Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het processieverbod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het processieverbod

10 minuten leestijd

Uit de serie van 12 door het Nederlands Protestants Convent te Utrecht (Prins Hendriklaan 10a) onder de titel „Reformatorisch licht op de R.K. kerk" uitgegeven lessen, publiceren wij thans nog deze over het processieverbod. Een uitermate belangrijk en actueel onderwerp. Terwille van de plaatsruimte werd deze les, na overleg met het N.P.C., iets bekort. Overdrukken van de complete „les" kunnen zoals bekend aan bovenstaand adres te Utrecht worden aangegevraagd a ƒ 0,20 per les.

LES C
Actualiteit van het onderwerp.

Het is te verwachten, dat het z.g.n. „processieverbod" de eerstvolgende jaren telkens opnieuw aan de orde zal worden gesteld met de bedoeling de (grond)wettelijke bepalingen, die o.a. de vrijheid tot het houden van processies beperken, op te heffen.

Deze pogingen zullen niet alleen van roomskatholieke zijde worden gedaan of bevorderd. (Het werkprogram 1963 van de K.V.P. stelt o.a. als nastrevenswaardig: „bevordering van de zogenaamde processievrijheid". Sommigen zien het processieverbod als een zaak, die van hervormde zijde is doorgezet in de tijd dat de Nederlandse Hervormde Kerk nog de meerderheid van de bevolking uitmaakte en als „volkskerk" het protestantse karakter van de natie bepaalde. Anderen weer pleiten voor opheffing als een konsequentie van het vrijheidsbeginsel. „Behalve ongelijkheid zien we in het z.g.n. processieverbod een verwerpelijk systeem. In een rechtsstaat hoort alles geoorloofd te zijn, behalve wat uitdrukkelijk wordt verboden. Ten aanzien van processies e.d. zegt de grondwet evenwel nadrukkelijk, wat geoorloofd is, hetgeen impliciet betekent, dat al het overige verboden is."
Hoe onjuist dit systeem is wordt extra duidelijk in het licht van de Europese conventie voor de rechten van de mens. Volgens artikel 9 dezer conventie is de vrijheid van gedachte, van godsdienst, van godsdienstoefeningen enz. algemeen; uitzonderingen hierop moeten bij de wet zijn geregeld en zijn slechts geoorloofd voor zover ze in een democratische samenleving nodig zijn ter verzekering van de openbare orde enz." (vgl. Nieuwe Rotterdamse Courant, 30-ll-'62 blz. 1).
Er zijn meermalen voorstellen gedaan tot wijziging van de betreffende wettelijke bepalingen. Het laatst door de in 1954 ingestelde commissie tot herziening van de grondwet (de z.g.n. commissie Van Schaick). Deze commissie was in meerderheid van oordeel, dat aan de bestaande rechtsonzekerheid een einde moet worden gemaakt, dat er algemene regels moeten worden gesteld waarvan de uitvoering niet afhankelijk is, zoals nu het geval is, van toevallige verhoudingen en dat de overheid daarom alleen dan zal mogen optreden als zij reden heeft om te vermoeden dat door een voorgenomen godsdienstoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen de openbare orde en rust zullen worden verstoord.

Reformatorische bezwaren tegen vrijheid van processie.

a. De feiten, waarvan wij in het bovenstaande melding hebben gemaakt, wijzen er op, dat er van reformatorische zijde krachtige argumenten zullen moeten worden aangevoerd om het mogelijk te maken, dat de huidige jurisprudentie wordt gehandhaafd of dat bij een eventuele wijziging van de grondwet de reformatorische bezwaren tggen een praktisch onbeperkte processie- vrijheid worden erkend. In de eerste plaats reeds omdat door de publieke opinie meer en meer de huidige beperkingen als gevolgen van protestantse onverdraagzaamheid worden gezien.
In de tweede plaats omdat het laatste arrest van de Hoge Raad ook in juridische kringen 6 vrij veel discussie teweeggebracht heeft over de vraag of het verdrag van Rome een inperking van de processie-vrijheid niet verbiedt en of dit laatste bij de uitlegging van de grondwet niet beslissend behoort te zijn.
In de derde plaats omdat het niet onwaarschijnlijk is, dat steeds meer protestanten bij een verbetering van de verhoudingen tussen Rome en Reformatie en bij een toenemende samenwerking van rooms-katholieke en reformatorische christenen, het als onheus tegenover hun roomse geloofsgenoten zullen ondervinden, vast te houden aan de noodzakelijkheid van de beperking van de processievrijheid, b. Om de reformatorische bezwaren te kunnen peilen moeten wij eerst nagaan wat onder een processie moet worden verstaan en welke betekenis de Rooms Katholieke kerk daaraan hecht.
Volgens het kanonieke recht zijn processies „plechtige gebedsoefeningen, waarbij de gelovigen onder leiding van de geestelijkheid in optocht van de ene gewijde plaats naar de andere trekken met het doel de godsvrucht der gelovigen op te wekken, Gods weldaden te gedenken, Hem dank te zeggen en Zijn goddelijke hulp af te smeken."
Deze omschrijving zou ook gelden voor de sacramentsprocessie, waartegen de reformatorische bezwaren zich in hoofdzaak richten. Het blijft voor protestanten op zijn minst een open vraag of de sacramentsprocessie met andere vormen van gebedsoptochten gelijk is te stellen. Maar het reformatorisch protest geldt inderdaad vooral de sacramentsprocessie, waarin het brood, dat geconsacreerd is en dat daarmede veranderd heet te zijn in het Lichaam van Christus, rondgedragen wordt. God zelf is in de Hostie „voorwerp" van aanbidding voor de gelovigen, die langs de weg knielen. Door de Rooms Katholieke kerk zelf is, in een uitspraak die nooit is teruggenomen, officieel bevestigd, dat met name de sacramentsprocessie moet worden gezien „als de openlijke overwinning van de waarheid op de leugen en als de triomf over de ketterij, terwijl ervan verwacht wordt, dat de tegenstanders der kerk bij het aanschouwen van de glans en de schittering van de universele kerk krachteloos en gebroken zullen vergaan en ontdaan tot zichzelve komen."
Anders dan b.v. de straatprediking, is de processie daarom geen vorm van verkondiging. Ze stelt niet voor een beslissing, maar — aldus het Herderlijk Schrijven van de Ned. Herv. Kerk betreffende het rooms-katholicisme — „zij is de vorm waarin een reeds gevallen beslissing de ruimte van het publieke leven wil vullen. Daarbij wordt geen keuze meer verwacht en zeker geen afwijzing verdragen, maar slechts op knielende aanbidding gerekend. Hier komt de Kerk op straat. Hier wordt de straat tot Kerk. Het rooms katholieke geloof legt zich hier absolutistisch op en wel op het terrein dat alle burgers gemeen is."
Er ligt hier een haarscherpe scheiding tussen leugen en waarheid, tussen schijn en wezen. Immers, ook reformatorische christenen belijden dat de heerschappij van Christus over het gehele leven gaat. Maar het is een heerschappij die Hij wil uitoefenen door Woord en Geest. Zij gaat daarom nooit geheel op in een menselijke werkelijkheid. Zij laat zich ook niet vangen in de aardse realiteit van een kerk met haar ambten en sacramenten. Zij laat zeker niet over zich beschikken door een priester, die de woorden van de instelling van het Heilig Avondmaal over een stukje brood heeft uitgesproken en door een kerk, ook al meent zij, door op de openbare weg de gelegenheid te geven deze „hostie" te aanbidden, iets aan deze heerschappij te kunnen toedoen,
c. De vraag, die nu moet worden gesteld is hoe, bij deze stand van zaken, de taak van de overheid moet worden gezien. De overheid heeft ervoor te waken, dat de heerschappij van Christus vrij kan worden uitgeroepen en geloofd. Daarom heeft zij op te komen voor de vrijheid als de sfeer die bij de verkondiging van het evangelie past, omdat alleen in vrijheid echte beslissingen kunnen worden genomen, werkelijk ja, maar ook neen kan worden gezegd. (Herderlijk Schrijven van de Ned. Herv. Kerk betr. de R.K. kerk (1948) blz. 89). Van rooms katholieke zijde wordt betoogd, dat het nu juist in strijd met deze vrijheid zou zijn aan het houden van processies beperkingen op te leggen.
Zoals wij reeds hebben uiteengezet, menen wij een onderscheid te moeten maken tussen b.v. de straatprediking en de processie. Eigenlijk is elke processie een daad die door andersgelovigen als intolerant moet worden ervaren. In streken van ons land waar de meerderheid van de bevolking rooms-katholiek is en waar het openbare leven reeds in menig ander opzicht door de Rooms-Katholieke kerk is gestempeld, is de processie één van de tekenen van het roomse levenspatroon. Naarmate het niet-roomse bevolkingsdeel omvangrijker wordt zal de processievrijheid ook des te meer als vrijheidsbeperking van de niet-roomse burgers worden ervaren. Men kan wel zeggen, dat men tegenover dit gebeuren toch innerlijk en ook uiterlijk neutraal kan staan of het geheel kan negeren. Dit neemt niet weg, dat de openbare weg tot „kerk", gemaakt wordt en dat hij, die door zijn onverschilligheid of door zijn protest geen aanstoot wil geven aan hen die aan de aanbidding deelnemen, andere wegen moet kiezen.
De processiebeperking is daarom dan ook voor ons besef een compromis. Alleen een algemeen geldend processieverbod zou geheel in overeenstemming zijn met een staats- en levensorde waarin de vrijheid van anders-gelovigen in het openbare leven ten volle zou zijn gerespecteerd. Wij besluiten dit gedeelte van onze overwegingen met een citaat uit meergenoemd Herderlijk Schrijven:
,,Met het processieverbod staat heel onze staats- en levensorde op het spel. De processie is immers de voorloopster van wat ons te wachten staat, als het r.k. absolutisme heel het publieke leven voor zich opeist. Waar het r.k. de overmacht heeft, is voor andersdenkenden niet meer speelruimte dan ze op straat hebben, wanneer ze een processie zien. Wij houden er ons van overtuigd, dat wij, om des gewetenswille protesterende tegen de straatprocessie, tevens opkomen voor wat Nederland tot Nederland heeft gemaakt, voor wat alle burgers gemeen en dierbaar is. Democratie kan niet rusten op een leeg en formeel vrijheidsbegrip. Een land waar allen vrij zijn om alles te doen, verliest de echte vrijheid. Daarmee kan ook het rooms-katholicisme niet gediend zijn. Wij pleiten voor die vrijheid om vrijwillig ja en neen te zeggen, waarvan ook de R.K. kerk zozeer heeft geprofiteerd en waarin ook zij kan bloeien en tieren. Door deze sfeer aan te tasten, denatureert zij zich zelf tot een absolutistisch stelsel, waarbij (naar de ervaring in andere landen bewijst) haar geestelijk gezag in dezelfde mate verloren gaat."

Het verdrag van Rome.

Zowel in de kritiek op het processieverbod waarvan wij melding maakten, sub. 1, als in de strijd om de uitlegging van artikel 184 (oud 177) van de grondwet van de laatste jaren, speelt het verdrag van Rome een belangrijke rol. Brengt dit verdrag wellicht een nieuw element in de discussie dat ons zou nopen ons standpunt te herzien?
Het gaat om artikel 9 van de meergenoemde Europese conventie, dat door het verdrag ook in Nederland geldend recht is geworden. Dit artikel stelt, dat ieder recht heeft op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door de eredienst, door het onderwijs ervan, door de praktische toepassing ervan en het onderhouden van de geboden en voorschriften. In het tweede lid van ditzelfde artikel, dat vreemd genoeg in de discussie over de betekenis van de Europese conventie veelal niet wordt geciteerd, staat, dat deze vrijheid aan geen beperkingen kan zijn onderworpen dan die welke bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving nodig zijn voor de openbare orde, gezondheid of zedelijkheid of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Uit dat wat wij in de vorige paragraaf naar voren brachten, kan duidelijk worden dat wij van oordeel zijn, dat art. 184 van de grondwet een artikel is dat nog altijd kan dienen tot deze „bescherming van de rechten en vrijheden van anderen." Een betere advocaat vóór de handhaving van de huidige beperking van de processievrijheid dan juist de Europese conventie, kunnen wij eigenlijk niet wensen!

Ander juridisch kader?

Het is een vraag of het wettelijke kader waarbinnen het een en ander wettelijk is geregeld, hetzelfde kan blijven. Tegen dit kader zijn wel enkele gegronde bezwaren aan te voeren.
In een nieuwe wettelijke regeling zou b.v. de samenstelling van de bevolking in een bepaalde gemeente, wat betreft de kerkelijke gezindten, bepalend kunnen zijn voor de mogelijkheid tot het houden van processies. Maar ook dit compromis zou niet in mindering komen van de bezwaren die vanuit de reformatorische visie op de verantwoordelijkheid van de overheid voor de vrijheid van de staatsburgers tegen de processies naar voren moeten worden gebracht.

Discussievragen:
1. Waar liggen naar Uw inzicht de grenzen der verdraagzaamheid?
2. Gaat U accoord met de in deze les gegeven visie op de taak van de overheid?

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1963

Protestants Nederland | 12 Pagina's

Het processieverbod

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1963

Protestants Nederland | 12 Pagina's

PDF Bekijken