Bekijk het origineel

Bonte verzameling Nederlandse cultuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bonte verzameling Nederlandse cultuur

OPENLUCHTMUSEUM TE ARNHEM 60 JAAR

5 minuten leestijd

Wanneer we het Nederlands platteland door reizen, ervaren wij een zeer sterke variatie. Een zeer bijzondere karakteristiek krijgt de oude volksbouwkunst en de wijze waarop men zich met voor de hand liggende materialen bedient. Reeds de oprichters van het Openluchtmuseum, welk museum op 24 april a.s. 60 jaar bestaat, hebben kennelijk voorzien dat „de moderne tijd" in aantocht was en dat het gevolg daarvan zou zijn dat tal van vertrouwde en voor ons land en onze volksaard zo kenmerkende zaken van het platteland zouden gaan verdwijnen.

Bij de herdenking van het 50-jarig jubileum meende de toenmalige Staatssecretaris mr. Y. Scholten, dat degene die dit museum hebben gesticht recht hebben „op de titel optimisten, niet vanwege hun blijkbaar zonnige verwachtingen ten aanzien van het vaderlandse klimaat, maar ook wat aangaat hun vertrouwen in het boeiende karakter van de objecten van de Nederlandse volkskunde".

Stichter van het museumpark was de Hattemse archievaris F. A. Hoefer, die bij de oprichttnig in 1912 voorzitter werd. Op 10 november 1913 besloot de gemeenteraad van Arnhem een 30 ha. groot terrein van het landgoed „De Waterberg" gelegene aan de Schelmseweg, aan de vereniging in erfpacht af te staan. Op 13 juli 1918 kon het muneum worden geopend, als tweede instelling van deze aard in West Europa. Het eerste museum, dat van Skansen-StokhoIm werd in 1892 gesticht.

De Bond Heemschuit bood op de openingsdag als eerste geschenk een zeventiende-eeuwse deurboog aan met het opschrift „Up Got hoepe ick allein, dan menischen holpe is klein". Dit zou een zinspreuk blijken te zijn die maar al te zeer opging voor de begintijd van het museum.

Weinig

De heer A. A. G. van Erven Dorens, de eerste directeur, had nog maar weinig te beheren. In het museumpark waren bij de aanvang ondergebracht een „los hoes" en een bakhuisje uit Twente, een standerdmolen "uit Huizen (NH), een Volendammer vissershut en een plaggehut uit Qnstwedde. En dat „los hoes" ging nog door brand verloren door toedoen van een fotograaf, die met een ouderwets blitszapparaat een binnenopname wilde maken.

Ondanks de sleohte financiële toestand van de vereniging nam de verzameling in aanital toe. Dit was vooral te danken aan het idealisme en het doorzettingsvermogen van bestuur en directeur van de vereniging. Het doel van deze vereniging was: het bevorderen van de studie van de beschaivimg der plattelandsbevolking van Nederland, zoals die zich uit in woningbouw, dorpsaanleg, Wederdraohten, huisraad, werktuigen etc.

Rijksmuseum


Toen in 1942 de stichtingstermijn was verlopen, nam het rijk het museum over en kreeg het de naam: Rijksmuseum voor Volkskunde „Het Nederlanidsch Openluchtmuseum",

De oorspronkelijke vereniging is na 1942 voortgezet als de vereniging „Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum". Terecht vond de vereniguiig het waard om de historische bewijsstukken van de vroegere beschaving van ons land, waar men ze aantreft, met belangstelling te worden beschouwd, te worden opgespoord, bewaard en bijeengebracht.

Nederland is bevolkt geweest door verschillende stammen: de Saksers, de Franken, de Friezen en een tijd lang door de Romeinen. Ze bouwden er hun Deurboog, versierd met eenvoudig snijwerk.

Molen in het openluchtmuseum De Zaanse buurt van het museum woningen, in kleinere en grotere nederzettingen bijeen. Hun bedrijf, landbouw en veeteelt, was de gewichtige factor, die invloed had op de constructie en inrichting van hun wonin,gen en de daarbij behorende opstallen, alsmede de aard en de vorm himner gebruiksvoorwerpen, werktuigen enz. en op huisraad, kleding en lijf sieraden.

De later ontstane steden ontwikkelden zich sneller en bereikten een hogere beschaving. Maar die plattelandsibesohaiving, is de oudere, de meest verspreide, de lanignst bewaarde, maar ook de ondierlinig meest verschillende, in de provincies van ons land. Tot circa 50 jaar geleden, kon men in de plattelandswoningen, hun bouw en hun inrichting met huisraad, werktuigen en gebruiksvoorwerpen, nog de sporen van eeuwen vroegere beschavinig terugvinden.

Het meubilair was bijv. In veel verstrekkende zin van hout dan het onze. Maar niet alleen de tafels en stoelen, maar ook emmers, de schooltassen der kinderen en nog veel meer andere zaken waren van hout.

Veel verloren

Na de overname dioor het Rijk volgde een korte bloeiperiode, doch spoedig daarna moest een groot deel van de verzameling elders worden ondergebracht. Van 1943 tot 1945 werd aan het museumpark grote schade aangericht door bommen en V-l's en van de verzameling ging ondanks de veilig gewaande kastelen en brandkasten, veel verldren.

In 1945 werd de wederopbouw ter hand genomen door de in 1942 benoemde directeur, de Heer S. J. Bouma, een architect. Op 1 november 1942 werd ook aan het museum verbonden architect H. J. van Bon, met als opdracht verder te gaan met de reeds door hem aangevangen documentatie van de landelijke bouwkunst in Nederland, voornamelijk langs de oevers van het IJsselmeer.

In 1946 had de heropening van het museum plaats en in 1948 werd d« heer Bouma opgevolgd door dr. Win. Roukens.

Met vele nieuwe aanwinsten werd de verzameling uitgebreid. In 1949 werd de verloren gegane kledingverzameling van Koningin Wilhelmina vervangen door een nieuwe verzameling. Ook onder leiding van prof. dr. A. J. Bemet Kempers breidden gebouwen, verzamelingen en het terrein (van 30 tot 44 ha) zich gestadig uit. De omvangrijke verzamelingen van roerende stiikken volikskunst en plattelandsbeschaving zijn voorzover mogelijk opgesteld in hallen. Her en der verspreid liggen de molens, verschillende typen boerenwoningen met üwentaris etc. Er is ook een kruidentuin.

Voor velen heeft het de ogen geopend voor de onvolprezen rijkdom aan natuur en volkskunst in Nederland. Het is een tot Europees formaat uitgegroeid museum. Dit museum is geen kerkhof van plattelandscultuur, maar een oord van levendige voor-ogenstelMnig van eeuwenoud cultuurgoed. Het grote succes van dit museum is het heimwee naar een tijd, die nog zo kort geleden voorbij is gegaan, naar de ontmoeting met uitingen van de beschaving der plattelandsbevolking, lang miskend, maar door het Nederlands Openluchtmuseum vroegtijdig erkent. Binnen afzienbare tijd zullen er geen oude boerenhuizen in ongerepte staat meer te vinden zijn.

Het adres van het museum is: Schelmseweg 89 Arnhem, waar men vrij is om op verkenning te gaan: naar de klapbrug, de molens, de dorpsschool, de plaggehut, de klederdrachten en vele an. dere schone zaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Bonte verzameling Nederlandse cultuur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken