Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vrijheid van een christen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De vrijheid van een christen

11 minuten leestijd

Eén van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Christelijke Kerk is de kerkhervorming. Hieraan is onlosmakelijk verbonden de naam van Maarten Luther. De Heere heeft hem willen gebruiken om het licht van Zijn Woord weer op de kandelaar te stellen en Zijn Kerk uit te voeren uit het diensthuis van Rome. Op 31 oktober 1517 sloeg Luther zijn 95 stellingen aan aan de deur van de slotkapel in Wittenberg. Zij waren gericht tegen de aflaatpraktijken van de Rooms-Katholieke Kerk. Eén stelling willen wij noemen, stelling 62: 'De ware schat der Kerk is het Evangelie van de glorie en van de genade van God'. Luther had geen enkel vermoeden van de vérstrekkende gevolgen van zijn daad. Later heeft hij ervan gezegd: 'God heeft mij er in geleid als een paard met oogkleppen voor, opdat ik niet zou zien tegen welke tegenstanders ik het moest opnemen'. Er waren veel tegenstanders. Luther durfde het tegen hen opnemen, omdat hij wist: 'Ik verkondig geen nieuwe leer, maar het oude Evangelie van Christus'. In juni 1520 ondertekende paus Leo X de bul, waarin Luther bedreigd werd met de ban, als hij niet zou herroepen. In deze tijd probeerde een zekere Karl von Miltitz te bemiddelen. Hij was een Saksische edelman, die in pauselijke dienst stond. Luther moest de paus een brief schrijven, waarin hij verzekerde, dat hij niet de persoon van de paus had willen beledigen. Als bewijs van vergevingsgezindheid moest hij bovendien een boekje opdragen aan de paus, waarin hij samenvatte, waar het om ging. Luther wilde aannemen, dat de paus het slachtoffer was van de hofkliek van het Vaticaan en de zaak niet goed begreep. Hij schreef een brief aan paus Leo X. Deze brief was niet geschreven in een onderworpen toon, maar was vermanend van aard, bijna vaderlijk. Luther schreef ook een boekje. Het was oktober 1520. De titel van het boekje luidde: 'Over de vrijheid van een christenmens'. Het is het meest bekende werk van de kerkhervormer en het heeft grote invloed gehad. Helaas niet op de paus. Het boekje handelt over de vrijheid in het geloof en de dienstbaarheid in de liefde. Luther spreekt hier als een innerlijk vrij mens. Wat een wonder, dat hij zo schrijven kon te midden van alle spanningen in die dagen. Luther weet van de vrijheid, die door het geloof in onze Heere Jezus Christus zijn deel is. Hij ziet het als zijn taak om ook anderen tot die vrijheid te brengen.

Helaas is deze vrijheid dikwijls verkeerd verstaan. Tot op de dag van vandaag toe. Als Luther het over vrijheid heeft, denkt hij aan de christelijke vrijheid. Die vrijheid is heel iets anders dan de vrijheid van de zogenaamde autonome mens. Dat is de mens die zichzelf de wet stelt, zelf wel uitmaakt, wat goed en kwaad is. Zo'n levenshouding leidt onherroepelijk tot losbandigheid. Alles kan dan, alles mag dan. Zien wij het niet in ons land? Abortus provocatus is toegestaan, alternatieve samenlevingsvormen in plaats van het huwelijk worden goedgekeurd en de euthanasie is in opmars. De ware vrijheid echter is geen losbandigheid, maar bestaat in gebondenheid aan het Woord van God. Deze vrijheid, waar Luther het over heeft, betekent daarom niet een van zich afschudden van het gezag van Gods Woord en een breken met de christelijke dogma's. Toch zien wij dat wel gebeuren. Zo zijn er theologen, die de lichamelijke opstanding van onze Heere Jezus loochenen. De goddeloze bijbelkritiek heeft verwoestend gewerkt. In grote delen van de Kerk wordt de Bijbel anders verstaan dan hij verstaan wil worden. De moderne theologen leren ons een andere Jezus dan de Christus der Schriften, de eeuwige Zoon van God die om onzentwil mens is geworden en aan het kruis Gods toorn tegen de zonde gedragen heeft. Zij prediken Jezus als de partijganger der armen, als het grote voorbeeld, waarnaar wij ons hebben te richten. Op deze wijze echter slaat de christelijke vrijheid om in haar tegendeel. De prediking van Gods genade in Christus voor zondige mensen verstomt. Er ontstaat een nieuwe wet, Jezus wordt als nieuwe wetgever gezien, Luther kende deze verderfelijke gedachtengang ook en heeft erop gewezen, dat Jezus dan tot een wetgever gemaakt wordt, die nog strenger is dan Mozes. Laten wij de christelijke vrijheid toch verstaan, zoals Luther die verstaan heeft, d.w.z, in de bijbelse zin van het woord, In zijn boekje komt Luther met twee stellingen:
a. Een christen is een zeer vrij heer over alle dingen, aan niemand onderworpen.
b. Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.

Wij noemen ons graag protestanten en willen ons houden aan de Bijbel. Maar zijn wij echt vrije mensen? Innerlijk vrij? Zijn wij een heer over de zonde, over de dood? Och, van nature niet. Dan zijn wij gebonden mensen, ook al zijn wij godsdienstig. Onze godsdienst op zich maakt ons niet vrij. Als één dat geweten heeft, is het Maarten Luther geweest. Van nature zijn wij gebonden door de zonde. De zonde zit in ons en wij lopen haar achterna. Paulus zegt, dat wij dienstknechten van de zonde zijn. Deze diepe notie van de Heilige Schrift heeft Luther verwoord in zijn geschrift 'Over de knechtelijke wil'. Hij schreef dat tegen Erasmus, die nog iets goeds in de mens meende te kunnen ontdekken. Maar in onszelf is geen goed. Wij zijn zondige mensen. Onze ergste zonde is het ongeloof. Daardoor achten wij God niet betrouwbaar, maar houden Hem voor een leugenaar. Van nature zijn wij gebonden door de zonde. Gebonden ook door de vloek van Gods heilige Wet. Vanwege onze zonden liggen wij onder de vloek. Wij zijn ook gebonden door de Wet zelf. Hij gebiedt ons: 'Houdt mijn geboden'. En wat is Hij een strenge gebieder. Er is nog meer gebondenheid. Van nature zijn wij gebonden door de satan, aan wie wij ons vrijwillig uitgeleverd hebben. Gebonden zijn wij ook door de dood, die het loon is op de zonde. De dood bedreigt ons allemaal.

Weten wij van die gebondenheid af? Hoe zouden wij de ware christelijke vrijheid kunnen verstaan, als wij van deze gebondenheid niet afweten? Luther wist ervan. Velen wisten ervan in die tijd. Daarom was zijn prediking voor velen een bevrijdende boodschap. Wij spreken over de duistere middeleeuwen. Terecht! Toch waag ik de stelling, dat de mensen in die tijd 'vromer' waren dan nu. Men kende de angst voor het oordeel van God. Onze tijd is veel meer horizontaal gericht. Heel veel mensen zijn veel banger voor de kernwapens en de milieuvervuiling dan voor de toorn van God tegen de zonde. Maar God komt met Zijn Woord. Ook vandaag aan de dag nog! Daarin wijst Hij onze gebondenheid aan. Luther wijst op Gods heilige Wet, die ons aan onszelf ontdekt. De Heere leert het ons te wanhopen aan onszelf. Luther noemt dat het 'vreemde' werk van God. Hij doet ons beseffen, dat wij onszelf niet zalig kunnen maken, dat wij geen gerechtigheid voor Hem kunnen oprichten. Kerkelijke aflaten deugen niet. Door de werken der Wet zal geen vlees voor God gerechtvaardigd worden. De Heere moet ons dat leren. Want wat zit de werkheiligheid er diep bij ons in. Luther heeft hierover gezegd: 'Onze natuur is uit zichzelf niet in staat haar uit te drijven, zelfs niet om haar als dwaling te onderkennen; zij houdt haar zelfs voor de heiligste wilsuiting'. Zelf kunnen wij het niet: onze schuld betalen en Gods Wet vervullen. Maar wij behoeven het ook niet zelf te doen! Christus is in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken. Dat is de boodschap van het Evangehe. Als wij daar geloof aan mogen hechten, ons mogen vastklampen aan Gods belofte in Christus, ja aan de Heere Jezus Christus zelf, dan staan wij in de vrijheid. Denk aan de ontdekking van Luther: niet door iets van jezelf, maar alleen door het geloof rechtvaardig voor God te zijn.

Dat betekent, dat wij aangewezen zijn op onze Heere Jezus Christus. Hij wilde aan het kruis een vloek worden om mensen, die door de vloek der Wet gebonden zijn te bevrijden. Hij ging het huis van de sterke, d.i. de satan binnen om hem zijn vaten te ontroven. Voor gebonden mensen stierf Hij aan het kruis en stond Hij op uit de dood. Dat moet de inhoud van de prediking zijn. Luther stelt, dat wij Christus niet slechts moeten prediken als voorbeeld en evenmin zo, dat wij medelijden met Hem krijgen. Hij zegt: 'Christus moet zo gepredikt worden, dat het geloof in Hem wordt opgewekt, opdat Hij maar niet alleen Christus zij, maar opdat Hij dit moge zijn voor u en mij'. 'Dit geloof wordt geboren en onderhouden daaruit, dat van Christus gepredikt wordt, waarom Hij in de wereld is gekomen en wat Hij aangebracht heeft'. Het geloof is het middel, dat ons met Christus verbindt. Waarachtig geloven wil zeggen: God voor betrouwbaar achten. In Christus wordt ons toegezegd: genade, gerechtigheid, vrede, vrijheid. Luther zegt: 'Indien u gelooft, zo hebt u ze. Indien u niet gelooft, dan mist u ze'. Hier vindt de wonderlijke ruil plaats. Christus neemt het onze, zonde..en dood. Hij heeft die overwonnen. En Hij geeft ons het Zijne: gerechtigheid, vrede, eeuwig leven. Christus is de Bruidegom, de gelovigen zijn de bruid. Zij zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Vanwege de bruidsring van het geloof heeft Christus de zonde, dood en hel van Zijn bruid aanvaard. Wat een zegen dan, als wij ons gelovig aan Christus mogen toevertrouwen. Dan delen wij in Zijn gaven. Luther zegt: 'Al heb ik gezondigd - mijn Christus, in wie ik geloof, heeft niet gezondigd en al het Zijne is het mijne en al het mijne is het Zijne.

Dit is de christelijke vrijheid. Een christen is een zeer vrij heer van alle dingen, aan niemand onderworpen. In het geloof ben ik vrij van de schuld der zonde, vrij van de vloek der Wet. Mijn schuld kan mij nog wel beroeren, maar niet meer veroordelen. Vrij ben ik ook van de Wet als strenge gebieder: 'Je moet dit, je moet dat'. Heb ik dan niets meer met de Wet te maken? Zeker wel. Christus leidt mij tot de Wet om daardoor mijn leven te ordenen, maar niet om mijzelf rechtvaardig te maken. Dan geldt, dat wij in het geloof vrij zijn van de Wet. 'De rechtvaardige is de Wet niet gezet'. Vrij ook van de heerschappij van zonde en satan. Vrij van de prikkel des doods. Een zeer vrij heer van alle dingen.

Mogen wij door genade zo leven in het geloof? Wat een zegen is dat. Intussen leven wij nog op aarde. Daarom geldt ook de tweede stelling van Luther in zijn boekje over de vrijheid van een christenmens: 'Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.' Hier komen de goede werken om de hoek kijken. Luther wordt niet moe te benadrukken, dat wij door onze goede werken niet rechtvaardig voor God kunnen zijn. Hij zegt: 'Goede werken maken niet een goede man, maar een goede man doet goede werken.' En hoe wordt iemand goed? Enkel door het geloof in Christus. In het leven des geloofs is er strijd tussen de oude mens en de nieuwe mens, tussen vlees en Geest. Er is een voortschrijden van rechtvaardiging naar heiliging. Maar dit is een wonderlijke weg, waarop zij die iets bereikt denken te hebben, toch altijd weer beginnelingen blijken te zijn. Hoe anders leeft dat in de meeste Pinkstergroepen. Zij zien de vergeving der zonden als een opstapje om dan in volle vaart door te gaan op het pad van de heiliging. Over het 'simul iustus et peccator, tegelijk rechtvaardige en zondaar' hoor je bij hen niet zoveel. Bij Luther wel. En wat leefde hij bij de Schrift! Hij stelt, dat onze oude mens getuchtigd moet worden. Ons leven moet gericht zijn op God, en ook op onze naaste. Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen. Luther zegt: 'Ik wil mij aan mijn naaste geven als in zekere zin een Christus, zoals Christus zich voor mij gegeven heeft'. Vrij geworden in het geloof dalen wij dan af in de gebondenheid. Wij doen dat uit louter liefde. Wij doen dat, omdat het Gode welbehagelijk is, niet om daardoor iets te verdienen. Mochten wij deze bijbelse prediking van Luther over de christelijke vrijheid verstaan. Wij roepen u toe: 'Indien de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn'. En als wij het van Christus mogen verwachten: 'Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.' 'Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders, alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees; maar dient elkander door de liefde'. Galaten 5:1,13.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1990

Protestants Nederland | 8 Pagina's

De vrijheid van een christen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 1990

Protestants Nederland | 8 Pagina's

PDF Bekijken