Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Model van katholieke bezinning op gebed’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Model van katholieke bezinning op gebed’

Promotieonderzoek ds. P. Veerman over bidden in de ‘Heidelberger’

9 minuten leestijd

Al meteen na de afronding van zijn studie theologie in Utrecht begon ds. P. Veerman aan zijn promotieonderzoek. Inmiddels is na negen jaar het einde in zicht. Voorjaar 2016 hoopt de hervormde predikant van Wilnis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam de doctorsgraad te behalen met een vergelijkend onderzoek naar het eigen karakter van het gebedsonderwijs in de Heidelbergse Catechismus. We spreken met hem over wat hem drijft en wat hij de achterliggende jaren zoal ontdekte.

Het was voor ds. Veerman geen optie om te stoppen met studeren toen hij als beginnend predikant de pastorie in Lopikerkapel betrok.
“Ik wil mezelf graag verdiepen in onderwerpen waarin ik me kan vastbijten. Daarmee wil ik ook een bijdrage leveren aan historisch onderzoek ten bate van kerk en gemeente.”
Het onderzoek vindt plaats onder leiding van promotor prof. dr. G. van den Brink, die tot juli dit jaar als bijzonder hoogleraar in dienst van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland de leerstoel ‘Theologie van het gereformeerd protestantisme’ bekleedde. Ds. Veerman: “Graag noem ik ook mijn copromotor prof. dr. L. D. Bierma van het Calvin Theological Seminary in Grand Rapids en prof. dr. W. Verboom, bij wie ik het onderzoek ben gestart.”
Ds. Veerman probeert zo’n tien uur per week voor zijn onderzoek vrij te maken. “Zomers lukt dat beter dan in het winterseizoen. In de eerste jaren gebruikte ik vooral de eerste uren van de dag voor studie, nu reserveer ik er een dag per week voor. Dat is toch efficiënter dan steeds een paar uurtjes. Maar hoe je het ook organiseert, het blijft worstelen met de tijd.”

Geleefd geloof
Het onderwerp van ds. Veermans proefschrift komt niet uit de lucht vallen, maar ligt in het verlengde van de scriptie die hij schreef ter afronding van zijn studie theologie. Voor dit meesterstuk verdiepte hij zich in meditatie en stille tijd in de late Middeleeuwen, Reformatie en Nadere Reformatie. “De spirituele kant van het geloof had toen al mijn aandacht, die raakte ook mezelf.”
“Met het gebedsonderwijs in de Heidelbergse Catechismus als onderwerp van mijn proefschrift borduur ik hierop voort. In de catechismus gaat het immers ook om het geleefde en beleefde geloof. Zo biedt de gebedsvorm van de uitleg van het Onze Vader in de Heidelbergse Catechismus woorden om in mijn eigen gebed mee te nemen en mee te beleven, mooie en geschikte woorden om tot God te naderen.”
“Daarnaast kan ik mijn studie ook goed inzetten in mijn werk als gemeentepredikant. Wetenschappelijk onderzoek heeft overigens altijd zijn uitstraling naar prediking en catechese, je raakt immers zelf verweven met de stof die je bestudeert. “
Ds. Veerman onderzocht het gebedsonderwijs in de Heidelbergse Catechismus zoals dat verwoord is in de vragen en antwoorden 115 tot en met 129 en vergeleek dit met het gebedsonderwijs in andere gereformeerde, in lutherse en in rooms-katholieke catechismi, uitgebracht tussen 1529 (toen Maarten Luther zijn Grote Catechismus en Kleine Catechismus schreef) en 1563, toen het Heidelbergse ‘leer- en troostboek’ het licht zag.
Veel catechismusboekjes gingen er de afgelopen jaren door de handen van de Wilnisse predikant. “Ik heb zo’n dertig Lutherse catechismusboekjes onder de loep genomen, waaronder natuurlijk de Grote Catechismus en de Kleine Catechismus van Luther. Vijf heb ik er uitgebreid bestudeerd, negen en twintig in vogelvlucht. Verder passeerden er vijf katholieke catechismi en zes bekende gereformeerde de revue, zoals de Catechismus van Geneve van Calvijn uit 1542, de Catechesis Minor en Catechesis Maior van Zacharias Ursinus uit 1562 en een catechismus van de Emdense reformator Johannes a Lasco uit 1551.

Continuïteit
Er is al veel onderzoek gedaan dat gerelateerd is aan het Heidelbergse onderwijsboek. Ds. Veerman is evenwel de eerste die een vergelijkende detailstudie doet naar de leer van het gebed in de catechismus. De eerste is hij ook die katholieke catechismi betrekt in een vergelijkende studie naar het onderwijs in de Heidelbergse Catechismus.
Ds. Veerman: “Ik bespreek vooral katholieke catechismi die een meer dan plaatselijke betekenis hadden. Ze dateren uit een vroege periode van het katholiek catechetisch onderwijs, dat een weg zocht in de veranderde situatie die was ontstaan na de protestantse reformaties. De auteurs waren doorgaans voorstanders van een zekere hervorming in de Rooms-katholieke Kerk. Onderwijs door middel van catechismi in de volkstaal op zich is daar al een voorbeeld van.” Ds. Veerman behandelt bijvoorbeeld de bekende katholieke catechismus van Johann Dietenberger uit 1537 en die van Johann Fabri uit 1558.
“Wat mij opvalt bij de vergelijking met deze catechismi is het katholieke in de spiritualiteit van het gebedsonderwijs van de Heidelbergse Catechismus. Dat betreft als eerste de rol die het Onze Vader speelt. Lutherse en gereformeerde reformatoren waren echt niet de eersten die met deze tekst aan de slag gingen, het is al in de eerste eeuwen een kerntekst in het onderwijs van de kerk. Ook de verbinding van het leven als christen met het gebed in de catechismus is een katholieke trek, evenals de notie van de zekerheid dat God het gebed hoort. Er is in het gebedsonderwijs een grote mate van overeenkomst tussen katholieke catechismi en de Heidelbergse Catechismus.“
Gek is die overeenkomst niet, vindt ds. Veerman. “Zowel protestantse als katholieke auteurs sloten aan bij de ontwikkelingen in de late Middeleeuwen, dus van vóór de Reformatie. De leken kregen toen onder invloed van het humanisme steeds meer mogelijkheden om zelfstandig in de volkstaal te bidden door middel van bijvoorbeeld vertaalde gebedenboeken.”
“Ook het gebedsonderwijs van de protestantse catechismi past bij deze ontwikkeling. Naast discontinuïteit met de Middeleeuwen is er dus een grote mate van continuïteit. Veel eerder onderzoek benadrukt de breuk met de kerk van de Middeleeuwen en gaat voorbij aan ontwikkelingen die er al waren vóór de tijd van de protestantse reformaties.”

Exponent
“Zo werd het onder invloed van het humanisme ook steeds belangrijker om de tekst van het Onze Vader goed te begrijpen. Ook hier zie je overeenkomsten tussen katholieke catechismi en de Heidelbergse. De ontwikkeling op het gebied van zelfstandig bidden was dus zeker niet alleen een zaak van protestanten. Het gebedsonderwijs in de Heidelbergse Catechismus is echt een exponent van de katholieke bezinning op het gebed.’’
“De protestantse reformaties zetten wel een wissel om ten opzichte van de gebedstheologie van de (late) Middeleeuwen. Het gebed werd niet langer gezien als een verdienstelijk werk, maar was een antwoord op Gods genade. De catechismus plaatst het gebed daarom in het gedeelte van de dankbaarheid. Verder is het ‘van harte bidden’ een nadrukkelijke notie in de Heidelbergse Catechismus (antwoord 116). Die is minder aanwezig in katholieke catechismi. Bidden had in de late Middeleeuwen toch wel wat formalistische trekken gekregen en de Heidelbergse Catechismus reageert daarop. Maar met het van harte bidden blijft de catechismus overigens niet in het gevoel hangen, “want mijn gebed is veel zekerder van God verhoord dan ik in mijn hart gevoel (antwoord 129).”

Ave Maria
Hoe katholiek ook, naar een uitleg van het Ave Maria (de groet aan Maria uit Lukas 1 : 28 en 42), zoekt men tevergeefs in de Heidelbergse Catechismus; de nadruk valt juist op het ‘alleen tot God bidden (antwoord 117)’. Ds. Veerman: “Het was wel leerzaam in dit verband te ontdekken hoe de onderzochte katholieke catechismi het Ave Maria behandelen. De meeste leggen uit dat het niet de bedoeling is dat Maria aanbeden wordt, maar dat het een tekst is die van God komt en die je kunt gebruiken om God te eren. Er wordt zeker ook onderscheid gemaakt tussen de tekst van het Onze Vader en die van het Ave Maria.”
“De uitbreiding van de tekst van het Ave Maria ‘Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood’, die rond het concilie van Trente (1545-1563) gangbaar wordt, is overigens niet aanwezig in de katholieke catechismi die ik heb onderzocht.”.
Dat mensen hun heil zochten bij Maria is in de context van de late middeleeuwen overigens misschien niet zo vreemd, vindt ds. Veerman. “Christus was meer een rechter dan een redder in de laat-middeleeuwse kerk. Maria kwam de gelovigen mogelijk meer nabij.’’
Wat in de Heidelbergse Catechismus bijzonder sterk naar voren komt in vergelijking met alle andere bestudeerde catechismi is de notie van het leren bidden met de zekerheid dat God door Christus hoort. Bidden in de catechismus is leven uit de troost van zondag 1. Dat is bijzonder mooi uitgewerkt in het antwoord op de laatste vraag: wat betekent het woordje ‘Amen’? Lang niet elke catechismus legt dat uit. Uniek is ook dat door de plaats van het gebed aan het slot van al het onderwijs feitelijk het hele gelovige leven biddend in dankbare afhankelijkheid bij God wordt gebracht.”

Keurvorst Frederik III van de Palts
Als onderzoeker kom je ook altijd van alles tegen waarnaar je niet op zoek was. Ds. Veerman: “Zo stuitte ik op een brief van keurvorst Frederik III van de Palts, waarin hij reflecteert op het Onze Vader. In die brief schrijft hij dingen die overeenkomen met wat we lezen in de catechismus. We weten niet wanneer deze brief geschreven is, maar dat zou ik graag nog eens willen uitzoeken. Het zou aardig zijn als de brief vóór de verschijning van de catechismus gedateerd kan worden. Dan zouden we een mooie bron op het spoor kunnen zijn uit de directe context waarbinnen de catechismus ontstond.”
Ds. Veerman denkt dat zijn boek een bredere categorie lezers aan zal spreken dan alleen wetenschappers. “Natuurlijk zijn kerkhistorici de eerste doelgroep van mijn onderzoek. Maar mijn boek kan ook goed dienen als voorbereiding op een catechismuspreek. In het centrale hoofdstuk 3 geef ik een goed toegankelijk commentaar op de catechismustekst. Voor iedereen die geïnteresseerd is in het Reformatie-onderzoek, zoals bij voorbeeld de lezers van dit blad, is het een goed leesbaar boek.” Het onderzoek krijgt de titel Bidden leren mee.

Drs. Tera Voorwinden-Hofman te Montfoort

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 2015

Protestants Nederland | 16 Pagina's

‘Model van katholieke bezinning op gebed’

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 november 2015

Protestants Nederland | 16 Pagina's

PDF Bekijken