Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Begrotingstekort van Utrecht f 30,5 miljoen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Begrotingstekort van Utrecht f 30,5 miljoen

„VERANDERING VAN OPZET NODIG"

5 minuten leestijd

De gemeente Utrecht verwacht in 1973 een tekort van 30,5 miljoen gulden op een totaal budget van 274 miljoen gulden. Voor 1972 had men een tekort geraamd van 24,6 miljoen.

Het vervoerbedrijf levert met een nadelig saldo van rond dertien miljoen de grootste bijdrage aan dit tekort, dat door burgemeester en wethouders op basis van een groot aantal becijferingen verantwoord wordt genoemd. B. en W. van Utrecht menen dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de specifieke taken van een grote stad als Utrecht.

WONINGNOOD

Behalve de grote tekorten van het vervoerbedrijf, waartegenover een uitkering van het rijk van 2,2 miljoen staat, kampt Utrecht met een schrijnende woningnood die slechts moeilijk kan worden gelenigd. In heel Utrecht kunnen niet meer dan 50C0 woningen worden gebouwd, dan is de stad volledig vol. Plannen voor de bouw van die woningen zijn er wel, maar bijvoorbeeld het uitbreidingsplan Lunetten (3500" -woningen) loopt enigszins vast op de zeer hoge kosten. Volgens wethouder T. Harteveld van ruimtelijke ordening heeft men berekend dat alleen de grondkosten in Lunetten per woning 18.000 tot 19.000 gulden zullen bedragen. Dit komt uiteindelijk neer op huren van ruim f 400,— per maand voor woningwetwoningen. Onderzocht wordt de grondkosten te drukken, aldus de heer Harteveld, die verkaarde er toch naar te willen streven de honderden urgentste woningzoekenden — meestal qua inkomen en sociale status de laagste groepen in de Utrechtse samenleving — te helpen met woningen in Lunetten.

Daarnaast wordt de gemeente Utrecht geconfronteerd met zeer grote problemen bij de woning- en wdjkverbetering in oude wijken. De kosten van verbetering en herstel van het oude woningbezit kunnen onmogelijk volledig worden verhaald via huurverhogingen. Daardoor leiden die verbeteringen tot grote tekorten. De heer Harteveld zei dat alleen een verhoging van de rijksbijdrage voor verbetering van het oude woningbezit een oplossing kan bieden.

„GEHELE VERNIEUWING"

Wethouder van financiën mr. A. Looten noemde de stijging van het tekort in feite betrekkelijk gering. Hij meende dat het hele raamwerk van de gemeentefinanciën volledig zal moeten worden vernieuwd om een eind te kunnen maken aan de voortdurende structurele begrotingstekorten van de grote gemeenten. „Dat zal jaren kosten maar het zal toch moeten gebeuren. Lapmiddejen helpen niet", aldus de heer Looten, die eenzelfde geheel nieuwe benadering voor het openbaar vervoer in de grote steden bepleitte.

Hij betoogde eveneens dat zowel de achtereenvolgende regeringen als parlementen de afgelopen 25 jaar te weinig hebben willen aanvoelen wat in de gemeente leeft. „De gemeenten staan het dichtst bij de bevolking en bij leven, wonen, werken en recreëren. Zij weten wat voor verdriet er scms onder de bevolking is door onvoldoende voorzieningen. De taak van de gemeentebestuurders wordt onvoldoende erkend. Er wordt hen, geconfronteerd met de beho.eften van de bevolking, te weinig perspectief geboden, aldus de heer Looten.

Het aantal inwoners van Utrecht daalt en ook dat heeft invloed op de financiën van de gemeente, omdat de uitkering van het gemeentefonds is gekoppeld aan het inwonertal. Voor 1973 is reikening gehouden met een inwonertal van 272.000 tegen 277.000 in 1972. Volgens mr. Looten verlaten juist de meest kapitaalkrachtige gezinnen de stad. waardoor er relatief meer groepen als bejaarden en alleenstaanden (bijvoorbeeld: studenten) overblijven. Voor hun welzijn zijn extra voorzieningen nodig, maar een oplossing ervoor is er volgens mr. Looten nauwelijks.

VERHOGING

De gemeente Utrecht gaat de eigen inkomsten vergroten door verhoging van een aantal gemeentelijke belastingen, zogenaamde retributies, het reinigingsrecht en het vastrechttarief van het gasbedrijf. Daarnaast wordt het parkeertarief verdubbeld. Al deze verhogingen moeten op jaarbasis vijf miljoen gulden opbrengen.

Het begrotingstekort is verder in toom gehouden door beperking van de stijlging van de investeringen in 1973, in plaats van tien procent een stijging van vijfp rocent.

De gemeente Utrecht wordt bovendien veel strenger door de hogere overheden gecontroleerd als het om investeringen gaat die „niet rendabel" zijn. Zo is goedkeuring onthouden aan de bouw van een zwembad in de nieuwe bouwwijk Overvecht, omdat de exploitatieverliezen van dit zwembad per jaar ruim 1,1 miljoen gulden zouden gaan bedragen. De gemeenteraad wilde dit zwembad wel bouwen met als argument dat voor het welzijn van de Overvecbtse bevolking (ÖD.OOO mensen) een zwembad nodig is. Utrecht had dit zwembad wel mogen bouwen van de rijksoverheid als men de straatbelasting met 1,6 miljoen gulden had verhoogd. Dat is echter om principiële redenen door het gemeentebestuur geweigerd.

BIJSTAND

Wethouder van financiën mr. Looten betoogde dat ondanks de grote financiële moeilijkheden waarin de gemeente Utrecht verkeert, er toch nog een aantal nieuwe taken kunnen worden aangepakt of bestaande uitgebreid, met name bij het onderwijs, de cultuur en de sociaal,- culturele en maatschappelijke activiteiten.

De uitvoering van de algemene bijstandwet kost de gemeente Utrecht 7 miljoen gulden in 1973, omdat het rijk alleen de uitkeringen tot 90 procent vergoed, maar niet de kosten van d.o ambtelijke dienst die nodig is voor de uitvoering van deze wet. Wat de bijstandswet betreft zei wethouder van maatschappelijke aangelegenheden en volksgezondheid mr. A. J. Bransen zich ongerust te maken over een groep mensen die permanent een uitkering krachtens de bijstandwet ontvangen. Onder hen is volgens hem een groep van ongeveer 400 door hun echtgenoot verlaten vrouwen. „Men is kennelijk sneller geneigd zijn gezin in de steek te laten", aldus mx. Bransen, die ook verklaarde dat cnder deze groep een zeker aantal is dat willens en wetens misbruik maakt van de bijstandwet zonder dat men volledig voor de rechter kan bewijzen dat dit zo is.

Men glipt tussen de mazen van de wet door. Het beste wapen om dit te bestrijden is volgens mr. Bransen niet een straffe controle, ook al is controle nodig, maar de opbouw van goede verhoudingen tussen de mensen die een beroep doen op de bijstandwet en de begeleidende maatschappelijke werkers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Begrotingstekort van Utrecht f 30,5 miljoen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken