Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Langs de kloof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Langs de kloof

11 minuten leestijd

Het feit dat ds. G. Taverne uit Hoogeveen op zaterdag 4 november jl. naar Den Haag gekomen is om daar krachtdadig te protesteren tegen een „eucharistie-viering" (wat wel anders klinkt, maar niet anders is dan de paapse mis waar de Heidelbergse Catechismus van spreekt) in de Grote Kerk van de Hervormde Gemeente, verkreeg bijzonder veel publiciteit. Verslagen van het gebeuren, min of meer gekleurd, vaak ook vertekend, verschenen in vrijwel alle Nederlandse dagbladen, zodat we mogen aannemen, dat onze lezeressen en lezers met de feiten min of meer bekend zijn. Zelf maakten wij ' in het vorig nummer van P.N. er reeds gewag van, dat de Haagse Grote Kerk voor deze mis ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Aloysius- college beschikbaar was gesteld en gaven wij van onze afkeuring blijk, zoals wij eerder — om maar een enkel voorbeeld te noemen — in mei 1964 ook hebben geprotesteerd tegen het afstaan van de Hervormde kerk van Drimmelen voor r.k. kerkdiensten. Nu is het gemakkelijk en soms ook „voordelig" de handelswijze van ds. Taverne al naar believen toe te juichen of af te keuren, al willen wij wel stellen, dat wij persoonlijk aan een andere vorm van protest de voorkeur geven. Waar het ons nu echter vooral om gaat is, dat de Centrale Kerkeraad van de Hervormde Gemeente van Den Haag zich bij monde van ds. Sijbrandij wat al te gemakkelijk van het voorval heeft gedistancieerd en wij stellen de dringende vraag, of juist niet zij die vanwege de Hervormde Gemeente de kerk voor deze mis-viering beschikbaar hebben gesteld zelf tot het optreden van ds. Taverne aanleiding hebben gegeven?

In verband met het voorgaande willen wij nog opmerken, dat — zoals bekend — twee predikanten van de Gereformeerde Kerken aan hun Synode hebben gevraagd de Catechismus in zoverre te wijzigen, dat de paapse mis geen „vervloekte afgoderij" meer zal worden genoemd. Wij zullen het voorstel van deze twee predikanten zeker niet ondersteunen, maar zien hierin toch een zekere eerlijkheid die wij bij de verantwoordelijke ambtsdragers der Hervormde Gemeente van Den Haag missen; zoals trouwens ook bij die hervormde predikant van Venhuizen, ds. Lugtigheid, die zo nodig samen met een priester een soort gemengde mis-avondmaal-bedicning moest „vieren". Nog altijd behoort de Heidelbergse Catechismus onverkort tot hetgeen de Nederlandse Hervormde Kerk zegt te belijden in gemeenschap met de vaderen. Laat men dan tenminste consequent zijn! En mogen wij ook nog even — misschien is het voor sommigen nog een nieuwtje — meedelen, dat reeds geruime tijd wekelijks de hervormde Regentessekerk te Den Haag beschikbaar wordt gesteld voor de roomse mis-vieringen, nu de
St. Agneskerk wegens restauratic tijdelijk buiten gebruik is? Men kan de aankondiging geregeld in „Sursum Corda", het blad van de R.K. kerk te Den Haag lezen. . . .

Nu hiervoor één en andermaal sprake was van hetgeen de Heid. Catechismus leert over de mis, lijkt het niet ondienstig het betreffende catechismus gedeelte nog eens geheel af te drukken (vr. en antw. 80): „Welk onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse mis?" Antw. „Het Avondmaal des Heeren betuigt ons, dat wij volkomen vergeving van al onze zonden hebben door de enige offerande van Jezus Christus, die Hij zelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft en dat wij door de Heilige Geest Christus worden ingelijfd, die nu naar Zijn menselijke natuur niet op de aarde maar in de hemel is, ter rechterhand Gods zijns Vaders, en daar van ons wil aangebeden zijn. Maar de mis leert, dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de Mispriesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en wijns is, cn daarom ook daarin moet aangebeden worden; en alzo is de mis in de grond anders niet, dan een verloochening der enige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en een vervloekte afgoderij."

Hierboven citeerden wij de oude catechismus van de Hervormde en andere kerken van gereformeerde signatuur en intussen heeft de Nieuwe Katechismus der R.K. kerk in Nederland een groter oplaag bereikt dan ooit bij een dergelijk geschrift eerder het geval was. Uit Italië werd echter bericht ontvangen, dat een Italiaanse vertaling door het Vaticaan verboden is en ook in eigen land blijken niet alle leden der R.K. kerk met deze Nieuwe Katechismus in te stemmen, getuige het volgende „ingezonden stuk" uit De Volkskrant, dat wij in zijn geheel overnemen: „Prof. dr. Hans Kung komt als vreemdeling een blauwe maandag naar Nederland, leeft er twee weken anoniem in een pastorie, en heeft de zaak van de katholieke kerk in Nederland bekeken. Dat is knap! „Katholiek Nederland bruist van gezond leven!" Vraag aan Godfried Bomans hoe dat gezonde leven zich manifesteerde op de teach-in te Dordrecht op donderdag 26 oktober! „Een levende zondagsmis, waaraan de hele gemeente meedoet!" Dan zal de professor wel vooraan gezeten hebben. Veel kerkgangers constateren een groot stijlverlies, met formuleringen rondom de Eucharistie, die voor velerlei uitleg vatbaar zijn; met misteksten van halfwas franciscanen (theologanten) en waardeloze liedjes. „Deelname van vrijwel de hele gemeente aan de eucharistische maaltijd." Inderdaad, maar lang niet overal en als men de weinige eerbied van velen aanschouwt, dan vraagt men zich af of velen weten wat zij ontvangen. „Belangstelling voor de nieuwe katechismus". Omstreden boeken hebben altijd de grootste oplage. Eén ding staat als een paal boven water, dat het geen katechismus is! Het boek behoort op de brandstapel! Wat een Hans, die professor." Aldus inzender N. Hoogers in de r.k. Volkskrant, van 8 november jl.

Ook uit de Volkskrant, maar dan van 20 oktober, is het bericht, dat te Maastricht is opgericht een „Club des Toussaints", met het doel Allerheiligen (1 november) te behouden als verplichte kerkelijke feestdag. De leden van deze club vinden het onjuist dat in deze tijd, waarin de „leken" meer inspraak krijgen in kerkelijke aangelegenheden, de verplichte kerkelijke viering is afgeschaft zonder dat zij erin werden gekend. Dit bericht was, menen wij, duidelijk genoeg, evenals dat volgens welk de „zaligverklaring" van frater Andreas van den Boer, in 1917 te Tilburg overleden, thans niet lang meer op zich zal laten wachten. De zittingen van de „apostolische rechtbank" die zich met deze zaak moesten bezighouden, zijn ten einde en waarschijnlijk zal dit jaar nog het proces worden afgesloten met de opgraving van de stoffelijke resten van frater Andreas.

Dat was dus géén onduidelijk bericht, al vraagt men zich mogelijk af, wie die opgraving moet verrichten cn zo. Wel moeilijk echter hebben wij het met een bericht in de Nieuwe Haagse Crt. van 13 november jl. waarin meegedeeld wordt, dat Fatima een standbeeld cadeau krijgt van paus Paulus, die als eerste paus het Portugese bedevaartsoord met een bezoek vereerde. „Het wordt blijkbaar een duur beeld", schrijft de N.H.C., „want de Portugese bisschoppen hebben er een landelijke kerkcollecte voor uitgeschreven." Een rare sinterklaas die paus Paulus, als de arme Portugezen werkelijk nog voor het cadeau-gekregen standbeeld betalen moeten!

Op ander en ai te vaak vergeten terrein (de R.K. kerk is niet alleen geloofsgemeenschap maar vooral óók politieke macht!) ligt het volgende: Een functionaris van het Vaticaan, bisschop Ernesto Gallina, heeft er op gezinspeeld, dat het Vaticaan mogelijk officieel lid van de Verenigde Naties wil worden. In een toespraak tot journalisten verklaarde hij: „In beginsel belet de paus niets om te besluiten deel te gaan nemen aan de werkzaamheden van de Verenigde Naties." - Bisschop Gallina zei dit, toen Hij een boek inleidde getiteld: „Internationale organisaties en de R.K. kerk", dat door het Vaticaanse staatssecretariaat is samengesteld ten behoeve van pauselijke afgezanten naar „vreemde landen". Een vréémde „kerk" vinden wij dat maar'.

Vóór wij verder gaan is het daarom wel goed U er nadrukkelijk op te wijzen, dat de paus een „bevriend staatshoofd" is en zoals U weet is belediging van een bevriend staatshoofd verboden op straffe bij de wet bepaald. Neem dus als U het over paus Paulus hebt een blad voor de mond: de heer Keessen te Blaricum, een bejaard doch getrouw zoon der Roomse kerk, is niet alleen bereid een klacht in te dienen bij de Justitie, maar wil (als wij het persbericht goed begrepen) desnoods in hoger beroep gaan bij . . . . de Wereldraad van Kerken. Merkwaardig hoe uit dergelijke simpele berichten dreigende gevaren voor ons opdoemen.

Het voorgaande bepaalde onze gedachten, onbedoeld door de heer Keessen (!), bij de gevaren van een „Superkerk" en een „Superstaat" en wij herinneren er maar weer eens aan, dat volgens het Eerste Vaticaanse Concilie in zijn definitie van het primaat „de H. Stoel en de paus van Rome de voorrang hebben in heel de wereld'' en dat daaruit ook canon 1557 van de „Codex" de stelling ontleend heeft dat de paus het recht heeft „alle vorsten der volken" te oordelen. Dat is nog wat anders dan een „bevriend staatshoofd"! Sommigen schijnen hem zelfs het hoogste gezag op medisch gebied te willen toekennen, althans een ingezonden stuk in de N.R.C. van
dr. S. A. Klein, oud-anesthesist aan het Haagse Gemeenteziekenhuis, onthult dat in 1957 een aantal anesthesisten zich tot de paus gewend heeft met de vraag waar, in geval herstel van een patiënt onmogelijk lijkt, „de medische ethiek moet zwijgen en het menselijk geweten spreekt". En dan schrijven we maar niet over die arme non in Limburg, die wat geld stal en van de miswijn snoepte. Vermoedelijk zou zij liever terecht gestaan hebben voor de burgerlijke rechter, zoals het recht is van iedere burger van het Koninkrijk der Nederlanden, dan daaraan onttrokken te zijn en ge- en veroordeeld te worden door haar „kerkelijke overheden".

Misschien vindt U, dat wij in het bovenstaande wel wat teveel van het één op het ander gesprongen zijn. Nu, maakt U dan toch deze sprong ook nog maar mee: Destijds heeft onze vereniging uitdrukkelijk geprotesteerd tegen de zgn. Delftse Doop (pater Jelsma doopte in een hervormde kerkdienst een kind uit gemengd huwelijk, zonder dat kerkeraad of zelfs dienstdoende ouderling te voren wisten wat gebeuren ging).
Prof. dr. G. P. van Itterzon beantwoordt nu in het „Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk" van 16 nov. jl. de vraag van een lezer te D. naar aanleiding van een beslissing van de Hervormde prov. commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen inzake de inschrijving van het betrokken kind in de doopboeken der Herv. Gemeente. Wat deze inschrijving betreft overwoog de commissie „dat het hier betreft een maatregel van orde, die automatisch na iedere rechtskracht hebbende doop moet geschieden." Prof. v. Itterzon zegt: „De uitdrukking „maatregel ' ) van orde" is juridisch juist, maar doet wel heel erg nuchter aan. Het is immers voorgekomen, dat een predikant die het aannemen van bepaalde lidmaten niet inschreef, voor een tijd geschorst werd in zijn ambtsbediening. En dat terwijl aannemen van lidmaten toch m.i. op een lager niveau staat dan de bediening van het sacrament van de H. Doop. Veel meer aandacht trok echter het motief, dat voor de wettigheid van bedoelde Delftse Doop werd aangevoerd. De commissie overwoog, „dat vaststaat dat tegen de doop van het kind N.N. door pater X in de Bethlehemkapel te Delft bij de commissie geen bezwaren zijn ingebracht, zodat deze doop als rechtsgeldig moet worden aangemerkt". In het algemeen kan ik het met het rechtmatige van deze overweging wel eens zijn. Het probleem ligt echter in de clausule „door pater X". Is een doop dus wettig als er bij een commissie maar
geen bezwaren worden ingebracht? Is dan elke doop rechtsgeldig, ook als die geschiedt door iemand die in onze kerk kerkordelijk geen bevoegdheid heeft tot bediening der sacramenten?" En ligt - vraagt prof. van Itterzon - de maatstaf in het feit, dat iets in de Hervormde kerk gebeuren mag, als er maar geen bezwaren (door daartoe gerechtigde lidmaten bij de bevoegde commissie, L.H.) worden gemaakt?

Dit laatste overzicht langs de kloof in 1967 willen wij besluiten met antwoord te geven op de vraag van een vriendelijke lezeres. Zij heeft in het vorige nummer van P.N. gelezen, dat het blad „Katholieke Illustratie" de aanduiding „katholiek" heeft laten vallen en dus voortaan de lezers wordt aangeboden als „Illustratie" zonder meer. Nu is het haar opgevallen, dat het weekblad „Prinses" - destijds als „enig christelijk damesweekblad" door een groot deel van vrouwelijk-protestants Nederland zo juichend ingehaald - sedert kort ook de aanduiding „christelijk weekblad" niet meer voert. En wat wij daarvan wel denken? Nu behoort ondergetekende niet tot de lezeressen van „Prinses" zodat het niet aan ons staat te beoordelen, of misschien de uitgevers van „Prinses" terecht van mening zijn geweest dat de naam „christelijk" de inhoud van het blad niet meer dekt. Dat oordeel laten wij dus aan de abonnees over. Maar wel stellen wij een (vriendelijke!) vraag: is misschien het weglaten van de aanduidingen „katholiek" en „christelijk" een symptoom van een economisch-oecumenische toenadering op het gebied der damesweekbladen, waarvan de uitgave immers toch reeds meestal (buiten „Eva" en „Prinses") in roomse handen is?

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1967

Protestants Nederland | 8 Pagina's

Langs de kloof

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1967

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken