Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

China streeft  naar een nieuwe mens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

China streeft naar een nieuwe mens

PROF. WERTHEIM OVER CULTURELE REVOLUTLE

12 minuten leestijd

„Grote spanningen ontstonden in China door de activiteiten van de „Rode Garde", een uitvloeisel van de culturele revolutie, die weliswaar door verschillende Chinese leiders was uitgeroepen (als wapen in een onderlinge machtsstrijd), maar al spoedig uit de hand liep. De partijleiding verloor elke controle over de beweging, die het economische leven ontwrichtte en ware veldslagen met het leger tot gevolg had".

Met de inhoud van het hierboven geciteerde fragment uit „Elseviers Wereldgeschiedenis" blijkt prof. dr. W. F. Wertlieim het niet eens te zijn, zoals men mag afleiden uit een lezing, die hij onlangs voor een groot aantal studenten in Utrecht hield over het onderwerp „China na de Culturele Revolutie". Prof. Wertheim kan van de contemporaine geschiedenis van China op de hoogte zijn. Hij bracht zowel in 1957 als in 1964 bezoeken aan China en in december 1970/januari 1971 was hij wederom in dit land. Tijdens dit laatste bezoek bezocht hij zoveel mogelijk dezelfde plaatsen als in 1957 en 1964 om de huidige toestand te kunnen vergelijken met die van zijn eerste bezoeken. 

Prof. Wertheim stelde, dat de Culturele Revolutie als een verrassing was gekomen, en dat de leiding van de communistische partij (CF) deze revolutie ontketend had tegen de bureaucratisering van de partij, met als doel o.a. om „alle hoofdkwartieren van de partij te bombarderen". Hij noemde de oproep om in opstand te komen tegen misstanden, „uniek". Jammer genoeg verzuimde prof. Wertheim erop te wijzen, dat revolutie volledig in strijd is met Gods Woord. Wat te denken van een revolutie, die de overheid zélf onteketende, zoals in China het geval was.

Mao-teacher

Volgens prof. Wertheims persoonlijke mening wilde Mao Tse-toeng d.m.v. de Culturele Revolutie de jeugd in China iels bijbrengen van de mogelijkheden om de massa in beweging te zetten, daar deze jeugd de revolutie, die vooraf ging aan de grondvesting van de Chinese Volksrepubliek in 1949, niet gekend heeft. „In een interview met een Amerikaanse journalist zei Mao: „Ik wil als teacher (leraar, opvoeder) bewaard blijven", aldus prof. Wertheim, die wees op een verschil tussen het Oost-Europese en Chinese communisme: het Chinese is niet alleen materieel gericht, maar is er ook op uit de men­sen te blijven opvoeden en veranderen. „Dit is weer een aspect van de Chinese traditie, n.l. dat men niet alleen moet reageren, maar ook opvoeden. Mao wil­de aan de jeugd dus een voorbeeld stel­len", probeerde prof. Wertheim zijn toehoorders uit te leggen. 

In onze ogen is het onbegrijpelijk dat men de verwerpelijke revolutie als voorbeeld aan de jeugd voorhoudt! 

Een  ander doel van de culturele re­volutie zou volgens deze hoogleraar zijn het streven om de mensen ervan te doordringen, dat niet de macht van de partijleider centraal staat, maar het denken van Mao. „Mao heeft zijn per­soon willen uitschakelen en zijn denken willen voorop stellen om een strijd over de opvolging na zijn overlijden te voor­komen, een strijd, zoals die bijv. na de dood van Stalin in de Sovjet-Unie plaats had. Mao wilde een gemeen­schappelijke basis voor de toekomst leggen en een bepaalde wijze  van den­ken en leven creëren, die iets van ze­kerheid voor de toekomst zal schep­pen", meende prof. Wertheim. De Bij­bel als hoogste goed moet in China dus vervangen worden door het „Rode boekje" van Mao. Helaas liet prof. Wertheim na ook dit te noemen.

Sovjet-Unie

„De Culturele Revolutie is in feite een strijd tegen het Sovjetmodel", ging hij verder. „De Russische Revolutie was een arbeidersrevolutie, die in Moskou begon, terwijl de Chinese Revolutie een boerenrevolutie was, die in afgelegen, bergachtige gebieden in het noorden begon. Toen de Chinese Volksrepubliek gevestigd was, heeft het een tijd geduurd, voordat men een duidelijke weg ging volgen. Men had slechts één duidelijk voorbeeld, n.l. Rusland. Dit voorbeeld volgde men aanvankelijk, maar na verloop van tijd begonnen er afwijkingen te komen. Zo had Rusland de zware industrie steeds als het belangrijkste gezien, maar Mao heeft dit al in een vrij vroeg stadium afgewezen en gezegd, dat China op twee benen moet lopen: men moet de situatie van de landbouw verbeteren en ook die van de moderne industrie; de laatste moet echter beslist niet de hoofdrol spelen". 

In tegenstelling tot Rusland wordt er in China volgens W. een veel sterker beroep op de massa's gedaan door op te roepen tot strijd tegen velerlei afwijkingen en verstarring. De Culturele Revolutie zou hierin een culminatiepunt hebben gevormd. „Deze revolutie wordt voorgesteld als een strijd tegen het moderne revisionisme van Chroesjtsjow, Breznjev en Kosygin, maar ze richt zich net zo hard tegen Stalin als tegen Chroesjtsjow. 

Dat wordt er in China echter niet bij gezegd. Van Stalin zegt men alleen: „Hij heeft fouten gemaakt, maar was een groot leider". Maar als men de Culturele Revolutie in haar wezen bekijkt, moet men ook inzien, dat de Chinezen zich afzetten tegen een ontwikkeling, die zich in Rusland al vanaf 1925/1926 heeft ingezet", concludeerde prof. Wertheim. Deze ontwikkeling in Rusland betreft b.v. het groter worden van de klassen verschillen en de differentiatie van salarissen. „In januari 1920 kende de Russische maatschappij beloningen, die nogal uiteen , liepen, maar in 1925/1926 ging men hier nog verder door aan arbeiders, die extra hun best deden en grote prestaties leverden, premies en onderscheidingen toe te kennen. 

Het ideaal van de Culturele Revolutie is echter juist het vervangen van de materiële prikkel tot arbeid door een morele prikkel".

Chaos

Prof. Wertheim bestreed het beeld, dat de pers van de Culturele Revolutie had gegeven: „De pers besteedde slechts aandacht aan het uiterlijk en de uitspattingen. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is er geen echte burgeroorlog geweest", beweerde de hoogleraar, die daarop wel stelde, dat er in enkele steden wel korte tijd fel gevochten is. Overigens kunnen wij deze bewering van prof. Wertheim niet zo goed begrijpen, daar de officiële Chinese pers pas nog heeft toegegeven, dat de Culturele Revolutie van 1966-1969 totaal uit de hand was gelopen. 

Hierna ging prof. Wertheim in op de situatie, waarin de landbouw tijdens en na de Culturele Revolutie verkeerde. De landbouw wordt uitgeoefend in zogenaamde volkscommunes. Volgens prof. Wertheims cijfers zijn de landbouwopbrengsten in de periode van 1964 tot 1971 met gemiddeld 25 procent gestegen. In deze stijging zag hij een reden om de mening van de westerse pers recht te zetten, als zou China na de Revolutie economisch een chaos zijn geweest. Prof. Wertheirris conclusie was echter, dat er helemaal niet van herstel van „de chaos" sprake was, maar dat jiaist „een doorgaande economische stijging" plaats had, reden voor hem om van „een soort Wirtschaftswunder" te spreken. 

Voor zijn bewering, dat er een doorgaande economische stijging plaats zou hebben gehad, meende prof. Wertheim ook een bewijs te zien in de onlangs door China vrijgegeven produktiecijfers, de eerste na 1957. De graanproduktie (tarwe, rijst, maïs, e.d.) zou in het jaar na de Culturele Revolutie 240 miljoen ton hebben bedragen, terwijl er volgens Tsjoe En-lai nog een reserve van 40 miljoen zou zijn. Wertheim vergeleek deze cijfers met die van India, dat 2/3 van het aantal inwoners van China heeft: „India zou al heel blij zijn als het 100 miljoen ton graan zou hebben". De reserve van 40 miljoen ton graan wordt welbewust aangelegd, daar de Chinezen nog steeds rekening houden met oorlog, getuige het feit, dat men de mensen overal nog schuilkelders ziet bouwen en voorraden aanleggen". De voedselrantsoenen zouden tussen 1964 en 1971 precies gelijk zijn gebleven, en wel minstens 15 kilo vast voedsel per maand voor een volwassene. Voedsel zou één van de weinige dingen zijn, waarvoor in China nog distributie bestaat. 

„Door de genoemde cijfers is bewezen, dat aile schattingen in de pers volkomen uit de lucht gegrepen waren. In één jaar kan de produktie n.l. onmogelijk zo omhoog gegaan zijn. Dat moet gagroeid zijn en de graanproduktie is na 1957 dan ook echt niet gestagneerd", meende hij. Overigens gaf prof. Wertheim geen enkel bewijs voor de juistheid van de door China „vrijgegeven" cijfers. En zijn bewering dat er economisch van geen chaos sprake geweest is, wordt zelfs door de Chinese pers tegengesproken! 

Volgens Wertheim is de vooruitgang in de landbouw een gevolg van de continuïteit. „Met name 1969 en 1970 waren goede jaren, wat toegeschreven word aan de Culturele Revolutie, die initiatieven van beneden opwekte en een appèl richtte aan de creativiteit van de gewone man". 

Prof. Wertheim stelde, dat er in de volkscommunes een zeer sterke mate van autonomie zou bestaan — in tegenstelling tot Oost-Europa — waar elke commune zélf de beste oplossingen moet zoeken in ieders situatie (klimaat, bodemgesteldheid e.d.) om zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld door het aanleggen van ondengrondse irrigatieleidingen, de ontwikkeling van industrieën, de aanplanit van bomen, enzovoort. De Chinese communes moeten een vaste belasting betalen, tervidjl men de rest van de opbrengst van het afgelopen jaar kan investeren in bijv. krachtstations, irrigatiepompen enz. De hoogte van deze belastingen zou vanaf 1957 ongewijzigd zijn gebleven, waardoor men, als gevolg van de stijgende opbrengst, procentueel dus steeds minder belasttnig zou behoeven te betalen.

„Een nieuwe gedachte in de landbouwproduktie is te proberen steeds meer te produceren, maar niet alles te consumeren. De overschotten (bijv. rijst) worden dan uitgevoerd, zoals naar Vietnam", aldus prof. Wertheim, die meende, dat de hogere produktie ook een gevolg was van de „sterkere bewustwording" van de Chinezen. 

Tot nog toe zouden de Chinese arbeiders nog beloond worden naar prestatie, niet in geld, maar in arbeidspunten. Overigens zou men ook in China op dit punt differentiatie kennen: „Men beloont naar wat men geproduceerd heeft", terwijl er ook nog grote onderlinge verschillen tussen de diverse communes zouden bestaan. Volgens prof. Wertheim zou er thans een tendens zijn om die verschillen te venklelnen. 

In de Sovjet-Unie liep dit streven naar voor iedereen gelijke inkomens op een grote misiukking uit.

Onderwijs

Ook op het gebied van het hoger onderwijs in China wist Wertheim van verscheidene ervaringen te vertellen. In 1966 begonnen de studenten tegen de professoren en het hoger universitair systeem in opstand te komen, wat als gevolg had, dat het onderwijs enkele jaren stilgelegd werd. Pas in 1968 zou men hiermee weer zijn doorgegaan, „toen men militairen als opvoeders naar de universiteiten had gezonden", aldus prof. Wertheim, volgens wie de strijd in het leger, over de vraag of er een convenitioneel of volksleger moest komen, reeds in 1959 was losgebarsten. Tenslotte behaalde Lin Piao, een medestander van Mao en enkele jaren geleden aangewezen als diens toekomstige opvolger, de overwirming. Lin Piao streefde naar een leger, gericht op ideële doeleinden en zonder rangen. „Het leger is een groep, die net als iedereen ook deel heeft aan het culturele en politieke denken, goed geschoold is, niet ver van het volk staat en meehelpt, zoals bij het aanleggen van irrigatiewerken", aldus W. Dit leger wist in 1968 de orde op de universiteiten

Vervreemding

Wat prof. Wertheim naar zijn zeggen het meest getroffen heeft in het China van nu is het feit, „dat men niet naar specialistische training streeft, maar naar de universele mens: ieder moet boer, soldaat, arbeider en specialist tegelijk zijn. Ook de intellectuelen moeten er niet tegenop zien in contact te komen met het alledaagse leven en daarom worden ze geregeld naar volkscommunes gestuurd om landbouwwerkzaamheden te verrichten", aldus spreker, volgens wie de Chinezen niets voelen voor een specialisatie, zoals die bij ons gevonden wordt, al meende hij, dat die er wel is, gezien de door China gelanceerde kunstmanen, de zelfstandig door China ontwikkelde waterstofbom e.d. 

Een streven naar universele kennis is zeker niet slecht, maar het is o.i. onmogelijk een land zonder specialisten goed te regeren. 

Vrijwel alle universitaire studenten zouden in de periode tussen de bezoeken van Wertheim aan Ohina in 1964 ' en 1971 zijn afgevloeid. „Deze studenten worden na hun studie geselecteerd door de omgeving, waarin zij werken, bijv. door een commune. De ene afgevloeide student bevindt zich thans misschien in een volkscommune, de andere werkt nu mogelijk in een fabriek enz.", suggereerle de hoogleraar in zijn lezing. „De nieuwe studenten zijn naderhand met een volkomen nieuwe instelling aan de universiteit gaan studeren, vastbesloten niet te corrupteren als ze veel meer zullen gaan weten dan het gewone volk", vertelde prof. Wertheim, volgens wie men overal in China studie heeft gecombineerd met arbeid, uitgaande , van de stelling: „Er is geen wezenlijk verschil tussen de expert en de massa". Voor China zou op dit punt vooral belangrijk zijn, dat intellectuele ontwikkeling geen vervreemding tussen de elite en de massa bewerkstelligt.

„Nieuwe mensheid"

Hoewel prof. Wertheim zijn ervaringen in China „zonder enige pretentie" meedeelde, voelde hij zich toch geroepen te besluiten met de woorden: „In een land met l/5e deel van de wereldbevolking wordt een ernstige poging gedaan om te komen tot een nieuwe maatschappij. Als deze poging succes heeft, waarvoor misschien wel honderd culturele revoluties nodig zijn, is het mogelijk, dat er een geheel nieuwe mensheid zal ontstaan!" 

Deze opmerkingen kenschetsen hem als een „progressief" ingestelde persoon. 

Overigens is het een onbegrijpelijke opmerking. De hoogleraar ging slechts in op het hoger onderwijs en de landbouw en liet alle andere zaken, buiten beschouwing. Om op grond van onderwijs en landbouw zo'n verregaande conclusie te trekken is onverantwoord. 

Behalve onverantwoord is het ook geheel in tegenspraak met de realiteit.

Eén voorbeeld: Vorig jaar november vluchtte een 22-jarig Chinees meisje naar Hongkong. Ze had er een tien uur durende zwemtocht over de Diepe Baai bij Hongkong voor over. Haar bewusteloos geworden verloofde trok ze aan zijn haren door het water met zich mee; deze bleek bij aankomst aan de vaste wal echter te zijn overleden. Als reden voor haar vlucht gaf het dappere meisje op: „Er was voor ons geen toekomst op de boerderijen. Wij zijn geen boeren en onze gezondheid ging er door het harde leven helemaal aan. Iedere dag werkten we zonder eens op te houden van 's morgens zes tot 's middags zes uur en 's avonds moesten we politieke vergaderingen bijwonen. Het was te veel, echt: „Zeven dagen per week werken, -werk, dat gepaard gaat met politieke indoctrinatie en 's avonds weer eens politieke vergaderingen. Er komt geen eind aan. Dat is nu die ,,nieuwe mensheid", die volgens Wertheim zou kunnen ontstaan en waar hij blijkbaar nog instemmend tegenover staat ook?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

China streeft  naar een nieuwe mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken