Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oude cultuurschatten aan de Donauboorden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oude cultuurschatten aan de Donauboorden

Dagje Boedapest voor weinig geld:

10 minuten leestijd

Wat doet iemand, die voor zijn werk elders in het Hongaarse tand ten oosten van de Tisza (voorlieei de Theiss) moest zijn, maar die daarna een hele ochtend de tijd had, noodgedwongen in Boedapest rond te dolen? Hij geniet volop van deze fraaie stad aan de schone, maar niet blauwe Donau, van haar prachtvolle gebouwen uit pre-socialistische tijden en \an haar goedkope maaltijden en niet dure taxi's. Hij is er tevens van overtuigd, dat een toeristische trip naar dit land alleen al om deze hoofdstad gerechtvaardigd lijkt, tenzij men om principiële redenen bezoeken van toeristische aard aan landen met een geheel van de onze afwijkende staatsvorm afTiijst. Hoe belandt men echter, desgewenst, in dit land dat vroeger en ook thans nog goede kerkelijke en reformatorische banden met ons land heeft onderhouden?

Er zijn natuurlijk diverse mogelijkheden: per auto, trein of vliegtuig. Wij maakten van deze laatste mogelijkheid gebruik. Per trein (expresse naar Wenen en dan overstappen) kan men er al heen — retour — voor zo'n 225 gulden, exclusief couchettes. Per KLM-lijnvlucht is men wel wat duurder uit: een economy-class retour ..doet" bijna 600 gulden maar er i,s wel een tijdwinst van zo'n twintig uur. Met de DC-8 „Pierre de Coubertin" waren wij binnen de twee uur in Wenen en als de aansluiting een beetje lukt landt men dan binnen anderhalf uur op Férihegy, de nationale luchthaven van Boedapest, die in niets gelijkt op de moderne vliegvelden als Schiphol of Frankfurt am Main. Vanuit Duitsland of Oostenrijk kan men o.m. met Austravia (de Oostenrijkse luchtvaartmaatschappij) of Malev (de Hongaarse onderneming) vliegen, terwijl de KLM ook rechtstreeks af en toe Boedapest aandoet.

FORINTER

Vóór het opstijgen vanaf Schiphol is er echter eerst wel het een en ander gebeurd. Eén probleem is dat van de financiën. Elke reiziger naar het land der Magyaren is verplicht alvast bij een reisbureau alhier (bijv. de Hongaarse staatsreisorganisatie IBUSZ of andere bekende firma's) een zogeheten Forint-order te kopen, d.w.z. een bewijs, dat hij het verplichte vast te besteden bedrag heeft vooruitbetaald. Momenteel was dit per dag vijf U.S. Dollars, ongeveer 18 gulden. Zonder zo'n forintenbewijs (100 Forinter is 12 gulden) of hotel-voucher kan men geen visum krijgen. Dat benodigde visum kan soms door een reisbureau worden verkregen. Soms werkt het sneller, wanneer men zelf naar de Haagse ambassade van de Volksrepubliek Hongarije tijgt (Oranjestraat 8, Den Haag) en dan uitsluitend op donderdagen en vrijdagen van tien tot half één. Voor twaalf gulden kan de toerist zijn visum meestal een dag later, in dringende gevallen ook dezelfde dag, afhalen. Vervolgens moet hij westers geld meenemen bij voorkeur in niet te grote coupures.

CHEQUES

Verstandig lijkt het, zogehetöi travellercheques (in dollars, hoeveelheden van bijv. maximaal tiendolheeft van 268 meter. lar-biljetten) aan te schaffen. Bij verlies is men dan zijn geld niet kwijt. Bovendien kan men — althans volgens de folders, onze praktijk bleek iets af te wijken van de theorie! — overal in hotels en banken zijn dollarbiljetten of ook gewoon Nederlands bankpapier inwisselen, alsmede het bewijs van de aangeschafte Forinter. Het is zeer raadzaam om geen al te grote bedragen om te wisselen, omdat er één vervelende maatregel is getroffen door de Hongaarse autoriteiten: niet alleen mag men geen Forinter in- of uitvoeren (wat weinig zin zou hebben, want praktisch geen bank in het westen wil ze hebben), maar ook wordt bij vertrek uit het land slechts maximaal de helft van de nog overzijnde Forinter teruf"enomen. Zo geviel het ons, dat wij ons tamelijk bij de,neus genoemen voelden. Er was namelijk door ons nog een kleine betaling te doen in Hongaarse munt. Daartoe moesten wij eerst — bij gebrek aan kleinere biljetten — liefst 50 dollar omwisselen om daarna te Debrecen herbergt een rijke

Deel van het opvallende Vissersbastion op de Burchtberg in Boeda. Vanaf deze muren heeft men een prachtig vergezicht op de Boedase heuvels en naar de andere kant - op de Donau en Pest.

Door H. H. J. van As
horen te krijgen, dat van de plm. 48 nog resterende dollars (in Hongaarse munt) alleen de helft weer kon worden ingewisseld tegen harde westerse valuta; een merkwaardig staaltje van gecamoufleerde oplichterij wanneer men ruiöischoots zijn verplichte minima per dag heeft opgebracht. Daarover echter niet verder gekniesd; de westerling is immers „kapitalist".

DOUANE

De douaneformaliteiten verlopen snel en correct in Boedapest. De koffers behoeven zelfs niet open en het uitgebreid fouilleren en napluizen van de handbagage, zoals wij dat in Frankfurt en Wenen (o.m. wegens onze retourvlucht in een toestel van de met bomaanslagen bedreigde Duitse Lufthansa) aan den lijve moesten ondervinden, kon op Férihegy achterwege blijven. Vergelijking met ervaringen aan de grenzen van de DDR, Sovjet-Unie en Polen leert, dal de Hongaren op dit moment kennelijk minder bang zijn voor „imperialistische infiltratie".

Onze weinig communistisch getinte lectuur konden wij. anders dan in de eerstgenoemde landen, dan ook vrijelijk „importeren". Dat wil echter nog helemaal niet zeggen, dat Hongarije een buitensporig vrij land is vergeleken met onze eigen leefwereld. Wel houdt het in, dat men niet tegen wil en dank constant vergezeld wordt door een humeurige gids of elke kilometer, die men voornemens is af te leggen, eerst ter goedkeuring moet voorleggen aan de autoriteiten. Ons werd althans geen strobreed in de weg gelegd bij het vanuit Boedapest of daarbinnen verder reizen en anderen schijnen soortgelijke ervaringen te hebben.

BURCHTBERG

Enfin, men is in de stad aan de f.Duna". zoals de Donau daar heet, aangekomen en wil er wat rondtoeren. Wat zijn dan de mogelijkheden? Men kan zich begeven naar de VVV (Roosevelt tér 5. Boedapest V) of naar het Staatsreisbureau IBUSZ (Felszabadulas tér 5, Boedapest V) of naar het studentenreisbureau Express (Szabadsag tér oftewel Vrijheidsplein 16, eveneens in Boedapest wijk V. de wijk van het stadscentrum, dicht bij de beroemdste bruggen). Men kan ook — en dat verdient onze voorkeur — aan de hand van een simpel reisgidsje en een taxi er op uit gaan.

Een eerste bezoek geldt dan zonder twijfel de schitterende Burchtberg in het stadsdeel Boeda. De stad is pas in de vorige eeuw tot één geheel samengevoegd uit de afzonderlijke delen Boeda (de „oven", Oboeda (de oude oven) en het aan de andere kant van de Donau liggende Pest. Vele historische monumenten liggen in Boeda, het Parlementsgebouw en alle genoemde adressen in Pest. Van de overweldigende hoeveelheid oude cultuurmonumenten noemen wij er slechts een paar. Op de Burchtberg (Var-hegy) vindt men paleizen, musea, bolwerken en kerken.

MOSKEE

Iedere toerist moet de prachtige Matthiaskerk bezichtigd hebben, waarin vroegere Hongaarse koningen werden gekroond en die meer dan een eeuwdienst deed als moskee van de Turken (van 1541 tot 1686). Vooral het zeldzaam fraai gekleurde dak valt daarbij op, evenals de ene grote gotische toren. Naast de kerk staat het uit 1906 daterende ruiterstandbeeld van de eerste koning van Hongarije, Stephanus (Istvan) I de Heilige. De paarderug is gewend naar het in neo-romaanse stijl opgetrokken Vissersbastion een fraai complex van torens, borstweringen, transen en tinnen en hoe die bolwerk-termen verder ook mogen luiden. Dit witstenen bouwsel is opgetrokken vanaf 1901 op de plaats waar' in vroeger eeuwen een door het Donauvissersgilde te verdedigen bolwerk lag. Hiervandaan heeft men een schitterend uitzicht over de Donau met de oude Ketting- en de modernef Elizabethsbrug, terwijl aan de andere zijde het uitgaansoord bij uitstek opdoemt; het Margarethaeiland in de Donau,

PARLEMENT

Tegenover het Vissersbastion ligt het breedste gebouw van Hongarije: het in zeer evenwichtige neogotische stijl opgetrokken Parlementsgebouw, dat een Renaissancekoepel bezit. De maten van het te bezichtigen gebouw zijn: 268 meter breed, 118 meter diep en 96 meter hoog en met de uit de vorige eeuw daterende Sint Stephanskerk beheerst dit gebouw het silhouet van het stadsdeel Pest. Naast de vele oude cultuurschatten hebben de communistische leiders uiteraard ook hun eigen toeristische attracties geschapen, o.a. in de vorm van standbeelden voor de gevallen soldaten van het Russische rode leger dat dit land van de Duitsers ..bevrijdde". In een aantal gevels in enkele voorname straten van de hoofdstad zagen wij ook nog andere ..attracties": gebouwen, nog immer beschadigd door het geweld van kogels en granaten. Helaas werd er niet bij vermeld, of deze open wonden werden veroorzaakt door de Duitsers of Russen in en na de wereldoorlog of dat het stille getuigen zijn van de in bloed gesmoorde vrijheidsstrijd van 1956 tegen de gehate „bevrijders". Tijdens een wandeling of rit door de stad vallen fok andere, minder trieste, zaken op. Ook hier vindt men, zoals in Debrecen, een Calvijnplein. Wij zien ean bierkroeg met de schone naam van Paracelsus, ontwaren in de Ulloistraat plotseling een instituut dat de naam van Semmelweis draagt, de Hongaarse befaamde bestrijder van de kraamvrouwenkoorts en verbazen ons over de stadsbussen, die balastore-achtige rolgordijntjes voor hun voorruiten hebben, zodat de chauffeurs door kleine spleetjes naar buiten glu- ren. Zo blijven diverse indrukken achter van Boedapest; een drukke gezellige binnenstad met talloze voetgangers en relatief goed gevulde etalages, met prachtig oude kerken en bouwwerken en als gekken manoeuvrerende taxichauffeurs, die kennelijk met genoegen rode stoplichten „nemen" om te voorkomen dat de cliënt een te hoge taxirekening zou moeten betalen. Dat bleek telkens weer erg mee te vallen, zoals ook de consumptieprijzen voor onze b^rippen heel redelijk zijn, tenminste voor „kapitalisten".

Wie vanuit Boedapest het land in wil. kan per trein (keuze uit eerste en tweede klasse in deze klas•senloze samenleving...) voor weinig geld een heel eind komen. Elders merkten wij al op, dat een eersteklas enkeltje naar Debrecen (250 km) nog niet op dertien gulden kwam en daar doet uw benzine drinkende personenauto het niet direct voor.

CULTUUR

Na de hoofdstad valt een provinciestad als Debrecen uiteraard tegen. Wat kan iemand, die uitsluitend als toerist in deze contreien tegen de Roemeense grens aan belandt, daar nu verder zoeken?

Hij kan natuurlijk wandelen (al is het flaneren nog niet zo'n ontwikkelde kunstvorm als in onze hoofdstad), winkelen, de schaarse kerken of musea binnenglippen of zich aan de georganiseerde cultuur wagen. Die blijkt dan meestal in allerlei theater-, schouwburg- of concertzaal-gedoe te liggen. Wie daarvan geen gebruik wenst te maken, vindt in Debrecen niet zo erg veel vertier. Hij kan echter geluk hebben en — wat ons overkwam — organist Gabor Lehotka een subliem orgelconcert horen geven in de Grote Kerk. waarbij Bach, Kodaly en Liszt (variaties over de letters B.A.C.H.) centraal stonden.

Natuurlijk kan hij ook iets gaan drinken in een café met de merkwaardige naam Hus, wat „het zwijn" betekent. Daarom werd de gelijknamige voorloper van de hervorming Johannes Hus ook wel bespot om zijn naam. Men kan ook de intern zeer verzorgd gerestaureerde Szent Anna Templon (St, Annakerk) bewonderen of het voormalige woonhuis van vrijheidskampioeii Lajos Kossuth, die in elk geval een straat, een plein en een universiteit naar zich vernoemd weet in één stad van zo'n 150-duizend inwoners.

VAKANTIE

Ondertussen is het ook de moeite waard, de etalages van het reisbureau Volantourist te bekijken. Op welke reisdoelen zijn de meer kapitaalkrachtige Hongaren voor hun vakanties aangewezen? Dat blijken met name Wit-Rusiand, de Joegoslavische Riviëra en Bulgarije te zijn. Met de vierniotorige Iljoesjins van luchtvaartmaatschappij Malev, die ons o.a. naar Frankfurt droeg, is men snel in de Sovjet-Unie. Uit de reacties van enkele burgers lijkt ons echter, dat zij niet direct dit land als vakantiereisdoel zouden kiezen, gesteld al dat ze het konden betalen. Trouwens, het eigen land blijkt ook nog heel wat natuurschoon te hebben en de poesta (steppe) van Hortobégy, even buiten Debrecen, met zijn folklore van wilde paardentemmers (die paarden dan wild, niet die temmers...) is een uitstapje van de eerste orde. Kortom, er is heel wat te zien in Hongarije. De Veluwe en Giethoorn zijn echter ook erg mooi, al vindt men daar weinig echte zigeunerorkesten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 oktober 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Oude cultuurschatten aan de Donauboorden

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 7 oktober 1972

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken