Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkhervorming

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkhervorming

31 Oktober 1517

5 minuten leestijd

Wat was toch eigenlijk de Kerkhervorming? Was zij een soort democratische revolutie tegen de hiërarchische, aristocratische, kerkregering? Was zij het uitbreken van de onderdrukte idee van de pluriformiteit der kerk? Was zij het eerste gloren van de dag der vrijheid voor de gebonden mensengeest, van het autonoom worden van de mens?
Was zij de afschaffing van verouderde vormen om de oude idee in nieuwe vorm te doen herleven? Neen, dat alles is de reformatie niet. De reformatie is bekering; bekering, wederkering tot Christus, tot God en Zijn Woord. Zoals oudtijds midden in de prachtige tempel met zijn indrukwekkende offerdienst de roepstem der profeten had weerklonken: „Bekeert u";
zoals Johannes de Doper, zoals de Heere Christus Zelf het vrome Jodendom toeriep: „Bekeert u"; zó predikten Luther en Melanchthon, Zwingli en Calvijn in de christelijke wereld der 16e eeuw Gods boodschap: „Bekeert u!" En waar die roepstem wordt gehoord, niet slechts met het oor, maar met het hart; daar bekeerden zich personen, maar ook gemeenten, tot de Heere en Zijn Woord.
Daar werd dan allereerst gevonden een wederkeren tot het eeuwig Evangelie, dat „God de goddeloze rechtvaardigt om niet"; dat „de rechtvaardige uit zijn geloof zal leven"; dat wij „allen gezondigd hebben, en derven de heerlijkheid Gods, dooh om niet gerechtvaardigd worden uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is"; dat „de mens gerechtvaardigd wordt uit het geloof alleen, zonder de werken der wet" (Rom. 3 en 4, Gal. 3-5). Wilt gij het weten, onwetende en afgekeerde christen van de 20e eeuw, tot welk Evangelie Gods de reformatie wederkeerde, lees dan in de Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 60, leer die uit het hoofd en bid van God, dat Zijn Geest, die in uw hart schrijve, opdat ook gij tot het eeuwig Evangelie moogt bekeerd zijn en wezenlijk protestant zijn. 60e Vraag: „Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?"
Antwoord: „Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus; alzo dat al is het dat mij mijn geweten aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, — nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft; in zover ik zulk een weldaad met een gelovig hart aanneem".
Waar deze bekering is, daar krijgt God Zijn eer. Daar is het niet óns offer, maar Gods offer, dat verzoent; daar is het niet ónze gerechtigheid, maar Gods gerechtigheid, Christus' gerechtigheid, die ons Gods gunst verwerft. En wij, wij hebben niets te doen dan „Amen" te zeggen op Gods Evangelie, dan te „geloven", dat is: het uit Gods hand als een bedelaar aan te nemen, en van Zijn genade, van Zijn Christus, van Zijn gerechtigheid te leven. „De rechtvaardige zal uit het geloof leven".
En opdat wij ook op dit geloof ons niet zouden beroemen, leert God het ons wel, dat wij ook in dit geloof schipbreuk leden, één voor één, dat wij ook om ons ongeloof en kleingeloof Gods toom verdiend hebben, evengoed als Abraham, maar dat God het geloof door Zijn Geest in ons hart werkt en dat Hij alleen ons bij het geloof houdt. Zodat het geloof niet bouwt op zichzelf, maar op Christus, maar op God. Wilt ge dat ook verstaan, roomse protestant onzer dagen, lees en leer dan ook nog vraag en antwoord 61 van onze Catechismus. Maar God lere het u, anders baat het u nog niets. 61e Vraag: „Waarom zegt gij, dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?"
Antwoord: Niet, dat ik vanwege de waardigheid van mijn geloof Gode aangenaam ben; maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof aannemen en mij toeëigenen kan". Waar nu echter de reformatie bekering is tot de levende God en Zijn Christus, en Zijn Woord, daar kan zij onmogelijk zijn de vorming van een nieuwe kerk naast de oude.
Geen onzer Reformatoren weet van meer dan één Kerk. Er was en is en zal zijn tot in eeuwigheid slechts één Kerk van Christus. En als die kerk zich bekeert van haar zonde, van haar afkering, en wederkeert tot God — dan komen er daardoor niet twee Kerken, een Roomse Kerk van Christus, en een Protestantse, die slechts verschillen in graad van zuiverheid en concurreren in waarheid. Neen, als Gods Kerk zich bekeert tot God en Zijn Woord, dan is Gods Kerk daardoor bekeerd, omgekeerd, hervormd, ge-re-formeerd. Dan is er alleen maar de her-vormde, de ge-reformeerde Kerk van Christus.
In Wittenbérg, in Zürich, in Genève, in Amsterdam heeft men in de 16de eeuw geen nieuwe, zuiverder Kerk opgericht naast de oude, onzuivere, onreine. Neen, God heeft die oude, ééne Kerk van Christus gewassen, gereinigd, hervormd. Het werd geen nieuwe, maar een gereinigde Kerk, uiterlijk en innerlijk gereinigd. Uiterlijk — zoals ge het leest op het Koorhek van de Oude Kerk te Amsterdam, zoals ge het ziet aan heel de inrichting dier oude kerken, die van allerlei afgoderij en bijgelovigheden zijn gereinigd:
,,'t Misbruik, in Godes Kerk allengskens ingebracht, Is hier weer afgedaan in 't jaar zeventig acht (1578)". Innerlijk — door de zuivere prediking des Woords en de reine bediening der Sacramenten, en door geloven in; genoeg hebben aan Christus. En al wat deze bekering tot God en Zijn Christus principiëel verwerpt en verdoemt, is Gods Kerk niet, al was het een Concilie, al was het een bisschop van Rome of van Jeruzalem, al was het een apostel. Daarom sprak Jezus tot Petrus, die tegen Jezus' woord van het kruis zich verzette: „Ga weg, achter Mij, satanas, gij zijt Mij een aanstoot; gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1956

Protestants Nederland | 4 Pagina's

Kerkhervorming

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 1956

Protestants Nederland | 4 Pagina's

PDF Bekijken