Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het NBG in vogelvlucht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het NBG in vogelvlucht

Het 200-jarige Nederlands Bijbelgenootschap geeft herdenkingsboek uit

11 minuten leestijd

Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) is 29 juni 1814 te Amsterdam opgericht. Het waren de Engelsen die aandrongen op een dergelijk genootschap; zijzelf richtten reeds in 1804 hun bijbelgenootschap op: the British and Foreign Bible Society (BFBS). Voor 1814 waren al in verschillende Europese landen bijbelgenootschappen opgericht door de BFBS, dat zich tot doel had gesteld over de hele wereld de bijbelverspreiding te bevorderen. Maar pas na de val van Napoleon kon dat in Nederland en andere landen op het continent.

Politieke en culturele elites zagen de verspreiding van de Bijbel als een morele impuls voor de eigen samenleving en de koloniale bevolking. In Nederland verschenen ook spoedig na de oprichting in 1814 in andere plaatsen bijbelgenootschappen, die vanaf 1815 samenwerkten in het ene Nederlandse Bijbelgenootschap. Daarvan werden deze plaatselijke genootschappen ‘afdelingen’ genoemd.

Oprichting
Bij de oprichting van al de bijbelgenootschappen spelen elementen uit de Verlichting een belangrijke rol: optimisme over de mogelijkheden van evangelieverbreiding, waardoor men een hogere trede van beschaving zou bereiken. Ook elementen uit het piëtisme zijn van belang. Veelal ziet men bij de oprichters van de bijbelgenootschappen een gespannen eschatologische verwachting: men verwacht elk moment de terugkeer van Jezus Christus.
De opkomst van de bijbelgenootschappen wereldwijd loopt parallel met de totstandkoming van de verschillende zendingsgenootschappen. Met recht is de negentiende eeuw de eeuw van de zending genoemd. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ging op dat gebied een golf van opwekking door het land. In Nederland werd in 1797 het Nederlands Zendingsgenootschap opgericht, spoedig gevolgd door andere. De stichters voelden de noodzaak de wereld te redden.
Het zendingswerk duldde geen uitstel want: ‘De groote voleinding aller dingen nadert. De Geest en de Bruid zeggen ‘komt’! Onze eigen oogenblikken snellen naar het einde: morgen sterven wij. Ieder uur gaan er van de Heidenen heen naar hunne eeuwige bestemming, buiten het bereik van de stem onzer waarschuwing, en zelfs, terwijl wij raadplegen, zijn zij in gevaar van in het eeuwige vuur weg te zinken. Wat uwe hand vindt om te doen, doet het met uwe macht’.
In dit geestelijke klimaat ontstond het NBG, dat net als de BFBS tot doel had de verspreiding van bijbels. Spoedig richtte het NBG zich ook op het uitgeven en vertalen van de Bijbel.

Verspreiding
In eerste instantie richtte het NBG zich op bijbelverspreiding in het binnenland en dat deed het genootschap voor alle gezindten. Daarbij hield het NBG zich in de eerste plaats aan de standaardteksten die binnen bepaalde kerkelijke tradities al lange tijd gebruikt werden. Zo werd niet alleen de Statenbijbel verspreid, er werden ook uitgaven verzorgd voor lutheranen (de uitgave van A. Visscher, oorspronkelijk uit 1648, maar een aantal malen bewerkt), rooms-katholieken (de Moerentorfbijbel uit 1599) en vrijzinnigen (de Leidse vertaling uit 1912). Uiteraard nam daarbij de Statenbijbel, gezien het omvangrijke lezerspubliek, de belangrijkste plaats in.
Het genootschap kocht bijbels in bij de grote bijbeldrukkers die zich voor het uitgeven van de Bijbel hadden verenigd in de Bijbelcompagnie en plaatste er drukopdrachten. Zo werd in 1817 voor het eerst door de firma Enschedé en Zoonen op bestelling een exemplaar van de Statenbijbel uitgegeven, ‘gedrukt ten dienste van het Nederlandsche Bijbelgenootschap’.
Bijbels werden gratis verspreid onder degenen die ze niet konden betalen. Bestuursleden van het NBG troffen echter steeds vaker bijbels te koop aan in boekenstalletjes en in 1846 besloot men dat er toch zoveel mogelijk voor betaald moest worden.
De bijbels van de compagnie waren vrij duur. Concurrentie kwam er in 1843, toen het Britse Bijbelgenootschap eveneens Nederlandse bijbels ging verspreiden. Daarop besloot het NBG in 1847 om ook zelf bijbels uit te geven. Men liet drukkers inschrijven en zo kwamen er goedkopere uitgaven. Er verschenen ook edities waarin taal en spelling waren aangepast.
Zulke uitgaven werden niet door iedereen met instemming ontvangen. De afwijkingen van de oude tekst riepen wantrouwen en verdenking van bijbelvervalsing op. Zo was in Handelingen 17:28 het woord poëten vervangen door dichters en dat viel niet in goede aarde.

Nederlandse markt
Ook had men in Lukas 1:41 in het kerstverhaal het woord buyck vervangen door schoot. Het Britse Bijbelgenootschap handhaafde in zijn uitgaven voor de Nederlandse markt dergelijke uitdrukkingen wel, waardoor de bijbels van de Britten veel aftrek vonden. Dit had tot gevolg dat de bijbelverkoop door het NBG zeer daalde. Daarom wijzigde men in 1865 de koers. Men erkende dat men door ervaring geleerd had dat afwijking van de Statenbijbel ‘velen tot aanstoot is, het werk der bijbelverspreiding belemmert en alzoo de belangen van ons Genootschap benadeelt’.
Daarom stelde men voor een Statenbijbel uit te geven, waarvan de editie uit 1657 de standaardtekst zou zijn en die eveneens zou zijn ‘ingerigt overeenkomstig de thans gebruikelijke spelling, en zonder andere wijzigingen, dan die òf wegens kieschheid òf ter voorkoming van misverstand volstrekt noodig zijn’. In 1886 verscheen de gehele bijbel die volgens dit voorstel was vertaald. Deze uitgave ligt ten grondslag aan wat later de ‘Jongbloed-editie’ is genoemd, die tot 1951 is gebruikt en in sommige kringen nog steeds wordt gelezen.
Men verspreidde niet alleen via de afdelingen, maar ook via bijbelcolportageverenigingen, zoals de Gereformeerde Colportage te Groningen, de Bijbeltent Straatevangelisatie en dergelijke. Ook leverde het NBG vanaf het eind van de negentiende eeuw direct aan de boekhandel. In 1890 stelde het NBG zelf twee colporteurs aan speciaal voor het platteland. Daar waren bijbels immers lastig te krijgen. Zij bezochten afgelegen boerderijen met een handkar waarop bijbels waren uitgestald.

Colportage
De reacties op deze vorm van colportage waren uiteenlopend. In een verslag uit 1895 lezen we: ‘Niet zelden ziet zich de colporteur in de woning welke hij binnentreedt een hartelijke ontvangst bereid, terwijl naar zijn boeken gretig de hand wordt uitgestoken.’ Uiteraard waren er ook negatieve reacties. Nogmaals het verslag uit 1895: ‘Een smid, in wiens werkplaats de colporteur binnentreedt, vaart hevig tegen hem uit, en schrikkelijk vloekende, dreigt hem met den voorhamer te verpletteren, zoo hij niet heengaat.’
Na de handkar volgden paard en wagen en na de Tweede Wereldoorlog deed de vrachtauto zijn intrede. Met het ‘Rijdend Bijbelhuis’ verspreidde het NBG decennialang bijbels. In 2002 werd deze vorm van colportage beëindigd. Sindsdien is men echt aangewezen op de boekhandel. In hetzelfde jaar is het NBG als zelfstandige uitgever gestopt en heeft het zijn uitgeefactiviteiten ondergebracht bij Uitgeverij Jongbloed te Heerenveen. Het NBG is wel de eindredactie van de eigen uitgaven blijven verzorgen.
Binnen de afdelingen van het NBG wordt het werk gedaan door vrijwilligers, tegenwoordig ruim 1700. Zij spannen zich in om de missie van het bijbelgenootschap op diverse manieren bekendheid te geven. Zij verrichten talloze acties op het gebied van presentatie, publiciteit en ledenwerving.

Vertalen
Vrij spoedig na de oprichting richtte men de blik op de verspreiding van bijbels in Indië. Allereerst liet het NBG de Maleise vertaling van M. Leijdecker herdrukken, die in de achttiende eeuw gemaakt was. Daarna vestigde men de aandacht op het vertalen van de bijbel in het Javaans en later in de andere Indonesische talen.Vanaf 1823 werden hiervoor in Nederland taalkundigen opgeleid.
De eerste was J.F.C. Gericke, die in 1826 naar Java werd afgevaardigd. Zijn vertaling van de gehele bijbel in het Javaans is uiteindelijk in 1854 verschenen. Later werden verschillende taalkundigen naar de diverse landstreken uitgezonden, onder wie bekende figuren als B.F. Matthes, H. Neubronner van der Tuuk, N. Adriani en H. Kraemer. Als resultaat van het werk van deze taalkundigen verschenen naast bijbelvertalingen ook woordenboeken, grammatica’s en taalkundige beschouwingen.
Voor het werk in Indië speelde ook het beschavingselement mee. Dat komt duidelijk naar voren in de motivering van het Hoofdbestuur om een taalkundige uit te zenden naar de Bataklanden: ‘Wij behoeven slechts te herinneren, dat bij geen volk van onzen Archipel grooter, dringender behoefte is aan het weldadig licht des Evangelies, dan bij die stammen waar het menscheneten nog heden in gebruik en door lands wetten geregeld is. De treurige toestand, de verlaging des bijgeloofs en der zedeloosheid, waarin dat anders niet onbeschaafd volk verzonken is, moet ons reeds bovenal den zegen der reine Godsdienst doen wenschen.’
Na de Tweede Wereldoorlog ging het vertaalwerk voor het buitenland over in handen van de in 1946 opgerichte United Bible Societies (UBS), een samenwerkingsverband tussen de verschillende nationale bijbelgenootschappen. Binnen de UBS wordt samengewerkt op het gebied van vertaling, uitgave en verspreiding van de bijbel wereldwijd.

Vertalen in Nederland
In Nederland nam de Statenvertaling uit 1637 enkele eeuwen een toonaangevende, bijna onaantastbare plaats in. Deze vertaling werd door veranderingen in taal en spelling echter steeds minder toegankelijk. Vanaf de achttiende eeuw verschenen verschillende nieuwe vertalingen. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Van der Palmbijbel (1815-1830), de Synodale Vertaling (1868), de Leidse Vertaling (1899-1912) en de Utrechtse Vertaling (1924-1927).
Deze vertalingen waren óf het werk van enkelingen óf zij droegen het stempel van een bepaalde theologische richting. Dat maakte een brede acceptatie praktisch onmogelijk. En zo werden de nieuwe vertalingen slechts door kleine groepen gebruikt en lukte het niet de Statenvertaling te vervangen.
Ondanks de nieuwe vertaalpogingen was de Statenvertaling aan het begin van de twintigste eeuw nog steeds de meest gebruikte bijbel in kerk, school en gezin. Het was inmiddels duidelijk dat een breed kerkelijk draagvlak nodig was om een nieuwe kerkbijbel geaccepteerd te krijgen. Bovendien moest men niet al te zeer van de Statenvertaling afwijken.
In 1911 besloot een aantal theologen een nieuwe vertaling te maken, die in de breedte van de (protestantse) kerken gebruikt kon worden. In 1927 ondersteunde het NBG deze onderneming en nam het de organisatie van dit vertaalproject op zich. Toen kwam er schot in het vertaalwerk. De vertalers waren afkomstig uit verschillende kerken en maakten deel uit van diverse theologische richtingen.

Nieuwe Vertaling
In december 1951 kwam de gehele vertaling gereed. De eerste 70.000 exemplaren waren door voorintekening al verkocht en werden voor kerst 1951 geleverd. De gehele eerste oplage van 115.000 bijbels was in januari 1952 al uitverkocht. Deze Nieuwe Vertaling (NBGVertaling 1951) werd al heel snel door de meerderheid van de protestantse kerken in gebruik genomen. Nooit eerder was het voorgekomen dat een bijbelvertaling door zoveel kerken was aanvaard.
De verkoopcijfers maakten overduidelijk dat de Statenvertaling ook in de beleving van veel kerkleden niet meer voldeed. De Nieuwe Vertaling kwam tegemoet aan een lang gekoesterde wens de Bijbel weer echt goed te kunnen verstaan. Begin 1952 werd de Nieuwe Vertaling aangeboden aan vertegenwoordigers van de kerken. Vervolgens kreeg de koningin op paleis Soestdijk het eerste van honderd genummerde exemplaren.
Lange tijd was de Bijbel eigenlijk alleen vertaald voor gebruik in de kerken en voor kerkgangers. In de jaren vijftig begon men in te zien dat de Bijbel steeds minder begrepen werd, vooral door mensen met weinig of geen kerkelijke achtergrond. Daarom begon het NBG met uitgaven in ‘hedendaags Nederlands’ en ‘eenvoudig Nederlands’.
Ook in het buitenland werden in die periode zulke vertalingen gemaakt. Uiteindelijk verscheen in 1983 de hele Bijbel in omgangstaal, de Groot Nieuws Bijbel (herzien in 1996). Het is een uitgave van het NBG en de Katholieke Bijbelstichting (KBS).
Hiermee was een einde gekomen aan het gescheiden optreden van protestanten en rooms-katholieken op het terrein van bijbelvertalen. Eveneens samen met de KBS verscheen in 2004 de Nieuwe Bijbelvertaling, die de tot dan toe gebruikte NBG-vertaling uit 1951 zowel thuis als in de eredienst heeft vervangen. In oktober 2014 zal een door het NBG verzorgde Bijbel in Gewone Taal verschijnen, een vertaling die gebruikmaakt van gewone, alledaagse taal, en die een directe begrijpelijkheid van de tekst voor ogen heeft.

NBG als organisatie
Het te Haarlem gevestigde NBG is uitgegroeid tot een organisatie met in 2014 ongeveer 135.000 leden. De laatste tien jaren is dat aantal gestaag achteruitgegaan, een daling die doorzet.
Het NBG beschikt over een wetenschappelijke bibliotheek die toonaangevend is op het gebied van historische bijbels van het Nederlandse taalgebied. Naast een grote hoeveelheid buitenlandse vertalingen bevat de bibliotheek een bijna compleet overzicht van de Nederlandse bijbelvertalingen, vanaf de Delftse bijbel uit 1477 tot hedendaagse vertalingen.

Boek
In het najaar van 2014 verschijnt een boek over de geschiedenis van het Nederlands Bijbelgenootschap, De wereld in. Het Nederlands Bijbelgenootschap 1814-2014, geschreven door prof. dr. F.A. van Lieburg (hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit).


Dr. A.J. (Anne Jaap) van den Berg is bibliothecaris van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 2014

Protestants Nederland | 28 Pagina's

Het NBG in vogelvlucht

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 2014

Protestants Nederland | 28 Pagina's

PDF Bekijken