Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Martin Luther en de zwaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Martin Luther en de zwaan

Zwaan fungeert als confessionele signatuur voor de lutherse identiteit

7 minuten leestijd

Wie door steden als bij voorbeeld Apeldoorn, Amsterdam, Zwolle, Bussum, Den Helder, Purmerend of Culemborg wandelt, kan op sommige kerktorens in plaats van een kruis of een haan een zwaan als windwijzer zien. De kerken met een zwaan zijn lutherse kerken.

Het is Martin Luther zelf die zich met de zwaan als symbool heeft verbonden. In een geschrift uit 1531, de Glosse auf das vermeinte kaiserliche Edikt1 schrijft hij: ‘Sint Johannes Hus heeft over mij voorspeld, toen hij uit de gevangenis naar het Boheemse land schreef: zij zullen nu een gans braden (want Hus betekent ‘gans’), maar over honderd jaar zullen zij een zwaan horen zingen. Die zullen zij moeten verdragen. Daar zal het ook bij moeten blijven, zo God wil’.2
Het is inderdaad bekend dat Johannes Hus (ca. 1369- 1415), die door het Concilie te Konstanz (1414-1418) op 6 juli 1415 als ketter tot de dood op de brandstapel wordt veroordeeld, in de daaraan voorafgaande maanden van zijn gevangenschap in Konstanz brieven aan zijn aanhangers in Bohemen heeft geschreven. Alleen de door Luther aan hem toegeschreven woorden zijn daar niet te vinden. Hus spreekt wel van zichzelf als gans, maar een zwaan komt in zijn brieven niet voor.
Hus schrijft onder andere: ‘Eerst hebben zij voor de gans strikken gespannen door dagvaardingen en banvloeken, en nu belagen ze sommigen uwer. De gans, een mak dier, een tamme vogel, maar geen hoogvlieger, is er niet in geslaagd hun strikken te verbreken. Maar andere vogels, die door Gods genade en hun bouw wel hoog kunnen vliegen, zullen hun hinderlagen vernietigen’.3
In een ander deel van dezelfde brief worden de genoemde ‘andere vogels’, die wel hoger kunnen vliegen dan de gans, verder gespecificeerd: ‘En deze zelfde waarheid heeft in plaats van de krachteloze en zwakke gans vele valken en adelaars, die in gezichtsscherpte de andere vogels overtreffen, naar Praag gestuurd. Die vliegen door Gods genade hoog in de lucht en bemachtigen andere vogels voor Christus Jezus. Hij zal hen sterken en al zijn gelovigen bekrachtigen’.4
Hus schrijft hier over valken en adelaars in Praag, maar niet over zwanen in Wittenberg.
En toch combineert Luther in zijn geschrift de gans die symbool staat voor Hus met de zwaan als symbool voor zichzelf. Luther komt in latere jaren vaker op deze verbinding met Hus en zijn grote waardering voor hem terug. Zo bijvoorbeeld in 1537 in een epiloog bij een vertaling van een aantal van Hus’ brieven door Agricola5, in 1541 in de inleiding bij zijn uitleg van het twaalfde hoofdstuk van het boek Daniël6 en in zijn geschrift Exempel, einen rechten, christlichen Bischof zu weihen (1542).7
1531, als Luther zich de eerste keer via de beeldspraak van gans en zwaan in verbinding brengt met Johannes Hus, is een tumultueuze periode in het verloop van de reformatie.
De rijksdag te Augsburg in 1530, waar ook de reformatoren uit Wittenberg met de Augsburgse Confessie de grondvesten van hun geloofsovertuiging tegenover de keizer mochten presenteren, is heel anders verlopen dan zij gehoopt hadden. Van een geloofsgesprek met de keizer en de pauselijke kerk kan geen sprake zijn, integendeel.
Keizer Karl V bevestigt met het Edict van Worms van 1521, de ban tegen Luther en zijn aanhangers. De protestantse vorsten vormden samen met een aantal rijkssteden vanaf 1531 de ‘Schmalkaldische Bund’, een protestants verdedigingsverbond dat de tot dan toe bereikte resultaten van de reformatie moest helpen te behouden.

Centrale gedachte
Juist nu de ban tegen hem en zijn volgelingen opnieuw is bekrachtigd, met alle gevaren van dien, stelt Luther zich naast Hus, iemand die niet alleen in de ban werd gedaan, maar direct na zijn veroordeling stierf door het vuur van de brandstapel. Wat Luther in Hus aansprak, was diens centrale gedachte, dat alleen Christus en niet de paus het hoofd van de kerk is. Voor Hus was de Schrift de goddelijke wet en een paus die boven deze wet denkt te staan is een dienaar van de antichrist.
Het is niet duidelijk hoe Luther bekend was met de inhoud van de brieven die Hus vanuit Konstanz aan zijn aanhangers in Bohemen had geschreven. Wellicht speelden zijn contacten met de Boheemse aanhangers van de hussitische leer en de Tsjechische studenten in Wittenberg hierin een rol.8
Om de theologische ideeën van Hus en in het kader van de voor de reformatie mislukte rijksdag te Augsburg, stelt Luther met de verwijzing naar Hus zijn eigen theologie en de boodschap die hij daarmee ook aan paus en keizer geeft, op scherp. In retrospectieve maakt Luther Hus tot voorloper van de lutherse reformatie en stelt zich tegelijk in diens traditie. Een traditie die hij als waardige uitleg van de Schrift als Woord van God ziet.
De lutherse zwaan wordt zo één van de vogels die door de Praagse valken en adelaars van Hus bemachtigd en gesterkt zijn en die wederom de gelovigen in Luthers tijd kan bekrachtigen.
De zwaan is daarmee een toepasselijk beeldsymbool voor de taak waarvoor Luther zich geroepen weet: het evangelie naar de mensen te brengen om hun geloof te bekrachtigen en te sterken.

Afbeeldingen
Nog tijdens zijn leven worden afbeeldingen van Luther met naast zich een zwaan populair, vooral op titelbladen en frontispices van bijbels en gezangboeken. In Nederland is het de Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam, die in 1671 als eerste lutherse kerk een zwaan als windwijzer krijgt.
De zwaan is een beeldsymbool voor de verbinding met Luther en de lutherse reformatie. Hij fungeert als confessionele signatuur voor de lutherse identiteit. Een dergelijke signatuur helpt ook bij het verduidelijken en afbakenen van de eigen identiteit tegenover andere confessionele identiteiten. Voor de lutherse gemeenschap als godsdienstige minderheid in de Lage Landen ging het voornamelijk om de afbakening tegenover de gereformeerde traditie van de veel grotere publieke kerk, die lange tijd de meeste rechten had en het zichtbaarst mocht zijn. Deze confessionele signatuur in de vorm van de zwaan raakt verschillende aspecten van het religieuze leven van de lutherse gemeenschap. De zwaan als windwijzer op de kerktoren staat voor de zichtbare presentie van de lutherse confessie in de openbare ruimte.
Hij is ook dikwijls te vinden op het zegel van een lutherse gemeente, vaak samen met de tekst ‘toegedaan de onveranderde Augsburgse Confessie’, het centrale lutherse belijdenisgeschrift dat eveneens als confessionele signatuur dient. De zwaan is ook te zien op sommige avondmaalsloodjes die in het kader van de voorbereiding op het avondmaal als catechetisch materiaal met een theologisch-liturgische implicatie tot in de eerste helft van de 19e eeuw in veel lutherse gemeenten werden gebruikt.9
Ook in het interieur van lutherse kerken is de zwaan op verscheidene manieren present. Op orgels, als een verwijzing naar Luthers inbreng in de kerkmuziek, op preekstoelen als verduidelijking van Luthers centrale roeping: de verkondiging van het Woord.
De zwaan is ook vaak te zien op doopgerei en avondmaalszilver, om het Woord in de sacramenten te vieren. Hij herinnert er ook aan dat het Martin Luther was, die doop en avondmaal als de twee sacramenten postuleerde, waarin op bijbelse grondslag Woord en teken bij elkaar komen.
In de Protestantse Kerk in Nederland waar ook na tien jaar het geloofsgesprek van twee kanten nog veel meer gestimuleerd en met meer inhoud gevoerd moet worden, zijn de lutherse zwanen zichtbare verwijzingen naar Luther en zijn reformatie.


Dr. Sabine Hiebsch, vervult de W.J. Kooiman-J.P. Boendermaker Lutheronderzoeksplaats, verbonden aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.


Noten
1) WA 30III, (321)381-388.

2) WA 30III,387a,18-22.

3) Documenta Magistri Iohannis Hus e. F. Palacky, Praag 1869, Epistolae nr. 17, 39.

4) Documenta Magistri Iohannis Hus, nr. 17, 40.

5) WA 50,39,9-11.

6) WAB 11II, 85,4-90,4.

7) WA 53,236. Luthers grote waardering voor Hus blijkt o.a. in zijn Supputatio annorum mundi (WA 53,167; 1541.1545).

8) Zie J.K. Schendelaar, Luther, de Lutheranen en de zwaan, Aalsmeer/Woerden: DABAR/ Boekmakerij Luyten en SLUB 1993, in het bijzonder 15-25.

9) Zie S. Hiebsch, Tastbaar geloof: Avondmaalsloodjes in Nederlandse lutherse gemeenten, in: S. Hiebsch/M.L. van Wijngaarden (red.), Van pakhuis tot preekhuis. 425 jaar lutherse gemeente in Amsterdam (1588-2013), Zoetermeer: Boekencentrum 2013, 87-107

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2014

Protestants Nederland | 28 Pagina's

Martin Luther en de zwaan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2014

Protestants Nederland | 28 Pagina's

PDF Bekijken