van het bezit zijn met elkaar in strijd. ‘Potten verboden’ is hier het gebod.” Overigens houdt deze diakonie wel het ‘bezit’ in stand.

Kort

- Een nieuwe uitgave verscheen van de handreiking Het bezoek aan ouderen door dr L.C.J. Reedijk-Boersma. Een nuttige handleiding. Bij: Samenwerkingsorgaan voor het Pastoraat. Postbus 19, 3970 AA Driebergen, tel. 03438-17314.

- Gereedschap is onontbeerlijk, ook in arme landen. Maar wie kan dat betalen? De stichting Gered Gereedschap zamelt al jaren oud handgereedschap in. Puntgaaf opgeknapt door vrijwilligers wordt het verscheept naar actieve groepen in ontwikkelingslanden. Inmiddels zijn al meer dan 100.000 stuks verzonden.

- Over het Vluchlelingenbeleid (en het diakonaat) kwam bij de GDR een folder uit die u een stapje verder helpt. Te bestellen bij de GDR, Postbus 72, 3970 AB Driebergen, tel. 03438-23611.

- Ik wijs u erop dat er een gids Kerken en Aids bestaat, met veel informatie, adressen (helaas met fouten) en relevante literatuur De prijs is ƒ 10,-. Te bestellen bij de Nationale Commissie Aids-bestrijding, Polderweg 92, Amsterdam, tel. 020-6939444.

- Het blad Hervomd Zwijndrecht verscheen dit jaar in een nieuw jasje met een vaste diakonale rubriek. Het moet gezegd worden, er gaat geen week voorbij zonder diakonaal nieuws.

- Drie publikaties betreffende Werelddiakonaal 1992 zijn uw aandacht waard, of althans één of twee daarvan: het hervormde Jaarboekje Werelddiakonaat 1992, het gereformeerde Overzicht projecten en begroting 1992 en hetjaai^overzicht 1992 van het project ‘Luisterend dienen’.

- Het landelijk missionairdiakonaal centrum De Herberg, een gezamenlijk project van IZB en GDR, komt nu definitief in het landhuis De Pietersberg bij Oosterbeek, tot nu toe als conferentie-oord in gebruik.

Er lopen thans verschillende acties om aan het ontbrekende geld te komen. Zo kunnen gemeenten één of meer ‘stenen’ verzilveren door er ƒ 1000,-voor te betalen. De naam van die gemeente wordt ingegrift in een echte steen, die in het centrum wordt ingemetseld. Informatie hierover bij de IZB, Johan van Oldenbarnevelt-laan 10 te Amersfoort, tel. 033-611949.

- Inmiddels hebben velen van de gelegenheid gebruik gemaakt om afscheid te nemen van Piet Hart, jarenlang stafmedewerker voor het ouderen- en gehandicaptenwerk van de GDR. De laatste jaren fungeerde hij als directeur a.i. van het F.D. Roosevelthuis. We wensen Piet een goede tijd toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1992

Diakonia | 24 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 1992

Diakonia | 24 Pagina's

PDF Bekijken