Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De „laatste berichten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De „laatste berichten" over Gemengde - Huwelijkssluitingen

6 minuten leestijd

Tijdens een forum over het gemengde huwelijk, uitgezonden door de K.R.O. op 13 augustus 1967 betoogde een Dominicaan, dat er een voor de R.K. kerk geldig sacramenteel huwelijk gesloten wordt, wanneer een door die Kerk gemachtigde priester met getuigen aanwezig is bij het sluiten van het burgerlijk huwelijk en dus het ja-woord van het huwende paar verneemt. Er werd hem schriftelijk om opheldering gevraagd, omdat het Kerkelijk Wetboek voor de geldigheid van een gemengd huwelijk voorschrijft, dat een pastoor de toestemming van partijen afvraagt en aanneemt; passieve aanwezigheid van de pastoor is dus niet voldoende. In zijn antwoord hield hij staande, dat een r.k. huwelijk kerkrechtelijk tot stand komt, wanneer de pastoor en twee getuigen daar gequalificeerd aanwezig zijn. Hoe dat kan bij het sluiten van een burgerlijk huwelijk, daarop ging hij niet in, maar hij deed een interessante mededeling inzake kerkelijke huwelijksplechtigheden:

„Wel komt het voor - en dit moet misschien na uw brief toch nog eens ernstig door een jurist bekeken worden -
(ik ben dat niet, alleen een hopelijk critisch ingesteld zielzorger!) dat de dominee de vragen stelt, terwijl hij dit doet, uitdrukkelijk gewild en geweten mede namens de aanwezige priester, die naast hem staat en zo het huwelijk mederooms katholiek doet zijn. Ik meen, dat dit voldoende actief en gekwalificeerd is. We spreken dit onderling duidelijk af. En de priester is dus beslist niet louter passief aanwezig, in tegendeel. Hij vertegenwoordigt echt de rooms katholieke gemeenschap."

Bij deze mededeling is het volgende op te merken:
1e. het is dus onmogelijk, dat de zwijgende aanwezigheid van een pastoor een burgerlijk huwelijk tot een geldig canoniek huwelijk zou maken; want een ambtenaar van de Burgerlijke. Stand zou tegen zijn plicht handelen, als hij met een pastoor een afspraak maakte, dat ten overstaan van hem een huwelijk gesloten zou worden volgens twee verschillende wetboeken tegelijk. Zijn bevoegdheid betreft alleen het burgerlijk huwelijk;
2e. indien een predikant de methode toepast, zoals door de Dominicaan gesignaleerd, dan dient de protestantse huwelijkspartner er tevoren van op de hoogte gesteld te worden, dat er dan twee handelingen in één ceremonie plaats hebben: de inzegening van het burgerlijk huwelijk door de predikant en de sluiting van een sacramenteel huwelijk volgens het r.k. Kerkelijk Wetboek.

Een hervormd predikant in Amsterdam deelde mij mede, dat hij deze methode nooit toepast, maar de vragen laat stellen door de pastoor, die er dan bijzegt, dat hij ze mede namens de predikant stelt. Maar wie ook de vragen stelt namens beide bedienaren, in elk geval is deze wijze van huwelijkssluiting in strijd met de Instructie van de Congregatie voor de Geloofsleer van 18 maart 1966, die voorschrijft, dat een gemengd huwelijk eerst in canonieke vorm volgens het Kerkelijk Wetboek gesloten moet worden en dat pas daarna een predikant een woord mag spreken; iedere huwelijkssluiting ten overstaan van een r.k. priester en een nietr. k. bedienaar, die elk hun eigen ritus voltrekken, moet absoluut vermeden worden. (Het zal wel de bedoeling zijn, dat ook de inzegening door een niet-r.k. bedienaar en de canonieke huwelijkssluiting niet tegelijkertijd mogen plaats hebben.) Dispensatie van de canonieke vorm van huwelijkssluiting kan alleen de H. Stoel verlenen. De paus heeft in deze voorschriften nog geen wijziging gebracht. Wel heeft de bisschoppensynode onlangs geadviseerd, aan de bisschoppen volmacht te geven om dispensatie te verlenen van de canonieke huwelijksvorm.

Vooruitlopend op eventuele aanvaarding van dit advies heeft - althans volgens een radiobericht - kardinaal Döpfner, aartsbisschop van München, besloten zelf te beslissen inzake verlenen van dispensatie van de canonieke huwelijksvorm en van de verplichting tot het r.k. opvoeden van kinderen.

Ook in Nederland loopt men vooruit op eventuele wijzigingen in de huwelijkswetgeving. Het komt voor, dat niet meer de belofte van een r.k. opvoeding van de kinderen wordt verlangd, ook niet van een christelijke opvoeding (wat als r.k. wordt geïnterpreteerd), maar van een opvoeding volgens het Evangelie, waardoor men de huwenden niet aan een bepaalde Kerk bindt. Men gaat dan verder dan het advies van de bisschoppen- synode, die voorstelde de beloften af te schaffen en genoegen te nemen met de morele zekerheid, dat de r.k. partij het mogelijke zal doen voor de r.k. doop en opvoeding van de kinderen; de niet-r.k. partij zou daar niet nadrukkelijk afwijzend tegenover mogen staan. Dat de wens op wijziging in de kerkelijke wetgeving vooruit te lopen in Nederland door velen gedeeld wordt, blijkt uit een bericht in „Trouw" van 15 november 1967:

„Ten aanzien van het kerkelijk gemengde huwelijk heeft een commissie, gevormd door vertegenwoordigers van het zg. priesterberaad in de Amsterdamse binnenstad en enkele reformatorische predikanten, een nota opgesteld, bevattende enkele uitgangspunten. De bedoeling is o.m. dat niet langer zal worden aangedrongen op de belofte dat een van de partners in een gemengd huwelijk zijn of haar kinderen in de r-k leer zal opvoeden. Zo'n garantie wordt beschouwd als in strijd met de beginselen van het Vaticaans Concilie. De nota is ondertekend door de hervormde predikant ds. H. Kater, door drs. H. Wiersinga, gereformeerd predikant, en door de r-k geestelijken
H. Lagerberg (Franciscaan) en H. Bik (Capucijn). De ondertekenaars wijzen er op, dat wij als kerken elkaar nodig hebben op de weg naar de éne kerk van Jezus Christus. Wel heeft de Romeinse Curie nog bepalingen uitgevaardigd die aan deze ontwikkeling geen recht doen. Maar dat betekent voor de ondertekenaars van de nota nog niet, dat er, gezien de Nederlandse omstandigheden, geen reden zou zijn voor een gezamenlijke loyale illegaliteit van alle pastores, inclusief de bisschop, die ds conciliaire beginselen tot echte gelding brengt. In brede kring van predikanten en kerkeraden zal de nota eerst nog uitvoerig besproken worden, alvorens zij kan dienen voor een gemeenschappelijke beleidslijn".

Het hedendaagse geëxperimenteer en geïmproviseer met gemengde-huwelijkssluitingen herinnert aan het hoofdbreken, dat het gekost heeft om - zonder steun van wetgeving of precedent - het ritueel vast te stellen voor het eerste canonieke gemengde huwelijk in de geschiedenis, nl. het huwelijk tussen Hendrik van Navarra en Margaretha van Valois op 18 augustus 1572, beter bekend als de bloedbruiloft. Maar dat is een verhaal op zichzelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 December 1967

Protestants Nederland | 8 Pagina's

De „laatste berichten

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 December 1967

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken