Bekijk het origineel

Voor industrie van groot belang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor industrie van groot belang

Oud papier heeft goede toekomst

4 minuten leestijd

Er is voor oud papier in Nederland nog een goede toekomst weggelegd. Dit blijkt uit een rede, die het hoofd van de afdeling „diverse bedrijfstakken" van het Directoraat-generaal voor industrie en handel van het ministerie van Economische zaken, de heer N. Buijien heeft uitgesproken ter gelegenheid van de Najaars papiertechnische dag, georganiseerd door de bond van materialenkennis. Het verbruik van oud papier in Nederland, aldus de heer Buijten, zal in de toekomst nog belangrijk toenemen.

Op het ogenblik verkeert de bedrijfstak oud papier in een weinig opwekkende situatie: de oudpapiermarkt vertoont een verbrokkelend beeld, de voorraden zijn te groot, de prijs is onvoldoende voor tussen- en groothandel en de stemming is pessimistisch. Niettemin is er toch een min of meer hoopvolle ontwikkeling te bespeuren. Terwijl in 1970 de totale binnenlandse produktie van papier en karton enige teruggang vertoonde, namelijk van 1.608.000 ton in 1969 naar 1.604.000 ton, nam het binnenlandse verbruik van oud papier toe van 546.000 ton tot 574.000 ton. Eenzelfde ontwikkeling viel in de eerste helft van 1971 waar te nemen. Bij een produktieteruggang in de papier- en kartonindustrie van ongeveer 5 pet. ten opzichte van dezelfde periode van 1970 is het oudpapierverbruik in de Nederlandse industrie toch nog enigszins gestegen, namelijk van 292.000 ton naar 319.900 ton. Overigens werd dit grotere verbruik voor een deel veroorzaakt door het abnormale strogebrek in deze perioden.

De heer Buijten verwacht, dat het verbruik van papier en karton in Nederland zal stijgen van 1.841.000 ton in 1970 tot 2.875.000 ton in 1980. De produktie in Nederland zal stijgen van 1.604.000 ton in 1970 tot 2.350.000 ton in 1980. Aan oud papier zal volgens deze prognose in 1980 1.115.000 ton worden verbruikt tegen 574.000 ton in 1970. De inzameling van oud papier In ons land zal in 1980 een omvang bereiken van 1.200.000 ton tegen 724.000 ton in 1970.

De heer Buijten meent, dat de door hem genoemde cijfers voor produktie en verbruik in 1980 alleen maar hoog lijken tegen de achtergrond van de huidige bijzondere situatie. Hij is van oordeel, dat binnen afzienbare tijd een min of meer normale toestand zal terugkeren en dat gerekend moet worden op een terugkerende groei.

MOGELIJKHEDEN

Er bestaan in Nederland nog grote mogelijkheden om de oudpapierval (de oudpapierinzameling) te vergroten. Met name dient men te denken aan de mogelijkheden om oudpapier uit de afval van huisgezinnen te winnen. Per jaar wordt in Nederland ongeveer 5 miljoen ton huisvuil afgevoerd. Volgens een voorzichtige schatting bevindt zich hieronder ongeveer 25 pet., dat is dus in de buurt van 1,5 miljoen ton, oudpapier. Technisch is het volgens een TNO-onderzoeking mogelijk uit het huisvuil, het oudpapier af te scheiden.

VERANDERINGEN

Op korte termijn zijn de vooruitzichten voor de oud-papiermarkt niet gunstig. Er is slapte op de internationale papiermarkt en dit betekent ook een slappe grondstofmarkt. Bovendien staan wij aan de vooravond van ingrijpende veranderingen in de continentale papierindustrie: dit geldt niet alleen ten aanzien van de vergroting van de EEG-markt, maar van veel meer zal de invloed zijn van een mogelijke associatie met wat men noemt de „EVA-neutralen" als Zweden, Finland en in mindere mate Oostenrijk. De afbraak van de buitentarieven voor papier en karton zal de industrieën in die grote „produktielanden" die toch al de natuurlijke voordelen van een groot bosbezit en natuurlijke waterkracht bezitten — in de gelegenheid stellen hun gerede produkten gemakkelijk in toenemende mate naar onze landen te exporteren. Dit zal de integratie van grondstof tot eindprodukt nog meer in de hand werken dan nu reeds gebeurt.

Tegen de achtergrond dat papierhout en de daaruit vervaardigde houtpulp toch al een schaars produkt dreigt te worden, zal deze toenemende integratie de hoeveelheid pulp die voor de markt beschikbaar blijft nog meer doen afnemen. Dit dwingt in het bijzonder het houtarme Nederland het grondstofprobleem voor zijn papierindustrie bijzonder serieus te nemen.

OVERLEVEN

Alles wat daarom gedaan kan worden om de afhankelijkheid van het buitenland te verminderen verhoogt de overlevingsmogelijkheden van onze industrie, waarin miljarden zijn geïnvesteerd en waaraan duizenden werknemers een boterham verdienen. Dit betekent' dat ondanks tegenstand en tegenwerking getracht zal moeten worden ons houtbestand op te voeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 november 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

Voor industrie van groot belang

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 november 1971

Reformatorisch Dagblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken