Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

IS EUTHANASIE EEN MILDE DOOD?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

IS EUTHANASIE EEN MILDE DOOD?

Nieuwe ethiek sterk geseculariseerd

23 minuten leestijd

Er wordt in Nederland het laatste jaar veel gesproken en geschreven over euthanasie. Professor J.H. van den Berg heeft een schokkend boekje gepubliceerd „Medische macht en medische ethiek". Sinds het in 1969 verscheen heeft het vele herdrukken beleefd. De schrijver stelt dat veel mensen nog in leven zijn als slachtoffer van de toegenomen medisch-technische macht. Deze mensen hadden eigenlijk moeten sterven. Ze zijn nog onder ons, omdat medici hun triomfen wilden vieren. Ten koste van alles wilden ze het leven van deze mensen verlengen. Is dat juist? Vergrijpen medici zich niet aan deze slachtoffers? Hadden ze meer eerbied moeten tonen voor het onafwendbare einde? Hoe kon het zover komen? Van den Berg zegt: vroeger was de medicus zelf machteloos. Daarom kon hij te allen tijde met de patiënt voor diens leven vechten. Hij was met hem de vijand van de dood. Wanneer de grens van het leven in het zicht kwam, moest de arts ook capituleren. Dan hadden patiënt en arts het einde te aanvaarden.

De auteur van nevenstaand artikel is voor onze lezers geen onbekende meer. Prof. dr. W. H. Velema doceert aan de Theologische Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn de ambtelijke vakken, inclusief de ethiek. Hij heeft zich de laatste tijd sterk bezig gehouden met de vragen omtrent euthanasie en het begeleiden van stervenden. Lezingen over dit onderwerp werden o.a. gebundeld in zijn boek „Rondom het levenseinde", dat terecht de aandacht trok.

_______________________________________________________________________ 

Medische ethiek

Nu kan de dokter met de patiënt experimenteren. Hij kan operaties uitvoeren, die een verminking teweeg brengen. Hij kan de laatste medicamenten op de patiënt uitproberen. Gevolg is alleen dat het sterven gerekt wordt. Is dit nog leven dat de naam van menselijk leven waard is? Is het niet veeleer onmenselijk wat hier gebeurt? Wordt hier de menselijke waardigheid niet geschonden?

Het antwoord van Prof. Van den Berg is vervat in een zeer radicaal voorstel: er moet een nieuwe medische ethiek komen. Wij moeten een nieuwe handelwijze vinden inzake de vragen van het levenseinde. De patiënt moet op elk door hem gewenst moment het recht hebben om het dodende spuitje te ontvangen. De familie van diepgestoorde kinderen of van ernstig gesstelijk afgetakelde bejaarden moet aan een commissie kunnen verzoeken hun verwanten uit het leven te doen heengaan.

Vooral door dit boekje is in Nederland de discussie over euthanasie een zaak van allen geworden. De NCRV-televisie heeft in de afgelopen winter vier uitzendingen aan het onderwerp euthanasie gewijd. Daarop zijn geweldig veel reacties gekomen. Die waren mee te danken aan het progressieve standpunt dat sommige medewerkers bij die uitzending innamen. Verpleegkundigen van protestantse en roomskatholieke richting hebben een congres belegd. Hiervoor was zoveel belangstelling dat er drie samenkomsten gehouden moesten worden. Meer dan drieduizend mannen en vrouwen hebben deze congressen bezocht. De generale synode van de Nederlandse Hervormde kerk heeft op haar zitting van 22 februari 1972 (met algemene stemmen) een rapport aanvaard. Het draagt de titel euthanasie en is als een pastorale handreiking aan de kerkleden ter beschikking gesteld. (Uitgave Boekencentrum, 's-Gravenhage). In veertig bladzijden wordt van veel kanten op het vraagstuk ingegaan.

Wat is euthanasie

Het woord betekent „een milde dood". De precieze omschrijving is niet zo eenvoudig. Meestal omschrijft men de term als het ingrijpen in een stervensproces zó, dat het einde zonder pijn nabij gebracht wordt.

Toch is deze omschrijving niet bruikbaar voor alle gevallen, waarin euthanasie bepleit wordt. Ik denk nu met name aan de geestelijk aftakelende (demente) bejaarden. De omschrijving gaat ook niet op voor de gestoorde medemensen of voor softenon babies. Deze mensen zijn nog niet in hun laatste levensdagen, terwijl er toch ook in verband met hen over euthanasie gesproken wordt. Natuurlijk kan men met dr P. Sporken euthanasie omschrijven als „het opzettelijk verkorten van een reeds begonnen en niet te stuiten stervensproces". In alle andere gevallen wil hij spreken over levensbeëindiging of zelfs doden.

Ik acht deze omschrijving te beperkt. Het Rapport van de Hervormde Synode behandelt ook andere gevallen dan die waarin het stervensproces reeds begonnen is. Dat wordt gedaan onder de titel euthanasie. Te denken valt ook aan een uit het Engels vertaald boek, dat onder de titel Euthanasie is verschenen bij Het Spectrum, Utrecht, onder redactie van A.B. Downing. Hier heeft euthanasie een heel brede betekenis. De term ziet op het pijnloos een einde aan het leven maken. In dit boek wordt er zelfs voor gepleit dat we dat in onze tijd heel gewoon moeten vinden.

Welnu, euthanasie zou ik willen omschrijven als „het actief ingrijpen ter beëindiging van het leven. Wie euthanasie toepast, bepaalt het moment waarop en het middel waardoor iemand pijnloos zal sterven. Dat acht ik het wezenlijke in het begrip euthanasie. Wij bepalen voor onszelf of voor medemensen het ogenblik waarop en het middel waardoor iemand sterft.

Actief en passief

Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve euthanasie. De eerste heb ik zo juist omschreven. Onder passieve euthanasie verstaat men het nalaten van bepaalde handelingen, waardoor het einde bespoedigd wordt. Wanneer een kankerpatiënt in de laatste fase van zijn ongeneeslijke ziekte longontsteking krijgt, rijst de vraag of men nog middelen moet aanwenden om deze longontsteking te genezen. Wie dat niet doet, doodt de patiënt niet actief. Hij kan er vrijwel zeker van zijn dat de patiënt eerder sterft dan dat hij door de kanker gestorven zou zijn. Een ander voorbeeld: een demente bejaarde krijgt een ernstige nieraandoening. Wanneer men niertransplantatie zou toepassen, heeft hij wellicht nog enige tijd te leven. Wanneer men dat niet doet, zal hij aan de nieraandoening sterven. Wie in zo'n geval de niertransplantatie niet beproeft, werkt er aan mee, dat de patiënt eerder overlijdt dan wanneer men de transplantatie wel zou beproeven.

In zulke gevallen spreekt men over passieve euthanasie. Men begrijpt, waarom zo wordt gesproken. Men grijpt niet in. Men is dus niet actief. Men laat wel iets na. Als zodanig laat men passief — door het nalaten van een handeling — de dood naderbij komen.

Toch lijkt het mij niet juist om in deze gevallen van euthanasie te spreken. Het kardinale verschil met actieve euthanasie is, dat men niet zelf ingrijpt om het leven te beëindigen. Men laat een ziekte verder gaan. Die ziekte heeft men niet zelf teweeg gebracht. Deze overkomt de patiënt. Ik erken wel, dat men verantwoordelijk is voor hetgeen men nalaat. Maar men brengt niet eigener beweging het einde nabij op een door ons gekozen tijdstip en door een door ons gekozen middel.

Pij nloos

Bovendien is de vraag of de bekorting van het leven pijnloos verloopt. In euthanasie zit juist de gedachte van het pijnloze of wel de pijn beëindigende. Dat wordt dan omschreven als milde dood. De twee voorbeelden die ik gaf behoeven beslist niet te betekenen dat door het nalaten van penicilline bij longontsteking of van de niertransplantatie het versnelde einde ook pijnloos komt. In al deze gevallen zou ik dus niet van euthanasie willen spreken. Hier is sprake van het nalaten van een leven-verlengende, beter nog een sterven-verlengende handeling.

Ook wordt er nog gesproken over indirecte euthanasie. Die acht men daar aanwezig, waar men medicijnen toedient waarvan een leven-verkortende werking uitgaat. Ook hier zou ik niet van euthanasie willen spreken. Men weet immers niet óf en in hoeverre net leven door deze medicijnen verkort wordt. Men grijpt niet actief in ter beëindiging van het leven. Terzijde kan opgemerkt worden, dat er van heel wat medicamenten een levenverkortende werking kan uitgaan. Wie een zwak hart heeft, en toch veel hoofdpijnpoeders of -tabletten slikt, doet iets waarvan te vrezen valt dat het zijn leven meer verkort dan verlengt. In zulke gevallen zal men niet van euthanasie willen spreken. Daarom moet men het spraakgebruik zuiver houden. Dan krijgt men het probleem ook het scherpst in het oog. Mogen wij het leven van een mens verkorten?

Menselijk ingrijpen

Op de achtergronden van het probleem werd hierboven al gewezen. Prof. Van den Berg heeft ze ons geschetst. De macht van de medici is zo toegenomen, dat ze — menselijk gesproken — iemand veel langer in leven kunnen houden dan vroeger.

Dat stelt voor de vraag of we zulk leven in alle gevallen moeten verlengen.-Moeten we elke mogelijke dag, ja zelfs elk mogelijk uur aan het leven van een mens toevoegen? Moeten we dus tot het uiterste gaan met onze experimenten om iemand in het leven te houden? Mag men als patiënt, in de laatste fase van een ongeneeslijke ziekte, zeggen: laat me nu met rust? Kan men een operatie weigeren, als zeker is dat ze niet meer dan enkele dagen uitstel van de dood brengt? Is er ook „een recht om in rust en vrede te sterven"? Men wijst wel op Jacob en Job die stierven „oud en der dagen zat", wat wil zeggen: van het leven verzadigd. Het was hun genoeg. Het komt mij voor, dat we bij de achtergronden niet alleen moeten wijzen op de toegenomen medische macht en de uitbreiding van het technisch-medisch kunnen.

Dat de vragen rond euthanasie zo aanslaan, hangt ook samen met het geestelijk klimaat van onze tijd. In andere artikelen heb ik meer dan eens gewezen op de secularisatie. Het leven, denken en handelen van de mens zonder God. Doen alsof er niets meer is dan déze wereld en het leven hier. Het ging toen over abortus: de opzettelijke beëindiging van een zwangerschap met de bedoeling de vrucht teniet te doen kan.

Diezelfde lijn moeten we nu ook aanbrengen. Wie terzake van het beginnende leven zich het recht toeeigent om in te grijpen, kan er niet voor terugschrikken dat ook te doen bij het einde van het leven. Hier liggen duidelijke verbanden. De mens heeft geweldig veel in zijn macht gekregen. Alleen het levensbegin en het levenseinde waren nog „heilig". Die golden nog als gebieden waarvan hij moest afblijven. Dat is op het ogenblik aan het veranderen. Naarmate de mens zijn hele bestaan niet meer ziet als een opdracht en gave van God, naar die mate zal hij ook gemakkelijker besluiten om beginnend en kwijnend leven te beëindigen. Het absolute ervan verdwijnt.

Men kan, naar mijn oordeel, de intensieve discussies omtrent de euthanasie niet los zien van deze geestelijke achtergrond. Wij mensen eigenen ons het recht toe om te beslissen over dood en leven. Wij zullen zelf zeggen of we het leven nog verder willen dan wel of het ons genoeg is. Wij menen op een bepaald moment ten aanzien van onszelf of van anderen te mogen zeggen: het is genoeg. Laat de dood nu maar komen.

Levensgevoel

Ik ontken niet dat de toegenomen technisch-medische macht ons voor nieuwe vragen stelt. Ik wil erkennen dat er even goed eerbied voor het sterven als voor het leven nodig is. We zijn inderdaad in een tijd gekomen, waarin ook voor eerbied voor het sterven moet gepleit worden. Dit alles neemt niet weg, dat de discussies over euthanasie alles te maken hebben met de vraag of de mens zich het recht mag toeëigenen dit leven te beëindigen, als hij meent dat het niet verder leefbaar of niet zinvol meer is.

Hier staat vanuit het geseculariseerde levensgevoel de vraag op het spel of de mens mag ingrijpen. Voor het christelijke denken luidt de vraag: houdt God het recht, ook in deze tijd, om over het levenseinde te beslissen? Of is het misschien zo dat God dit recht aan de mens afstaat?

Mag ik het eens heel scherp formuleren? Naar aanleiding van een lezing werd mij de vraag voorgelegd: in ons ziekenhuis is een vrouw die helemaal klaar is om te sterven. De vrees voor de dood is overwonnen. Zij weet dat ze naar het Vaderhuis gaat. Ze lijdt veel pijn en verlangt om heen te gaan. Mogen we haar nu niet het dodelijke spuitje geven? Mijn antwoord was wat simpel. Het luidde: hebt u het recht om tegen de Heere God te zeggen: U haalt haar nog niet; maar wij sturen haar maar vast naar U toe. Hoe men het ook wendt of keert, dat is ten diepste in het geding bij al deze vragen. Mogen we God de bepaling van het uur van ons levenseinde uit handen nemen?

Bijbelse gegevens

Het lijkt mij duidelijk dat God over het leven gaat. Hij is de gever en beschermer van het leven. Geen mens heeft het recht dat leven aan Hem terug te geven, zolang God het nog niet terugneemt. Wie dat wel doet, kent zich een recht toe, dat aan God alleen is voorbehouden. Eerbied voor de Schepper van het leven weerhoudt ons ervan het leven voortijdig te beëindigen, dat wil zeggen: vóór de tijd die Hij bepaald heeft.

Het doet tegenwoordig naief aan, als men bovenstaande stelling verdedigt. Het past ook niet meer in het geseculariseerde denken. Even vanzelfsprekend als het vroeger was om het leven heilig te achten, even vanzelfsprekend is het thans, te menen dat wij onder bepaalde omstandigheden het einde van het leven zelf mogen bepalen. Ik acht het leven een zodanig absolute grootheid, dat God over het einde daarvan te beslissen heeft. Er zijn mensen die deze gedachtengang aanduiden als „afgoderij met het leven". Daarvan is geen sprake. Het gaat er niet om dat het leven een waarde heeft los van God. Het leven heeft waarde, omdat God het geeft.

Het is niet aan ons te bepalen of er een moment komt dat door God gegeven leven geen waarde meer heeft. Wie zijn wij mensen dat wij het recht om dat te bepalen, God uit handen willen nemen?

Er is diep geschonden leven. Er zijn mensen van wie je je inderdaad afvraagt: wat is de zin van dit leven. Hangt verder leven af van het antwoord dat wij op die vraag voor onszelf of anderen kunnen geven? Stelt u voor, dat allen die de zin van hun leven niet meer zien, er daarom maar van afzien.

Wordt ons in het leven niet een waarde gegeven die onze beoordeling te boven gaat. Een man als Bonhöffer, op wie moderne theologen zich graag beroepen, heeft gezegd: God heeft aan zulk een geschonden leven waarde gegeven. Daarom is het niet aan ons daarover een negatief oordeel uit te spreken. Dat mocht in onze tijd wel meer bedacht worden.

Geen actieve euthanasie

Daarom meen ik actieve euthanasie zonder voorbehoud te moeten afwijzen. Wij hebben niet het recht om ten aanzien van onszelf of van een medemens het tijdstip van en het middel voor het sterven te bepalen. We zullen onze handen daarvan moeten afhouden. Het is goed te wijzen op de verschrikkelijke onzekerheid die de praktijk van de actieve euthanasie mee zal brengen. De vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt wordt grondig verstoord. Wie zegt dat een penicillinespuit niet de dodelijke stof zal bevatten? We zijn niet meer veilig voor elkaar. Als anderen vinden dat mijn leven geen zin meer heeft, kunnen ze me uit het leven wegdoen.

Actieve euthanasie getuigt niet van eerbied voor God, Die het einde bepaalt. Het getuigt evenmin van eerbied voor de mens als schepsel van God. Juist vanwege het feit dat de mens beeld van God is, zullen we eerbied moeten hebben. We zullen met hem moeten meegaan tot aan het bittere einde. Dat brengt mij op een ander onderwerp: stervensbegeleiding. Wie de actieve euthanasie afwijst, heeft tot taak zich op stervensbegeleiding te bezinnen en daarin daadwerkelijk hulp te bieden. Ik kan daarop nu niet ingaan. Het is wel noodzakelijk ermee bezig te zijn.

Eerbied voor het sterven

Is dan alle geëxperimenteer met stervenden geoorloofd? Moet men dan als patiënt of familie alles maar goed vinden? Daarop zeg ik: neen. Artsen hebben niet het recht te doen alsof er altijd nog herstel mogelijk is. Wanneer het einde in aantocht is, moet de hulp van een arts anders gericht worden. In plaats van genezingbrengen moet dan gezocht worden naar de stervensbegeleiding. De arts heeft niet het recht de dood te negeren. Hij moet even goed bereid zijn een stervende te begeleiden als hij bereid was een zieke — naar zijn vermogen — te genezen. Dat betekent dat men niet alle dingen maar kan doen tot het laatste toe.

Het lijkt mij te verdedigen dat een kankerpatiënt die in zijn laatste dagen is en nog een longontsteking krijgt, niet meer zo voor deze longaandoening behandeld wordt als een mens die na herstel daarvan gewoon verder kon leven. Moet men iemand van een longontsteking proberen te genezen om het kankerproces de gelegenheid te geven hem verder te slopen? Moet men iemand die volslagen dement is nog een niertransplantatie doen ondergaan, opdat hij geheel afgetakeld, nog enige tijd verder kan? Zijn hier ook grenzen? Komen we hier inderdaad bij wat Van den Berg noemde: misbruik van medische macht? Het lijkt mij mogelijk dat men hier de dood zijn gang laat gaan. Dat men als medicus hier terugtreedt en eerbiedigt dat het einde nu komen gaat.

Dit is naar mijn oordeel geen kwestie van passieve authanasie. Hier bepaalt men zelf niet het moment waarop noch het middel waardoor iemand sterft. Hier is men tot het laatste bereid om de medemens te verzorgen. Hier gaat men tot het bittere einde met hem mee. Maar men erkent dat het einde gaat komen. Dat schuift men niet verder op. Waar ligt de grens tussen levensverlenging en het rekken van het sterven? Het komt mij voor dat dit niet altijd precies is aan te geven. Dat er tussen beide verschil is, lijkt mij onaanvechtbaar. Dit verschil heeft voor de praktijk consequenties. Men zal dat moeten erkennen.

Actieve euthanasie wijs ik af als een ongeoorloofd ingrijpen. De gewone middelen van voeding en verzorging vraag ik voor elke patiënt, hoe hij er ook aan toe is. Als we het daarover in Nederland eens konden zijn, zou een geweldig stuk onzekerheid de mensen bespaard blijven. Dan zou het vertrouwen tussen arts en patiënt niet ondermijnd worden. Het lijkt mij eis te zijn van een christelijke benadering van het vraagstuk van de euthanasie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

IS EUTHANASIE EEN MILDE DOOD?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken