Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De betekenis van 'oecumenisch' in het oude en nieuwe wetboek van de R.K. kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De betekenis van 'oecumenisch' in het oude en nieuwe wetboek van de R.K. kerk

Onbekendheid hiermee een gevaar voor de Reformatie

7 minuten leestijd

Het Griekse woord' oikouménè' betekent: de gehele bewoonde wereld. De wilde ganzen herinneren ons er wekelijks aan. Voor de Romeinen viel de bewoonde wereld samen met het Romeinse Rijk; gebieden daarbuiten behoorden aan barbaren en telden niet mee. Toen de evangelist Lucas in hoofdstuk 2 : 1 schreef: 'En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat de gehele 'oikouménè' moest worden ingeschreven', bedoelde hij dan ook de volkstelling binnen het Romeinse Imperium. Op dezelfde wijze bedoelt de Romeins-Katholieke Kerk (die in Nederland nog altijd met een volkomen verouderd woord de Rooms-Katholieke Kerk genoemd wordt) met 'oecumene' haar eigen, over de hele aardbol verspreide wereld. Wie geen onderdanen van de paus zijn, tellen niet mee.

Zowel in de oude als in de nieuwe Codex komt het woord 'oecumenisch' primair voor in verbinding met het algemene bisschoppenconcilie, het 'Oecumenisch Concihe' (canones 336-341 in de nieuwe Codex). Hiertoe kan de paus de bisschoppen en andere hoogwaardigheidsbekleders uit alle landelij ke R. K. Kerken ter wereld bij eenroepen. Dit Concilie wordt geheel beheerst door de paus. Onder zijn voorzitterschap en leiding oefent het Oecumenisch Concilie het hoogste gezag in de R.K. Kerk uit; zonder hem is het van nul en generlei waarde. Zijn besluiten moeten door de paus worden goedgekeurd. Wie van een pauselijk besluit in beroep gaat bij het Concilie, wordt met censuur gestraft (canon 1372). Zozeer vereenzelvigt de paus zich in deze met de apostel Petrus, dat tijdens het Tweede Vaticaans Concihe Petrus in eigen persoon geacht werd de eigenlijke voorzitter te zijn. Ten teken daarvan werd en bleef zijn bronzen beeld in de St. Pieterskerk als paus aangekleed: met tiara, rode mantel met goudbrocaat, gouden gesp met de duif van de Heilige Geest en gouden ring aan zijn opgestoken vinger. Voor Rome betekent een Oecumenisch Concilie dus een binnenkerkelijk gebeuren. Een heel andere betekenis heeft 'oecumenisch' als het gaat over de 'oecumenische beweging', die de Zweedse Lutherse aartsbisschop Söderblom na de eerste wereldoorlog begon. Doel was een goede verstandhouding en samenwerking te bevorderen van verschillende Kerken om in pluriformiteit de eenheid in het geloof in Christus te beleven en te versterken. De R.K. Kerk deed niet mee, want voor haar is niet het geloof het criterium of men tot de Kerk van Christus behoort, maar het hdmaatschap van de juridische organisatie onder de paus. Een streven naar eenheid van de Kerken heet in Rome 'oecumenisme' en heeft tot einddoel al wat zich Christelijke Kerk noemt in te lijven in de ene organisatie onder de opvolger van Petrus. Dat is de strekking van het Decreet over het Oecumenisme, dat het Tweede Vaticaans Concihe opstelde en door Paulus VI op 21 november 1964 werd afgekondigd. Toen Johannes XXIII op 25 januari 1959 het houden van een Oecumenisch Concihe aankondigde ter voorbereiding van een algehele herziening van de Codex, bleek er in Nederland bij sommige protestanten misverstand te bestaan over het begrip Oecumenisch Concilie. Zij meenden, dat de paus had opgeroepen tot een ronde-tafel-conferentie van verschillende Kerken. Dit kwam zelfs voor bij leden van de destijds bestaande plaatselijke Oecumenische Raden. De uitleg, dat Rome zijn eigen oecumene heeft, wekte slechts hun lachlust op. Daar de R.K. Kerk niet deelnam aan de Oecumenische Raden, was de betekenis van dit misverstand gering. Gevaarlijk werd de situatie toen bleek, dat de Wereldraad van Kerken niet meer het grote verschil zag tussen de oecumenische beweging van Söderblom (die de Raad geacht werd voort te zetten) en het oecumenisme van Rome. De paus was zich voor de Wereldraad gaan interesseren, toen de omvangrijke Russisch-Orthodoxe Kerk in 1961 er hd van was geworden. Zodoende behoorde de Wereldraad tot de niet-R.K. organisaties, die waarnemers mochten zenden naar het Tweede Vaticaans Concihe. Tijdens dat Concihe werd de samenwerking tussen het hoofdkwartier van de Wereldraad en het door Johannes XXIII opgerichte Secretariaat voor de Eenheid van de Christenen zó innig, dat de Wereldraad de leiding van zijn oecumenische beweging uit handen gaf om die te laten opgaan in Rome's oecumenisme. In februari 1965 kwam een gezamenlijke werkgroep tot stand van Wereldraad en R.K. Kerk inzake oecumenische betrekkingen. Het tweede verslag (1967) van die werkgroep vermeldde: De R.K. Kerk en de Wereldraad zijn het eens, dat er alleen sprake kan zijn van één oecumenische beweging. In een toelichtend artikel op dit rapport schreef mgr. Willebrands: 'Het standpunt van de R.K. Kerk is duidelijk: zij neemt deel aan het zoeken naar eenheid, maar haar activiteit is altijd geïnspireerd door haar leer over de Kerk en de eenheid, zoals staatssecretaris kardinaal Cicognani aan kardinaal Bea schreef'. In deze zin spreekt de nieuwe Codex in canon 755 van de 'oecumenische beweging', waarover in een volgend artikel meer. Inderdaad is het standpunt van de R.K. Kerk duidelijk. En niet minder duidelijk was het standpunt van de toenmalige secretaris-generaal van de Wereldraad. Op bevrijdingsdag 1965 onthulde hij, dat het uiteindelijk streven van de Wereldraad was: alle Kerken samenvoegen in één georganiseerde, zichtbare instelhng op aarde. M.a.w. de verwezenlijking van Rome's oecumenisme, de onderwerping van Orthodoxie en Reformatie aan de paus. 1 Het is niet waarschijnlijk, dat de Orthodoxe Kerken daar inlopen, gezien de mihtante houding, die de patriarch Dimitrios van Constantinopel aannam tegenover kardinaal Willebrands, toen deze als afgevaardigde van de paus naar Constantinopel was gekomen om de gedenkdag van de apostel Andreas op 30 november 1973 mee te vieren. Andreas, de jongere broer van Petrus, wordt geacht de bisschopszetel in Byzantium te hebben gesticht. Als opvolger van Andreas bracht Dimitrios in scherpe bewoordingen Willebrands onder het oog, dat hij hem ontving als afgevaardigde van zijn 'oudere broeder'. En die oudere broeder moest zich niet verbeelden, dat hij zeggenschap had over de bisschoppen in het Oosten en nog minder over de hele Kerk van Christus. Het Concilie, dat hij gehouden had, was alleen maar een Westers Concilie. Het Oecumenisch Concilie van de hele Kerk moest bestaan uit een pan-Katholiek plus een pan-Orthodox Concilie. 2 In de Orthodoxe Kerken doorgrondt men het wezen van de R.K. Kerk, omdat men haar kerkelijk recht kent. Patriarchen zullen zich niet laten verleiden, hun Kerken onder pauselijk gezag te stellen. Veel gevaarlijker is het streven van de Wereldraad voor de protestantse Kerken. Verwezenlijking ervan zou het einde van de Reformatie betekenen, de triomf van de Contra-reformatie en het is de vraag of veel protestantse theologen dit inzien. Want over het algemeen is kennis van het canonieke recht bij hen gering, zij menen die kennis zelfs niet nodig te hebben. Willen zij er iets van weten, dan steken zij hun licht op bij Nederlandse paters, die bij oecumenische ontmoetingen nooit over het juridisch aspect van hun Kerk spreken. Zien zij zich ertoe genoodzaakt, dan geven zij meer hun eigen wensdromen weer dan de strikte leer van de Kerk. Men kan daarvan zonderlinge staaltjes beleven. Daardoor zijn er protestantse theologen, die menen, dat het pauselijk gezag zó zal veranderen, dat hun Kerken zich zonder bezwaar onder dit gezag zullen kunnen plaatsen. Onveranderlijk goddelijk recht is hun onbekend. En zij vergeten, dat de breuk tussen Luther en Rome juist door dat gepretendeerde goddelijke recht is veroorzaakt. Voor Rome is de Stoel heilig, voor Luther de Schrift. Hij wilde zijn geweten toetsen aan de Schrift, niet aan uitspraken van Concilies en pausen, die z.i. dikwijls gedwaald hadden. Door deze woorden had hij de brandstapel verdiend.

Het wordt hoog tijd dat het canonieke recht leervak wordt aan de Universiteiten, in de eerste plaats verplicht voor protestantse theologen. Maar men kieze voor dit vak uitsluitend protestantse docenten. Het in werking treden van de nieuwe Codex Iuris Canonici op 27 november 1983 is voor invoering van dit vak een goede aanleiding.


Noten
1. Zie mijn artikel 'Het verraad der oecumenisten' in Protestants Nederland van januari 1975.

2. Zie het 'Naschrift' van het in noot 1 genoemde artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1983

Protestants Nederland | 8 Pagina's

De betekenis van 'oecumenisch' in het oude en nieuwe wetboek van de R.K. kerk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 november 1983

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken