Bekijk het origineel

Doven horen met hun ogen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Doven horen met hun ogen

7 minuten leestijd

Eigenlijk ben ik een heel verlegen mannetje, zegt de nieuwe dovenpastor ds. Frans van Dijke (50) uit Woerden. Toch staat hij tegenwoordig breeduit gebaren te maken als hij voor doven preekt. Een gesprek over zijn eerste ervaringen in het Interkerkelijk Dovenpastoraat.

Nederland telt circa 1,3 miljoen mensen die moeite hebben met horen. Ongeveer twintigduizend mensen zijn doof of zwaar slechthorend. Zonder tolk, gebarentaal of liplezen kunnen zij geen gesprek voeren. Er is een tijd geweest dat doven niet meetelden in de kerk. Men vond ze vreemd. Leerde de bijbel niet dat ‘het geloof is uit het gehoor’?
Tot ver in de 20e eeuw was het ongebruikelijk dat doven belijdenis deden en deelnamen aan het avondmaal. Ds. Van Dijke: ‘Dat is gelukkig helemaal veranderd, vooral dankzij het vele werk van de Nederlandse Christelijke Bond voor Doven (NCBD) die vlak voor de oorlog werd opgericht. Samen met het christelijk doveninstituut Effatha in Voorburg heeft de NCBD het pastoraat onder doven opgebouwd. In 1975 werd dit werk overgedragen aan het Interkerkelijk Dovenpastoraat.

Wie is hier doof?
Dominee Van Dijke is nog steeds een beetje verbaasd dat hij vorig jaar werd benaderd voor dit werk. ‘Ik ben vijftien jaar gereformeerd predikant geweest, eerst in Oostkapelle en de laatste tien jaar in Woerden. We hadden geen doven in familie of vriendenkring.
In Woerden ging ik wel regelmatig voor in dovendiensten. Er kwam altijd een tolk, die netjes vertaalde wat ik zei. Ik dacht daar verder niet over na. Het fascineerde me wel, dat de doven tijdens de collecte volop met elkaar communiceerden. In razend tempo bewogen ze met hun gezicht en handen, je kon er geen chocola van maken, maar zij begrepen elkaar volkomen. Wie is hier doof?, dacht ik dan. Enfin, er verscheen een advertentie: dovenpastor gevraagd. Ik dacht er over na, maar kende geen gebarentaal en dus liet ik het lopen.’

‘Kort daarop sprak ik iemand van het Interkerkelijk Dovenpastoraat. Die vertelde dat ze juist op zoek waren naar iemand die onervaren was in dit werk. De vraag is namelijk: hoe kunnen doven hun plaats in de gemeente krijgen? Een gewone wijkpredikant weet waar de blokkades liggen. Al te gemakkelijk delegeren we hen naar het dovenpastoraat.’
Van Dijke gaat rechtop zitten en maakt aanhalingstekens met zijn vingers: ‘Het gesettelde intellectuele gemeentelid dreigt de norm te worden in de gemeenten. Kijk maar naar de ochtenddiensten: minimaal havoniveau, uitgekiende leesroosters, een flinke portie theologie, de poëzie van het liedboek, een cantorij. Uit die “bovenlaag” rekruteren we onze ambtsdragers en ander kader. Is het gek dat mensen die niet in dit plaatje pasten, afhaakten? Ik chargeer expres een beetje, maar in veel gemeenten is dit een patroon. Die ontwikkeling houdt me al langer bezig en ik denk dat het anders kan. Mijn ideaal is, dat we op zondagmorgen een kerkdienst houden, waarin we moeite doen om broer en zus te zijn, samen op zoek naar God, hoe en wie we ook zijn. De avonddiensten zouden gerichte doelgroepdiensten kunnen worden: vespers, leerdiensten, jeugddiensten, diensten voor doven, mensen met een verstandelijke beperking of noem maar op. Vanuit deze bredere visie ben ik het dovenpastoraat ingegaan. Doven horen erbij, is onze slagzin. Ik voel een sterke roeping om dat concreet te maken. En ik ervaar daarbij veel steun van de landelijke werkgroep en de beide collega’s. Ze zeiden: het is een begaanbare weg, ga nu maar.’

Isolement
Volgens Van Dijke zitten er niet alleen bij de kerkelijke gemeente blokkades: ‘Doven hebben zich soms ook teruggetrokken in een isolement.’ Dat kan op twee manieren, ontdekte hij tijdens zijn inwerkperiode. ‘In het pastorale werk moet ik oppikken wat een dove met mij wil delen en wat hij wil dat ik daarmee doe. Dat is voor een gewone dominee al moeilijk, maar dit moet ook nog in een taal die ik niet goed ken. Daar komt bij dat vooral oudere doven zich altijd buitengewoon tegemoetkomend opstellen naar horenden. Het was vroeger bij wijze van spreken de enige kans op overleven. Onder invloed van de NCBD is daarin een kentering gekomen. Veel jongere doven voelen zich niet zielig en zeggen: “Ik ben doof, so what? Laat horenden ook maar hun best doen om mij te begrijpen”. Zowel die tegemoetkomendheid als die trots zijn prachtig om te ervaren, maar als ik als pastor iets wil leren moet de openheid van twee kanten komen. Daar werken we aan.’

Tolken
Wat ziet de dovenpastor na vijf maanden als kenmerkend in het dovenpastoraat? Van Dijke: ‘Wat opvalt is de kleinschaligheid. Dat vergt veel organisatietalent. Je kunt per werkgebied proberen diensten, huisbezoeken en kringenwerk te combineren. Maar is het wel efficiënt als ik telkens honderden kilometers moet rijden? Heus, ik doe het met plezier. Maar we zouden meer moeten investeren in tolken voor elke plaatselijke gemeente. Waarom zouden we bijvoorbeeld een nieuw ingekomen doof echtpaar niet gewoon voorstellen tijdens een dienst: “Gemeente, Jan en Ans kunnen niet horen, wie van u wil leren om met hen om te gaan?”. Als niemand dat opbrengt, gaan ze inderdaad wel weer weg. Waarom bezoeken hervormde, gereformeerde en rooms-katholieke doven uit Woerden vaak de diensten van de plaatselijke evangeliegemeente? Dáár is een tolk in elke dienst!’

Preken
Is Van Dijke anders gaan preken? De dovenpastor wijst op zijn koffie. ‘Horende mensen denken: daar staat een bekertje. Maar een doofgeborene denkt niet in taal. Je kunt het je bijna niet voorstellen. Doven communiceren met hun ogen, visueel, lijfelijk. Dat stelt heel andere eisen aan de preek: geen zinnen gebruiken van meer dan zeven woorden, geen woordspelingen. Simpel blijven, het evangelie letterlijk handen en voeten geven. Een preek of schriftuitleg roept telkens de indringende vraag op: verstaan we samen wat wij lezen?
Bijbeltaal blijft iets vreemds voor dove mensen, of het nu Statenvertaling of NBV is. Daarom is bijbelstudie met doven zo speciaal. Een voorbeeld: “het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond”. Probeer dat maar eens in gebarentaal! Toch, in zo’n dialoog wennen ze aan mij, mijn gebaren, mijn spreken en ik aan hen. Je wordt snel close met doven, ze blijven je aankijken en jij hen. Eigenlijk ben ik een heel verlegen mannetje. Maar nu laat ik bij het woord ‘heerlijkheid’ mijn handen wapperen in de lucht. Anders komt het niet over. Dat durfde ik vroeger niet. Maar vooral: tijdens het samen bijbellezen hoor ik wat zij relevant vinden, wat hen opvalt in de tekst. Ik leer de stappen maken die zij maken. Daar heb ik veel aan in mijn werk.’

Oecumene
Van Dijke vindt het een voorrecht om in heel verschillende kerken hartelijk ontvangen te worden: christelijk gereformeerd, hervormd, luthers, gereformeerd. Een unieke oecumene, al dertig jaar! Dat vraagt wel van hem om soms uit de Groot Nieuws Bijbel of uit de Statenvertaling voor te lezen. Hij doet het met respect en zonder tegenzin. ‘Natuurlijk, ik ben in die gemeenten te gast. En ik vat het gelezene toch wel even samen voor de aanwezige doven. Dat vindt iedereen logisch. Zo wil ik me in elke gemeente aanpassen aan de gewoonten. Het gaat me immers om de doven dáár. Voor hen telt kennelijk vooral: iemand probeert in onze taal te spreken.’

Frans Rozemond is lid van de redactie van Kerkinformatie.


HOE WERKT HET DOVENPASTORAAT?
In het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP) werken de Protestantse Kerk in Nederland en de Christelijke Gereformeerde Kerken samen. De leiding berust bij de ‘Werkgroep en deputaten voor het IDP’, bestaande uit horenden en doven. Deze werkgroep stuurt de drie dovenpastores aan. In Noord-Nederland werkt ds. A. Dingemanse (CGK), in Midden Nederland ds. F.C. van Dijke (PKN) en Zuid Nederland ds. L.A. de Graaf (PKN). Het beleid wordt uitgevoerd door een landelijke stuurgroep.
Daarin zitten de dovenpastores, enkele voorgangers, mensen uit de regionale commissies en een afgevaardigde van de Nederlandse Christelijke Bond van Doven (NCBD), zowel doven als horenden.
De regionale Interkerkelijke Commissies organiseren in hun eigen gebied aangepaste kerkdiensten, bijbelkringen, catechese, jongerengroepen, bezoekwerk enz. Het IDP is voortdurend op zoek naar predikanten en voorgangers, die in kerkdiensten met doven kunnen voorgaan.

Meer informatie zie: www.dovenpastoraat.nl


Fotobijschriften
Ds. Frans van Dijke beeldt het begrip ‘Jezus’ uit in gebarentaal. (Foto: Douwe Anne Verbrugge)

In een dienst voor doven en slechthorenden worden de teksten aangewezen om het tempo gelijk te houden. (Foto: Joost van den Broek)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2005

Kerkinformatie | 32 Pagina's

Doven horen met hun ogen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 2005

Kerkinformatie | 32 Pagina's

PDF Bekijken