Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toekomst van een omstreden stad

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Toekomst van een omstreden stad

10 jaar Berlijnse muur

13 minuten leestijd

Vandaag is het tien jaar geleden dat de communisten een muur oprichtten tussen het oostelijke en westelijke deel van Berlijn. Deze „muur der schande" bezegelde de gedeeldheid van Berlijn en is tevens een teken van het onvermogen der Oostduitse communistische leiders om het vertrouwen van het Oostduitse volk te winnen. Wat zal de toekomst van Berlijn zijn? Zal West-Berlijn Westers blijven? Dat hangt onder meer af van de vraag of de bezettingsautoriteiten Amerika, Frankrijk en Engeland, maar ook West-Duitsland zich bij hun onderhandelingen met de Russen en Oostduitsers niet laten verleiden tot heilloze compromissen. Het volgende artikel geeft een historisch overzicht van de „kwestie Berlijn".

In het begin van de twaalfde eeuw is Berlijn als handelsplaats ontstaan aan de noordelijke oever van de rivier de Spree. Omstreeks 1500 werd het de residentie der keurvorsten. De grote keurvorst Frederik Willem I (1640-1688) liet de stad met vestingwerken omgeven.

In de vorige eeuw werd Berlijn een centrum van cultuur en wetenschap, mede door het belangrijke werk dat de Berlijnse Humboldt-universiteit deed. Bekend geworden Berlijners zijn o.a. de filosofen Hegel en Fichte en de dichters Heinrich Heine en Jean Paul. De Humboldt-universiteit ligt nu in de Sovjet-sector. In West-Berlijn zijn thans verschillende universiteiten en hogescholen gevestigd: de Vrije universiteit, de Technische Universiteit, de Hogeschool voor Beeldende Kunst, de Hoge School voor Muziek, de Pedagogische Hogeschool, de Theologische Hogeschool en de Academie der Kunsten. 

Ook begon in Berlijn in de vorige eeuw de grote industrialisering. Deze deed de stad uitgroeien tot een miljoenenstad en een moderne metropool. In 1838 werd de eerste spoorlijn aangelegd, van Berlijn naar Potsdam. In 1971 werd Berlijn tot Rijkshoofdstad verklaard en daarmee zetel van de regering.

De vestiging van industrien ging zeer snel, alleen reeds in 1872 kwamen er in deze hoofdstad 174 naamloze vennootschappen bij. In 1920 werd Berlijn met 7 randsteden en 58 randgemeenten samengevoegd tot de agglomeratie Groot-Berlijn. 

Omstreeks 1940 had Berlijn 4,3 miljoen inwoners en was daarmee, op Londen na, de grootste stad van Europa. Het meet in doorsnede van west naar oost 45 kilometer.

In de tweede wereldoorlog werd de stad grotendeels in puin gelegd, eerst door de steeds heviger worden luchtbombardementen van 1943 af. Vóór de inzet van het Russische eindoffensief, dat op 16 april 1945 begon, werd de hoofdstad gedurende 45 aehtereenvolgende dagen door de Engelse en Amerikaanse luchtmacht dag en nacht gebombardeerd. Op 25 april hadden de Russen de stad volledig ingesloten en ook zij bombardeerden de stad, nu vooral met artillerie. De balans na de capitulatie op 2 mei werd 75 miljoen kubieke meter puin en 600.000 totaal verwoeste huizen.

Berlijn werd de hoofdzetel van de geallieerde controleraad, het hoogste bestuurslichaam voor bezet Duitsland, Ieder der geallieerden kreeg als symbool voor de gezamenhjke oorlogsinspanningen een deel van Berlijn toegewezen. Er kwam dus een Franse, Britse, Amerikaanse en Russische sector. De Russische sector heeft een oppervlakte van 402 km2, de drie „westelljke" sectoren tezamen hebben een oppervlakte gekregen van 480 km2. De bevolking van Berlijn telt 3,3 miljoen inwoners, waarvan een derde deel in Oost-Berlijn woont,

Viermogendheden status

Op 7-8 mei 1945 capituleert Duitsland en de geallieerden beginnen het bezettingsbestuur. Dit bestuur en de verschillende zones is voorbereid tussen de leiders van de grote mogendheden bij de conferenties van Teheran, 28, november-l december 1943 en Jalta 4-11 februari 1945. De verschillende punt en waarover Chruchill, Roosevelt en Stalin het niet eens kunnen worden, verwezen naar de Europese raadgevende commissie te Londen om verder te worden uitgewerkt. Deze commissie werkt op 12 september en 14 november 1944 het eerste en tweede zone-protocol uit. 

In het protocol wordt gezegd: 

„De regeringen van de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de USSR hebben met het oog o,p de uitvoering van artikel 11 van de Oorkonde der onvoorwaardelijke overgave van Duitsland de volgende overeenkomst gesloten.

Artikel 1. Duitsland zal binnen zijn grenzen, zoals zij op de 31e december 1937 bestonden, voor bezettingsdoeleinden in drie zones worden verdeeld, waarvan één aan ieder der drie machten wordt toebedeeld, en het bijzondere gebied Berlijn, hetwelk onder één bezetttngsautoriteit van de drie machten gezamenlijk gesteld wordt.

Artikel 5. Een intergeallieerde autoriteit (kommandatura), gevormd door drie door de desbetreffende opperbevelhebbers benoemde commandanten, wordt opgericht tot het gemeenschappelijk bestuur van het gebied Groot-Berlijn. 

De overeenkomst over de Franse bezettingszone wordt op 1 mei 1945 ondertekend en vindt zijn definitieve bevestiging in de regeling die getroffen werd bij de conferentie van Potsdam op 26 juli 1945 en de bezetting van een stadssector op 12 augustus van dat jaar.

In de geallieerde controleraad wordt op 30 juni 1945 ook de Franse sector van Berlijn vastgelegd. In Potsdam wordt het verschil van mening over Berlijn al duidelijker. Churchill schrijft hierover in zijn memoires: „Aan de an- '1* dere kant leek het mij een ernstig, van weinig vooruitziende blik getuigend besluit het gehele centrum en het hart van Duitsland — neen, het centrum en de sleutelstelling van Europa — zonder meer, en zonder gelijktijdige regeling van al het andere op te geven".

Op 1 t/m 4 juli 1945 kwamen ook de Franse, Engelse en Amerikaanse troepen Berlijn binnen. Op elf juli had onder leiding van de Russische luitenant-generaal Gorbatov de eerste zitting plaats van de intergeallieerde militaire kommandatura. 

Moeilijkheden

Ondanks de verbondenheid tijdens de strijd tegen de Duitse legers, was het niet gemakkelijk geweest voor de overige geallieerden om zover te komen, dat zij van de Sovjets toestemming kregen tot het nakomen vaa de afapraken omtrent de gemeenschappelijke bezetting van Berlijn. De Amerikanen waren opgerukt tot ver in het gebied van wat nu de „Duitse democratische republiek" heet, tot de lijn Wittenberge—Torgau—Dresden. Nu al kwamen de symptomen naar boven van de naoorlogse Russische machtspolitiek: zij eisten van de Amerikanen, alvorens hen ook in Berlijn toe te laten, dat zij de veroverde gebieden Saksen en Thürüigen aan de Russen zouden overdragen, hetgeen zij deden. Dit overgedragen gebied vormt bijna een derde gedeelte van de huidige Oostduitse staat.

Het Marshallplan voor economische wederopbouw van Europa, gedateerd 5 juni 1947 wordt ook aan Oost-Europa en aan Duitsland aangeboden. Moskou geeft de gebieden, die onder zijn con­trole staan geen toestemming deze hulp aan te nemen. Dit is het begin van het grote verschil in welstand tussen Oost­ en West-Duitsland. 

De conferenties der geallieerde mi­nisters van buitenlandse zaken in Moskou van 10 maart - 24 april 1947 en te Londen van 25 november - 15 december kwamen in het licht van een stijgende spanning tussen Oost en West te staan. Van toen af ontwikkelde zich een steeds verder gaand complex van me­ningsverschillen voorkomend uit het verschil in ideologie en doctrine. Rus­land had het „ijzeren gordijn" laten maken  en dit alles mondde uit in de „koude oorlog". 

Zowel de regeringen van West- als Oost-Duitsland waren voorstander van een hereniging van de delen van Duits­land, ieder volgens de eigen idee. 

In de Sovjet-bezettingszone werd het zgn „tweede Duitse volkscongres gehouden, waarop zelfs opdracht werd gegeven tot het opstellen van een grondwet voor geheel Duitsland! Deze en andere symptomen wijzen erop, dat de Sovjet-Unie, Oost- en West-Duitsland wil herenigen onder een communistisch bewind. Op 20 maart 1948 verliet de Russische Maarschalk Sokolosvki de geallieerde controleraad, die daardoor onbevoegd tot handelen werd gemaakt en men poogde zo de westelijke geallieerden uit Berlijn te verdrijven.

In de nacht van 23 op 24 juni 1948 verspreidde het Oostduitse persbureau ADN het bericht: ..Ingevolge een technische storing is het transportdirecto­raat van het Sovjet militaire bestuur gedwongen zowel het passagiers- als het goederenverkeer op de route Ber­lijn—Helmstedt in beide richtingen te stoppen". Aangezien in Berlijn nog voor 36 dagen voedsel aanwezig was kon deze blokkade ernstige gevolgen hebben. 

Luchtbrug

Hierop werd van Westelijke zijde geantwoord met een grootscheeps vervoer door de lucht, de „luchtbrug", waarbij 2.110.235 ton goederen in 277,728 vluchten werden overgebracht. „Het was", zo schreef de toenmalige opperbevelhebber der Amerikaanse troepen in Duitsland, generaal Lucius D. C. Lay, „één van de brutaalste pogingen der nieuwere geschiedenis om een massaverhongering als middel tot politieke druk te gebruiken". Eén van de drie vliegvelden van Berlijn, nl. „Tegel" in de Franse sector werd In drie dagen in recordtijd door 19.000 arbeiders gebouwd.

De eerder genoemde Vrije Universiteit werd ook in die dagen opgericht en wel door studenten en docenten van de in de oostelijke sector gelegen Linden-universiteit. Ook de splitsing van Berlijn werd toen begonnen. Gestuurde communistische demonstranten bezetten het Berlijnse stadhuis dat in de oostelijke sector ligt en de burgemeester Dr. Friedensburg werd het onmogelijk gemaakt zijn functie in het stadhuis uit te oefenen en men maakte het hem zelfs onmogelijk het te betreden. In deze periode werd Oost-Duitsland omgezet in de zogenaamde ,J)uitse democratische republiek" onder leiding van Walter Ulbricht, die reeds van 1919 af lid van de communistische partij is.

De Sovjets creëerden een eigen burgemeesterschap voor Oost-Berlijn. Zij stonden niet toe, dat Oost- en WestBerlijn een gezamenlijke economie zouden voeren. Hierdoor ontstond definitief het grote verschil in welstand tussen de beide stadsdelen. 

De volgende stap zou zijn de bouw van een muur door de stad. Op 4 mei 1949 kwam aan de blokkade officieel einde door het te New York ondertekenen van een overeenkomst tussen de VS, de Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannië, waarbij de belemmeringen op de verbindingswegen worden 10 maanden. Bij de onderhandelingen poogde men de toevoerwegen tot Berlijn geïnternationaliseerd te krijgen onder toezicht van de Verenigde Naties. De Russische delegatie in New York, onder leiding van Jakob Malik, wenste dit echter niet. 

Duitseen Russische visie

Op 20 september 1955 werd een verdrag gesloten tussen Oost-Duitsland en  Rusland, waarin het volgende is opgenomen: 

„De controle van het verkeer van militair personeel en goederen der in West-Berlijn gestationeerde garnizoenen van Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten tussen de Duitse en Bondsrepubliek en West-Berlijn wordt... door het Conmiando der groep van Sovjet-strijdkrachten in Duitsland uitgeoefend. Daarbij wordt het verkeer van militair personeel en goederen de garnizoenen der drie Westelijke machten te West-Berlijn op grond van de bestaande viermogendheden besluiten toegelaten

a. op de autobaan Berlijn-Marienborn b. op de spoorlijn Berlijn—Helmstedt bij terugvoer van de lege spoorwagons op de spoorlijn Berlijn—Oebisfelde c. via de luchtcorridors Berlijn—Hamburg, Berlijn—Backeberg en Berlijn—Frankfurt a/d Main"

Twintig sovjet divisies en nog zes Oostduitse gaven de zekerheid dat men het politieke machtsmiddel van de afsluiting der toevoerwegen kan effectueren.

Op 17 juni 1953 's morgens vroeg begonnen in Oost-Berlijn arbeiders met een demonstratie voor het zelfbeschikkingsrecht van de Berlijners. Het begon met de bouwvakarbeiders, die door de Stalinallee naar het „Haus der Ministerien" optrokken.

Als een lopend vuur verspreidde zich het bericht van de demonstratie. De arbeiders van de Henningsdorf metaalfabrieken trokken 27 kilometer te voet op naar Berlijn. In Oost-Berlijn werd de rode vlag neergehaald van de Brandenburgerpoort. Men marcheerde in groten getale de westelijke sector binnen. Kort hierna openden Oostduitse tanks het vuur op de menigte. Ook Russische militairen werden ingezet tegen de opstand, die eveneens in andere grote plaatsen in Oost-Duitsland uitbrak, o.a. Leipzig en Jena. De communistische vlugschriften, tegen de opstand gericht,  werden door de bevolking massaal verbrand.

Tussen 1950 en 1964 vluchtte 10 procent van de Oostberlijnse bevolking naar het westen. De inwoners van West-Berlijn maken grondwettelijk deel muit van de Westduitse bevolking dit staat in artikel 23 van de grondwet van 5 mei 1949. Oost-Duitsland beschouwt daarentegen Oost-Beriijn als zijn grondgebied. Het Oostduitse  parlement de zogenaamde Volkskammer is permanent  in Oost-Beriijn gevestigd, De Westberlijners hebben dan ook hun afgevaardigden in het Westduitse parlement, zoals de Oostberiljners vertegenwoordigd zijn in de vertegenwoordiging in Oost-Duitsland. Deelneming aan de verkiezingen is voor West-Berlijn een normale zaak. Het lijkt evenwel op dat de Sovjets, die de afspraken omtrent het gemeenteschappelijke bestuur van Beriijn pas wilden realiseren, in ruil voor de gebieden Saksen en Thüringen, ook West-Berlijn onder beheer willen brengen. Steeds warmeer er verkiezingen worden gehouden of op andere mani er West-Beriijn voor het oog  van de wereld duidelijk deelneemt aan Westduitse maatschappelijke  activiteiten, protesteren de Russen en het Oostduitse regiem.

Het grote verschil in welstand tussen oost en West moet vooral schrijnend zijn voor de Oostduitse heersers. Zij verkondigen zelfs de theorie dat West-Berlijn kunstmatig op een hoog economisch plan wordt gehouden om te dienen als etalage tegen het Oostduitse bewind.

Dit werd duidelijk in november 1958 toen de Russische leider N. Chroesjtsjev in een rede te Moskou zei de afspraken van Potsdam te willen herzien Op 27 november 1958 werd zelfs het ultimatum gesteld, dat binnen zes  maanden West-Berlijn een „vrije stad" moest worden en dat de geallieerden zich daaruit terug moesten trekken, Een Oostduitse brochure uit 1960: „Berlln, Hauptstadt der DDR" gaat nog verder.

Deze spreekt over plannen, die er bestaan voor Oost-Berlijn en zegt: „Zijn deze plannen niet een toekomst waar naar gestreefd moet worden voor geheel Berlijn?" Zo zou in de toekomst, als toegegeven werd, na eerst een neutralisering van het westelijk stadsdeel, kunnen zijn het opnemen hiervan in het grondgebied van Oost-Duitsland. Zolang echter de Westberlijners deel nemen aan het Westduitse maatschap­pelijke leven kan dit nog worden voor­komen.

„Normalisering"

.Op de bijeenkomst van de NAVOraad op 3 december 1970, werd openbaar gemaakt, dat Berlijn zou worden van 5 mei 1949. Oost-Duitsland beschouwt als toetssteen voor de houding van de Sovjet-Unie inzake de door die staat voorgegeven wens tot ontspanning in Europa. Van dit voornemen heeft de NAVO inmiddels medio dit jaar afgezien. 

Leest men de redevoeringen van de Oostduitse en Sovjet-leiders, dan blijkt dat deze onder ontspanning en het door hen veel gebruikte woord „normalisering" verstaan, dat hun reeds 25 jaar voor Europa en West-Berlijn bestaande plannen moeten verwezenlijken. 

De aanhouder wint, zo denken zij. Deze gedachtengang vormt een vitaal bestanddeel van de lijn der Marxistische dialectiek in de communistische buitenlandse politiek. Wanneer men het resultaat beziet, dan komt men tot de ontdekking dat van de vroegere Westduitse wens tot hereniging van West en Oost door vrije verkiezingen niets is terecht gekomen. De Westduitse leuze, die men nog tien jaar geleden op borden langs de weg zag: „Dreigeteilt, niemals!" is vergeten. De Oder-Neissegrens is de facto erkend. Zo is ook met Berlijn gegaan. Op 28 december 1970 wees men er in  de Westduitse Bondsdag op, dat de situatie van Berlijn eigenlijk verslechterd  was: in 1966 kon er nog een Bondsdagvergadering gehouden worden, terwijl  er in 1970 al Oostduitse chicanes gemaakt werden bij fractie bijeenkomsten  van de CDU, CSU en SPD Men blokkeert of vertraagt dan de toevoer tot de stad, hetgeen ook dit voor­jaar weer is voorgekomen. Het is duidelijk, dat de Sovjet-Unie achter deze daden staat, immers er gebeurt niets in Oost-Europa zonder opdracht of instemming van dat land. Naar aanleiding van het bezoek van bondspresident Heinenmann aan West-Berlijn in begin december 1970 schreef de Pravda opnieuw dat dit stadsdeel nooit deel zal uitmaken van West-Duitsland. De voorzitter der Oostduitse staatsraad, voormalig metselaar, later Oostduits legergeneraal en minister van defensie, Willy Stoph, verklaarde op 4 februari 1971 bij het congres van de Westberlijnse afdeling der communistische partij (SED) nogmaals, dat West-Berlijn geen deel uitmaakt van West-Duitsland en politiek gezien geneutraliseerd dient te worden. De Amerikaanse radiozender RIAS-Berlin moet verdwijnen, er moet een verbod komen op politieke partijen en de Russen willen er een consulaat-generaal hebben. Het recht op de vrije toegang, tot Berlijn, zoals die bij de conferentie van Potsdam werd besproken noemen de Russen nu „transito-verkeer", hetgeen inhoudt, dat zij ook dat principe van Potsdam wensen te vergeten.

Politieke ontspanning bereiken is altijd een kwestie van geven en nemen van beide zijden. De toekomst zal door haar feiten tonen wie er geeft en wie er neemt en of er daarom een wezenlijke politieke ontspanning ontstaat, of juist de kiem gelegd wordt voor nog grotere politieke bedreiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Toekomst van een omstreden stad

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken