Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het synergisme van Rome

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het synergisme van Rome

Augustinus: De grootste kerkvader van het Westen (5 en slot)

16 minuten leestijd

Augustinus geldt als de grootste kerkvader van het Westen. Hij leefde ruim voor het schisma van Rome en Reformatie. Evenwel, beide geloofsrichtingen beroepen zich op hem. In hoeverre is het beroep van Rome én Reformatie op Augustinus terecht? In vijf artikelen behandelen we de verhouding tussen Augustinus en de Reformatie. Daarin staan we ook stil bij de doorwerking van Augustinus in de Rooms-katholieke Kerk en de visie van Rome op de vrije wil, de (erf)zonde en de genade. In dit vijfde en laatste artikelen gaat het over Augustinus en het synergisme van Rome. Synergisme betekent de medewerking van de mens met God in het werk van de bekering.

Het pelagianisme werd door een aantal concilies officieel afgewezen als een ketterij, juist vanwege de optimistische visie op de menselijke natuur en het ontkennen van het genade-karakter van het heil. De pelagianen ontkenden de voorkomende werking van de genade. Ook in de Rooms-katholieke Kerk geldt het pelagianisme officieel nog steeds als een ketterij. Maar de Rooms-katholieke Kerk heeft altijd een slag om de arm gehouden wat de waardering van de late Augustinus betreft. De strenge augustiniaanse genadeleer werd zeker niet integraal overgenomen, maar van haar scherpe kantjes ontdaan of soms ontkend.

Het verzet tegen de radicale Augustinusopvattingen heeft altijd in de kerk van Rome een plaats gehad. Afgezien van de vraag of we voor de leer van Rome de term semipelagianisme moeten gebruiken, het neemt niet weg dat Rome er een visie op na houdt die gebaseerd is op een samenwerking van de mens met God in het werk van de bekering, die aangeduid wordt als synergisme. In de Rooms-katholieke Kerk wil men recht doen aan de eigen inbreng van de gelovige. Van Rooijen stelt dat de Roomskatholieke Kerk nooit ernaar heeft gestreefd de genade te verheffen boven de natuur. Maar de grote natuurlijke waarden, de bruikbaarheid van het verstand en de “waarachtige vrijheid van de wil” heeft zij steeds “onwrikbaar” verdedigd.

Subjectieve deelname
In een handboek over het rooms-katholieke geloof, voorzien van een voorwoord van de voormalige aartsbisschop Johannes (Jan) de Jong (1885-1955), lezen we dat pas door de subjectieve deelname aan de verlossing in Jezus Christus de mens verlost wordt. “De genade komt nu eenmaal niet als een dwingend noodlot over den mens.” “God heeft ons geschapen als zedelijke persoonlijkheden met eigen kennis en een vrije wil, en Hij respecteert deze rechten onzer persoonlijkheid. Eerst dan, wanneer wij ons met onze vrije wil van de zonde losmaken en ons weer tot God wenden, kan God ons verlossen zonder de rechten van onze zedelijke persoonlijheid aan te tasten.” Dat betekent geen zelfverlossing, want al kan de mens door het berouw zijn (verkeerde) wil terugtrekken en weer op God richten, de kloof kan alleen door God (in Christus) overbrugd worden.

Maar daarbij blijft de samenwerkende wil wezenlijk van belang. “Zoals dus de objectieve verlossing alleen door den Godmens Jesus Christus tot stand kan komen, zo behoeft de mens ook voor zijn subjectieve verlossing de tussenkomst van Christus. Alleen door de samenwerking van Christus en den mens [cursief van de schrijver, vdZ.] is de subjectieve deelname aan de verlossing mogelijk”.

Trente
Fundamenteel in de ontwikkeling van de Rooms-katholieke Kerk is het Concilie van Trente (1545- 1563). Daarin wordt in het decreet over de erfzonde de leer van Pelagius afgewezen, maar evenzeer de identificatie van erfzonde met de concupiscentia zoals Luther die volgens Trente voorstond; deze stelde dat de altijd blijvende zondigheid bedekt wordt door de rechtvaardiging van buitenaf. Het verschilpunt betreft niet de erkenning van de soevereine genade (als eerste factor, óók volgens Trente), maar de wijze waarop deze genade zich verhoudt tot de menselijke activiteit. Trente leert dat de gevallen mens zonder een beweging van de genade geen bovennatuurlijke handelingen kan verrichten die hem op het ontvangen van de rechtvaardiging voorbereiden. Rome wil niet aan de betekenis van het geloof en van Gods soevereine genade afdoen. Trente stelt dat de mens zich door zijn natuurlijke krachten niet kan bevrijden, maar stelt evenzeer dat door de erfzonde de vrije wilsbeschikking niet ongedaan is gemaakt maar slechts verzwakt en geneigd tot het kwaad. “Niet over het genadevolle begin van de rechtvaardiging zou de strijd lopen, maar over haar voortgang en haar consequenties binnen de grenzen van het menselijk bestaan”, aldus Berkouwer. De leer van de rechtvaardigmaking wordt in Trente zo geformuleerd dat het begin ervan aan de voorkomende genade van God te danken is, maar dat de mens zich op de bekeringsgenade kan voorbereiden.

Inwendige vrijheid
Aan de ene kant wordt gezegd dat de mens door de zonde zozeer is verzwakt dat hij zonder genade de wil van God niet kan volbrengen. Aan de andere kant vervangt de genade de inwendige vrijheid niet, maar stelt de kerk dat door de hulp van de genade “onze wilsvrijheid niet wordt opgeheven, maar bevrijd, zodat wat ziek was gezond wordt”. De mens immers blijft verantwoordelijk voor zijn daden, ook vrij om de genade te weigeren en te blijven zondigen. Hij is vrij om vanuit de genade met de genade mee te werken en zich op de rechtvaardigmaking voor te bereiden. De Rooms-katholieke Kerk stelt dat aan alle mensen voldoende genade is geschonken om het aangeboden heil te aanvaarden. Mensen worden slechts verworpen als zij de genade verwerpen. Trente baseert zich op de scholastieke redenering dat God aan hem, die doet, wat in zijn vermogen is, de genade niet zal weigeren. “God beveelt het onmogelijke niet, maar als Hij beveelt, dan vermaant Hij u tegelijkertijd, om te doen wat ge kunt en te vragen, wat ge niet kunt en Hij helpt u, om het te kunnen.” Het is een dwaling volgens Trente dat we alleen door het geloof worden gerechtvaardigd, dat wil zeggen louter alleen vanwege de toerekening van de gerechtigheid van Christus. Trente verwerpt volgens Seeberg zowel de grove pelagiaanse leer alsook de augustiniaans-thomistische genadeleer. God is de enige oorzaak is van de gerechtigheid, maar tegelijkertijd wordt de “cooperatio” tussen mens en God en het verwerven van het eeuwige leven door verdienste gehandhaafd. De mens bereidt zich zelf - instemmend met Gods genade en met haar samenwerkend (eidem gratiae libere assentiendo et cooperando) - op de rechtvaardiging voor.

Innerlijke mens
De rechtvaardiging bestaat in de vernieuwing van de innerlijke mens, die door het doopsacrament geschiedt. Omdat de genadewerking vergezeld gaat met de coöperatie van de vrije wil wordt daarom een expliciete belijdenis van de predestinatie vermeden. Trente leert weliswaar dat de genade onverdiend is, maar niet onwederstandelijk. De mens moet zich immers door de voorkomende genade geschikt maken en zich voorbereiden. De gratia infusa van de rechtvaardiging blijft wederstandelijk en verliesbaar. De leer van de absolute verkiezing is door Rome in Trente beslist verworpen, aldus Bavinck. “Zij heeft echter daarbij steeds de naam van Augustinus vermeden, van zijn leer bij zijn aanhangers een karikatuur gemaakt en deze veroordeeld.” De natuurlijke aanleg van de mens op God is een belangrijke overtuiging in verschillende actuele geloofsdocumenten van de Rooms-katholieke Kerk. De Katechismus van de Katholieke Kerk begint met de passage: “God die oneindig volmaakt en gelukkig in zichzelf is, heeft, uit zuivere goedheid, in vrijheid de mens geschapen, om hem te laten delen in zijn eigen gelukzalig leven.” De Katechismus stelt dat de mens, in wie het verlangen naar God is ingegrift, bekwaam is door God aangesproken te worden.

Vrije wil
Door de vrije wil beschikt iedereen over zichzelf. “De vrijheid is in de mens een kracht om te groeien en te rijpen in waarheid en goedheid. De vrijheid bereikt haar volmaaktheid wanneer ze gericht is op God, onze zaligheid. Zolang de vrijheid niet definitief gevestigd is in haar uiteindelijk goed dat God is, impliceert zij de keuzemogelijkheid tussen goed en kwaad, dus de mogelijkheid om te groeien in volmaaktheid of te bezwijken en te zondigen. (…) Hoe meer men het goede doet, des te meer wordt men vrij.” De rechtvaardiging betekent in de optiek van Rome voor de mens “het zich open stellen voor God, het voldoen aan de hem door God gestelde normen.” De mens ontvangt de genade die hem in staat stelt “mee te werken” aan de heiliging van zichzelf en van de wereld. “De genade is een geschenk; de mens is vrij om het aan te nemen of af te wijzen. Ze laat de vrije wil van de mens onverlet.” Hiermee is wel heel duidelijk de kern van het (semi-)pelagianisme uitgesproken. Ook de manier waarop de rechtvaardiging wordt ingevuld is een afzwakking van de reformatorische doctrine en opnieuw niet van pelagiaanse smetten vrij. In de Katechismus wordt het synergisme subtiel verwoord. Aan de ene kant wordt duidelijk gesteld dat de rechtvaardiging van de mens voortkomt uit Gods genade.

De genade is een gunst, een belangeloze hulp die God biedt om Zijn oproep te beantwoorden: kinderen van God te worden en deel te hebben aan het eeuwige leven. De roeping tot het eeuwige leven is bovennatuurlijk. Aan de andere kant vraagt “het vrije initiatief van God” om “een vrij antwoord van de mens”.

Gemeenschap
Slechts in vrijheid kan de ziel komen tot de gemeenschap van de liefde. De Katechismus legt de nadruk op de voorbereidende werkzaamheden die in de mens plaatsvinden om de genade te ontvangen. “Deze voorbereiding is nodig om onze medewerking aan de rechtvaardiging door het geloof en aan de heiliging door de liefde, op te wekken en te steunen.” Deze leer werkt ook door naar de verdiensten. Tegenover God is er van de kant van de mens geen verdienste in de zin van een strikt recht (op genade). Maar: “Er kan in het christelijk leven sprake zijn van een menselijke verdienste bij God, omdat God uit eigen wil de mens heeft willen betrekken bij het werk van zijn genade (cursief van de Katechismus, vdZ.). Het vaderlijk handelen van God komt steeds op de eerste plaats, omdat Hij de aanzet geeft; het vrije handelen van de mens komt op de tweede plaats, omdat hij zijn medewerking verleent.”

Katholiek denker vóór het schisma
We constateren dat Rome duidelijk andere accenten legt dan Augustinus’ anti-pelagiaanse opvattingen over genade, verkiezing en erfzonde, zoals hij die met name aan het eind van zijn leven heeft geformuleerd. Toch is de kwestie van het beroep van Rome en Reformatie op Augustinus een complexe. Van roomse zijde wordt toegegeven dat de leer van Augustinus en die van het Concilie van Trente niet kunnen worden vereenzelvigd. Van protestantse zijde ziet men in de werken van Augustinus gedachten verwoord die niet direct op één lijn met die van iemand als Calvijn kunnen worden gesteld. Heeft Augustinus aanleiding gegeven tot een onzekerheid wie nu de ‘echte’ Augustinus is? Mark Ellingson stelt dat op grond van sommige uitlatingen van Augustinus, met name ten aanzien van de verhouding van de (vrije) wil tot de genade, de kerkvader een onduidelijkheid heeft geschapen. Het is dan ook volgens hem geen wonder dat protestanten en roomskatholieken nog steeds van mening verschillen over het al dan niet wettige beroep op Augustinus. Terwijl sommige rooms-katholieken een verwantschap zien tussen Augustinus’ denkbeelden en de (officiële) rooms-katholieke kerkleer, wijzen anderen op belangrijke verschillen en wordt gesproken van een “Niedergang des Augustinusmus” (Von Harnack). De Reformatie wordt dan verweten die elementen van Augustinus te benadrukken die door de kerk van Rome bewust terzijde werden gelaten. Anderen wijzen op een discrepantie tussen Augustinus’ leer van de kerk en die van de genade, wat al een aanleiding gaf tot een verschillend beroep op de kerkvader. De Amerikaanse calvinist Warfield stelt dan: “De Reformatie was welbeschouwd de uiteindelijke overwinning van Augustinus’ leer van de genade op Augustinus’ leer van de kerk.”

Twee fronten
Volgens Meijering kunnen zowel de Roomskatholieke Kerk als de protestantse kerken zich op Augustinus beroepen. Hij verklaart dat vanuit de twee fronten waartegen de kerkvader streed: het manicheïsme en het pelagianisme. De eerste tegenstander overwon Augustinus door de autoriteit van de Katholieke Kerk en met behulp van de platoonse filosofie, het pelagianisme overwon hij door Paulus en gedeeltelijk door het platonisme. “De speculatieve anti-Manicheïsche Augustinus heeft onmiskenbaar geschiedenis gemaakt in het scholasticisme en de latere katholieke theologie, de anti-pelagiaanse Augustinus, die zijn blik vooral richtte op genade en verlossing, heeft geschiedenis gemaakt in het protestantisme. De anti-Manicheïsche Augustinus heeft even veel recht om beschouwd te worden als de ‘ware Augustinus’ als de anti-pelagiaanse Augustinus.” We moeten voorzichtig zijn om Augustinus te claimen voor een bepaalde geloofsrichting. Daarvoor was hij te groot en ook waarlijk te katholiek. Men kon echter wel van rooms-katholieke zijde bepaalde elementen uit hun context halen en verabsoluteren, zodat ze een eigen leven gingen leiden. Augustinus’ visie op seksualiteit en onthouding, zijn gedachten over het kloosterleven, het waren allemaal elementen die later goed inpasbaar zouden zijn in de rooms-katholieke geloofsbeleving. De Knijff wijst bijvoorbeeld op Augustinus’ visie op de maagdelijkheid als het ‘toppunt’ van het morele leven en de seksualiteit als een dieptepunt ervan. Als de kerkvader tegelijkertijd de goedheid van de seksualiteit – als instrument van de voortplanting en als scheppingsgegeven vóór de val – honoreert, heeft dat geleid tot een dubbele moraal van celibatair en gehuwd.

Celibaat
“Het machtig beslag van deze theorie is werkzaam tot op de huidige dag, met name in de Rooms-katholieke huwelijksleer en zij blijft door alle verdedigde varianten van het celibaat heensteken.” Zo paste men Augustinus’ geloof in de onmisbaarheid van de “ecclesia catholica” graag toe op de Rooms-katholieke Kerk en vereenzelvigde men zijn vertrouwen op de autoriteit van Rome met de leer van het primaatschap van de paus. Het geloof wordt door Augustinus vaak omschreven als het “katholieke” geloof.

Maar Augustinus is zeker niet de kerkvader op wie Rome zich ten aanzien van het primaatschap van de paus kan beroepen. Christus heeft niet op de persoon van Petrus, maar op diens geloof Zijn kerk willen bouwen, aldus Augustinus. Slechts door de Steenrots Christus kon Petrus steenrots worden. Dat neemt niet weg dat op dit punt gemakkelijk bepaalde misverstanden konden ontstaan, omdat bij Augustinus schrift- en kerkgezag nagenoeg samenvallen. De katholieke kerk, geworteld in de apostolische traditie en bisschoppelijke successie, is bij Augustinus een soort bovenhistorische garantie van christelijke waarheid. Maar de kerk staat echter nooit boven de Schrift, hetgeen bij Rome wel het geval is. Niet de kerk, maar de Schrift is onfeilbaar. Christenen moesten zich volgens Augustinus van de bisschop van Rome distantiëren wanneer deze zich stelde tegen de Schrift. Niet de paus maar een oecumenisch concilie gold voor hem als hoogste, kerkelijke autoriteit. Deze kon voorts weer door een volgend concilie verbeterd worden, inzoverre er een verdere verdieping van de waarheid plaatsvond.

Zestiende eeuw
Wanneer Augustinus in de zestiende eeuw zou hebben gezien, waartoe bepaalde elementen van zijn gedachtegoed zouden hebben geleid, hij zou zich hiertegen even fel verzet hebben als hij tegen de pelagianen gedaan had. De rijpe, antipelagiaanse Augustinus, de denker die in God zijn rust en bestemming heeft gevonden, die de genade dwars tegen alle natuurlijke verlangens, inspanningen en verdiensten heeft leren kennen, dat is de Augustinus, die ook door Luther en Calvijn als de ware Augustinus werd gezien. Terecht heeft Kurt Flasch die Augustinuswetenschappers gehekeld die de genade- en erfzondeleer van Augustinus zelfs niet eens vermelden, omdat men daar geen raad mee weet. Deze eliminering uit het totale filosofische kader van Augustinus is onhoudbaar. “Hij hield zijn genadeleer voor de ware, de christelijke filosofie. Hij zag haar als zijn beslissende werk. Hij heeft decennia over haar gedisputeerd en heeft met haar eeuwen gestempeld.” Dat alles neemt niet weg dat Augustinus een figuur is die niet door protestant of rooms-katholiek is te annexeren. Dat zou een anachronisme zijn die geen recht doet aan de vele eeuwen verschil in afstand die er is tussen de kerkvader en de latere reformatorische én rooms-katholieke traditie.

Schakel
W. H. van der Pol zegt het daarom treffend: “In Augustinus’ leven liggen Rome en Reformatie nog ineengestrengeld; bij Thomas en Calvijn gaan Rome en de Reformatie leerstellig en systematisch uiteen.” Noordmans formuleert het zo “Hij is de schakel, die katholieken en protestanten op natuurlijke, ongedwongen wijze verbindt. Thomas Aquinas leefde en leerde ook lang voor de Reformatie. Wij kunnen tot de roomsen zeggen: hij is evengoed van ons als van u.” “Maar hij is het niet. Wij kunnen ook moeilijk zo warm zijn voor een renaissance van zijn filosofie, zoals die bij hen plaats heeft. Maar Augustinus is de universele Europese christen. Hij behoort, nu afgezien van de Griekse kerk, aan allen evengoed. Naast hem is in de Oudheid ook niemand te noemen, van wie dat ook maar van verre in gelijke mate zou kunnen worden gezegd.” H. Bavinck doet een poging om het wederzijdse beroep wat te concretiseren: “Rome beroept zich op hem voor hare leer van kerk, sacrament en autoriteit; de reformatie voelde zich aan hem verwant in de leer van praedestinatio en gratia… Augustinus behoort niet aan één kerk, maar aan alle kerken te samen. (…) Onze beste, diepste en rijkste gedachten in de dogmatiek danken zij aan hem. Augustinus is de dogmaticus der christelijke kerk geweest.”

Genadeleer
De actualiteit van Augustinus ligt mijns inziens vooral in zijn genadeleer. Het is Augustinus geweest die voor het eerst in de kerkgeschiedenis zich noodgedwongen heeft moeten bezinnen op het diepe mysterie van Gods verkiezend handelen en de spanningsvolle relatie tussen Gods genade in Christus enerzijds en de gelovige aanvaarding van de genade anderzijds. Augustinus leerde wat later door de Dordtse Leerregels uitgedrukt werd, dat God de genade “zonder ons in ons” werkt. Het verrassende is dat Augustinus in het heilsgebeuren de wil als wil onverlet laat en toch de genade op een soevereine manier als genade handhaaft. Genade is immers “gratis”, om niet. Zij wordt ons toegerekend niet naar verdiensten, maar als een vrije gift. Tegelijkertijd wist Augustinus diepzinnig door deze soevereine genadeleer heen de rusteloze beweging van natuurlijke mens naar God - ondanks de zonde - vast te houden. Op de bodem van de ziel leeft bij de mens het besef een onttroonde koning te zijn (Pascal) en maakt de zonde het natuurlijk verlangen van de mens naar God, zijn capax Dei, niet ongedaan. Zo kon Augustinus de onrust van de zondige mens én het genadekarakter van de mens in Christus beide vasthouden en is hij daarom in staat om de spanning of beter gezegd de tegenstrijdigheid tussen verkiezing en verantwoordelijkheid te doorbreken.




De auteur van deze artikelenserie heeft via Uitgeverij Jongbloed, Heerenveen recent een boek over Augustinus uitgebracht onder de titel: ‘Augustinus, de kerkvader van het Westen – zijn leven, zijn werk, zijn invloed’. In dit boek laat de auteur de bronnen zelf spreken. Dit boek is een grondige bewerking én uitbreiding van een uitgave uit 1993, waardoor het volgens de auteur een nieuw boek is geworden.
ISBN 978-90-582-9911-6, 384 blz., prijs € 24,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 2009

Protestants Nederland | 24 Pagina's

Het synergisme van Rome

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 2009

Protestants Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken