Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bijzonder egodocument van een reveilman

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bijzonder egodocument van een reveilman

Huygens ING ontsluit de dagboeken Willem de Clercq

10 minuten leestijd

Het is een goede reden om ons dit jaar te verdiepen in het leven en werk van een bijzondere man Jan Hus. Hus, die zijn leven eindigde buiten zijn vaderland, buitengesloten door zijn kerk, en buiten de stad afgevoerd naar een brandstapel. Als ketter werd Hus uit de gemeenschap van de kerk verwijderd. Zijn executie, een buitengewoon drama, vond plaats op 6 juli 1415. Het was geen op zichzelf staande gebeurtenis, maar vond plaats in een complexe context. Wie was Jan Hus en hoe was zijn verhouding tot Wyclif?

Reden genoeg dus voor het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag om de dagboekaantekeningen van De Clercq digitaal te ontsluiten en de resultaten regelmatig te presenteren aan studenten en pers. Aanleiding voor PN om De Clercq, zijn tijd en zijn dagboeken in de schijnwerpers te zetten.
Al in de jaren negentig van de vorige eeuw is met de ontsluiting van de dagboeken een begin gemaakt. Inmiddels zijn de aantekeningen tot 1827 digitaal beschikbaar en doorzoekbaar en wordt door historici van het instituut volop gewerkt aan de jaren 1827 tot en met 1829. De jaren 1827-1844 zijn nu al als scan te lezen. Er zijn plannen om een multidisciplinair symposium rond De Clercq te organiseren.
Het lijkt erop dat in zijn algemeenheid egodocumenten (dagboeken, brieven, agenda’s e.d. ) de laatste decennia voor historici favoriete bronnen voor onderzoek zijn. Maar de dagboeken van Willem de Clercq zijn daarbij binnen het genre met recht zeldzaam te noemen. Niet alleen vanwege de omvang, maar ook voor wat betreft de diepgang en reikwijdte van de aantekeningen.
De lezer van de tekst ziet niet alleen de wisselvalligheden van een uitzonderlijk goed gedocumenteerd mensenleven uit het begin van de negentiende eeuw aan zich voorbijgaan, maar ook de politieke, sociale, culturele en technologische veranderingen van een heel tijdperk, zo lichtte neerlandicus bij het Huygens ING en bestuurslid van Stichting Het Réveil Archief, dr. Ton van Kalmthout toe op een presentatie vorige maand.
“Goed ingevoerd als De Clercq was in allerlei kringen, geven zijn dagboeken unieke informatie uit de eerste hand over personen, situaties en trends in het Nederland van zijn dagen. Maar ook krijgt de lezer inzage in de gevoelens van vreugde en zorg van de dagboekschrijver.”

Journaal
De Clercq stamde uit een gegoede doopsgezinde familie, die haar inkomsten won uit een familiebedrijf: de Amsterdamse graanhandel firma S&P de Clercq, waarbij Willem vanaf 1810 was betrokken. Als klein jongetje begon hij al met het schrijven van verhalen en toneelstukjes, bestemd voor de familiekring. Toen hij een jaar of zes was volgden verslagen van uitstapjes, bij voorbeeld een ‘Journaal van een klein reisje, gedaan met papa, mama en nicht Kops naar het kamp te Zeist’. Op maandag 2 september 1811 (er is dan kermis in de stad) schrijft hij dan de woorden: “Ziedaar de dag waarop ik begin.”
Uitvoerig schrijft De Clercq over de turbulente maanden na 19 oktober 1813, de dag dat Napoleon de slag tegen de Europese coalitielegers bij Leipzig verloor. Een onzekere tijd voor het Koninkrijk der Nederlanden in wording; er heerste onduidelijkheid over de toekomst van het Franse bestuur dat sinds 1795 invloed had uitgeoefend op de binnenlandse politiek. “Deze gebeurtenis is te gewichtig voor het tegenwoordigen (tijdperk) en misschien in hare gevolgen om hiervan iets zonder melding voorbij te laten gaan”, zo omschrijft de achttienjarige de onrust in ons land in het najaar van 1813.1
De Clercq was zich ervan bewust dat hij in een bijzondere tijd leefde en dat het van groot belang was om hier wat van vast te leggen. Eindeloos zoekwerk naar wat belangrijk is in deze tijd (naast de wording van het Koninkrijk, later in 1830 ook de afscheiding van België) is daarmee aan latere generaties bespaard gebleven, legt Van Kalmthout verder uit. “Het is in dit licht opmerkelijk dat de boeken inhoudsopgaven bevatten: deze suggereren dat de Clercq bewust met het oog op de generaties na hem zijn geschiedenis en dat van zijn land heeft vastgelegd.”

Weinig imposant
Belangrijk in De Clercqs tijd was natuurlijk de aankomst van prins Willem- Frederik (1772-1843), sinds 1815 Koning Willem I, in Nederland op 30 november 1813. De Clercq schrijft:
“Deze dag zal altoos in de geschiedenissen van Nederland gedenkwaardig blijven. Ik heb na een negentienjarig afzijn den naneef van Willem den Eersten en van Frederik Hendrik weder door het juichend Nederland als een verlosser zien ontfangen […]. … De prins zat op een open barouche door zes paarden bespannen. […] Hij was zeer eenvoudig in een bruine jas gekleed. Het levendigst geroep van Hoezee en Oranje boven klonk en weergalmde van alle zijden naast zijn rijtuig. […]De volksmenigte was ontzettend. Sommigen reikten de prins hun handen toe en alles ademde vreugde. […]De omwenteling is volbragt. […] Elk braaf burger elk waar vaderlander gevoelt nu dat Oranje de leus moet zijn om welks middenpunt wij ons moeten vereenigen”2
In 1824 wordt De Clercq secretaris van de kort tevoren door koning Willem opgerichte Nederlandsche Handel Maatschappij (NHM) in Den Haag, de voorloper van de ABN/ AMRO-bank. In deze hoedanigheid ging hij geregeld op audiëntie bij de koning, die hij in zijn dagboek beschrijft als iemand met ‘een zeer goedwillig maar weinig imposant voorkomen’, die zich ‘zeer moeilijk uitlaat, en eenigzints verlegen is.3
Ook de latere jaren in het dagboek bieden middels dergelijke beschrijvingen een unieke blik op de koninklijke familie tijdens de eerste decennia van de Nederlandse monarchie. Een monarchie die, volgens de aantekeningen, niet voortgekomen is uit de lang gekoesterde ‘bevrijding’ van de Fransen, maar uit het ingrijpen van een kleine groep Haagse regenten in een grillige politieke situatie. Een interventie van bovenaf, die door een groot deel van de Nederlandse bevolking werd toegejuicht.
Vanaf 1831, toen de NHM haar zetel verplaatste naar Amsterdam, zou De Clercq lange tijd een sleutelpositie bekleden in belangrijke netwerken van de Nederlandse economie. Uit de verslagen van buitenlandse zakenreizen uit die tijd, blijkt dat de belangstelling van de Réveilman zich toen al niet beperkte tot de wereld van de handel.
Hij las al jong veel en werd beroemd om zijn talent voor het improviseren van gedichten, zo blijkt. Wanneer men hem een onderwerp opgaf, improviseerde hij direct een ‘voortreffelijk’ vers van honderden dichtregels en de toehoorders hingen aan zijn lippen. Eveneens op jonge leeftijd schreef hij een bekroonde verhandeling over de invloed van de buitenlandse literatuur op de vaderlandse. Het was de eerste vergelijkende literatuurgeschiedenis in Nederland.

De Réveilbeweging
Begin jaren 1820 kwam De Clercq in contact met zijn generatiegenoot Isaäc da Costa (1798-1860) en anderen uit de Réveilkring rond Willem Bilderdijk (1756-1831). Ze maakten grote indruk op hem en zelf zou hij uitgroeien tot één van de voormannen van het Réveil, de internationale beweging die leidde tot een opleving van het christelijk denken en handelen in het 19e-eeuwse Europa. De beweging kenmerkte zich zowel door maatschappelijke betrokkenheid als nadruk op persoonlijke vroomheid.
De aantekeningen vanaf 1820 laten iets zien van hoe De Clercq zijn verdere leven zou worstelen met de vraag hoe persoonlijk geloof te verenigen is met het leven in de moderne samenleving. Bladzijde na bladzijde hamert de Clercq erop dat meer dan de literatuur, de wetenschap, de handel kortom de wereldse zaken, het ‘de genade Gods in Christus’ is die hem drijft en hem naar zijn diepste overtuiging in alles de weg wijst.
Steeds meer treedt de spanning aan het licht die hij ervoer tussen het werk bij de NHM (en alle contacten die dat met zich meebracht) en de ‘reis naar binnen’ in zijn persoonlijk leven. De Clercq zonderde zich in de laatste jaren van zijn leven steeds meer af, en kwam in toenemende mate in aanraking met een wereld die anders dacht dan hij.
Deze verandering kwam in een stroomversnelling met De Clercqs terugkeer naar Amsterdam. Daar nam hij afstand van de Doopsgezinde Gemeente, waartoe hij eerder behoorde, en werd hij lid van de Waals-Hervormde Gemeente. Een stap die niet alleen een grote breuk met de Doopsgezinde Broederschap betekende, maar ook met zijn familie.
Onder invloed van de predikant Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875) trok de voorheen zeer actieve De Clercq zich steeds meer terug uit het maatschappelijke en culturele leven. Had hij Kohlbrugge eerder in zijn dagboeken een ‘arrogante en harde man’ genoemd, later vereenzelvigt hij zich steeds meer met zijn ideeën.

Depressief
Na 1830 worden de dagboeken steeds meer introvert van karakter. De schrijfsels wekken zelfs de indruk dat we te maken hebben met een alsmaar depressiever wordende man die hoge eisen stelt aan zijn geloofsleven. Een ontwikkeling die niet los is te zien van de invloed van Kohlbrugge, licht historica Marian Schouten tijdens de presentatie toe. Met name in zijn laatste levensjaren maakte De Clercq een neerslachtige indruk en zocht hij regelmatig de toevlucht tot zijn dagboek:
“’s Middags had ik een grote leegte. Ik zag overal in ’t lege. Ook ’t lichaam hinderde. Veel met Caroline [De Clericus echtgenote] deze dag gesproken… Zij oordeelde dat ik nog te veel buiten het leven was… dat ik behoefte had om mij uitstorten, doch dit te veel op het papier deed, en dit ene Massa maakte, die mijne kinderen niet zouden durven aantasten. Zij heeft volkomen gelijk.”4
Hoewel hij ook gelukkige momenten kende, werd hij tot op de laatste dagen van zijn leven getekend door zwaarmoedigheid. “Een brief”’, schreef hij op 25 januari 1844, “verheugde mij. Verder waren de dagen kalm, doch er blijft nog zoo iets dromerigs in alles. Hoe de dag zoo spoedig weg is, weet ik niet.”Tien dagen na deze woorden stierf De Clercq, na ‘een aanval van beroerte’. Zijn dood kwam onverwacht: hij had de pagina’s van de rest van zijn dagboekjaar 1844 al doorgenummerd.
De laatste bladzijden vormen het plotselinge einde van een bijzondere historische bron, die niet alleen een getuigenis is van het dagelijks en publieke leven in de vroege negentiende eeuw, maar ook een bijzonder egodocument vormt van een diepgelovig Réveilman.


Het project van het Huygens ING (onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) staat onder leiding van dr. I Huysman en Dr. T. van Kalmthout en als tekstbewerkers werken mee drs F. ten Broeke, drs J. Buijs, drs. B. Kappers, drs. M Schouten en geschiedenisstudent/ stagiaire M. de Kok BA. Emeritushoogleraar historische letterkunde prof. dr. M.H. Schenkeveld is als supervisor bij het project betrokken. Het instituut werkt verder samen met Stichting Het Réveil Archief in Amsterdam die de 31 dagboeken in bezit heeft en de Universiteitsbibliotheek Amsterdam die ze beheert en maakt gebruik van een groot aantal vrijwilligers. De gescande aantekeningen en doorzoekbare transcripties zijn te vinden op de site http://resources.huygens.knaw.nl/ dagboekdeclercq.


Noten
1 F. ten Broeke en B. Kappers, Koninkrijk in wording: de jaren 1813-1815 in het dagboek van Willem de Clercq, http:// www.textualscholarship.nl/?p=15161.
2 F. ten Broeke en B. Kappers, Koninkrijk in wording: de jaren 1813-1815 in het dagboek van Willem de Clercq, http:// www.textualscholarship.nl/?p=15161.
3 F. ten Broeke en B. Kappers, Koninkrijk in wording: de jaren 1813-1815 in het dagboek van Willem de Clercq, http:// www.textualscholarship.nl/?p=15161.
4 F. ten Broeke, De koopman en de dominee: Dagboekjaren 1831-1844 van Willem de Clercq online, https://www. historici.nl/nieuws/de-koopman-ende- dominee-dagboekjaren-1831- 1844-van-willem-de-clercq-online.


Drs. Tera Voorwinden-Hofman te Montfoort

Dit artikel werd u aangeboden door: Protestants Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

Protestants Nederland | 32 Pagina's

Bijzonder egodocument van een reveilman

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 2015

Protestants Nederland | 32 Pagina's

PDF Bekijken