Bekijk het origineel

„Nederlandse bejaardenverzorging op lioo^ peil

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Nederlandse bejaardenverzorging op lioo^ peil"

Psychiatrisch verpleegkundige:

9 minuten leestijd

Tn het kader van ons „bejaardennummer"' hadden we een gesprek met de heer P. Pos uit Nunspeet, die de functie van consulent voor de niet-bestuurlijke bejaardenoorden vervult.

Mijnheer Pos, hoe zi.jn de Nederlandse hc.jaardenoorden gegroeid? Het gehele groeiproces van de bejaardenoorden is in de meeste gevallen een zaak van de kerken geweest. De kerkgenootschappen zijn met de bejaardenzorg begonnen, evenals zij aanvingen met het verzorgen van de weduwen en wezen. Vanaf 1940 zijn we in toenemende mate geconfronteerd met een mentaliteitsverandering. Met deze mentaliteitsverandering ging gepaard het steeds minder centraal stellen van het gebod „Eert uw vader en uw moeder". Dit in tegenstelling tot de jaren voor de oorlog toen het zonder meer vanzelfsprekend was, dat de kinderen voor de (bejaarde) ouders gingen zorgen.

Deze mentaliteit Is door tal van oorzaken totaal veranderd: ouden van dagen krijgen een eigen inkomen, bovendien bleek het op' de flatgebouwen niet meer mogelijk de ouders zelf te verzorgen. In de grote steden zag men het verschijnsel, dat de kinderen „de bejaarde ouders kwijt wilden", hand over hand toenemen. Voor de goede orde moet toegegeven worden dat het zoals dat voor de Tweede wereldoorlog gebeurde in bepaalde gevallen beslist niet meer kon.

Door de toenemende secularisatie voelde men niet meer de verplichting voor de ouders te zorgen. Het kleine aantal tehuizen — voor het grootste deel bij een kerkgenootschap behorend — bleek dermate onvoldoende, dat met gezwinde spoed een oplossing voor dit inmiddels ontstane probleem moest worden gevonden. Er bleek een groot aantal mensen te zijn — meest verpleegkundigen — die bereid waren in deze behoefte te voorzien.

Maar daarnaast was er ook een behoorlijk grote groep mensen, die in het verzorgen van bejaarden wel „brood" zagen. Deze mensen, die dit werk dus met andere bedoelingen gingen doen, veroorzaakten in het algemeen de moeilijkheden, die reeds na enige tijd duidelijk aan het licht traden.

Het is een heel vervelende zaak dat de wet ten aanzien van de houder van een bejaardentehuis geen eisen stelt; met andere woorden: in principe kan iedereen een bejaardenverzorging.scentrum beginnen. Dit is in het kort het ontstaan van de niet-bestuurlijke tehuizen, die men — ten onrechte overigens — wel particuliere bejaardenoorden noemt.

Dit laatste begrip is echter foutief, immers alleen bejaardenoorden van een overheidsorgaan zijn niet-particulier; alle overige vormen — dus ook stichtingen — zijn particulier. Daarom is de enige juiste term bestuurlijke en niet-bestuurlijke bejaardenoorden. De laatste worden ook wel aangegeven als persoonlijk geleide huizen. Hoeveel niet-bestuurli,jke bejaardenoorden zijn er ongeveer in Nederland? Er zijn naar een opgave van het Statistisch zakboek van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 1971 1180 bestuurlijke bejaardenoorden met een capaciteit van 90.326 bewoners en 594 niet-bestuurlijke bejaardenoorden met een capaciteit van 11.000 bewoners. Uit deze cijfers blijkt dat de niet-bestuurlijke tehuizen een kleine capaciteit hebben van 10. 20 tot .30 bedden; fnkele grotere van 60, 70 tot 80 bedden.

Verschillen

Deze cijfers komen dus uit de offciële bron, maar niettegenstaande zijn er enkele verschillen, die genoemd mogen worden. Deze verschillen ontstaan door het feit dat een bejaardenoord pas als zodanig aangemerkt mag worden, als er in dat tehuis tenminste vijf bejaarden verzorgd worden. Huizen,* die slechts vier of nog minder bejaarden opgenomen hebben, komen daarom in het Statistisch zakboek helemaal niet voor. Naar mijn schatting is het aantal niet onder deze wet vallende bejaardentehuizen ongeveer honderd.

De heer P. Pos, op 3 januari 1937 geboren, volgde zijn opleiding hij het Academisch Ziekenhuis van Utrecht, het psychiatrisch ziekenhuis „Vetdwijk" te Ermelo en het psychiatrisch ziekenhuis „Zon en Schild", alsmede hij de GG en GD in Utrecht (afdeling geestelijke volksgezondheid). De heer Pos is in het bezit van de volgende diploma's: Opleiding Maatschappelijk Werker, deel I en de Opleiding Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige.

Doordat in april jl. de Wet op de Bejaardenoorden gewijzigd is, is er in deze toestand enige verandering gekomen. Wanneer hedentendage burgemeester of Geddeputeerde Staten een ernstig vermoeden hebben, dat in zo'n klein bejaardentehuis de ouden van dagen een behandeling krijgen die beneden peil is, kunnen GS of B. en W. dat huis tot bejaardenoord verklaren. Op grond hiervan hebben zij in dit bejaardentehuis recht tot inspectie. In incidentele gevallen wordt er dus — hoewel de wet er van uitgaat dat bj bij een be^ jaardenaantal van vijf pas sprake kan zijn van een bejaardenoord — in de huizen, waar vier of minder bejaarden zitten, door de overheid controle uitgeoefend. Is die Wet op de Bejaardenoorden een verbetering? Niet op alle punten is deze wet een verbetering. Een stap in de goede richting is ongetwijfeld het verbod in deze wet dat iedereen „zo maar" een bejaardentehuis kan beginnen. De overheid heeft in de nieuwe wet het vergunningsstelsel opgenomen voor degenen die een nlet-bestuuriijk bejaardenoord willen openen. Men zal dus voor men een bejaardentehuis opent, een vergunning aan de autoriteiten van de provincie, waarin dat bejaardenoord Is gelegen, moeten vragen. Wanneer GS bijv. vermoeden dat de eigenaar volstrekt niet capabel is of iets dergelijks, wordt die vérgunning niet verleend. Op deze manier krijgen we inderdaad de sanering. Zijn er op het gebied van de bejaardenverzorging veel verschillen met het buitenland? Hoewel Zweden nogal eens genoemd wordt van „hoe-het-zou-moeten", wil ik er toch de nadruk op leggen dat wij in Nederland echt niet achter lopen op het gebied van de bejaardenverzorging en huisvesting. In vergelijking met België, West-Duitsland en Engeland, staat onze verzorging op een behoorlijk hoog peil. De kritiek zoals die uit een bepaalde hoek komt is volslagen onrechtvaardig.

Ik zie het eveneens in mijn werk en ervaring dat de bejaarden zich in die grote bejaardencentra eenzaam voelen. In die kleinere bejaardenoorden is daarentegen menselijk contact nog mogelijk. Hoewel een kleiner huis voor de bejaarden prettiger is, is het economisch gezien Veel nadeliger dan de bestuurlijke bejaardenoorden. De ex-staatssecretaris van CRM, mevrouw Van Veenendaal (DS'70) heeft op vragen van kamerleden in april jl. bij de ^ behandeling van de nota Bejaardenbeleid ook duidelijk te verstaan gegeven, dat ook zij de behoefte aan de kleinere bejaardentehuizen ziet en dat er ook zeker plaats Is voor kleine goede tehuizen. Wat de regering betrof konden de goede niet-bestuurlijke bejaardenoorden blijven bestaan. Hoe voelen de bejaarden zich in het algemeen in een niet-bestuurlijk tehuis? Niets anders dan in een bestuurlijk tehuis. Ik ben er zelfs van overtuigd dat zij in een aantal gevallen een grotere mate van vrijheid hebben.

TV

Er is een tehuis waarin alleen mensen worden opgenomen van de streng orthodoxe richting. De directeur van dit tehuis heeft gezegd: Gezien mijn bewoners en hun religieuze achtergrond wil ik geen tv hebben, want dit stoort mijn mensen in hoge mate. Dit kan een stichting die met overheidsgeld een gebouw neer laat zetten, niet waar maken, want de minimum eisen bepalen dat er een tv in de eonversatiezaal geplaatst moet worden.

Op een dag verschijnt er in dat tehuis, waarin bijvoorbeeld mensen van de Gereformeerde Gemeenten zich thuis voelen, de inspectie, die het een vrijheidsbeknotting van de bejaarden vindt dat in het thuis geen tv aanwezig is. Het hoofd van dit tehuis heeft toen tegen de leden van de inspectie gezegd: Gaat u dan die bejaarden maar langs en informeert u of zij werkelijk om een tv zitten te springen, zoals u het doet voorkomen. . deze commissie uit gaat maken wie er in een bejaardencentrum zullen komen en wie niet. Er komt derhalve verandering in de nogal wonderlijke zaak, dat er op het ogenblik in de bejaardencentra frisse, gezonde bejaarden zitten, die er niet in thuis horen. Dit zijn gevolgen van een geheel verkeerd beleid geweest.

Over deze gebeurtenis zijn zelfs vragen gesteld In de Staten van de provincie Utrecht door de SGP-fractie: „Is het nog mogelijk in deze tijd om voor een typisch eigen kerkelijke gezindheid een eigen sfeer te schepen? Moeten we allemaal opgaan in het algemene?"

Vrijheid

Een ander voorbeeld, om aan te tonen • dat de bejaarden in de kleinere tehuizen meer vrijheid bezitten, is dat door hen vaak meegeholpen wordt bijvoorbeeld met aardappelschillen en de tafel dekken. In een heel enkel geval mogen deze mensen vaak hun hondje of hun vogeltje meenemen; iets wat in de grote stichtingen ten enemale uitgesloten is.

Er zitten dus veel positieve kanten aan de kleinere niet-bestuurlijke bejaardenoorden, maar dan moet wel — en dat is de allereerste vereiste — de mentaliteit van de directeur in orde zijn. Het moet hem dan in de eerste plaats niet gaan om de financiën, maar primair moet bij deze man de verzorging van zijn cliënten staan. Dit impliceert vanzelfsprekend dat hij er een goede boterham aan mag verdienen. Wat is uw oordeel over het naoorlogse bejaardenbeleid? Met de nieuwe wet op de bejaardenoorden verandert de tot op heden bijna altijd gangbare situatie dat elke bejaarde naar een bejaardenoord moet. Het gaat nu in de nabije toekomst zo worden, dat elke bejaarde die in een of ander tehuis wil, daartoe een vergunning moet vragen aan een gemeentelijke commissie, die op zeer korte termijn ingesteld zal worden.

Deze commissie zal dan een verklaring uitgeven waarin staat of hun opname al of niet geïndiceerd is. Dit betekent dus dat Proteslants-chris-telijk ^-erzurgingstehuis ,,Het Kodal" in Nunspeet. Het bejaardentehuis ,,Whispering" te Nunspeet. Het niet-bcituurlijke bejaardenoord ,,De Hulshorst" in Den Dolder. Heeft u tot slot nog een opmerking over het bejaardenbeleid in het algemeen? Een slotopmerking is, dacht ik, dat iedereen — dat wil zeggen in dit verband: de bejaarden, de directies van de tehuizen, maar ook de kinderen van de ouden van dagen — dankbaar moet zijn, dat de sociale voorzieningen van dien aard zijn, dat men vandaag aan de dag een redelijk bestaan kan hebben. Een ieder idie niet van zijn AOW rond kan komen, kan een beroep doen op de Algemene Bijstandswet.

,,Ik heb kunnen vaststellen dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties net als zijn voorganger gebruik heeft gemaakt van door de vijand geïnspireerde propaganda cm de Amerikaanse bombardementen te veroordelen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 augustus 1972

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

„Nederlandse bejaardenverzorging op lioo^ peil

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 augustus 1972

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken