Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De toekomst van de Raad van Europa

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De toekomst van de Raad van Europa

2 minuten leestijd

De raad van Europa zal zich in de toekomst vooral moeten toeleggen op het doen eerbiedigen van de rechten van de mens en het versterken van de parlementen tegenover de uitvoerende macht, aldus het Tweede-Kamerlid P. Dankert (PvdA), dinsdag in de assemblee van de Kaad in Straatsburg.

Tot nu toe heeft de Raad zich nauwelijks bemoeid met versterking van de positie der parlementariërs tegenover de regeringen die over onvergelijkbaar veel meer middelen beschikken dan zq.

Het zich toeleggen op eerbiediging van de rechten van de mens - een rol, die in verband met de ontwikkelingen in Turkije opnieuw (na Griekenland) een zekere actualiteit krijgt - houdt in, aldus D. Dankert, dat bepaalde gebieden bij voorbaat moeten worden uitgesloten van samenwerking tussen Oosten West-Europa. Het is overigens zeer de vraag of de oosteuropese landen bereid zijn met de Raad samen te werken. . Het Tweede kamerlid mr. Portheine (WD) suggereerde contacten met de Verenigde Staten, omdat de assemblee van de Raad ook het parlementaire orgaan is van de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OECD), waarbij Amerika is aangesloten. Het liberale kamerlid zag de toekomstige taak van de Raad, vooral op het terrein van de „menselijk-economische problemen" als bijv. consunentenbescherming.

In het algemeen werd de toekomst van de zeventien landen omvattende Raad gezien als het vormen van een brug tussen de negen staten van de EEG en de acht overige, niet bij de Gemeenschap aangesloten landen. Over samenwerking tussen Oost en West maakte men zich weinig illusies.

TAAKVERDELING

De toekomstige taak werd besproken aan de hand van een voorlopig rapport van de vroegere voorzitter van de Assemblee, de Zwitser Olivier Reverdln. Hij meende dat deze taak voor het einde van het jaar - een tijdslimiet, die ook het ministerscomité zich heeft gesteld - duidelijk moet zijn gedefinieerd: geen internationale organisatie kan zich jarenlang blijven afvragen wat haar rol en doel bij Europese samenwerking moeten zijn zonder ten onder te gaan.

Reverdin zag een taakverdeling tussen de Raad en de EEG als onrealistisch en onaanvaardbaar, omdat de gemeenschap dynamisch is en haar werkterrein voortdurend uitbreidt, mr. Portheine meende, dat een taakverdeling onontkoombaar is.

Reverdin hekelde de „machtshonger van de Brusselse bureaucraten" en waarschuwde tegen een ontwikkeling, waarbij alles in „Brussel" - in tegenstelling tot „Straatsburg" — gebeurt: er zullen dan onvermijdelijk twee categorieën staten ontstaan, waarbij de niet bij de Gemeenschap aangesloten landen een soort tweede-rangs mogendheden worden, hetgeen de Europese eenwording slechts kan vertragen. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

De toekomst van de Raad van Europa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken