Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ik ben de Deur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ik ben de Deur

8 minuten leestijd

Johannes 10 vers 9a
In dit hoofdstuk spreekt Christus in hoofzaak over schapen, deur, stal en herder. Zoals op meerdere plaatsen stelt Christus Zich hier zinnebeeldig voor, en wel als „de deur". Een deur is iets, waarvan wij dagelijks gebruik maken. De gehele tekst luidt: „Ik ben de deur; Indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden".

In de staat der rechtheid behoefden Adam en Eva geen deur te gebruiken: zij leefden in volkomen harmonie met elkaar en met hun Schepper in het paradijs en zij kenden de Heere God aan de wind des daags. Doch door de ongehoorzaamheid werd de band met God verbroken, en dientengevolge werden Adam en Eva uit het paradijs gezet. Wij lezen niet, dat de toegang tot het paradijs afgesloten is met een deur, doch dat de Heere een Cherubim stelde en een vlammig lemmeteens zwaard, dat zich omkeerde, om te bewaren de weg van de boom des levens. De toegang tot het paradijs werd hier voor de mens afgesloten als met een deur.

Nooit is deze deur weer open te krijgen met onze werken, hoedanigheden, gerechtigheid of werkheiligheid. Er was geen toegang tot God, geen gemeenschap met God, geen liefde tot God, geen behoefte aan God en geen leven uit God meer. En God sprak: „Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van de boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid".

Daar ligt de mens, verloren; hij heeft alles verloren en gaat voor eeuwig verloren wanneer hij niet door de bovengenoemde deur mag ingaan. Want het heeft God behaagd (waar God alleen met God bevredigd kon worden) Zijn Zoon te zenden, Die Zich noemt „de deur" tot de gemeenschap Gods. Hij is de deur geworden door ons vlees en bloed aan te nemen en is de mens in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Hem is toegerekend de schuld van de gegevens en des Vaders. Christus nam op Zich, om voor Zijn kerk de weg weer te banen tot de gemeenschap des Vaders.

Hierom moest Hij de smartelijke en smadelijke dood des kruises sterven en werd voor Hem de deur gesloten, toen Hij uitriep: ,,Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" Maar, o eeuwig wonder, daarna roept Hij ook uit: „Het is volbracht". Daar ging Hij in met zijn dierbaar Bloed, als dat Godverzoenend offer. Daar ging de deur des Hemels open en heeft God een welbehagen genomen in het offer Zijns Zoons. Geen mens is hiertoe bij machte, alleen genade kan deze deur openen. Hier openen Zich Gods barmhartigheden en ontfermingen, en wordt geopend de deur der gerechtigheid door voldoening aan Zijn gerechtigheid.

Nu is er maar één deur: Christus. Deze deur is noodzakelijk; als Hij er niet was. dan was de toegang voor eeuwig afgesloten. En aangezien dit de énige deur is, zal men om zalig te worden door deze deur moeten ingaan. Christus noemt Zich persoonlijk „De Deur". Geen brandofferen, noch enige verrichtingen onzerzijds kunnen toegang geven; alleen Jezus en Zijn offer, Jezus en Zijn bloed, Jezus en Zijn gerechtigheid, Jezus en Zijn heiligheid, Jezus en Zijn schoonheid, Jezus en Zijn liefde, Jezus en Zijn troost, Jezus en Zijn voorbidding.

Hij is niet alleen de noodzakelijke en enige deur, doch Hij is ook de gepaste deur, het enige middel om God en Zijn kerk als Middelaar te kunnen verenigen. Hij blijft ook de enige deur; er zal nooit een andere deur zijn om met God verzoend te kunnen worden. Hij is ook een schone deur, want Zijn schoonheid blinkt uit in Zijn ganse arbeid en leer. „Ik ben de goede Herder. Ik ben de deur". Hij is schoon in Zijn hogepriesterlijke bediening. Zijn bloed, offer en voorbidding. Hij is schoon in Zijn koninklijke bediening om te verlossen, te regeren, te verzorgen, te bewaren en te beschermen.

O geliefden, wat klinkt het schoon en liefelijk aan het open graf: „De Heere is waarlijk opgestaan", de deur is open, de steen van het graf en de deur des hemels open. Open. wanneer Hij ten Hemel vaart. ..Ik ben de deur". Wat wil men al niet doen, geliefden, wanneer men buiten in storm en regen of onweer loopt? Zouden we niet alles in het werk stellen om een deur in te gaan om binnen te zijn? Geen kosten of moeite worden gespaard, wanneer men een huis gekocht of gehuurd heeft, om de sleutel te verkrijgen en binnen te gaan. Wat is nu de reden, dat er zo weinigen gebruik maken van „de deur" en buiten blijven zwerven? Komt het niet daardoor, dat men niet alleen door Jezus Christus wil ingaan? Men zoekt óf bij anderen, óf bij zichzelf, óf in gestalten, gemoedelijkheid óf gevoel een deur om in te gaan.

Ook bij de omwandelingen van Jezus op aarde was het niet anders. Velen zagen Hem wel als een profeet, doch erkenden Hem niet als de enige, algenoegzame deur; hun werkheiligheid en eigengerechtigheid stond hun in de weg om tot Jezus te gaan. Velen bewonderden Hem in Zijn leer, doch gingen niet in door de deur. Hiervoor stelt Jezus hen zelf verantwoordelijk, toen Hij wenende uitriep: ,,Och of gij nog bekendet in deze uw dag wat tot uw vrede is dienende". Ziet dan de liefde Gods, Die deze deur gaf, en ziet de liefde van Christus, Die de deur wilde zijn. Menigeen bewondert de deur, doch gaat er niet door in.

Wie zullen gebruik maken van de deur, waardoor men binnen gaat in de stal der schapen? Het zijn zij, die zich als een buitenstaander leren kennen, buiten God en Zijn gemeenschap, onder de vloek der wet, veroordeeld in zichzelf, verdoemelijk, verwerpelijk, ellendig en verloren. De rechten en deugden Gods verbranden alle deuren buiten Christus, de prediking des woords geeft geen grond buiten Christus en de Heilige Geest ontneemt in ontdekking en ontbloting alles buiten Christus. Dan gaan zij geloven, dat Christus alleen de deur is en belijden, dat zij geen geopende deur waardig zijn. Dan belijden zij, dat alleen door Zijn bloed, zoendood en kruisverdienste opening te verkrijgen is en vertrouwen gelovig, dat ze door Hem alleen in kunnen gaan.

Ziet hier de nodiging. om in te gaan door deze deur: ,,Klopt en u zal opengedaan worden". O, verheven verbonds-weldadigheden, niet over de muur te klimmen, maar in te mogen gaan door de deur om behouden te worden. Zijt gij, geliefden, al ingegaan? Duizend deuren zijn er naar de hel, doch er is maar één deur naar de hemel. De Heere werkte door Zijn Geest, dat gij die deur zoekt, om er door te gaan in de stal der schapen. Daar is geen andere toegang. Paulus getuigt ervan; „Ik wens onder u van niets te weten, dan van Jezus Christus en dien Gekruist". Dit is de Jood een ergernis en de Griek een dwaasheid, maar die gelooft een kracht Gods tot zaligheid.

Geloven wij waarlijk, dat buiten die deur geen zaligheid, ja dat Christus de enige deur is? Of menen wij nog behouden te kunnen worden zonder door die deur in te gaan. Christus zegt: „Indien iemand door Mij ingaat die zal behouden worden". Welk een ruime nodiging: indien iemand door Mij ingaat. Vanwaar dan de ongelovigheid, vreesachtigheid en traagheid om in te gaan door die deur? Niemand denke, dat men wat moet doen om in te gaan door deze deur. Christus leert: Ik ben de deur. Ik heb alles gedaan, er is in en door Mijn bloed opening, door het gescheurde voorhangsel van Mijn vlees is de deur geopend. ,.Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen". Indien gij weigert in te gaan, bedenkt dat de deur niet altijd open zal blijven.

Wanneer wij sterven, en wij zijn hier verbondsgewijs door het geloof niet ingegaan, dan zal de deur gesloten zijn om nooit meer open te gaan. De dwaze maagden rekenden op een geopende deur, maar hij was voor altijd gesloten.

Is er iemand die vraagt: „Hoe zal ik door die deur ingaan, ik ellendig mens, o mocht ik hier eens binnen gaan. ik snood en boos rebel, die niets verdien dan de hel?" Wij zouden u willen toeroepen: blijf voor de deur liggen! Hij is nog open en die tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Bedrukten, door onweder voortgedrevenen. ongetroosten, die niet kunnen of durven rusten voor gij zijt ingegaan: laat er geen stilzwijgen bij u zijn, want ingaan betekent behouden te worden. Indien gij zijt ingegaan door de rechte deur en behoudenis verkregen hebt: dat gij in mocht gaan en uitgaan en weide vinden.

O. er is wat aan te treffen in die dierbare Christus. Wat zal dat eens zijn, als wij sterven, om in te mogen gaan en voor eeuwig verzadigd te worden. Wanneer de dag der opstanding daar zal zijn, dan zullen de schapen, de vernieuwden, de gekochten, de gegevenen des Vaders, gekocht door het dierbaar bloed van Chistus, vernieuwd door de Heilige Geest mogen opstaan in onverderfelijkheid om in te gaan en een Drieënig God uit Zijn werken voor eeuwig te loven en te prijzen. Geliefden, ik eindig voor ditmaal met de bede, dat de Heere deze gebrekvolle meditatie zegene. Nogmaals, Christus is de deur, de enige, duurzame en algenoegzame deur. Leest deze tekst in zijn geheel en beproeft uzelf of ge deze deur kent en er gebruik van hebt mogen maken om in- en uit te gaan en weide te vinden in Zijn Woord.

H.l. AMBACHT, Ds. G. van den Breevaart

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Ik ben de Deur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken