Bekijk het origineel

De wankele zuil en de rots van Petrus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De wankele zuil en de rots van Petrus

Spanning tussen Nederlands en R.K. staatsburgerschap

7 minuten leestijd

Onder de titel „De wankele zuil" verscheen eind 1971 een boek van de Nijmeegse socioloog prof. dr. J. M. G. Thurlings, met ondertitel: „Nederlandse katholieken tussen assimilatie en pluralisme". Blijkens het Voorwoord is het „een studie over verzuiling en ontzuiling bij de Nederlandse katholieken".
In „Dezer dagen" van 11 december 1971 vestigde de hoofdredacteur NRC/HBL de aandacht op deze studie. Hij had gehoopt er een verklaring in te vinden voor het feit dat het Nederlandse R. Katholicisme van de trouwste kerkprovincie in weinig jaren tot aanvoerder der rebellen tegen Rome is geworden. Hoe kon er ontzuiling komen zo kort na het bisschopelijk mandement van 1954, dat het liberalisme ongeveer als wortel van alle kwaad (o.a. van het nationaalsocialisme) brandmerkte, het luisteren naar de VARA verbood en met weigering van de sacramenten en van een kerkelijke begrafenis bedreigde wie lid was van een socialistische vereniging of alleen maar geregeld socialistische bladen las en socialistische vergaderingen bijwoonde?
Thurlings constateert, dat de ontzuiling en de verschuiving in het denken van R.K.Nederland in de kern begon en niet aan de periferie. Om dit verschijnsel te verklaren oppert hij verschillende hypothesen, die hij zelf geen van alle bevredigend vindt. Daarom lijkt het geoorloofd om nog een andere hypothese naar voren te brengen: de ontzuiling is „van hoger hand" georganiseerd. Toen door de reactie op het Mandement de tactiek van concentratie zo'n jammerlijke mislukkig bleek, ging men over op een tactiek van infiltratie. Onder motto van ruimheid en openheid hoopte men in veel partijen invloed te krijgen, hetgeen gelukt is. De doelstelling was precies dezelfde gebleven: opbouw van een R.K. maatschappij met R.K. wetgeving op nationaal en internationaal niveau.
De door het Mandament bevolen strenge verzuiling bleek niet alleen op politiek terrein nadelig te werken, maar ook op het gebied van het binnenlandse apostolaat. Een van de vele organisaties, opgericht om Nederland te bekeren, de Sint Willibrordvereniging, noemde in een rapport in 1957 de verzuiling „een steeds sterker wordende bedreiging voor de Nederlandse volksgemeenschap", zoals Thurlings op blz. 121 vermeldt. Voor apostolaat was openheid nodig. De pausen Johannes XXIII en Paulus VI toonden dezelfde opvatting te hebben.
Door het contact met andersdenkenden, die niet zo afschuwwekkend bleken als hun was voorgehouden, begonnen evenwel veel R. Katholieken in Nederland te wankelen in hun geloof aan het uitsluitend gelijk van de paus. De rebellie was een gevolg van de ontzuiling, niet de oorzaak. Het verzet richt zich tegen pauselijke dwang op de gewetens, net als in 1568. Het is niet zo verwonderlijk, dat de rebellie zich speciaal in Nederland voordoet.
Thurlings trekt deze conclusies niet, maar hij geeft een interessante historische uiteenzetting waarom het voor R. Katholieken zo moeilijk is, zich tegelijkertijd gehoorzaam onderdaan van de paus en volledig Nederlands staatsburger te voelen, zolang Nederland niet in meerderheid Rooms is en zich beroemt op een protestantse origine. Daarom zijn R.K. onderwijsinstellingen onontbeerlijk, die een R.K. zienswijze geven van de opstand tegen Spanje en het optreden van Willem van Oranje.

Inmiddels gaat de verroomsing van Nederland en van Verenigd Europa rustig voort, maar men is voorzichtiger dan in de tijd van het Mandement. In 1954 sprak Rome openlijk uit, dat de R.K. beginselen in de Nederlandse wetgeving ingevoegd moesten worden en men begon vast het canonieke recht toe te passen in strijd met de Nederlandse wet. Romme had zich echter vergist in de publieke opinie. Het dopen en verstoppen van Joodse kinderen en het „Haarlemse" huwelijk deden te veel stof opwaaien. In Nijmegen wordt niet meer afschaffing van het verplicht burgerlijk huwelijk en invoering van de Spaanse of Italiaanse huwelijkswetgeving bepleit. Men kan daar nu horen, dat de R.K. Kerk eigenlijk best het burgerlijk huwelijk als geldig zou kunnen erkennen, omdat de Trentse vorm van huwelijkssluiting alleen maar bij gebrek aan beter zou zijn ingesteld! Bedoeld wordt, dat men wel dispensatie zou kunnen krijgen van de kerkelijke vorm van huwelijkssluiting, maar overigens blijft zo'n huwelijk dan onderworpen aan het canonieke recht. Die dispensatie is nu reeds mogelijk bij gemengde huwelijken, die thans zozeer bevorderd worden - vooral in vooraanstaande families - omdat menig priester er de beste methode van contra-reformatie in ziet. De kinderen uit een gemengd huwelijk mogen „oecumenisch" gedoopt worden door een predikant in een protestantse kerk; Rooms worden ze toch, want zij worden ingeschreven in een R.K. doopboek en dat is het criterium.

Een typisch staaltje van R.K. plannen inzake wetgeving leverde de R.K. Kamerfractie op 26 oktober 1971 door te bepleiten juridisch vast te leggen, dat men in het geheim op ieder uur van de dag of de nacht ongewenste kinderen mag afgeven aan bepaalde instellingen, een legalisatie van het te vondeling leggen. Dit is geheel in de geest van Innocentius III, die in 1198 vondelingentehuizen met draaibaar loket invoerde, waarin men ongezien een kind kon leggen. Hiermee werd tevens een reservoir voor een toekomstige kloosterbevolking gevormd. Men kan zich dan van zijn kinderen ontdoen zonder ongehoorzaam te zijn aan de kerkelijke voorschriften, die zoals bekend bijzonder streng zijn op het gebied van abortus en voorbehoedmiddelen. Pius XI noemde in zijn encycliek „Casti Connubii" van 1930 abortus een zware misdaad, zelfs als het leven van de moeder er door gered zou kunnen worden; overheden waren z.i. verplicht zware straffen op abortus te stellen. Canon 2350 van het Kerkelijk Wetboek straft abortus met excommunicatie. Paulus VI heeft in zijn encycliek „Humanae Vitae" van 1968 bevestigd, dat abortus, ook als deze om therapeutische redenen geschiedt, onaanvaardbaar is. De Permanente Raad van de Italiaanse Bisschoppenconferentie heeft op 11 januari 1972 een uitvoerig document opgesteld (gepubliceerd in L'Osservatore Romano van 17-18 januari 1972), waarin conform „Casti Connubii" het abortusverbod in uiterste strengheid wordt gehandhaafd.

Op internationaal niveau neemt de R.K. invloed steeds toe. Het Verenigd Europa moet het herstel van het Heilige Roomse Rijk van Karei de Grote worden, dat was van het begin af het plan. L'Osservatore Romano van 26 november 1971 vermeldt in grote opmaak, dat Paulus VI de president van het Europese Parlement met gevolg heeft ontvangen. In een vleiende toespraak zei dr. Walter Behrendt, dat hij voor het overwinnen van het egocentrische van individuen, groepen en Staten de hulp verwacht van Zijne Heiligheid, van de Katholieke Kerk en van alle andere religieuze en humanistische krachten. „In diesem Sinne interpretieren wir auch die Ernennung eines Nuntius bei den europäischen Gemeinschaften in Brüssel".
Toen de H. Stoel enige jaren geleden de wens te kennen gaf een vertegenwoordiger bij die Gemeenschappen te benoemen, heeft de Nederlandse regering laten weten, dat zij daar geen bezwaar tegen had; ook indien de meerderheid der betrokken landen wilde, dat de pauselijke vertegenwoordiger als deken van het corps diplomatique optrad, zou dit niet op Nederlands verzet stuiten. Aldus een mededeling van het ministerie van buitenlandse zaken. Op 26 nov. 1970 trad een nuntius bij de EEG in functie. In Nederland heeft men tot nu toe een pro-nuntius, omdat men de pauselijke vertegenwoordiger nog niet als deken van het corps diplomatique aanvaard. Als er een staatshoofd van het Verenigde Europa komt (en de paus zal dat niet zelf willen zijn, omdat hij niet in oorlogen of andere politieke verwikkelingen betrokken wil worden), dan zal het een stroman van de paus worden. Want meer en meer werpt de paus zich op als wereldarbiter in de internationale politiek. Zelf heeft Paulus VI gezegd, dat de woorden van Paulus weer boven komen: „de geestelijke mens oordeelt alles" (1 Cor. 2 : 15), door Bonifatius VIII in 1302 geïnterpreteerd als: „alle menselijke zaken zijn onderworpen aan Petrus' sleutelmacht"."")
Dit is onrustwekkend, omdat pausen zo vaak op het verkeerde paard wedden. Zo is dat gebleken bij het aan de macht helpen van alle Westeuropese dictatoren en bij het aanwakkeren van de koude oorlog, en onlangs bij het steunen van het onverantwoordelijke avontuur van de Biafraleider, die reclame maakte met stervende kinderen. Het is jammer, dat juristen en theologen in Nederland over het algemeen geen belangstelling hebben voor het canonieke recht en voor de rampzalige gevolgen van de Lateraanse Verdragen, door de H. Stoel en het fascistische Italië gesloten. Thans wordt de positie van de paus in Nederland dikwijls niet juist gezien. Al wankelt de zuil, de rots van Petrus staat nog overeind.

*) L'Osservatore Romano van 22.10.1970; vertaling Archief V. d. Kerken 11.12.1970. kol. 1112.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

Protestants Nederland | 8 Pagina's

De wankele zuil en de rots van Petrus

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 februari 1972

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken