Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prijzen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prijzen

COMMENTAAR

5 minuten leestijd

De recente gegevens van het CBS over de prijsstijgingen in de eerste vier maanden van dit jaar zijn zonder meer onrustbarend te noemen. Eind vorig jaar leek het alsof iedereen doordrongen was van de noodzaak om de prijsstijgingen — die vorig jaar niet minder dan 7,5 pct. bedroegen — dit jaar beperkt te houden. Maar ondanks dit „nobele streven" dreigt daar dit jaar weer weinig of niets van terecht te komen.

Vandaar dat de laatste tijd met name uit de kring van DS'70, de roep om invoering van een loon- en prijsmaatregel wordt gehoord. Het is echter zeer de vraag of de regering daartoe zal overgaan. Twee jaar geleden kwam het kabinet-De Jong met een loonmaatregel, waardoor de verhouding tot de vakbeweging zeer verslechterde. Het kabinet-Biesheuvel streefde er bij zijn optreden naar om deze verhouding te verbeteren, door afstand te doen van dit instrumentarium.

Een prijsmaatregel zonder een loonmaatregel zou echter bij het bedrijfsleven terecht op grote weerstanden stuiten. Het probleem is dan ook dat de regering eigenlijk geen adequaat instrumentarium heeft om de kwaal van de inflatie te bestrijden. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor de andere westerse landen.

Vroeger heeft men vooral in liberale kring, gedacht dat er een „onzichtbare hand" was, die het economisch proces leidde, zodat alles vanzelf goed terecht zou komen. Wanneer iedereen zijn eigen belang zou nastreven, dan zou automatisch daarmee ook het algemeen belang behartigd worden. De overheid moest zich daarom van ingrijpen in het economisch proces onthouden. Deze economische opvattingen hingen samen met een door ons principieel te verwerpen optimistische en humanistische mens- en wereldbeschouwing. In de grote crisis van de dertiger jaren kwam men er evenwel achter dat een dergelijke harmonische situatie lang niet altijd automatisch bereikt werd, maar dat een actieve conjunctuurpolitiek van de zijde van de overheid noodzakelijk is.

Sinds de zestiger jaren wordt ons land echter geplaagd door een slepende inflatie, die zich trouwens ook in andere westerse landen (de USA) voordoet. Het probleem is in feite dat wij een aantal wenselijkheden tegelijk willen verwezenlijken, zoals: volledige werkgelegenheid, evenwicht op de betalingsbalans, waardevastheid van het geld, stabiele wisselkoersen en economische groei. In de praktijk blijkt dat onmogelijk te zijn en waarbij dan de waardevastheid van het geld vaak het loodje moet leggen.

Dat een geldontwaarding van 6 à 7 pct. per jaar ernstige maatschappelijke consequenties heeft, zal ieder duidelijk zijn. In ons commentaar van gisteren wezen wij daar ook al op, toen het ging om de belasting op rente-inkomsten. Bepaalde groepen profiteren van de inflatie, anderen worden er de dupe van, zonder dat deze inkomensverschuivingen ergens door gerechtvaardigd worden.

Zeker in de huidige politieke constellatie is een krachtige bestrijding van de inflatie niet eenvoudig. De regering wil niet in groot conflict komen met de vakbeweging, ook al omdat de confessionele regeringspartijen voor een niet onbelangrijk deel van hun stemmen aangewezen zijn op de kring der werknemers. Bovendien bieden loon- en prijsmaatregelen maar voor een beperkte tijd soelaas. Na het opheffen van de maatregelen probeert iedereen weer de geleden „schade" in te halen.

Een vrijwillige matiging van alle partners in het economisch leven zou natuurlijk ideaal zijn, maar is in de huidige omstandigheden moeilijk te verwachten. Ons economisch stelsel is nu eenmaal niet op matiging gericht, maar veeleer op „halen wat er te halen valt." De vakbeweging is benauwd dat een loonmatiging zal leiden tot een verhoging van de bedrijfswinsten en het bedrijfsleven is benauwd dat een prijsmatiging zal leiden tot een aantasting van de rentabiliteit.

Misschien is nog het meeste te bereiken door tegelijkertijd van verschillende kanten te werken. De overheid zal zowel in haar belastingpolitiek, haar uitgavenpolitiek, haar monetaire politiek en haar loon- en prijsbeleid steeds aan het probleem van de inflatie een hoge prioriteit moeten geven. Werkgevers- en werknemersorganisaties zullen hun achterban er voortdurend op moeten wijzen dat een voortgaande loon- en prijsspiraal voor onze economie alleen maar schadelijk is. Het ziet er echter naar uit dat het probleem van de geldontwaarding niet een, twee, drie uit de wereld geholpen zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Prijzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken