Bekijk het origineel

Nederlandse vorstin in Indonesië, 'n historische gebeurtenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse vorstin in Indonesië, 'n historische gebeurtenis

6 minuten leestijd

DJAKARTA — Indonesië heeft koningin Juliana groots ontvangen nu zij er als eerste regerend lid van het Oranjehuis met prins Bemhard van 26 augustus tot 5 september te gast is. President Soeharto's drang naar sterke vereenvoudiging van het ceremonieel kon daaraan niet afdoen.

Het staatsbezoek van de Koningin is, na dat van president Soeharto aan Nederland en de informele komst van prins Bernhard naar Indonesië, de formele bekroning van de onvermoeide inspanningen van twee volken elkaar terug te vinden nadat zij op een dramatische manier staatkundig uiteen gingen. Een scheiding die, na drie en een halve eeuw van samen geschiedenis schrijven, leidde tot een absolute breuk. Koningin Juliana droeg in 1949 de soevereiniteit formeel over aan de Indonesische republiek die al op 17 augustus 1945 in Djakarta was uitgeroepen door Soekamo en Hatta. De koningin droeg haar kroon toen een jaar.

Indonesië is er vooral op gebrand juist haar te tonen dat het als onafhankelijke staat is geslaagd.

Meer waarde

Het hecht daarom aan dit bezoek meer waarde dan aan dat van president Soeharto, vorig jaar aan Nederland. Koningin Juliana's vermogen om mensen met een grote kennis van zaken persoonlijk te benaderen, zal daartoe sterk bijdragen. De weg haar de nieuwe betrekkingen tussen Indonesië en Nederland is zorgvuldig geëffend. Na de oplossing van de hangende financiële kwesties (september 1966) en van het probleem West-Irian (New Yorks akkoord, augustus 1962) zit Nederland nog met de zaak van de Zuidmolukkers als erfenis uit de failliete boedel van zijn koloniale verleden.

Kritiek

Nog moeten de tussen Nederland en Indonesië gesloten overeenkomsten voor samenwerking worden uitgevoerd en uitgebreid. De handel ontwikkelt zich nog niet op de manier zoals de partners voor ogen hadden. 

Indonesië worstelt nog met de gigantische taken van economische opbouw en politieke stabiliteit. Na de kortelings voor de 2de maal gehouden algemene verkiezingen moet zijn regering proberen de democratie van de grond te brengen. 

In alle krachtsinspanningen speelt het Indonesische leger een nuttige rol. De enorme macht die het zich echter verschafte geeft nog steeds aanleiding tot scherpe kritiek. Vooral omdat het zeker niet schroomt die macht te gebruiken voor 's lands politieke rust, gevoed als het nu eenmaal wordt door zijn natuurlijk wantrouwen tegen politieke partijen. 

Maar het leger speelde van meet af aan een actieve rol in het jonge Indonesië. Het kreeg daarom historisch een andere functie dan een leger in Nederland heeft. 

De Indonesische landmacht zorgt voor het nodige middelbare kader dat de burgermaatschappij nog onvoldoende voortbrengt. Zonder deze Inbreng zou de economische opbouw van het land nog trager verlopen.

Constructief

Van het bewind Soeharto kan zakelijk worden vastgesteld dat het een constructief beleid stelde in de plaats van het revolutionaire van wijlen Soekarno met zijn prestigeprojecten waarvan gigantische monumenten en standbeelden in Djakarta getuigen. 

Soeharto's regering pakt de economische problemen praktisch aan en bundelt daarvoor alle krachten. Zij zoekt samenwerking met het Westen, zonder iets af te doen aan Indonesiës principiële politiek van actieve neutraliteit. Soeharto en sultan Hamengku Buwono IX van Jogjakarta als zijn rechterhand voor de economische aangelegenheden, kan enig succes niet worden ontzegd. De Indonesiërs accepteerden de beleidsombuiging, die wordt voortgezet zonder de opzwepende volkstoespraken waarvan Soekarno het veel moest hebben.

Uitgestelde wens

Koningin Juliana is het eerste regerend lid van het Oranjehuis dat Soeharto's duizend eilanden, met hun in vele toonaarden bezongen natuurlijke schoonheid en rijkdom, bezoekt. 

De Koningin kan wel spreken van een lang uitgestelde visite en een geduldig gekoesterde hoop, eens kennis te kunnen maken met het eilandenrijk. Omstreeks haar vijfentwintigste jaar was er al sprake van dat kroonprinses Juliana naar Nederlandsch-Indië zou gaan. Kort na haar huwelijk met prins Bernhard zou het er in 1937 dan van komen. 

Terwijl anno 1971, behoudens enkele protesten van enige opwinding in Nederland over het komende staatsbezoek eigenlijk nauwelijks sprake is, deden de plannen van de kroonprinses indertijd veel stof opwaaien. Er is voor en tegen geargumenteerd. 

De inzet was „de staatsie waaraan oosterlingen behoefte hebben. Het feit dat het koningshuis voor de inlander leeft in een mystieke sfeer van grootheid en macht. De fantastische geest van de inlander weet om de koningin een sfeer van bovenmenselijke onbereikbaarheid die hem dwingt tot onderdanigheid en erkenning van het hoogste gezag". 

„Een bezoek van leden van het Koninklijk Huis zou de inlanders desilusioneren. De aanschouwing van een mens, gelijk aan alle andere mensen zou een ontgoocheling met zich meebrengen met onberekenbare gevolgen voor de handhaving van het gezag". Zo stond het in de kranten van die tijd. 

Er behoefde geen beredeneerde knoop te worden doorgehakt. Kroonprinses Juliana raakte in verwachting. Na de geboorte van prinses Beatrix in 1938 volgde in augustus 1939 die van prinses Irene. Vervolgens maakte de oorlog voorlopig een einde aan de illusie. 

Na 1900 is menigmaal overwogen, een lid van ons Koninklijk Huis een bezoek te laten brengen aan de toenmalige koloniën. Niet alleen om de bevolking te plezieren, maar vooral als extra steun voor het Nederlandse gezag. 

Koningin Wilhelmina kwam als regerend vorstin naar de politieke opvattingen voor die tijd, niet in aanmerking voor zo'n bezoek. Haar echtgenoot prins Hendrik zou de grote reis in 1909 maken. Het ging om onbekende redenen niet door. 

De vraag of een lid van het Koninklijk Huis naar de overzeese rijksdelen zou moeten gaan bracht ook in de eerste jaren van de twintigste eeuw de publieke opinie in beroering. Schrijvers kritiseerden het feit, dat het nog nooit was gebeurd. Zij verweten de prinsen van het Huis van Oranje er zelfs tijdens de „krijgsbedrijven die daar de gemoederen verontrustten" niet te zijn heen gegaan. 

Merkwaardigerwijs bezochten in 1909 wel de broers van prins Hendrik Johan Albrecht en Adolf van Mecklenburg het eiland Java.

Hendrik

Toch zette de eerste Oranje, zij het dan niet als regerend vorst, al in 1837 voet op Indonesische grond. Willem Frederik Hendrik (1820-1879), de derde zoon van koning Willem II en koningin Anna Pauwlona voer 10 februari van dat jaar als jong luitenant ter zee op het fregat Bellona de haven Tandjong Priok van Batavia binnen, dat toen nog Weltevreden heette.

Prins Hendrik reisde acht maanden lang kris-kras door de archipel. Hij bezichtigde de Borobudur. beklom de vulkaan Bromo en mocht zelfs bij hoge uitzondering doordringen tot de vertrekken waarin de vrouwen van de soesoshoenan van Surakarta woonden. Het werd een lange, feestelijke reis waarvan de prins tenslotte met geschenken en eerbewijzen terugkeerde. De verzameling wapens die hij overal cadeau kreeg sieren nu de muren van paleis Soestdijk.

Hartelijk

Koningin Juliana moet in Indonesië een zwaar programma afwerken. Zij behoeft zich echter niet door een eindeloos schijnende reeks ontvangsten, bals, parades, soupers en volksspelen heen te worstelen. 

Het Indonesische volk ontvangst haar daarom niet minder hartelijk, zij het ook zonder enige zweem van onderdanigheid. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Nederlandse vorstin in Indonesië, 'n historische gebeurtenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken