Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Momentopname controverse Rome-Reformatie toegespitst op het ambt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Momentopname controverse Rome-Reformatie toegespitst op het ambt

(Lezing gehouden door ds. J. Schelhaas voor de Ver. „Protestants Nederland" te Zwolle op 20 september 1978).

14 minuten leestijd

Er waait een oecumenistische geest
Het is niet de bedoeling van de nu 55 jaar bestaande Vereniging Protestants Nederland zich negatief af te zetten tegen het Roomskatholicisme. Helaas is er nog bij te velen binnen de Gereformeerde Gezindte een soort anti-papisme, waarbij de paus dan zo ongeveer de anti-christ zou zijn, maar met dergelijke opvattingen bereiken we natuurlijk niets vandaag de dag. We leven niet meer in de 16e eeuw, de tijd van de Kerkhervorming, toen onze vaderen terecht in opstand kwamen in een strijd om vooral ook godsdienst- vrijheid. We leven nu in de tijd van de oecumene, waarin de R.K. kerk en de grote protestantse kerken in Nederland op allerlei terreinen samenspreken en samenwerken: Gezamenlijke huwelijksbevestigingen, gezamenlijke eucharistie- avondmaalsvieringen enz. enz. En waar deze oecumenische geest wel heel duidelijk zijn tienduizenden verslaat is op het politiek terrein. Hoe is het C.D.A. aangeslagen bij de overgrote meerderheid van de protestanten. Dat is toch een principieel samengaan van Rome en Reformatie, niet alleen maar in een stuk concrete politieke uitwerking, maar juist ook wat betreft de fundamenten voor christelijke politiek. We blijken wel snel te leven, want in 1950 nog zette de Hervormde Synode in een herderlijk schrijven over de R.K. kerk duidelijk uiteen: Het verschil in mensbeschouwing tussen Rome en Reformatie. In 1978 schijnt dat helemaal geen rol meer te spelen.

Even een paar opmerkingen over die mensbeschouwing.
Volgens Rome ging door de zondeval bij de mens alleen het bovennatuurlijke leven met God verloren. De natuurlijke gaven van de mens echter, z'n verstand en vooral z'n vrije wil, bleven; wel geschonden en verduisterd, maar je houdt je menselijkheid. Het herstel van de mens is dan ook niet — om met de Bijbel en vervolgens met Augustinus, Luther en Calvijn te spreken: bekering of wedergeboorte, maar zoals Rome zegt: verheffing. En dat is dan Gods genade. Maar buiten die genade om kan de natuurlijke mens, volgens Rome, nog heel wat in het natuurlijke leven van de maatschappij. Nee, zegt de Reformatie de Bijbel na: de mens kan buiten Gods genade om niets positiefs. Waarmee ik maar wil zeggen, dat in 1978 een vereniging als P.N. meer dan ooit nodig is om in Bijbelspositieve zin bezig te blijven met de verdieping van de kennis van de reformatorische beginselen.

Echte samenwerking mogelijk?
Dat blijkt dan helemaal geen achterhaalde zaak te zijn, nee, actueler dan ooit. In Nederland zijn nu eenmaal de twee grote christelijke stromingen: Rome en Reformatie. We hebben ook grote en machtige gezamenlijke vijanden als Christenheid. We staan samen tegenover Marxisme en Materialisme en vooral ook tegenover het verdwijnen van de Bijbelse ethische normen uit onze samenleving. Op concrete punten valt er met orthodoxe r.k. christenen samen te werken b.v, antiabortus. Maar gezamenlijke-tegenstanders-hebben betekent intussen niet, dat je het onderling principieel eens bent over uitgangspunt en doel. En daarom blijft de grote controverse binnen het Christendom tussen Rome en Reformatie, naar ik vrees, tot de jongste dag. Voor een echte roomskatholiek — want we hebben natuurlijk in wezen niets te maken met de vrijzinnige stromingen binnen Rome; dat lijkt soms even wat op het Protestantisme, maar is in wezen afval van het ware Bijbelse geloof! — Nee, voor een echte roomskatholiek zijn onopgeefbaar: het primaat van de paus, de Mariologie en de Mis. Er zijn bij Rome allerlei vernieuwingen. Allerlei bijkomstigheden verdwijnen; 't wordt alles eenvoudiger en menselijker; maar 't wezen, de leer blijft hetzelfde.
1) De paus blijft, hoe vriendelijk en minzaam ook, de plaatsvervanger van Christus op aarde. Rome blijft de grootste moeite houden met de erkenning van de ambten bij ons, omdat wij niet staan in de apostolische successie van Petrus, maar door God Zelf via Zijn gemeente geroepen zijn.
2) Waar je ook een R.K. kerk binnenloopt zo rond 15 augustus: Maria blijft de moeder Gods, de middelares bij haar Zoon. En de lichtjes bij het Mariabeeld en de gebeden tot Maria om hulp zijn eindeloos in aantal.
3) En meer dan ooit blijft de eucharistie, de verandering van het brood en de wijn in het lichaam en bloed van Christus het hoogtepunt van de dienst. Daar komt men voor, daar knielt nog steeds iedereen voor. Wel, die drie hoofdzaken, voor de roomskatholiek onopgeefbaar, zijn voor de protestant onaanvaardbaar.

Gods Woord enige norm!
Het is dus nodig de godsdienstgesprekken, in de Reformatietijd aangevangen, daarna eeuwen gestaakt, maar in onze tijd weer begonnen, voort te zetten. Dat begint echter met jezelf te bezinnen op de protestantse geloofsinhoud. En waar begint dat anders dan met Bijbelstudie? Want natuurlijk hebben ook wij protestanten onze traditie, ja ja! — onze Belijdenisgeschriften, onze dogmatiek en theologie, onze ligging en vastgeroeste gewoonten; en dat mag je ook allemaal meebrengen in 't gesprek. Maar norm en criterium is het gezaghebbende, onfeilbare Woord van God. Hiermee overtuigt de Heilige Geest de harten. Gesprek (dialoog!) heeft ook alleen maar werkelijk zin, als Gods Woord het laatste woord heeft. Maar dan moet je ook bereid zijn t.o. Rome je eigen protestantse standpunt steeds weer aan de Bijbel te toetsen. Nu dacht ik, dat we wat betreft de fundering van onze geloofsopvattingen t.a.v. de r.k. geloofsopvattingen met ons Schriftberoep erg sterk staan. Maar ja, een debat winnen betekent nog niet de ander ook overtuigen. Ik kan me voorstellen, dat, wanneer je erin opgevoed bent, dat de Kerk de juiste uitleg van de Bijbel geeft — want de Kerk wordt geleid door de Heilige Geest — wel, ik kan me voorstellen, dat je dan gelooft die noot in de r.k. Bijbelvertaling bij Mattheus 16 VS. 18 en 19: En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen..... —. Die noot: En dus was Petrus de eerste paus. Ik denk overigens, dat wij protestanten ook moeten oppassen voor de zogenaamde dogmatische exegese = Bijbeluitleg. We hebben zo'n tien soorten gereformeerd en vele tientallen soorten protestantse kerken, kerkjes, groepen en secten. Een mening hebben en er achteraf Bijbelteksten op de klank-af bijzoeken, is geen ongebruikelijke methode helaas, al zal de betrokkene het nooit toegeven.

Ambt — geen democratie maar Christocratie
Uit de veelheid van controverses Rome-Reformatie koos ik het Ambt om verder met u over door te praten, juist omdat wij protestanten toch ook een beetje daarmee zitten. Is dat nu zuiver Bijbels zoals de kerken van calvinistische gereformeerde signatuur dat hebben: predikanten, ouderlingen en diakenen in een kerkeraad. Niet alleen Rome denkt daar anders over, maar ook vele protestantse groeperingen..... Wel, veertig jaar geleden schreef de bekende hervormde dr. O. Noordmans: „Een ambt is een kerkelijke vorm, uit de Bijbel afgeleid, waarin iets van de macht der schepping ligt. Toen Calvijn op het bord de pion van de ouderling zette, zette hij daarmee de paus schaakmat". Een bekende uitspraak is het geworden. Maar na 450 jaar kerkgeschiedenis en bij 650 miljoen roomskatholieken nu over de hele wereld, zie ik dat schaakmat van de paus niet zo erg zitten. Maar eens ben ik het met de volgende uitspraak van dr. Noordmans: „De Schriftuitleg van Calvijn heeft een wereldhistorische maat en heeft een scheppende kracht geoefend, die aan het leven in West-Europa zijn vorm heeft gegeven." Nu, dat zal waar zijn. En daardoor werd West-Europa in 't algemeen en Nederland in 't bijzonder zeer door God gezegend. Maar tegelijk kwam de Renaissance, gevolgd door de Verlichting (godin Verstand) en naar ik vrees (zie de boeken van Van Riessen, Rookmaker en Schuurman) gaan èn Rome èn Reformatie als het om de handhaving van het orthodoxe geloof gaat, verloren in de oecumenische geest met de wetenschap op de troon. Moderne theologie! Eén van de kenmerken van de geest van onze tijd is de gezagscrisis, de revolutie, de roep om inspraak. Ik schat, dat Rome met z'n ambtsidee daar nog meer last van heeft dan de Reformatie. Bij ons komt het ambt op vanuit de gemeente. We kiezen als gemeente onder leiding van de Heilige Geest uit ons midden mannen tot het bijzonder ambt. Daar zou je ook iets van inspraak, van democratie in kunnen zien. Er is geen bisschoppelijke instantie die tegen de ambtsdragers zegt: Ga, en hij gaat. 't Ambt komt bij ons protestanten op uit het mondig zijn van de gemeente, uit ons aller ambt van gelovigen, het profeet-priester-koning zijn in navolging van onze opgestane Here Jezus Christus. Maar als die ambtsdragers zo eenmaal gekozen zijn, dan hebben we verder geen democratie = volksregering, waarbij de kerkeraad de regering is, die gecontroleerd wordt door de gemeentevergadering als parlement. Natuurlijk is die kerkeraad wijs, die belangrijke beslissingen neemt, gehoord de gemeentevergadering. Maar een Gereformeerde kerk is een Christocratie. Christus is onze Koning en Opperherder. Hij bekleedt die eenmaal gekozen ambtsdragers met Zijn dienend gezag: „Hoedt Mijn schapen, weidt Mijn lammeren". „Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon". Die ambtsdragers vertegenwoordigen dan Christus. Maar..... door de verkondiging van het Woord en niet als kanaal waardoor God de genade in een mens zou gieten via de sacramenten. En vooral reformatorisch: de gemeente en de individuele gelovige moeten zelf steeds alles blijven toetsen aan dat Woord. Zodra een herder dictator wordt, zodra er een hiërarchisch instituut komt, dat van bovenaf beslist, zeggen wij vanuit het ambt van gelovige: Tot hiertoe!

Woordverkondiging centraal!
Bij Rome nemen velen in de praktijk vandaag wel een ruimer standpunt in, als leken, als „volk van God" tegenover de clerus, de geestelijkheid, maar de officiële leer is nog steeds die van het Concilie van Trente: „Als iemand zegt, dat er in het Nieuwe Testament geen zichtbaar en uitwendig priesterschap is, ofwel dat er geen bevoegdheid is, om het waarachtig lichaam en bloed des Heren te consacreren en te offeren, en om de zonden te vergeven en te houden, maar slechts een ambt en louter een dienst der Evangelieverkondiging, of wel dat zij die niet prediken in 't geheel geen priesters zijn, die zij vervloekt (anathema sit)". Bij Rome staat het ambt in dienst van het sacrament en pas daarna in dienst van de verkondiging. Nog steeds is daarom tot op vandaag de preek in de r.k. eredienst ongeveer 7 minuten lang en geen of zeer onvoldoende Woorduitleg en -verkondiging. Het ambt is bij Rome zelf ook sacrament (priesterwijding); 't dient om het misoffer te voltrekken en zo de genade uit te delen. Het ambt is: priester zijn. De paus heet dan ook Pontifex Maximus = Opperpriester, letterlijk: de grote bruggenbouwer tussen God en mens. Het ambt bij Rome zet voort het Oud-Testamentische priesterschap en het priesterschap van Christus. Alsof het verzoenend Offer niet voor eens en voor altijd op Golgotha geschied is (Hebr. 10 vs. 14, 9 vs. 25) en alle gelovigen nu ook priesters en priesteressen zijn. Nu zie je vandaag in de r.k. eredienst steeds meer de leek ingeschakeld, b.v. bij de Schriftlezing en bij het uitdelen van de hostie, maar het eigenlijke, het consacreren, dat mag alleen de priester, dat mag ik zelfs als protestantse ambtsdrager niet in een gezamenlijke eucharistie-avondmaalsviering, want ik heb niet de apostolische successie van Petrus. De leek blijft dus onmondig, moet zich laten leiden als de horende kerk door de lerende kerk. Hetgeen in de praktijk bij de gereformeerde gezindte ook wel voorkomt?!

Geen priester meer nodig. Wel: priesterschap van de gelovige!
In het Nieuwe Testament worden de ambtsdragers echter nergens priester genoemd. Er is geen spoor van voortzetting van de O.T. ambten hogepriester (paus), priester (pastoor enz.), leviet (mis-hulp, diaken). Het priesterambt is naar de Brief aan de Hebreeën heel duidelijk vervuld in het werk en het offer van onze Here Christus. En als dan het N.T. van priesters spreekt, dan zegt Petrus tot de gelovigen: „Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus". (1 Petr. 2 vs. 5). En in 1 Petr. 2 vs. 9 de bekende uitspraak: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap..... met de opdracht (voor ons allemaal dus!) de grote daden Gods te verkondigen. En dat kan, als je je geloof bouwt op de verworpen, uitverkoren Hoeksteen. En Johannes krijgt in de Openbaring telkens te horen over die Heiland, Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor Zijn God en Vader. Want dat is het bevrijdende, de hernieuwde ontdekking van de Reformatie, dat het voorhangsel gescheurd is, dat je nu geen priester-bemiddelaar meer nodig hebt, maar zelf als gelovige het recht hebt om het hemelse heiligdom binnen te gaan, om daar dan geen wierook meer te branden als symbool van gebed en offer, maar zelf liefde en lof (psalmen, gezangen en geestelijke liederen) te brengen. Wat er na Christus' vervulling over is van het O.T.- priesterschap, ging over op heel de gemeente. Het ambt krijgt dan in het Nieuwe Testament een heel ander karakter, 't Staat niet meer in tussen God en de gemeente. Deze heeft nu zelf directe toegang tot het heilgeheim van God. Eerst is er het heel speciale en bijzondere, eenmalige Apostelschap. De oor- en ooggetuigen door wie het Woord op Schrift gesteld wordt. Maar ook zij al doen alleen een geestelijk appèl op de gemeente; er is niet het juridische van een wetboek. 'k Weet niet of wij dus met allerlei kerkordes en ordinanties wel zo gelukkig moeten zijn. In ieder geval heel voorzichtig. Tucht b.v. moet voortaan geoefend worden door de gemeente (1 Cor. 5 vs. 4). De protestantse ambtsdragers hebben dus alleen geestelijk gezag in een mondige gemeente, voor zover zij Christus vertegenwoordigen, maar dan in de volheid van Zijn werk, als profeet, priester en konmg. We zien, dat het dan het meest om het profetische gaat. In talloze teksten gaat het over verkondigen, leren, vermanen, onderwijzen, profeteren. Want het offer is gebracht en het koningschap is nog verborgen, maar het Evangelie, dat moet doorverteld worden. Dat is het ambt: getuige zijn!

Niet een paus maar de Heilige Geest
Er valt natuurlijk over het ambt veel meer te zeggen dan in dit korte bestek kan. 't Ging mij nu vooral om het kardinale verschil tussen Rome en Reformatie. Bij Rome komt het ambt op vanuit de top van de Pyramide, van de paus als de stadhouder van Christus via de apostolische successie vanaf Petrus. Hier is de gemeente onmondig en komt er niets terecht van het algemeen priesterschap, het ambt van gelovige. Bij de Reformatie is de kerk de gemeente van Jezus Christus. In dit huis Gods moet alles ordelijk toegaan en daartoe komen er ambtsdragers en bepaalde regels, maar..... alles ten dienste van.

En dan geen bisschop, maar de ouderling om herderlijk te leiden; geen priester, maar de leraar om het Woord te verkondigen; en vooral: de diaken krijgt weer zijn sociale functie. En ook heel duidelijk: door de Heilige Geest geroepen via verkiezing door de gemeente. Maar daarna ook representeren de ambtsdragers tegenover de gemeente Christus in Zijn drievoudig ambt van profeet, priester en koning.

Nu zegt Rome: Maar zo zonder duidelijk onfeilbaar leergezag van de paus en het bisschoppencollege, kortom van de kerk, dan staat er niets vast. Daarom is er bij jullie protestanten ook zoveel verschil van inzicht en Bijbeluitleg en een uiteenvallen in talloze groepen, omdat ieder dan meent het licht van de Heilige Geest te hebben. Toch lijkt dat bij Rome allemaal zekerder dan het is, want wanneer heb je nu genoeg goede werken op de weegschaal van je geloofsleven om je dagelijkse zonden te kunnen compenseren!?

Nee, zegt wijlen prof. Van Ruler (Reformatorische Opmerkingen, blz. 109): Maar in ieder geval staat door de Heilige Geest het allerleigenlijkste vast, n.l. mijn verkiezing vanuit de eeuwige raad Gods en mijn zaligheid tot in het eeuwige rijk. En deze eindjes knoopt de Geest in mijn hart aan elkaar. Hallelluja!


Literatuur:
Hervormde Synode: Wat is er aan de hand met het ambt? (1969). Rooms-Katholieke kerk (1950).

Velema-Arntzen-Exalto: Interview met de Nieuwe R.K. Katechismus (1967).

Van Ruler: Reformatorische Opmerkingen (1965).

Hendriks: Kerk en Ambt in de theologie van Van Ruler (1977).

Goumaz: Het ambt bij Calvijn (1964).

Berkouwer: Conflict met Rome (1949). De strijd om hel R.K. Dogma (z.j.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Protestants Nederland | 8 Pagina's

Momentopname controverse Rome-Reformatie toegespitst op het ambt

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken