Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Neutrale vormingsinstituten bedreigen bijzonder onderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Neutrale vormingsinstituten bedreigen bijzonder onderwijs

Leerplichtwet heeft veel gevolgen

4 minuten leestijd

In het Jubileumnununer van het G.O.L.V.-blad, het orgaan van de thans vijftig jaar bestaande Gereformeerde Onderwijzers en Leraren Vereniging, die haar leden o.a. telt in de kringen van de Geref. Gemeenten, troffen wij onderstaande bijdrage aan over de verlenging van de leerplicht. De materie is belangwekkend genoeg om dit artikel praktisch in zijn geheel hier over te nemen.

Het luidt als volgt:
In artikel 3 van de leerplichtwet 1969 was de negenjarige leerplicht reeds vastgelegd. Krachtens artikel 32 van die wet was de uitvoering hiervan echter uitgesteld tot een door de Kroon te bepalen tijdstip.

Op 4 maart 1971 werd aan de Staten-generaal een ontwerp van de wet aangeboden, (in)houdende wijziging van de leerplichtwet 1969. Dit wetsontwerp is inmiddels door beide Kamers van de Staten-generaal aange- nomen en met ingang van 1 augustus 1971 in werking getreden.

Sedertdien geldt voor alle kinderen een leerplicht van negen jaar, dus één jaar langer dan vóór die datum. Globaal gezien komt de nieuwe wettelijke regeling erop neer, dat alle jongens en meisjes van 6 tot ruim 15 jaar verplicht zijn volledig dagonderwijs te volgen. De leerlingen, die aan het einde van het schooljaar 1970/71 leerplichtvrij zouden worden, moeten nog een jaar langer naar school.

Partieel

Met ingang van 1 augustus 1971 kent de Wet ook een nieuwe partiële leerplicht, die aansluit op de volledige leerplicht. Dat wil zeggen, dat kinderen na volledige leerplicnt van 9 jaar nog één dag per week gedurende een jaar partieel onderwijs moeten volgen, tenzij zij reeds volledig dagonderwijs volgen. Deze verplichting geldt ook voor meisjes, die in de huishouding werkzaam zijn.

Er zijn zelfs leerlingen, die reeds aan het einde van het schooljaar 1969/70 leerplichtvrij zijn geworden en die thans opnieuw onder de partiële-leerplicht vallen. Dit geldt voor kinderen, die op 31 jlli 1971 nog niet de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt. In deze gevallen is het dus mogelijk dat na een leerplichtvrije periode de leerplicht, zij het partieel, weer is herleefd.

Ook bij de partiële leerplicht zullen de ouders, voogden of verzorgers van een kind verplicht zijn te zorgen dat het kind is ingeschreven als leerling van een onderwijsinstituut.

Boete

De strafbepaling van artikel 26 der leerplichtwet is ten deze toepasselijk verklaard. Op overtreding van het in dit artikel bepaalde is een hechtenis van ten hoogste veertien dagen of een geldboete van ten hoogste tweehonderd gulden vastgesteld. In gevallen van redicive kan de hechtenisstraf worden opgevoerd tot ten hoogste drie maanden.

Ten aanzien van ouders, voogden of verzorgers van partieel leerplichtingen — het volgende geldt dus niet ten aanzien van ouders van gewoon leerplichtigen — geldt echter niet de verplichting om te zorgen, dat het kind na inschrijving de school ook daadwerkelijk bezoekt. Wel is het kind zelf verplicht het onderwijs geregeld te volgen, doch op het niet nakomen van deze verplichting door het ktnd is geen sanctie gesteld. Overigens is het de taak van de met het toezicht op de naleving van de leerplichtwet belaste ambtenaar om te trachten het kind te doen inzien, dat schoolbezoek in zijn eigen belang is. Vanaf 1 augustus 1972 sluit de partiële leerplicht in het algemeen direct aan op de normale leerplicht. Zij eindigt niet op de dag, waarop de minderjarige 16 jaar wordt, doch aan het einde van het cursusjaar.

Drie jaar

De aanvankelijk eenjarige verplichting om gedurende één dag per week onderwijs te volgen, zal geleidelijk worden uitgebreid tot een driejarige verplichting. Het aantal dagen per week, waarop onderwijs gevolgd moet worden, zal in de toekomst per leeftijdscategorie kunnen variëren.

De minister van onderwijs heeft medegedeeld, dat aan de partiële leerplicht zal kunnen worden voldaan door deelneming aan cursussen, die uitgaan van vormingscursussen voor jeugdigen en door het volgen van het op het beroep gerichte onderwijs in het kader van het leerlingwezen.

In een latere kennisgeving heeft de minister medegedeeld dat voor het cursusjaar 1971/1972 partieel onderwijs onder andere ook kan worden gevolgd aan dagscholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs.

Neutraal?

Aangezien de bestaande vormingsinstituten, voorzover ons bekend, neutraal zijn en een „progressief" programma hebben, ligt hier ongetwijfeld een taak voor onze Mavo-scholen, althans wanneer de Mavo-school ook in de toekomst aan partieel leerplichtigen onderdak zal mogen blijven verschaffen. Dat zal misschien mede afhangen van de bereidheid van onze Mavo-scholen om een lesprogramma voor de partieel leerplichtigen samen te stellen".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Neutrale vormingsinstituten bedreigen bijzonder onderwijs

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 februari 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken