Bekijk het origineel

Meer overheidssubsidie nodig voor bestrijding milieuverontreiniging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Meer overheidssubsidie nodig voor bestrijding milieuverontreiniging

Jaarverslag Stichting Recreatie

4 minuten leestijd

In haar jaarverslag over 1969 en 1970 — dat ditmaal functioneel als een bureau-agenda is uitgevoerd — constateert de Stichting Recreatie dat de problematiek rond de milieuhygiëne gelukkig steeds meer tot nadenken stemt, maar dat het helaas maar al te vaak alleen is gebleven bij signalering van bet milieubederf. Maatregelen ter voorkoming of tot het tegengaan hiervan zijn niet of nauwelijks genomen. In dit verband noemt de Stichting Recreatie o.a. de verontreiniging van oppervlaktewater door afvalstoffen afkomstig van tijdelijke bewoners van tweede woningen, kampeerterreinen, woonboten, jachten enz.

Normaliter kan de riolering — zo die er is — in de betreffende gemeente het aanbod van de eigen bewoners gemakkelijk verwerken. Wanneer echter gedurende het vakantieseizoen het inwonertal vaak vertienvoudigd is, blijkt in de meeste gevallen de capaciteit onvoldoende met als gevolg dat het oppervlaktewater in de wijde omgeving sterk wopdt verontreinigd en zwemmen hierin dikwijls zou moeten worden verboden, rinanciële middelen om afdoende maatregelen hiertegen te nemen ontbreken bij de doorgaans kleine gemeenten, terwijl in subsidiëring hiervan door de centrale overheid nl«t wordt voorzien.

De Stichting Recreatie stelt zid» dan ook op het standpunt dat het ministerie CRM van ook gelden ter beschikking zou moeten stellen voor hel; financieren van voorzieningen van milieuhygiënische aard, voorzover de verontreiniging veroorzaakt wordt door de openluchtrecreatie. Voorkomen moet worden dat recreatiegebieden, die vaak ten koste van hoge bedragen tot stand zijn gekomen, binnen de kortst mogelijke tijd onbruikbaar worden door het ontbreken van vooraieningen ter voorkoming en bestrijding van mllieu;verontreiniging. Naar de mening van de Stichting Recreatie is het irreëel ér van uit te gaan dat de gemeenten of anderen daarvoor zullen moeten zorgen.

VAKANTIESPREIDING

Ten aanzien van de vakantiespreiding schrijft de Stichting Recreatie, dat hoewel in beide verslagjaren een duidelijke tendens waarneembaar was in de richting van «en merkbare vakantiespreiding —- het toerisme buiten het traditionele vakantieseizoen neemt zienderogen toe — toch steeds niét van een ideale toestand kan Worden gesproken. 

Een belemmering voor een verbetering van de vakantiespreiding vormen volgens de Stichting Recreatie de schoolvakanties en de collectieve bedrijfsvakanties. Zij is dan ook van mening, dat gezien de in de toekomst te verwachten langere vakanties, alsmede de ta«tMme .van het aantal vakantiegangers uit binnen- en buitenland, verlenging noodzakelijk is van de zcanervakanties van de lagere scholen van 6 tot 8 weken. Tevens vindt zij dat met name de werknemers zonder schoolgaande kinderen in de gelegenheid moeten worden gesteld hun vakantiedatum „vrij" te kiezen. Daartoe zal door het bedrijfsleven moeten worden ntgtttaat. ot afschaffing van de collectieve bedrijfsvakanties kan worden gerealiseerd. Ook zal' ter regeling van een goede vakantiespreiding overleg vooral met Duitsland nodig zijn.

Ter bestudering en oplossing van bovengenoemd vraagstuk, dient naar de mening van de Stichting Recreatie op korte termijn een staatscommissie te worden ingesteld, waarin vertegenwoordigers van het onderwijs, het bedrijfsleven, de toeristische organisaties, de overheid, alsmede het bij het toerisme betrokken bedrijfsleven zitting krijgen.

BERAADSGROEPEN

Het jaarverslag geeft voorts een uitgebreid' overzicht van de vele werkzaamheden die door de Stichting Recreatie zijn: verricht. Als resultaat van overleg in werk- en beraadsgroepen — waarin'naast deskundigen van de bij de stichting aangesloten en niet. aangesloten organisaties, ook vertegenwoordigers van de overheid zitting hebben — verschenen in 1969 en 1970 een aantal belangrijke rapporten. O.a.: „Het kleine buitenverblijf", „Recreatie en wonen I en H", „Toeristenbelasting en retributies". „De onverharde weg", "Openluchtrecreatie en gehandicapten", „Aanbevelingen m.b.t. het recreatieonderzoek", „Recreatiefonderzoek in groenvoorzieningen", "Sociale academies en hst recreatiewerk", terwijl werd aangevangen met o.m. een beraad over de recreatie en de landbouw in de ouder wordende mens.

Ten slotte vermeldt het verslag dat gedurende beide verslagjaren een geregeld contact is geweest tussen de Stichting Recreatie en bewindslieden, ambtenaren en leden van de Tweede Kamer die betrokken zijn bij de belangenbehartiging van de openluchtrecreatie in ons land, mede waardoor de Stichting Recreatie in 1969 en 1970 een werkelijk contactcentrum voor openluchtrecreatie, vakantiebesteding en natuurbehoud is geweest. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 september 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

Meer overheidssubsidie nodig voor bestrijding milieuverontreiniging

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 september 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken