Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Smet op blazoen van de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Smet op blazoen van de kerk

Deelname aan kruistochten beloond met kwijtschelding van zonde

8 minuten leestijd

Het fenomeen kruistochten werpt een smet op het blazoen van de christelijke kerk. De lijvige standaardwerken van Jonathan Philips en Thomas Asbridge staven deze conclusie. Zij beschrijven de geschiedenis van de kruistochten door de eeuwen heen en laten zien hoe een heilige oorlog, gericht op bevrijding van het Heilige Land, vergezeld ging met massale moordpartijen. De christenen deden niet onder voor de moslims die óók hun heilige oorlog (jihad) kenden.

Het is gebruikelijk om de oproep van paus Urbanus II tot de Eerste Kruistocht in 1095 te beschouwen als het beginpunt van de kruistochten. Dat is evenwel volgens Jonathan Philips onjuist, omdat het christendom en de islam al eeuwenlang tegenover elkaar stonden. Feit is wel dat de escalatie begon toen de Byzantijnse keizer Alexius van Constantinopel in de elfde eeuw de paus hulp vroeg tegen het opdringend geweld van moslims in Klein-Azië.
Paus Urbanus II mat de wreedheden van de moslims, die al geruime tijd een opmars begonnen waren in het Midden-Oosten en Europa, breed uit en de schare die in november 1095 in Clermont in Midden-Frankrijk onder zijn gehoor was, was er zo van onder de indruk dat ze uit één mond riep: “God wil het! God wil het!”
De paus recruteerde ridders die met hun ‘heilige oorlog’ een volledige aflaat konden verdienen. Zij konden daarmee hun zonden van hun slechte leven boeten. “Een ridder had dus een ontsnappingsroute nodig om niet in het hellevuur terecht te komen”, aldus Philips. Naast dit overwegend religieuze motief speelde ook zucht naar geld en bezit een rol. De groeiende samenwerking tussen het pausschap en de aardse machten was een essentiële vereiste voor de kruistochten.

Immens bloedbad
Vier jaar na de oproep van de paus veroverden de “ridders van Christus”, zoals zij zich bij voorkeur noemden, op 15 juli 1099 Jeruzalem en richtten een immens bloedbad aan, waarbij vrouwen, kinderen en zelfs baby’s niet gespaard werden. Direct daarna naderden de pelgrims in grote ontroering de heilige plaatsen die zij op de islam hadden veroverd. De schrijver tekent hierbij aan: “Deze gruwelijke gebeurtenissen vormden eeuwlang een onuitwisbare smet op de betrekkingen tussen moslims en christenen.”
Paus Urbanus II vond de kruistocht een manier om het aanzien van het pausschap te vergroten. Voor de Eerste Kruistocht was een coalitie tussen adel en kerk nodig, later kreeg het fenomeen kruistocht een eigen dynamiek toen koningen gingen meedoen. Toch bleef het kerkelijke gezag de centrale factor in de prediking van de kruistocht.
De kruistochten zelf tartten alle verbeelding. De eerste lichting vertrok met 60.000 deelnemers, maar het merendeel van de anonieme massa kwam om door ziekte of honger, of deserteerde.
De schrijver laat zien hoe de kruistochten zich niet alleen tegen de moslims in het Heilige Land keerden, maar ook gaandeweg werden georganiseerd tegen diverse andere groepen, zoals katharen (in Zuid- Frankrijk), hussieten (in Bohemen) en oostersorthodoxen. Zelfs joden werden onderweg het slachtoffer. Paus Eugenius III had tijdens de Tweede Kruistocht de strijd tegen de heidenen van Noord-Europa op één lijn gesteld met de campagne in het Heilige Land. Het rooms-katholieke geloof moest hersteld worden op de islam. Wilden de kruistochten slagen, dan moest de samenleving gezuiverd worden van de zonde, wat impliceerde het uitroeien van allerlei ketterse stromingen.

Spiraal van geweld
Kruistochten riepen geweld op van moslims, waardoor ze een spiraal van geweld veroorzaakten. Paus Innocentius III instigneerde de Vierde Kruistocht die in 1204 uitliep op de plundering van Constantinopel. Kruisvaarders hielden huis in de Hagia Sophia, het geestelijke hart van Byzantium. “Dronken westerlingen sprongen rond onder het prachtige mozaïekplafond, een hoer danste op het altaar en zette zich vervolgens wijdbeens neer op de zetel van de patriarch.”
Opvallend is het religieuze geweld, dat in het concept van de heilige oorlog besloten ligt. De kruistochten drukten immers Gods heilige wil uit om het Heilige Land te verlossen van het verderf der heidenen. Oorlog in de naam van God. Paus Innocentius III geloofde dat hij als plaatsbekleder van Christus verantwoordelijk was voor ieders ziel en dat een kruistocht een methode was waardoor hij zijn voogdijschap kon behouden en uitbreiden.
In een slothoofdstuk gaat de schrijver in op de “nieuwe kruisvaarders”, groepen en personen die een kruistocht organiseerden tegen bijvoorbeeld het communisme of voor geheelonthouding.
Maar dan is de term gebruikt in een lossere, meer metaforische betekenis. In het huidige escalerende conflict rond de islam sprak de voormalige Amerikaanse president George W. Bush direct na de aanslagen van 2001 van een kruistocht tegen het terrorisme.
Gevaarlijke taal, want hij riep daarbij beelden van aanvallen van christenen in herinnering die moslimlanden binnenvielen. De hedendaagse westerse bemoeienis met landen als Egypte, Palestina en Irak wordt immers in die landen gezien als een voortzetting van de oorlogen van de kruisvaarders in het verleden. De kruistochten zijn voorbij, maar de heilige oorlog van de islam niet, zo is de boodschap van het boek.
De schrijver heeft een realistisch beeld van de kruistochten gegeven, dat naar mijn mening vooral de waarde onderstreept dat de uitbreiding van Gods Koninkrijk niet door kracht en geweld geschiedt. Gewelddadige uitbreiding van het christendom is niet alleen onbijbels en tegen de geest van Jezus in, maar ook zonder effect.
De escalatie van geweld is er het antwoord op, zo laat het boek overtuigend zien. En de kruistochten hebben een smet op de christelijke kerk geworpen die vooral bij moslims blijvend schrijnend is.

Tweeërlei perspectief
Even grondig is het werk van Thomas Asbridge, docent Middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Londen en internationaal vermaard expert op het gebied van de kruistochten. Hij beschrijft de kruistochten vanuit zowel het christelijke als islamitische perspectief.
De vraag die hij aan de orde stelt is: Zijn de kruistochten een daad van christelijke agressie geweest die geleid hebben tot een spiraal van religieus geweld vanwege de reactie van de islamitische jihad? Volgens Asbridge leidde de kerstening van de post- Romeinse heersers, zoals de Germanen, ertoe dat de nieuwe Germaanse acceptatie van oorlogvoering en krijgsmansleven werd opgenomen in het Latijnse geloof.
In de tweede helft van de elfde eeuw kwam het Latijnse christendom steeds dichter in de buurt van een volledige aanvaarding van de ‘gewijde’ oorlogvoering. Paus Gregorius VII verkondigde dat de paus het onomstreden recht had om soldaten te mobiliseren voor de verdediging van God en de Latijnse Kerk.
“Hij plaveide tevens de weg naar het concept van geheiligd geweld binnen een kader van boetedoening, een idee dat deel zou uitmaken van de essentie van de kruisvaart”, aldus Asbridge. De hoofdarchitect zou later paus Urbanus II worden.

Combinatie van geloof en geweld
De islam heeft volgens Asbridge de oorlogsvoering van begin af aan omhelsd. “De combinatie van geloof en geweld in de islamitische religie kwam derhalve sneller en vanzelfsprekender tot stand dan die in het Latijnse christendom, waar veeleer sprake was van een geleidelijke ontwikkeling.” Er was echter in het Midden-Oosten niet sprake van een vijandschap tussen moslims en christenen.
De kruistochten waren wel een reactie op de islamitische verovering van de heilige Jeruzalem, maar die dateerde al uit 638 en kon daarom volgens Asbridge niet een recente bron van ergernis worden genoemd. Jeruzalem was in de elfde eeuw zelfs een bloeiend centrum van religieuze toewijding voor moslims, christenen en Joden.
De islam stond verder in die tijd ook niet op het punt een grootscheepse aanval op het Westen te doen.
Feit is wel dat – achteraf – de strijd om het Heilige Land in een langdurige geweldsspiraal belandde, waarbij zowel de christenen als de moslims een onmenselijke wreedheid aan de dag legden, aldus Asbridge. Aan béide zijden zag men de oorlog in onlosmakelijk verband met religie. Voor de moslims een zaak van jihad, een religieuze plicht (hoewel de jihad bij moslims primair een innerlijke zaak is), voor de christenen een toelaatbare en doeltreffende vorm van vrome toewijding.
In de islamitische wereld is er momenteel sprake van een nieuwe belangstelling voor de kruistochten, aldus Asbridge. Men wijst op de overeenkomst tussen de middeleeuwse bezetting door de kruisvaarders en de moderne westerse bemoeienis met het Midden-Oosten, vooral na de stichting van de staat Israël (1948).

Islamitische propagandisten
Moslims doen steeds meer onderzoek naar de middeleeuwse strijd om het Heilige Land. De tijd van de kruistochten komt goed te pas in de kraam van islamitische propagandisten. Niet alleen de imperialistische kruisvaders hebben het Heilige Land bezet, maar ook de Joden. “Moderne kruisvaarders en zionisten zouden de handen ineen geslagen hebben in de strijd tegen de islam”, zo typeert de schrijver het moslimperspectief.
Volgens Asbridge is het gebruik van de kruistochtparallellen bijzonder gevaarlijk gebleken. Ze hebben geleid tot een misleidende weergave van de geschiedenis, tot de welhaast fatalistische acceptatie van de onvermijdelijkheid van een “botsing der beschavingen”.
De kruistochten tonen verder aan dat godsdienst en ideologie het vermogen bezitten om mensen massaal te inspireren tot hartstochtelijke daden, zoals het plegen van geweld. De gedachte dat de strijd om de heerschappij over het Heilige Land – geponeerd door christenen én moslims – van directe invloed is op de moderne wereld, is volgens de schrijver misleidend.
De schrijver vindt dat de kruistochten moeten blijven waar ze thuishoren: in het verleden. Toch heeft hij, net als met Jonathan Philips, de verdienste om juist over dit verleden een boek te schrijven dat met recht een handboek genoemd kan worden.


N.a.v.: In naam van God. Een nieuwe geschiedenis van de kruistochten; door Jonathan Philips. Uitgave van Uitgeverij Nieuw Amsterdam/Lannoo, 2009. Paperback. ISBN 978 90 7823 005 2. 480 Blz.; prijs € 29,95; De kruistochten. De strijd om het Heilige Land; door Thomas Asbridge. Uitgave van Uitgeverij Spectrum, Houten, 2010. Gebonden. ISBN 978 90 2742 436 5. 784 Blz.; prijs € 39,99.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2013

Protestants Nederland | 36 Pagina's

Smet op blazoen van de kerk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2013

Protestants Nederland | 36 Pagina's

PDF Bekijken