Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Noorse „NEE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Noorse „NEE" tegen de Europese Gemeenschap

Boeren voelden zich bedreigd

7 minuten leestijd

Het Noorse „nee" tegen de toetreding tot de Europese Gemeenschap is hard aangekomen in Brussel. Het was weliswaar bekend dat niet alle Noren stonden te trappelen om toegelaten te worden, maar op een meerderheid voor de tegenstenmers had men toch niet gerekend. Het staat nu wel vast dat bijna alle Noorse boeren hebben tegengestemd, ondanks de garantie van EEG-zijde, dat hun huidige levensstandaard gehandhaafd zou worden. Afgezien van de vraag of hun beslissing de juiste is geweest, is zij, de positie van de Noorse landbouw in aanmerking genomen, alleszins begrijpelijk.

Noorwegen is met zijn totale oppervlakte van 324.000 m2 tien keer groter dan Nederland. Maar slechts een zeer gering percentage daarvan is bruikbaar voor de landbouw. Op dit ogenblik is ongeveer 850.000 ha in gebruik als cultuurgrond, oftewel 3,2 pct. Door de noordelijke ligging van dit land (ruim een kwart valt binnen de poolcirkel) zijn de klimatologische omstandigheden niet zo bijster gunstig. Wanneer de warme golfstroom het klimaat niet zo gunstig benvloedde was in grote delen van Noorwegen landbouw totaal onmogelijk. Nu vinden we boeren tot helemaal bovenin het land, hoewel het korte seizoen van 3-4 maanden wel speciale moeilijkheden met zich meebrengt. Als gevolg hiervan is de melkproduktie in deze gebieden de belangrijkste bedrijfstak, want koeien kunnen het gehele jaar door in de stal gehouden worden. Naast het ongunstige klimaat speelt ook de grote afstand waarover de produkten dikwijls vervoerd moeten worden een belangrijke rol. Al met al is het voor de Noorse boeren moeilijk, zo niet onmogelijk te concurreren met zijn Europese collega's.

KLEINE BEDRIJVEN

Van doorslaggevende betekenis is bovendien dat van de 164.000 boeren er 100.000 zijn, die niet meer dan 5 ha landbouwgrond bezitten, 40.000 boeren bezitten tussen de 5 en 10 ha, bijna 17.000 tussen de 10 en 20 ha en nog geen 6000 bedrijven zijn groter dan 20 ha. Deze zeer kleine bedrijven zijn uiteraard moeilijk te mechaniseren en daardoor arbeidsintensief. Gezinsarbeid is in Noorwegen niet alleen gebruikelijk maar om de kostprijs van de produkten redelijk te houden ook noodzakelijk.

Om op deze kleine bedrijven het hoofd boven water te houden is de Noorse boer afhankelijk van de steun van de regering en niet te vergeten van Inkomsten uit nevenarbeid. Deze neveninkomsten komen meestal uit bosbouw en visserij. Steeds meer boeren uit de kustgebieden en in de omgeving van visrijke meren vinden een parttime job in de visserij of in de visverwerkende industrie. De inkomsten uit de bosbouw zijn de laatste jaren als gevolg van de overproduktie nogal wat teruggelopen zodat in het gunstigste geval de inkomsten uit de bosbouw 10 procent van het totale inkomen uitmaken hoewel de oppervlakte bos gemiddeld vijf keer zo groot is dan de oppervlakte landbouwgrond.

NOORSE LANDBOUWPOLITIEK

De Noorse regering heeft al jarenlang een bijzondere landbouwpolitiek gevoerd die er duidelijk op gericht was en nog steeds is, om de landbouwers bestaanszekerheid te verschaffen. Door bovengenoemde omstandigheden is het voor de Noren onmogelijk om zonder deze overheidssteun hun bedrijven in stand te houden.

Deze steun houdt overigens niet in, dat de regering met gulle hand subsidies rondstrooit zonder oog te hebben voor de rentabiliteit van de bedrijven. Integendeel als direct gevolg van de landbouwpolitiek die niet alleen gericht Is op inkomsten maar ook op produktieverbetering is het aantal bedrijven van 0,5 - 2 ha de laatste tien jaar met 37 pct gedaald. Per jaar kost de Noorse landbouw de regering zo'n 750 miljoen gulden aan subsidies. Dat komt neer op 4500 gulden per bedrijf bij een .gemiddelde bedrijfsgrootte van 5 ha. Een belangrijk deel hiervan wordt uitgekeerd in de vorm van transportsubsidies. Dat dit een dringende noodzaak is, kunt u zich misschien voorstellen wanneer u weet dat een produkt als melk dikwijls honderden kilometers vervoerd moet worden, voordat het bij de consument is die in het hoge Noorden woont, en die ook bij voorkeur niet meer betaalt dan de mensen elders in het land. Transportsubsidie bijvoorbeeld ook voor het vervoer van krachtvoer. Vaak moeten deze geïmporteerde goederen van de haven naar het bedrijf vervoerd worden over afstanden die kunnen oplopen tot wel 1500 km. Zonder subsidie zou dit onbetaalbaar zijn en het einde betekenen van duizenden boeren. Op deze manier wordt niet alleen de melkhouderij gesubsidieerd, maar ook de aardappelteelt en de graanprodukten. De gevolgen van deze transportsubsidies, subsidie op kunstmest, machines, zaaigoed, pootgoed en kustmest enz., zijn duidelijk merkbaar aan de prijzen van de eindprodukten. Een kilo graan kost ongeveer een gulden en aan de ongeveer 50 cent die de boer vangt per kg melk zit ook 22 cent subsidie.

IMPORTEREND LAND

De Noorse landbouw is niet in staat om de bevolking van eigen land voor 100 procent van het nodige te voorzien. Verre van dat. De zelfvoorzieningsgraad van de Noorse landbouw bedraagt slechts 37 pct. Dat houdt in dat Noorwegen voor een belangrijk deel van haar levensmiddelen afhankelijk is van de import. Van alle benodigde granen wordt minstens 90 pct ingevoerd en de ingevoerde hoeveelheid dierlijk voedsel loopt in de duizenden tonnen per dag. Op zich is de invoer niet nadelig voor de rentabiliteit van de bedrijven omdat op de wereldmarkt de prijzen voor deze produkten niet bijzonder hoog zijn. Het vervoer maar de fabrieken en de landbouwbedrijven maakt de uiteindelijke prijs echter weer hoog. Noorse toetreding tot de Europese Gemeenschap zou deze prijzen nog hoger maken omdat dan niet meer van de wereldmarkt geïmporteerd kan worden maar tarwe betrokken moet worden van de EEG-markt waar de prijzen op een veel hoger niveau liggen. Dit geldt niet alleen voor de granen maar ook voor de 165.000 ton suiker en de 150.000 ton fruit die Noorwegen importeert.

Doordat de prijzen van de eindprodukten zo hoog worden door de diverse subsidies kan Noorwegen op exportgebied nooit een bedreiging vormen voor andere exporterende landen. Vandaar dat voor alle landbouwprodukten het streven gericht is op zelfvoorziening en niet op produktie voor export zoals we dat in ons land kennen met onze aardappels en melkprodukten. Voor een aantal produkten is de Noorse landbouw dan ook voor honderd procent zelfvoorzienend. Bijv. voor rund- en varkensvlees, aardappelen, eieren, boter, kaas, melk en melkprodukten.

GEVOLGEN VAN TOETREDING

De moeilijke positie van de Noorse landbouw is door de onderhandelaars over de toetreding tot de EEG niet over het hoofd gezien. Integendeel, er is veel en met succes over gesproken en er kwamen voor de Noren erg gunstige, van de gemeenschappelijke regelingen afwijkende bepalingen. De huidige levensstandaard van de Noorse landbouwer werd door Brussel gegarandeerd. Zo mocht bijv. de regering de huidige subsidies tot eind 1975 handhaven om geleidelijk aan over te gaan op een ander systeem waarbij een steunregeling ingevoerd mocht worden die het mogelijk maakt de huidige levensstandaard te handhaven maar deze steun mag niet gebonden worden aan het verkochte produkt en mag ook geen subsidies inhouden voor produktieprijzen.

Deze laatste bepaling vereist een andere, minder eenvoudige aanpak van de problemen waarbij het lang niet vaststaat dat de huidige prijzen gehandhaafd kunnen worden. Ondanks alle afwijkende regelingen en bepalingen zou het uiteindelijke eindresultaat voor de Noorse boeren zijn dat de subsidies 700 miljoen kronen minder zou gaan bedragen dan voorheen. En dat houdt in dat het gemiddelde inkomen van de Noorse boer met 20 pct. daalt.

Toetreding zou voor de meeste boeren dan ook niet minder betekenen dan het begin van het einde. En hoewel het misschien niet eens onmogelijk zou zijn voor een groot deel van deze mensen vervangende werkgelegenheid te scheppen speelt nog een andere factor een belangrijke rol. De ondergang van de agrarische bedrijven in het hoge Noorden en aan de Westkust zou deze streken voor een groot deel ontvolken. Aangezien Noorwegen militair gezien voor de NAVO van groot belang is, zou deze er niet bij gebaat zijn wanneer een deel van deze verdedigingsgordel ontvolkt zou worden. Voor veel parlementariërs is dit (gelukkig) een belangrijk argument.

De uitslag van het Referendum was niet zoals in Denemarken bindend maar adviserend. Het Noorse parlement heeft echter verklaard de wens van de bevolking te zullen eerbiedigen.

Zoals gezegd zou voor veel boeren toetreding het einde betekend hebben binnen enkele jaren. Anderzijds is het zo, dat de EEG, en met name de straks vergrote EEG er alles aan zal doen om haar eigen markt op alle gebieden te beschermen. Dan is het niet onmogelijk dat Noorwegen met haar grote industriële produktie en omvangrijke vloot in de verdrukking komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 november 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Het Noorse „NEE

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 november 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken