Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen onherstelbare schade bij zondagssluiting zwembaden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geen onherstelbare schade bij zondagssluiting zwembaden

BELANGWEKKEND ADVIES VAN MR. F. A. HELMSTRIJD

10 minuten leestijd

„Het gesloten houden van een zwembad door de (meerderheid) van de raad roept geen onherstelbare situatie in het leven. Het kan ten principale niet doorslaggevend zijn of een kleine of grote minderheid van de bevolking de openstelling op zondag verlangt. Als de raad zijn besluit heeft genomen, is de vraag van de stemverhouding van geen betekenis meer. Zij, die tot beoordeling van het besluit geroepen zijn, zullen slechts rekening kunnen houden met de uitslag vande stemming. Stemmen worden geteld, niet gewogen".

Consequentie van meerderheidsbesluiten dient te worden aanvaard

Dit schrijft mr. F. A. Helmstrijd, oud-griffier van de Staten van Zuid-Holland in zijn advies aan de Gedeputeerde Staten van genoemde provincie ter zake van een motie, welke de Provinciale Staten in hun vergadering van 18 februari jl. hadden aanvaard. In deze motie werden. Gedeputeerde Staten uitgenodigd op korte termijn na te gaan, of het gesloten houden van zwembaden op zondag door plaatselijke overheden de volksgezondheid „ernstig" schaadt en indruist tegen redelijke verlangens van grote groepen der plaatselijke bevolking, terwijl voorts in de motie werd uitgesproken, dat het niet uitgesloten moet worden geacht, dat een dergelijk besluit zelfs strijdig is met het algemeen belang als bedoeld in artikel 185 der Gemeentewet juncto artikel 120 der Provinciewet. Het advies van mr. Helmstrijd is van groot belang, aangezien deze zaak thans zeer actueel is door het besluit van de meerderheid van B. en W. van Doornspijk om het zwembad De Hoksenberg te 't Harde 's zondagsmiddags open te stellen. Zoals bekend heeft de meerderheid van het Doornspijkse college van B. en W. met zijn beslissing een eerder genomen besluit van de gemeenteraad opzij geschoven.

Hardinxveld-Giessendam

Gelet op de vele aspecten, welke deze zaak heeft, hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, het advies van mr. Helmstrijd ingewonnen. De oud-griffier van Zuid-Holland is een bij uitstek deskundige op het terrein van het gemeenterecht en hij is hoofdredacteur van het weekblad „De Gemeentestem".

Mr, Helmstrijd herinnert aan het besluit van de raad van Hardinxveld-Giessendam tot het gesloten houden van het zwembad op zondag, dat — volgens de indieners van de betreffende motie — Gedeputeerde Staten in zekere zin verplicht bedoeld besluit aan de minister van Binnenlandse Zaken te zenden wegens strijd met het algemeen belang.

Naar het oordeel van mr. Helmstrijd kunnen Gedeputeerde Staten dit alleen doen, indien zij de „strijd met het algemeen belang" goed kunnen motiveren. Kunnen zij dit niet, dan zullen zij zich van toezending dienen te onthouden, omdat zij in dat geval niet voldoen aan de eis van artikel 129 van de Provinciewet, waarin is bepaald dat Gedeputeerde Staten de gronden waarop zij een besluit in strijd met het algemeen belang achten, moeten aangeven.

Beperkingen

Mr. Helmstrijd betoogt, dat de overweging in de motie ,.dat behoorlijk beheer van overheidsinvesteringen meebrengt, dat van overheidsfaciliteiten voor sport en ontspanning maximaal gebruik kan worden gemaakt met name op de daarvoor meest profijtelijke dagen" niet opgaat, omdat de beleidslijn „van een behoorlijk beheer" niet insluit, dat de overheid gehouden is op alle dagen en alle uren het gebruik van die voorzieningen mogelijk te maken. De overheid kan aan bepaalde' beperkingen niet ontkomen. „Zo kan van de provinciale overheid niet worden gevergd, dat zij op alle dagen en op alle uren van de dag gelegenheid geeft van de provinciale veren gebruik te maken: de provinciale bruggen in de provinciale vaarwateren zullen ook niet te allen tijde voor het verkeer te water worden geopend", aldus de oud-griffier.

Het is het hoogste gemeentelijke gezag, de gemeenteraad, die in beginsel beslist aan welke beperkingen het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentewerken of inrichtingen zullen worden gebonden. In dit verband memoreert mr. Helmstrijd het besluit van de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam, die de beslissing aan B. en W. overlieten, doch in de verordening, welke de raad vaststelde tot regeling van de openstelling van het gemeentelijk zwembad, werd bepaald, dat het zwembad op zondag gesloten zal zijn.

Gradueel verschil

Interessant is de opmerking van mr. Helmstrijd, dat bijvoorbeeld musea op zondag later voor het publiek opengaan dan op werkdagen, doch „de klacht, dat daardoor het algemeen belang zou worden geladeerd, heb ik nooit vernomen", aldus de opsteller van het advies, die van mening is, dat het besluit van Hardinxveld-Giessendam om de zondag van openstelling van het zwembad uit te sluiten, een gradueel verschil met de openstelling van musea uitmaakt, maar niet van principiële aard is. 

"Men kan dit besluit afkeuren, men kan het als een onverstandig besluit aanmerken, omdat de gemeente zich de baten ziet ontgaan, die de zondag, als een voor velen in het bijzonder profijtelijke dag, zou opleveren, maar dat wettigt", zo meent mr. Helmstrijd, „niet de gevolgtrekking, dat het besluit om die reden botst met het algemeen belang.

In zijn advies betoogt de heer Helmstrijd, dat de Kroon, al zou deze van oordeel zijn, dat de belangen van de raadsminderheid op ergerlijke wijze worden miskend en met de voeten getreden, zich toch van ingrijpen zou onthouden, als het raadsbesluit geen onherstelbare schade doet ontstaan.

Geen correctief

Mr. Helmstrijd, die erop wijst, dat in een democratisch systeem als het onze het nog altijd de representanten van de kiesgerechtigde bevolking -zijn, die — evenals in vele andere Westerse landen — de beslissingen nemen, legt er voorts de nadruk op. dat men dit systeem in het algemeen in zijn consequentie aanvaardt.

Het bezwaar daartegen komt, zo vervolgt hij, een enkele maal naar voren, indien het gaat om beslissingen, waardoor de minderheid zich ernstig te kort voelt gedaan, met name om beslissingen, waarin naar het oordeel van de minderheid de meerderheid haar levensbeschouwing superieur verklaart aan die van de minderheid.

In ons systeem van besluitvorming, zoals onze wetten dit kennen, heeft de meerderheid nu eenmaal de suprematie. Indien de verhouding van de stemmen in de raad van Hardinxveld-Giessendam tot gevolg zou hebben gehad, dat 8 stemmen waren- uitgebracht voor de opheffing van de zondagssluiting en 7 daartegen, zou de (sterke) minderheid zich hebben kunnen beklagen, dat de meerderheid zonder duidelijke noodzaak — ieder op haar beurt zal stellig ontkennen dat een duidelijke noodzaak aanwezig was — haar levensbeschouwing in het gedrang bracht.

Beslissend

De wettelijke regeling van de wijze, waarop besluiten — ook van de raad — tot stand komen, houdt de consequentie in, dat doorslaggevend is de beslissing van de meerderheid. De meerderheid heeft daarbij twee grenzen in acht te nemen, haar besluit mag niet in strijd zijn met de wet of het algemeen belang. En of de (meerderheid van de) raad die grenzen in acht heeft genomen, staat ter beslissing aan de Kroon.

Maar de Kroon zal zich voor die beslissing geplaatst — aldus mr. Helmstrijd — niet begeven en naar het hem dunkt ook niet mogen begeven, tenzij van excessen sprake is, in de vraag of het besluit tegen de haren instrijkt van een minderheid, die een andere levensbeschouwing heeft. Zij zal zich, zo schrijft mr. Helmstrijd, daarin niet mogen begeven, omdat de wet de beslissing legt in handen van de meerderheid. Of die meerderheid meer had behoren te luisteren naar de minderheid, kan voor de Kroon geen punt van overweging zijn. Zij zou. als zij dit zou doen, ingaan tegen het stelsel van besluitvorming, dat onze wetgeving kenmerkt.

De Kroon zal, voor de toetsing van een raadsbesluit aan het algemeen belang, in het algemeen belang niet anders kunnen en mogen doen dan het resultaat, waartoe de raad is gekomen, dus het besluit als zodanig deze toetssteen aanleggen. Het feit dat een' grote of kleine minderheid zich daartegen heeft uitgesproken, acht mr. Helmstrijd voor de toetsing onbelangrijk.

Algemeen belang

Een raad, die beslist, dat een zwembad op zondag gesloten zal blijven, zal — soms wellicht onbewust — de argumenten, die voor zijn besluit pleiten en die, welke zich daartegen verzetten, hebben afgewogen. Voor een raad weegt het belang van de volksgezondheid, indien en voor zover hij dit erkent, minder zwaar dan de andere genoemde belangen, die voor hem prevaleren.

Kan een raad daarom worden verweten tegen het algemeen belang te hebben gehandeld? Voor het antwoord op deze vraag moet men bedenken, dat de raadsbesluiten, als ware het per definitie, zijn in het algemeen (gemeentelijk) belang, aldus mr. Helmstrijd.

Minister

Men kan het betreuren, dat de belangen, welke de raad meent te moeten voorstaan door hem als het hoogste gezag in en over de plaatselijke gemeenschap worden behartigd op een wijze, welke het belang van de volksgezondheid enigermate in het gedrang brengt, maar dat de minister .(van Binnenlandse Zaken, red. R.D.) de keuze, die de raad heeft gedaan, deswege zal teniet doen-, acht mr. Helmstrijd niet aannemelijk. Tenslotte is de raad het hoofd der gemeente en een minister zal zich, zo luidt het oordeel van deze deskundige, wel tienmaal bedenken alvorens de keuze van de raad tussen de genoemde belangen niet te respecteren. 

Na te hebben gememoreerd dat er geen Koninklijk Besluit is te vinden, waarbij een besluit van een gemeenteraad om het zwembad op zondag gesloten te houden, met vernietiging is getroffen, komt mr. Helmstrijd tot de conclusie, dat indien een dergelijk raadsbesluit nu wel zou worden vernietigd als in strijd met het algemeen belang, alle vroegere raadsbesluiten terzake aan dezelfde maatstaf dienen te worden gemeten.

Tenslotte bespreekt mr. Helmstrijd het verband met artikel 7 van de Zondagswet. De bepaling in genoemd artikel houdt in, voorzover van belang, dat plaatselijke verordeningen geen verbodsbepalingen mogen inhouden omtrent sportbeoefening of andere vormen van ontspanning op zondag, die niet als openbare vermakelijkheid zijn te beschouwen.

Het is volgens mr. Helmstrijd buiten kijf, dat een gemeenteraad aan derden, de burgers, geen bindende voorschriften mag geven, die hun het zwemmen op zondag verhindert. Maar daaruit volgt niet, dat de raad verplicht is het zwemmen in een zwembad der gemeente toe te laten. De raad kan dit doen, maar ook nalaten. En dit nalatend, dus het gemeentelijk zwembad gesloten houdend, kan men de raad niet verwijten, dat hij privaatrechtelijk doet, wat de raad publiekrechtelijk verboden is, aangezien het publiekrechtelijk verbod een andere inhoud heeft. Het gesloten houden van een gemeentelijk zwembad op zondag gaat eigenlijk buiten artikel 7 van de Zondagswet om en deze bepaling geeft daarover geen enkel voorschrift, zo luidt de mening van de adviseur.

Mr. Helmstrijd zou het een bedenkelijk Koninklijk Besluit achten, wanneer een raadsbesluit wegens het in strijd zijn met het algemeen belang zou worden vernietigd omdat een besluit, dat een gemeentelijk zwembad op zondag gesloten houdt, zou handelen tegen de ratio of strekking van de wet, die beoogt, dat aan de sportbeoefening of andere vormen van ontspanning op zondkg geen beletselen worden in de weg gelegd, die er op andere dagen van de week niet zijn. Artikel 7 laat geen enkele twijfel omtrent de bevoegdheid van de raad en de aan die bevoegdheid gestelde beperkingen.

Vernietiging van raadsbesluiten noemt mr. Helmstrijd een paardemiddel, terwijl zij de doodsteek kan zijn voor de zelfstandigheid der lagere lichamen (gemeenteraden, waterschappen). Bovendien heeft een vernietigingsbesluit dikwijls slechts een afwerende functie, maar het strekt niet zover, dat de Kroon een regeling, als door haar voorgestaan, kan afdwingen. Een vernietigingsbesluit kan een aan de Kroon onwelgevallig besluit wegvagen, maar het sorteert geen effect, als de raad zijn been stijf houdt, waarbij mr. Helmstrijd in herinnering roept het geval van het abattoir te Rijssen.

Conclusie

De samenvattende conclusie van mr. Helmstrijd is. dat als een raadsbesluit tot niet openstelling van een zwembad op zondag zou worden vernietigd, de vernietiging niet het daarmee beoogde gevolg zal hebben, indien de raad zich weigerachtig zou blijven betonen.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland kunnen zich met het advies van mr. Helmstrijd dat dezer dagen in de zitting van de Zuidhollandse staten zal worden behandeld, verenigen. 


Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 mei 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

Geen onherstelbare schade bij zondagssluiting zwembaden

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 25 mei 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken