Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Luther en Psalm 46 van Datheen tot Den Besten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Luther en Psalm 46 van Datheen tot Den Besten

Nog altijd zingt de kerk ‘Een vaste Burcht is onze God’

7 minuten leestijd

Psalm 46 is geliefd als lied van vertrouwen op God Die een Vaste Burcht is, een Sterke Toren, tegen wie het bruisen der zee niets kan ondernemen. In veel kerken en gemeenten wordt nog graag deze Psalm aangeheven in de berijming uit 1773, door het Laus Deo Salus Populo (Lof aan God en tot heil des volks). God is een toevlucht voor de Zijnen zo vangt het eerste couplet aan. De berijming telt vijfenhalve strofe, waarbij couplet zes een refrein is dat we ook in vers vier aantreffen.

Onberijmd telt deze psalm 12 verzen. De psalm is oorspronkelijk gezongen op de wijze van ‘Alamoth’ (jonkvrouwen, maagden, het meervoud van ‘alma’, jong meisje). Het was kennelijk een lied van of voor het tempelkoor, bestaande uit Korachieten, geleid door een voorname dirigent.

Het is bekend dat hervormer Maarten Luther, die veel van zang en muziek hield, meermalen steun vond bij juist deze psalm. In 1528 was het zo’n moeilijke tijd voor hem, mede door het verlies van vrienden aan de dood door de toen woedende pestziekte. Luther had als balling meermalen op vestingen en burchten vertoefd: de Wartburg bij Eisenach waar hij als bijbelvertaler werkte, vermomd als ‘Jonker Jörg’. Of de Veste Coburg waar hij verbleef terwijl Melanchthon in 1530 in Augsburg de voorname lutherse Augsburgse Confessie redigeerde en liet presenteren. Luther had toen als banneling geen vrijgeleide voor een bezoek aan de Rijksdag.

Luther en Ten Kate
Welnu, in 1528 vatte hij de ganzeveder op en schreef een vrije weergave op rijm van Psalm 46. We kennen dat gedicht als het Lutherlied en als ‘Een vaste Burcht’. Ons is dat Lutherlied vooral bekend uit de nog altijd gezongen vertaling van de 19e-eeuwse dichter-dominee J.J.L. ten Kate (1819 tot 1889): ‘Een vaste Burcht is onze God,/ Een toevlucht voor de Zijnen!’ en ook ‘Geen aardse macht begeren wij;/ Die gaat wel ras verloren!’ en ‘Gods Woord houdt stand in eeuwigheid / En zal geen duimbreed wijken’.

Dat is een niet al te letterlijke vertaling van Luthers ‘Ein feste Burg’, en op zijn beurt was Luthers lied een vrije psalmbewerking. Toch is met name in de eerste strofe de oorspronkelijke tempelzang nog wel te herkennen.

De bekende Zuid-Nederlandse psalmberijmer Petrus Dathenus - een jongere tijdgenoot van Luther - gaf weer een andere versie van Psalm 46, maar hij baseerde zich op de Franse, in Genève gangbare, berijming van Louis Bourgeois uit 1551. Voor de liefhebbers van deze psalm en van het Lutherlied laten we in dit artikel twee coupletten volgen van Datheens berijming van Psalm 46, vers 1 en 6, en de oorspronkelijke Duitse Luthertekst uit 1528.

Datheen en Luther
Datheen zegt het zó:

Vers 1: Als ons de nood overvalt krachtig
Ons burcht en heil is God almachtig;
Zulks bevinden wij in den nood,
En hebben in Hem troost zeer groot.
Dies vrezen wij in genen dinge,
Al waar ‘t dat de wereld verginge.
En bergen hen wierpen snel
In ‘t midden der zee diep en fel.

Vers 6: Kortelijk, de God der heirscharen
Is met ons in stormen en baren;
God Jakobs is ons een burcht vast
Tegen geweld en overlast.

Men ziet het: Datheen was meer een berijmer dan een dichter. Zijn psalmberijming wordt hier en daar in ons land nog in de eredienst gezongen, maar het zijn meer vrome dan goedlopende en vloeiende verzen.

De tekst van Luthers lied uit 1528 luidt zo:

Vers 1: Ein feste Burg ist unser Gott,
ein gute Wehr und Waffen.
Er hilft uns frei aus aller Not,
die uns jetzt hat betroffen.
Der alt böse Feind
mit Ernst ers jetzt meint;
grosz Macht und viel List
sein grausam Rüstung ist,
auf Erd ist nicht seins gleichen.

Vers 2: Mit unser Macht ist nichts getan,
wir sind gar bald verloren;
es streit’ für uns der rechte Mann,
den Gott hat selbst erkoren.
Fragst du, wer der ist?
Er heiszt Jesus Christ,
der Herr Zebaoth,
und ist kein andrer Gott,
das Feld musz er behalten.

Vers 3: Und wenn die Welt voll Teufel wär
und wollt uns gar verschlingen,
so fürchten wir uns nicht so sehr,
es soll uns doch gelingen.
Der Fürst dieser Welt
wie saur er sich stellt,
tut er uns doch nicht;
das macht, er ist gericht.
Ein Wörtlein kann ihn fällen.
Aldus Luther elf jaar nadat hij zijn 95 stellingen het licht had doen zien, al of niet door de tekst te spijkeren aan de deur van de Wittenbergse slotkapel.

Den Besten en Wit
De vertaling (herdichting) van Ten Kate was al opgenomen in de oude Hervormde Gezangenbundel van 1938, maar ‘Ein fester Burg ist unser Gott’ komt als Gezang 401 ook terug in het Liedboek voor de Kerken uit 1973. Daar heeft men Ten Kates berijming losgelaten en vervangen door een nieuwe vertaling/berijming van de dichter en germanist Ad den Besten en van dichter-dominee Jan Wit. Die tekst telt vier coupletten en sluit soms nauwer aan - ook qua melodie - bij de oude Duitse tekst.

De strofen beginnen als volgt: ‘Een vaste burcht is onze God, een wal die ‘t kwaad zal keren’, Al onze macht is ijdelheid; wij gaan terstond verloren’, Al wordt de wereld ook een hel / en ‘t leven niets dan lijden’, en ‘Gods heilig woord alleen houdt stand, Gods waarheid zal ons staven’. Maar ook Den Besten en Wit rijmelen er soms maar op los en gebruiken af en toe verouderde woorden zoals het ‘staven’ in vers 4.
Kortom, een echt nauwgezette vertaling van dit lied van Luther is nog steeds niet beschikbaar voor de zingende gemeente.

Het lied verscheen in 1533 in Wittenberg in de bundel ‘Geistliche lieder auffs new gebessert’, dus de heruitgave van een oudere bundel. Dat klopt wel, want al in 1524 verscheen een eerste Evangelisch Gezangboek met 24 liederen van Luther. Daar was ‘Ein feste Burg’ nog niet bij. Overigens heeft het Liedboek voor de Kerken veel meer teksten van Luther opgenomen. Daaronder Gezang 24 over de profeet Jesaja uit 1526, opgenomen in de ‘Geystliche Lieder’ die in 1545 in Leipzig verscheen, één jaar voor Luther in Eisleben stierf. De vertaling van dit ‘Jesaja de profeet zag in de geest’ is weer van Den Besten en een vrije weergave.

Veel gezangen van Luther
Liefst achttien nummers telt het Liedboek van 1973 op naam van Luther, waaronder Gezang 48, Luthers herdichting van het ‘Onze Vader’, die als ‘Vater unser in Himmelreich’ in 1539 in Leipzig uitkwam in de ‘Geistliche Lieder auffs new gebessert und gemehrt’. De vertaling is van Jan Wit en J.W. Schulte Nordholt: “O, onze Vader, trouwe Heer, zie uit Uw hemel op ons neer”. Ook Gezang 122, ‘Nun komm, der Heiden Heiland’ uit het ‘Enchiridion Oder seyn Handbuchlein’ uit Erfurt (1524) is van Luther, vertaald als ‘Kom tot ons, de wereld wacht’. En wie kent niet kerkliederen als ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’, of ‘Dies ist der Tag, den Gott gemacht’, in de vertaling van Pieter Leonard van de Kasteele, secretaris van de Psalmberijming van 1773, ‘Dit is de dag, die God ons schenkt’. Zo is er nog veel meer te noemen uit de Liederschat van Luther die óók een hervormer van het kerklied was en die gelukkig niet uit het moderne Liedboek is verdwenen.

Het lijkt mij een prima idee om straks op Hervormingsdag - 31 oktober valt nu op een zondag - al dan niet vóór, tijdens of na de kerkdienst een of meer coupletten van ‘Een vaste Burcht’ aan te heffen, naar keuze in de berijming van Ten Kate of van Den Besten en Wit. En in diezelfde dienst moet de voorganger dan ook maar Psalm 46 opgeven, hetzij in de vertaling van Datheen uit de 16e eeuw of die van ‘Laus Deo’ uit 1773 of die van Jan Willem Schulte Nordholt uit het Liedboek anno 1973; ‘God is een toevlucht ‘t allen tijde, die ons uit nacht en dood bevrijdde’ en ‘De Godsstad ligt aan blanke stomen’ en ‘ komt en aanschouwt des Heren daden’. Dat willen wij opnieuw doen, op Hervormingsdag 1999.

H.H.J. van As te Apeldoorn

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1999

Protestants Nederland | 16 Pagina's

Luther en Psalm 46 van Datheen tot Den Besten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1999

Protestants Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken