Bekijk het origineel

Budgetrecht naar herv. synode is noch nodig, noch wensehjk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Budgetrecht naar herv. synode is noch nodig, noch wensehjk

Mr. dr. H. M. J. Wagenaar in „De Kerkvoogdij`

8 minuten leestijd

De huidige regeling van het budget-recht over de hervormde generale financiën blijkt kerkelijk doordacht, fijn gereguleerd en goed uitgebalanceerd te zijn. Alles overziende mag de conclusie luiden, dat het noch nodig, noch wenselijk is het budget-recht van de generale financiën naar de (grote) synode over te brengen. Aldus, kort samengevat, mr. dr. H. M. J. Wagenaar over verschillende voorstellen tot in de hervormde synode toe het budget-recht (vaststelling van de begroting en goedkeuring van de rekening) over de generale financiën in handen van de generale synode te leggen.

Mr. dr. H. M. J. Wagenaar te Den Haag, oud-directeur van de hervormde raad voor de predikantstraktementen en in het bijzonder deskundig op het gebied van de hervormde kerkorde — hij was secretaris van de commissie die de huidige hervormde kerkorde (1951) heeft voorbereid — heeft zijn waarschuwing de hervormde synode niet te gaan belasten met het budget-recht vervat in een artikel, dat is opgenomen in het januari-nummer van „De Kerkvoogdij", het maandblad van de vereniging van kerkvoogdijen in de Nederlandse Hervormde Kerk.

„Blijkbaar zijn we al weer zover van 1951 verwijderd en van de daaraan voorafgaande tijden en omstandigheden, dat er te weinig kennis meer is van de toenmalige situatie en van wat er toen gedaan is. De hier aan de orde zijnde kerkordelijke regeling is nl. zeer welbewust en met grote precisie opgesteld.

WEINIG ACTIEF

Aldus mr. Wagenaar aan het begin van zijn artikel, waarin hij wijst op de vooral op geestelijk gebied weinig actieve, „en dan haast altijd nog met negatieve beslissingen" komende, vroegere hervormde algemene synode van slechts 19 leden, van wie 13 (ruim tweederde deel) predikant moesten zijn en 6 ouderling.

„Op grond van deze situatie is in de kerkorde van 1951 de taak van de nieuwe generale synode geheel gericht op de geestelijke vragen en om te voorkomen dat zij zich wederom in administratieve en financiële zaken verliezen zou", zo verduidelijkt mr. Wagenaar, „De zorg voor de generale financiën werd daarom in 1951 opgedragen aan een generale financiële raad van elf leden, waarvan er twee worden aangewezen door de algemene kerkvoogdijraad, twee door de generale diakonale raad en de overige zeven leden door de synodus contracta, de verkleinde synode, de generale financiële raad gehoord. Deze regeling beoogde naast de representatie van de kerkvoogdelijke en diakonale piramide, in de generale financiële raad zitting te geven aan deskundigen op financieel terrein."

De voorgeschiedenis van jarenlange strijd tussen bestuur ,(algemene synodes met 2/3 meerderheid van predikanten) en beheer en de grote invloed van het predikantenkorps ook in de nieuwe generale synodes (50 pct. van de 54 zetels) speelden een rol bij het opstellen van de huidige regeling. Mr. Wagenaar schetst, dat de nu geldende regeling inzake het budget-recht van de hervormde generale financiën ,.allerminst als on-democratisch of uit de tijd geraakt mag worden gebrandmerkt. Integendeel, zij waarborgt juist een veel serieuzer behandeling, waarbij èn de synodale belangen en inzichten èn die van de kerkvoogdijen en diakonieën (die tenslotte gelden moeten verschaffen) èn de onontkoomibare prioriteitenregeling voldoende beveiligd zijn".

DENK AAN DIT:

„Wat de grote synode betreft", aldus mr. Wagenaar, „moet het volgende bedacht worden:

— Het is niet zinvol om aan een kerkelijk lichaam een taak of bevoegdheid op te dragen, waartoe de afgevaardigden niet of maar zeer incidenteel gekwalificeerd zijn. Men wordt ter synode nu eenmaal niet primair afgevaardigd op grond van zijn financiële of economische deskundigheid.

— Het onder 1 genoemde argument wordt nog belangrijk versterkt, omdat er in de classes een periodieke verspringing plaats vindt, door de voorgeschreven afwisselende afvaardiging van een predikant, een ouderling, een ouderling-kerkvoogd of een diaken.

— Ontheffing van de generale financiële raad van zijn aandeel in het budget-recht zou tevens ten gevolge hebben, dat de inbouw van de kerkvoogdelijke en diakonale piramidetoppen — en daarmede de invloed ervan op het generale budget — zou vervallen en daarmede de mogelijkheid tot het in balans houden van de generale en de locale belangen.

— Overheveling van het budget-recht naar de generale synode zou een te grote invloed van de predikanten op het generale budget ten gevolge kunnen hebben.

— Zou het budget-recht van de generale financiën bij de synode komen te rusten, dan zou dat zeker ook zijn repercussies in de plaatselijke gemeenten hebben, waar weer pogingen zouden kunnen worden verwacht tot het overbrengen van het budget-recht over de locale financiën van de kerkvoogden naar het kerkeraden. Dit zou leiden tot een repetitie van de strijd tussen bestuur en beheer, die in de vorige eeuw zoveel schade aan het kerkelijk leven heeft toegebracht, waaraan thans allerminst meer behoefte bestaat".

Tot zover uit het artikel van mr. Wagenaar, die ook nog ingaat op het aspect van de publiciteit inzake de kerkelijke financièn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 januari 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Budgetrecht naar herv. synode is noch nodig, noch wensehjk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 januari 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken