Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Conjunctuurpolitiek dreigt aanpassing van het wegennet opnieuw te vertragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Conjunctuurpolitiek dreigt aanpassing van het wegennet opnieuw te vertragen

RIJKSWEGENFONDS 1965 OP DE HELLING!

6 minuten leestijd

In het akkoord, dat de basis vormt van het nieuwe kabinet-Biesheuvel, werd de instelling van een algemeen verkeersfonds aangekondigd. Dit fonds dient — aldus de officiële tekst — „ter financiering van aanleg en onderhoud van wegen en zo veel mogelijk ook, van steunmaatregelen voor het openbaar vervoer, onder handhaving van de noodzakelijke open concurrentieverhoudingen tussen openbaar en particulier goederenvervoer". Dit fonds zal in de loop van het volgende jaar in de plaats komen van het in 1965 ingestelde Rijkswegenfonds.

Opnieuw dreigt de conjunctuurpolitiek de zo dringend noodzakelijke aanpassing van ons wegennet aan het groeiende verkeer te vertragen. Dit is in de na-oorlogse periode reeds herhaaldelijk gebeurd, omdat de begroting van het departement van Verkeer en Waterstaat steeds een gemakkelijke sluitpost bleek bij de opstelling van de jaarlijkse Miljoenennota, zo meent de Stichting Weg.

Deze ervaringen waren de directe aanleiding om begin 1965 een afzonderlijk fonds voor de aanleg van Rijkswegen in te stellen, het Rijlcswegenfonds. De toenmalige minister mr. J. van Aartsen, wilde hiermede in de eerste plaats de continuïteit van een snelle aanleg en uitbreiding van het autosnelwegennet veilig stellen. Jaarlijks wordt nu bij de begroting van het fonds een overzicht gegeven van de stand van zaken bij de uitvoering van het vijfjarig uitvoeringsprogramma.

TWEE MIDDELEN

Ten einde de continuïteit van de uitvoering te kunnen waarborgen zijn de Inkomsten van het Rijkswegenfonds niet langer afhankelijk van het jaarlijkse budget van Verkeer en Waterstaat. Het fonds beschikt over eigen inkomsten en wel een vaste bijdrage uit de algemene middelen, dus uit de rijksbegroting, en de inkomsten van de zgn. opcenten van de motorrijtuigenbelasting. Bij de Instelling van het fonds oordeelde men het redelijk, dat de groep weggebruikers een extra bijdrage zou betalen aan het fonds, met het gevolg dat boven het tarief van de motorrijtuigenbelasting nogmaals 65 pet. opcenten werd geheven.

LOGISCHE LASTENVERDELING

Ook de bijdrage uit de staatskas is wettelijk geregeld. Zij wordt verhoogd in evenredigheid met de groei van het aantal motorvoertuigen in ons land. Op zichzelf is dit vrij logisch: door de groei van het autopark stijgen ook de opbrengsten van o.m. de motorrijtuigenbelasting, benzine-accijns en de extra-omzetbelasting bij de aankoop van personenauto's. Anderzijds moet door de toeneming van het verkeer jaarlijks meer voor de wegenaanleg en verkeersvoorzieningen worden uitgegeven.

De eerste begroting (1965) van het Rijkswegenfonds beliep 265 miljoen, waarvan 80 miljoen ofwel 30 pet. opcenten motorrijtuigenbelasting. De verhouding 70 : 30 tussen de bijdragen uit de algemene middelen en de opbrengst van de opcenten zou — volgens toezegging van de toenmalige regering — ook in de toekomst worden aangehouden. Inmiddels zijn de (geraamde) inkomsten van het Rijkswegenfonds in 1971 opgelopen tot 745 miljoen gulden. De toeneming van het jaarlijks budget is zelfs groter dan de groei van het aantal motorvoertuigen in deze periode (van 1,6 miljard in 1965 tot 3,1 miljard in 1971) doet veronderstellen. Dit is het gevolg van het feit, dat de opcenten van de motorrijtuigenbelasting reeds twee maal sedert de instelling in 1965 (zie ook bijgevoegde lijst van belastingmaatregelen) zijn verhoogd, mede ter dekking van de enorme kostenstijgingen. Dientengevolge is het aandeel van de opcenten lees de directe bijdrage van de weggebruiker — aan het Rijkswegenfonds gestegen van 30 tot 45 pet.

800-KILOMETERPLAN

Bij de introductie van het Rijkswegenfonds eind 1964 stelde minister Van Aartsen de voltooiing van 800 km nieuwe autoweg tegen eind 1970 in het vooruitzicht. De aan te leggen of te verbeteren wegen werden aangegeven op het zes-, thans vijfjarig uitvoeringsprogramma, waarvan jaarlijks bij de begroting van het fonds kaarten worden overgelegd. Het thans bekende programma heeft zodoende betrekking op de periode 1971—1975.

De uitvoering van het 800 km-plan is aanvankelijk langzaam op gang gekomen. Met de planning en uitvoering van een autosnelweg zijn vele jaren voorbereiding gemoeid. Op 1 augustus 1970 was globaal 435 -km gereed, terwijl in de periode 1 augustus 1970 — 1 augustus 1971 naar verwachting ca. 100 km voor het verkeer werden opengesteld. Zodoende wacht nog ruim 250 km op voltooiing voor eind 1972!, aldus de Stichting Weg.

„REKEN EROP"

Herhaaldelijk is de afgelopen jaren bij de vorige minister van verkeer en waterstaat, drs. J. A. Bakker geïnformeerd naar de stand van zaken bij de uitvoering. Nog onlangs (mondelinge behandeling van de begroting 1971 van het rijkswegenfonds in de Eerste kamer d.d. 16 februari 1971) verklaarde de minister met nadruk dat op tijdige voltooiing van het 800 km-plan kon worden gerekend. Enkele grotere wegvakken (bijv. van de E8 van voorbij Hoevelaken tot Apeldoorn) zouden in het komende begrotingsjaar worden opengesteld.

Inmiddels is het uitvoeringsprogramma van het Rijkswegenfonds verder uitgebreid. Dit houdt in dat in de periode 1973—1975 nogmaals 450 km autosnelweg zullen worden opengesteld, d.w.z. 150 km per jaar. Zulks betekent een verdubbeling van de wegenbouwproduktie in de komende 2 3 jaren, vergeleken bij de voorafgaande periode. Door de aangekondigde regeringsmaatregelen komt de planning van de rijkswaterstaat opnieuw op de helling.

Zoals hierboven gesteld, vormt de conjunctuurpolitiek van het kabinet-Biesheuvel een bedreiging voor de continuïteit van het rijkswegenplan. Ondanks het bestaan van het rijkswegenfonds wil men de uitgaven voor de wegenaanleg beperken, d.w.z. dat er mede door de voortdurende kostenstijgingen minder kan worden gedaan. Dit is echter alleen mogelijk door een wijziging van de wet, die de inkomsten en uitgaven van het rijkswegenfonds regelt.

In plaats van het Rijkswegenfonds zal naar verwachting in 1972 een Algemeen Verkeersfonds komen. Uit laatstgenoemd fonds zullen niet alleen de kosten voor de aanleg en het onderhoud van de autosnelwegen, doch ook de infrastructuur voor en de tekorten van het openbaar vervoer worden bekostigd. In de komende maanden zal moeten blijken om welke bedragen het hierbij gaat en in welke mate een overheveling van de wegenbouw naar het openbaar verover plaats heeft.

Nieuw is deze gedachte bepaald niet. In 1926 werd — als direct gevolg van de zgn. noodklokvergadering van de ANWB — een Wegenfonds opgericht, met als inkomstenbronnen een jaarlijks vast te Stellen bijdrage uit de algemene middelen en de opbrengst van een nieuwe belasting op auto's en rijwielen. De begroting 1927 bedroeg ruim 15 miljoen gulden, waarvan 12,5 miljoen belastingopbrengsten van de automobilisten en fietsers; dezelfde cijfers voor 1934 waren resp. 21,9 miljoen en 21 miljoen. In 1934 werd het wegenfonds vervangen door een algemeen verkeersfonds, met de motivering: „dat het wenselijk is voorzieningen te treffen, ten einde het onderlinge verband tussen tussen de verkeersmiddelen te land, te water en door de lucht te versterken". In de praktijk betekende dit dat de tekorten van de Nederlandse spoorwegen ad 32,5 miljoen voor 9 miljoen gedekt zouden moeten worden door verhoging van de motorrijtuigen- en rijwielbelasting en voor 3,5 miljoen door temporisering van de wegenaanleg!

Thans in 1971 overweegt het kabinet-Biesheuvel eveneens vervanging van het rijkswegenfonds door een algemeen verkeersfonds. De geschiedenis herhaalt zich, zeggen de Fransen in zo'n geval!, zo zegt Stichting Weg. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 september 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

Conjunctuurpolitiek dreigt aanpassing van het wegennet opnieuw te vertragen

Bekijk de hele uitgave van maandag 27 september 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken