Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOLHARDING.....

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VOLHARDING.....

9 minuten leestijd

En zij waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden. Handelingen 2 vers 42

Pinksteren ligt achter ons. Het feest, waarop we gedenken, dat de Heere Zijn Heilige Geest uitstortte. Het zendingsfeest, waarop de grote Zender, de Heere Jezus Christus, Zijn Geest als de belofte des Vaders hoorbaar en zichtbaar geeft aan Zijn apostelen, alsook aan velen, die te Jeruzalem zijn, opdat zij allen zouden getuigen van de ene Naam, die onder hemel tot zaligheid gegeven is. De apostelen werd een speciale opdracht gegeven om onder de heidenen het evangelie te verkondigen, maar ook allen, die aangeroerd waren door de Heilige Geest moesten getuigen, van wat de Heere hun gegeven had.

De Heilige Geest kwam mee in de prediking van Petrus. De Geest werkt immers door het Woord. Als Gods Geest meewerkt, wie zal het dan keren. Door de prediking bekeert de Heere zondaren. Zij worden gewillige hoorders, die overtuigd worden van hun zonden en leren Christus te zoeken als hun Borg. De Geest neemt het immers uit Christus en past Zijn weldaden aan zondaren toe, die met zonden besmet zijn.

De eerste christenen waren volhardend in de leer der apostelen. Dat was dezelfde leer, die Petrus verkondigd had, waardoor zij in het hart getroffen waren door de Heilige Geest. Dit is ook de leer van de profeten. Immers, de profeten hebben gewezen op de belofte van de Messias in Zijn lijden en in Zijn heerlijkheid. De apostelen en hier met name Petrus, hebben de vervulling van het profetisch woord in de Heere Jezus Christus gepredikt: in Zijn geboorte. Zijn lijden en sterven. Zijn opstanding, Zijn hemelvaart, Zijn zitten ter rechterhand Gods en Zijn Uitstorting van Zijn Heilige Geest, waarvan de oude profeten al gesproken hadden. Heel de Schrift ademt immers Christus!

Zowel het Oude als het Nieuwe Testament spreekt ons van het werk van de drieënige God. De leer van apostelen en profeten tekent ons wie God is, hoe Hij zich openbaart in Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid en verklaart ons ook wie wij zijn, die met God verzoend moeten worden.

Op deze leer is de gemeente Gods gefundeerd. Zij zal daarom hebben te volharden in die leer. De eerste christenen volharden in die leer, dat wil zeggen ze zetten zich volledig in voor deze leer. Ze hebben het Woord Gods lief, omdat zij daardoor steeds meer God leerden kennen in al Zijn heerlijkheid, maar ook steeds meer zichzelf in hun zonden. Hoe staat het met ons in deze tijd, waarin alles dreigt af te vallen van de levende God? Hoe leven wij bij dat Woord? Zijn wij er begerig naar? Het is goed, als wij vele malen per dag de Bijbel lezen, maar is er ook een volharden: Heere, maak mij Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend. Anders zouden wij, evenals de schriftgeleerden wel heel wat weten te vertellen, maar minder van God en goddelijke zaken en de persoonlijke band met Hem missen.

Wie wij ook zijn, allen hebben wij nodig geleerd te worden door dat Woord. Het geloof wordt immers door het Woord gewerkt en versterkt. De Geest leidt immers in alle waarheid door middel van het Woord Gods. Deze goddelijke leer bewaart ons voor geestdrijverij, bewaart ons voor eigenwillige godsdienst, die we overal ontwaren: deze leer stelt ons schuldig in onze godsdienst of goddeloosheid voor de levende God en drijft ons naar Christus toe.

Er is ook een volharden in de gemeenschap. De Geest maakt werkzame mensen. Zij zijn steeds bezig in het Woord, maar ook in de gemeenschap. De Geest geeft een sterke band met de verhoogde Heere Jezus Christus, maar ook met elkaar. Christus heeft immers gebeden voor de eenheid van Zijn gemeente in Zijn hogepriesterlijke gebed, waarin Hij Zijn Kerk opdraagt aan Zijn Vader. Er ligt een oordeel op onze gemeenten, als we zien op de verscheurdheid rondom ons. In geen geval wensen we mee te gaan met de valse oecumene, die de leer van apostelen en profeten niet onvoorwaardelijk als Gods Woord erkent.

Toch ligt er op ons allen, hoe we ook misschien menen te strijden voor de leer. een grote schuld. Te vaak laten we ons leiden door onze eigenwillige godsdienst. Als we meer onze zonden zagen, met welk een grote genade de Heere over zondaren bewogen is. dan zochten we elkaar meer. Genade stoot immers anderen niet af, maar maakt juist mededeelzaam. Mede door de liefdeloosheid kwijnt het geestelijk leven.

Spreekt u over de dingen van Gods Koninkrijk met allen, die in uw omgevine zijn? Zoekt u ook gemeenschap met hen, die de Heere zoeken? Het zou goed zijn, als we met elkaar meer spraken over God en Zijn Woord. Op de zondag, als we opgaan naar Gods huis en door de week op alle plaatsen waar we gesteld zijn. Er zou zeker wat afstralen. Het zou anderen jaloers kunnen maken om ook tot die gemeenschap te behoren, waar de gemeenschap der heiligen is. overeenkomstig de apostolische geloofsbelijdenis; die belijdenis als herhaling van het Woord zou dan weer functioneren.

Er is gemeenschap met de Heere en met Zijn volk: nu volhardt men ook in de breking des broods. Dit kan een zogenaamde liefdemaaltijd of het avondmaal zijn geweest, tot versterking van de liefde, maar vooral tot versterking van het geloof, als zichtbaar door de breking des broods wordt voorgesteld, hoe het lichaam des Heeren om onze zonden gebroken werd. Dan wordt ervaren, dat de Heere zeer laag op zondaren neerziet. Ze mogen het weten, dat de Heere de zonden verzoend heeft, die zo benauwden. Dan is er zeker ook de blijdschap in de Heere met elkaar; dan is het een wonder, dat de Heere naar ons omzag. Als we dan op onszelf zien, dan zeggen we het een ieder aan, dat er nog een mogelijkheid is om zalig te worden.

Tenslotte wordt genoemd het gebed als kenmerk van de christelijke gemeente. We zullen biddende met de leer van de apostelen bezig moeten zijn, anders vervallen we tot koude bespiegelingen. Biddende ook bij het avondmaal, anders zou de Koning der Kerk niet geëerd worden. Onze geesteloosheid komt zeker openbaar in onze biddeloosheid. Als een Vader wil de Heere om alle dingen gevraagd zijn: „Ben Ik een Vader, waar is dan Mijn eer?" Uit het gebedsleven zal de tere omgang met de Heere blijken.

Gods Geest maakt biddende mensen, leert de Heere te zoeken en Hem alleen op het oog te hebben in ons gebed. Het gaat dan niet om de lengte, doch alleen om de inhoud van het gebed. Heel ons leven zal een biddend leven moeten zijn! Kunt u moeilijk bidden? Paulus weet ervan: ,,Wij weten niet, hoe het behoort, maar de Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen, de Geest komt onze zwakheden te hulp!" Door die Geest worden biddelozen bidders, zoals de Koning der Kerk dat wil. Ziehier het leven van Gods kerk, als gemeenschap der heiligen, gefundeerd in Christus, die haar leven begint in de leer der apostelen en dit tenslotte uitleeft in het gebed, als het voornaamste stuk der dankbaarheid. Dan is er de gemeenschap met de Heere en met Zijn volk!

Jaarsveld. ds. P. Molenaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

VOLHARDING.....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken