Bekijk het origineel

Plaatselijke gemeente nog te vaak onbekend met dove leden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Plaatselijke gemeente nog te vaak onbekend met dove leden

8 minuten leestijd

Als je ontdekt dat je kind vanaf de geboorte doof is en dus nooit zal kunnen horen, is de schok groot. Teleurstelling en verdriet bij de ouders, verwarring en onbegrip bij de rest van de omgeving. Want hoe benader je zo'n kindje, begrijpt het wel wat je zegt en hoe moet het allemaal verder?

Elk jaar overkomt dat vijftig Nederlandse ouderparen. De groep mensen die doof is vanaf de geboorte noemen we prelinguaal doven. Veel groter is het aantal mensen dat op latere leeftijd doof wordt, de postlinguaal doven. Dat kan het gevolg zijn van een ziekte als hersenvliesontsteking of als gevolg van een ongeval. Bij elkaar gaat het om ongeveer 10.000 dove mensen in Nederland.
In dit artikel gaat het vooral over prelinguaal doven.
Vroeger werden ze 'doofstom' genoemd. Maar doven zijn niet 'stom'; ze hebben een stem en kunnen die leren gebruiken. Maar omdat ze hun eigen stem niet kunnen horen, kunnen ze hem ook niet 'sturen'. Daarom klinkt hun stem anders dan horenden gewend zijn. En ze zijn zeker niet 'stom' in de zin van 'dom': wie meer moeite moet doen om er achter te komen wat zijn of haar gesprekspartner bedoelt, hoeft nog niet minder intelligent te zijn!

Gebarentaal
Het aantal kinderen dat doof geboren wordt neemt af, onder andere als gevolg van steeds betere medische zorg (inenten, verbeterde behandelingsmogelijkheden). Relatief veel dove kinderen worden geboren in allochotone families. Hun opleiding krijgen ze aan een van de vijf Nederlandse doveninstituten. 'Effatha' in Voorburg is het bekende christelijke instituut. De kinderen leren er lezen, rekenen en schrijven, net als op de 'gewone' basisschool. Maar wat ze er vooral ook leren is hun stem te gebruiken: de Nederlandse spreektaal met ondersteunende gebaren, en daarnaast de Nederlandse gebarentaal.

Tegenwoordig wonen de meeste kinderen niet meer in een internaat, maar in wooneenheden in een gewone wijk. Na de basisschool gaan ze studeren of volgen een beroepsopleiding, vinden een baan en gaan trouwen, krijgen kinderen. Net als ieder ander.

Maar zo simpel is het nu ook weer niet. Want hoe je het ook wendt of keert, er komt een moment dat je als dove de horende wereld in moet. En daar zijn heel wat obstakels te overwinnen. Niet alleen in je baan, je sportclub maar ook in je kerk. Een zaal vol, meestal, horende mensen, een predikant die ergens ver weg op een preekstoel staat, zodat je nauwelijks kunt zien ('liplezen') wat hij/zij zegt. Er wordt ook gezongen, en dat is extra moeilijk, want je buurman kijkt raar op als jij je mond opendoet. Dan blijf je voortaan eigenlijk liever thuis.

Interkerkelijke Commissies
Het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP) probeert plaatselijke gemeenten en kerken bij te staan in hun pastorale zorg voor doven. Daarnaast stelt het zich ten doel doven een volwaardige plaats in de kerk te geven. Vanaf 1975 werken daarin NHK, GKN en Chhstelijke Gereformeerde Kerken in Nederland volledig samen. De pastores, resp. ds. L.A. de Graaf, ds. J.F.G. Kamphorst en ds. A. Dingemanse, hebben volledige ambtsbevoegdheid in elkaars kerken. Dat betekent dat ze er zonder belemmeringen mogen voorgaan en de sacramenten mogen bedienen. Nederland is opgedeeld in drie regio's, voor elk van de pastores een eigen werkterrein. De pastores worden op hun beurt weer bijgestaan door Interkerkelijke Commissies (IC's) waarvan er ongeveer twintig zijn, verspreid over het land. Daahn zitten zes tot tien horende en dove mensen, allemaal vrijwilligers, benoemd door een aantal kerken in de desbetreffende regio. De mensen van de IC's proberen zo goed mogelijk het contact tussen de horende gemeente/predikant en het dove gemeentelld te bevorderen. In de praktijk komt dat neer op waar nodig hulp bij pastorale gesprekken en, aan de andere kant, het geven van voorlichting over de wereld van de doven aan predikant en kerkenraad. Ook het organiseren van speciale kerkdiensten voor doven en gecombineerde diensten met horenden behoort tot de taken van een IC.

Lien van Niekerk en Truus Hortensius zijn beiden (horend) lid van het landelijk Interkerkelijk Dovenpastoraat, Lien in Alkmaar en Truus in Voorburg.
Beiden hebben gewerkt met doven, kinderen en volwassenen. Volgens hen zou het ideaal zijn als een IC voor minstens de helft uit doven bestond. Lien: 'Anders krijg je weer zo'n situatie dat horenden over doven praten, net als wij nu hier eigenlijk doen. En dat is niet goed. Doven weten zelf het beste hoe en wat ze willen, ook in de kerk.' In de praktijk is het helaas niet altijd zo dat er (genoeg) doven in een IC zitten.
Een van de grootste problemen in het dovenpastoraat is dat plaatselijke gemeenten vaak niet weten of zij dove gemeenteleden hebben. Aan de andere kant weet ook lang niet elke gemeente van het bestaan van het Interkerkelijk Dovenpastoraat. De pastorale contacten met de dove kerkleden verloopt dan ook vaak maar moeizaam. Leden van IC's hebben speciale communicatiecursussen gevolgd en ze zijn behoortijk thuis in de gebarentaal van kerk en geloof. En daarmee kan de plaatselijke predikant zijn/haar voordeel doen als het gaat om het contact met doven.

Gecombineerde diensten
Al naar gelang de vraag in een bepaalde regio worden iedere week of één keer per maand speciale kerkdiensten voor doven gehouden, of gecombineerde diensten met horenden. In het belang van deze laatste diensten kunnen predikanten een speciale cursus volgen om iets van de gebarentaal te leren, met name die beelden die van belang zijn in de geloofstaal. Daarnaast is er ook een doventolk aanwezig. Willen doven eigenlijk wel naar zo'n gecombineerde dienst? Zo op het eerste gezicht lijkt het voor hen toch eenvoudiger en dus prettiger om naar een speciale dienst te gaan. Truus en Lien ('Dat zouden we doven natuurtijk zelf moeten vragen') hebben de indruk dat daar geen eenduidig antwoord op te geven valt.
Truus: 'Dat verschilt per individu. Het blijft een moeilijke zaak, die integratie. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Aan de ene kant heb je mensen die zeggen: van mij hoeft het niet zo nodig. Ik begrijp toch vaak niet goed wat er gezegd wordt. Aan de andere kant heb je mensen die zeggen: we gaan met onze horende kinderen liever naar een gewone dienst, dat is beter voor hen.' En Lien voegt daar aan toe: 'Doven hebben ook vaak een ander verwachtingspatroon. De IC West-Friesland heeft zich eens erg ingespannen om op een christelijke feestdag een kerkdienst te organiseren. We hadden begrepen dat daar belangstelling voor was. Maar toen het zo ver was, kwamen er toch veel mensen niet opdagen: er moest familie bezocht of het was te ver reizen.'
Het feit dat doven kerkdiensten vaak als 'te moeilijk' ervaren is ook een reden om af te haken. Lien: Er wordt, zeker in onze kerken, nogal eens te intellectueel gepreekt, met te veel moeilijke woorden. Doven vinden ook dat wij het soms wel erg ingewikkeld maken met al die theologische kwesties. Voorgangers gebruiken vaak te lange zinnen en ze spreken te snel. Sommige doven voelen zich meer thuis bij Pinkstergroeperingen; die zijn erg actief onder doven. Hun boodschap komt bij hen beter over.'

Tekort aan goed opgeleide doventolken
Er zijn situaties waarin doven gebruik moeten maken van een tolk: bij bezoeken aan dokter of ziekenhuis, of aan de notaris. Elk dove heeft recht op achttien tolkuren per maand, die vergoed worden op grond van de AWBZ. Dat is wel nodig ook, want een tolk kost ruim honderd gulden per uur. Ook kerken kunnen voor bijvoorbeeld gecombineerde diensten, een gemeenteavond of een (groot)huisbezoek, een beroep doen op een tolk.
Er is op dit moment een groot tekort aan doventolken.
Aanvankelijk werd de opleiding, die drie jaar duurde, verzorgd door de Maatschappelijke Dienst aan Doven (MaDiDo). Onlangs startte een vernieuwde opleiding van vier jaar voor doventolk aan de Hogeschool Utrecht. De toelatingseisen voor deze opleiding zijn zwaar. In verband met het tekort aan gediplomeerde tolken in kerkdiensten wordt overwogen om met vrijwilligers te gaan werken. Dat zouden bijvoorbeeld familieleden van doven kunnen zijn of mensen die al verschillende gebarencursussen gevolgd hebben. Predikanten en andere voorgangers worden voorafgaand aan een cursus volgens een vastgestelde procedure 'gewogen'.

Het Interkerkelijk Dovenpastoraat is blij dat het werk ook in de nieuwe arbeidsorganisatie van de drie SoW-kerken volledig erkend wordt. Nu deputaten en commissies worden opgeheven, gaat het dovenpastoraat als werkgroep onderdeel uitmaken van de sectie Pastoraat van de Commissie Opbouw en Educatie, die op haar beurt is 'opgehangen' aan de Generale Raad Kerkopbouw en Theologie. Lien: 'We hebben een luisterend oor gevonden bij de Commissie en daar zijn we erg blij mee.' De toekomst ziet er dus goed uit, waarbij Truus nog eens onderstreept hoe blij het dovenpastoraat is met de samenwerking met de Christelijke Gereformeerde Kerken: 'Een vorm van oecumene waaraan anderen nog wel eens een voorbeeld zouden kunnen nemen.'


Voor meer informatie over het werk van het Interkerkelijk Dovenpastoraat kan men zich wenden tot de secretaresse van het ID, mevr L. van Niekerk-de Kramer, Koenenlaan 28, 1703 SX Heerhugowaard, tel. (072) 571 46 83.


Fotobijschrift
Tijdens dovendiensten wordt de tekst en het tempo van de te zingen liederen met behulp van een overheadprojector aangewezen. Op de achtergrond ds. J.F.G. Kamphorst. (Foto: Joost van den Broek)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1998

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Plaatselijke gemeente nog te vaak onbekend met dove leden

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1998

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken