Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Geen absolute eerbied voor het leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Geen absolute eerbied voor het leven"

Prof. dr. J. Douma bij rectoraatswisseling:

8 minuten leestijd

Op een druk bezochte bijeenkomst in het nieuwe gebouw van de (Vrijgemaakte) Gereformeerde Kerk te Kampen, de Eudokiakerk, heeft prof. dr. J. Douma woensdag het rectoraat over de Theol. Hogeschool der Geref. Kerken (Vrijgemaakt) overgedragen aan prof. dr. L. Doekes. Voordat het echter zover was en men kon gaan recipiëren, vermeldde prof. Douma eerst de gebeurtenissen in het afgelopen jaar (de fata academica).

Het aantal studenten is opvallend toegenomen en de vele vakatures in de Geref. (Vrijgem.) kerken worden weer enigszins opgevuld. De contacten met de Presbyterian Church in Korea werden steviger. Op uitnodiging van de senaat heeft prof. dr. San Dong Han, de rector van het seminarie in Pusan, een bezoek aan Kampen gebracht. Een van de Koreaanse studenten promoveerde aan de Hogeschool.

AANSLAG OP STUDIE
Het afgelopen jaar was een jaar van expansie, zo typeerde prof. Douma. De generale synode van Hattem benoemde een lector voor de propaedeuse Grieks en Latijn, ds. J. A. Meijer te Groningen, terwijl ook de eerste wetenschappelijke medewerker voor het onderdeel wijsbegeerte benoemd werd, drs. K. Veling, eveneens te Groningen. Verder kregen de hoogleraren noodzakelijke verlichting door de benoeming van student-assistenten. Het ruimteprobleem wordt nijpend aan de Hogeschool. Inmiddels heeft de synode goedkeuring gehecht aan bouwplannen, waarvan de kosten op ƒ 800.000,- geraamd worden. Van de zijde van de gemeente Kampen werd reeds medewerking ontvangen. Tegenover alle bezuinigings- en herstructureringsplannen, die de theologische studie niet alleen verkorten maar ook verminken, staat de senaat zeer kritisch. Een verder terugschroeven van de eisen inzake de kennis van de klassieke talen moet als een aanslag op de theologische studie zelf beschouwd worden, zo vond prof. Douma.
In de gebruikelijke rectonale rede bij de overdracht sneed prof. Douma (hoogleraar in de ethiek, encyclopedie en wijsbegeerte) het actuele probleem van de euthanasie aan. Voor de term en het begrip zijn velerhande omschrijvingen zoals die van een Franse arts: absolute eerbied voor het leven. Prof. Douma constateerde echter, dat de Schrift zich daartegen keert, want niet aan het leven, maar aan de Heer van het leven zijn wij eerbied verschuldigd. God gaf ook aan de mens het recht om leven in allerlei vorm aan te tasten. Soms moet de mens zijn leven in dienst van God en zijn naaste opofferen. Het leven is niet het laatste woord, de hoogste norm en de maat van alle ethiek. Gods gebod dat aan alle leven z'n taak, grenzen en relaties geeft, heeft het laatste woord.

ACTIEVE EUTHANASIE
Voor het leven kunnen wij geen absolute eerbied opbrengen, maar wij moeten er wel zeer voorzichtig mee omgaan. Wij moeten iemand kunnen laten sterven, maar dat is wat anders dan actieve euthanasie in de zin van: het opzettelijk beëindigen van een mensenleven, dat niet meer levenswaard of zinvol wordt geacht. Verantwoord laten sterven en onverantwoord doden zijn door een kloof gescheiden. Prof. Douma betoogde, dat het spreken over actieve euthanasie wordt gevoed door het moderne leef- en denkklimaat. De dood zou bij het leven behoren. „Als er geen dood was, dan lagen we lekker allemaal op onze rug, dan kon er niets gebeuren en hadden we nergens haast mee", heeft Jan Wolkers gezegd. Aan de dood geven velen vandaag een positieve zin. Er is geboortecontrole, er  moet ook controle op de dood zijn. Een mens moet van „ophouden" weten.
Gevaarlijk is het, dat velen niet duidelijk omschrijven wat zij onder „zinvol" leven verstaan. Zo wil Prof. Van den Berg van geval tot geval beslissen.
De Heilige Schrift wijst ook hier een andere weg. De mens is naar Gods beeld geschapen. „Gij zult niet doden" luidt het zesde gebod. Dat geldt niet alleen voor de gezonden, maar ook voor de invaliden naar lichaam en geest. De barmhartigheid van Christus sterkte zich juist uit tot wat verloren was deze wereld, niet meetelde en geen communicatie kende. Hoe zal een arts zich kunnen ontdoen van menselijk leven dat hij niet menswaardig of zinvol acht, terwijl Christus het geknakte riet niet verbroken heeft en de kwijnende vlaspit niet uitgedoofd heeft? Verder is het niet waar, dat de dood een pendant van het leven is. Hij is een indringer en geen ons niet liggende tweelingbroer (K. Schilder). Het is best dat er taboes rond de dood worden opgeruimd, als dan maar de harde waarheid over de dood niet verzwegen wordt.

BEHANDELING
Prof. Douma achtte het ook minder juist van passieve euthanasie als een geoorloofde vorm van euthanasie te spreken. We moeten onderscheiden tussen beëindiging van het leven en beëindiging van de behandeling. De eerste mogelijkheid is aan de patiënt of de arts niet gegeven, de tweede kan geboden zijn voor wie gelooft dat bittere, medisch ingrijpen, niet tot het bittere, maar tot het verantwoorde eind moet worden voortgezet. Het verschil tussen euthanasie en beëindiging van de behandeling is niet fictief, ook al valt menigmaal het stoppen van een behandeling samen met een spoedig intredende dood.
Ook tegen de term indirecte euthanasie zijn bezwaren in te brengen, zo zei prof. Douma euthanasie beoogt, als men het woord tenminste niet geheel van zijn historische wortels losmaakt, het bewust beëindigen van iemands leven. En dat zit er bij het bestrijden van pijn niet vóór. Intentie en gevolg moeten hier worden onderscheiden.

HEELMEESTER
De arts wordt voor grote verantwoordelijkheden geplaatst. Men kan ethische richtlijnen geven, maar de concretisering ervan in de duizend en één gevallen kan geen enkele ethicus geven. Toch zijn algemene richtlijnen niet zonder waarde. Zij proberen het beeld van de arts te tekenen, die geen slachtoffer moet worden van euthanasiedenkbeelden, maar die evenmin het beeld van de robot moet gaan vertonen, knap genoeg om het leven te rekken, maar met z'n stalen armen en handen en z'n koude hart niet meer in staat om heelmeester te zijn. Het „leven" staat dan misschien nog voor zijn aandacht, maar de mens is uit het gezichtsveld verdwenen. Christus heeft geleerd wat barmhartigheidsbetoon is, en dat is t.a.v, euthanasie iets anders dan kos te-wat-het-kost een mens in leven houden. De arts gebruikt zijn middelen tot redding van leven en niet principieel tot verlenging van lijden of van een afbraakproces.

STERVENSHULP
Er zijn andere woorden gebruikt, zoals orthothanasie, het rechte sterven i.p.v. het zachte sterven. Het komt er maar op aan wat voor vulling men zo'n term geeft. Het is ook mogelijk de term euthanasie te annexeren en er een christelijke inhoud aan te geven. Dat gebeurde al in 1615, toen Johannes Hoornbeek over euthanasie schreef als over "het zalig sterven in den Heere". Prof. dr. W. H. Velema heelt de vraag gesteld "zouden wij het woord niet eens in evangelisch licht moeten plaatsen? Wie in Christus sterft, sterft goed". Deze woorden zijn ons uit het hart gegrepen, al zullen ze niet meer kunnen worden gehecht aan het besmette woord euthanasie. De zaak is echter van groot gewicht. Bieden wij de juiste stervenshulp Belangrijk is hier de kwestie van "waarheid en leugen aan het ziekbed", We kunnen gemakkelijker een uur over euthanasie praten dan werkelijk stervenden hulp bieden, waarin we onszelf moeten geven. En de moeilijkheid is juist, dat velen dan niet veel te bieden hebben, zo zei prof. Douma, die verder opmerkte dat 't woord euthanasie zich te veel concentreert op de dood. Het maakt van een „mijlpaal" snel een „eindpaal". We moeten echter het doek niet laten vallen bij de dood. Wie het daar wil laten vallen, benevelt zichzelf en zijn naaste. Ook dat is een vorm van opium van het volk die de mens dan gemakkelijk doet haken naar een pijnloos einde, naar euthanasie.
Het probleem van de euthanasie ontspruit niet aan een ons boven het hoofd gegroeide medische techniek, evenmin aan het fenomeen van de pijn alleen. Het heeft alles te maken met de geestelijke instelling van de mens. En dan is het zaak niet alleen symptomen te bestrijden, maar de kwaal zelf aan te pakken, aldus ethicus prof. Douma.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

„Geen absolute eerbied voor het leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1972

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken