Bekijk het origineel

Met geestdrift terug naar vertaalproblemen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Met geestdrift terug naar vertaalproblemen

Drs. K. F. de Blois van G.Z.B. naar Wereldbond

9 minuten leestijd

Kumulenibe kwowo kwong'ene niubulaniu ne muliswa kuli siina?Begrijpt u, lezer, hier iets van? Nee? Nu, wij ook niet want het is de eerste zin uit een „Korte catechismus" in de Oost-Afrikaanse taal Bukusi en deze taal beheersen de meeste mensen in West-Europa (nog) niet. Niettemin weet ook de auteur van deze "Korte Catechismus" op geen stukken na wat er in deze eerste zin staat. Het is ds. G. Spil. Hervormd synode-moderamenlid en predikant te Ede. ook geenszins kwalijk te nomen. Tussen het gedegen Nederlands van ds. Spilt die een beknopte Heidelbergse Catechismus samenstelde en het Busuki met de vele klinkers, staat namelijk de taalkundige drs. K. F, de Blois, die ten behoeve van een stamtaal binnen het zendingsgebied van de Gereformeerde Zendingsbond in Kenia voor een vertaling zorg droeg en het boekske vermeerderde met o.a. de tien geboden en het Onze Vader.

Ruim twee jaar hield drs. De Blois zich in het literatuurcentrum van de Reformed Church of East-Africa bezig met het vertalen of in de stamtalen schrijven van een kerkorde, een dienstboek, catechismi en liedboekjes voor zondagsscholen vanuit het Nederlands of Engels in het Swahili,' Bukusi en andere talen die in Kenia worden gesproken. 

Over enkele dagen zal hij weer teruggaan, maar thans niet meer in dienst van de GZB, maar van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen, om een driejarige opleiding voor vertaalconsulent te volgen. Dat houdt in dat hij leiding moet geven, coördinerend moet optreden bij de vele commissies in Afrika die zich buigen over vertalingen van bijbelgedeelten in vele stamtalen evenals van allerlei andere geschriften zodat ieder in zijn eigen taal het Evangelie kan lezen.

Proefschrift

Hij gaat dus na zijn vijf-jarige studie Afrikaanse taalkunde (bijvakken Bijbels Hebreeuws en zendingswetenschappen) aan de rijksuniversiteit te Leiden bij prof. dr. J. Voorhoeve opnieuw studeren, zij het wel dat hij gelegenheid krijgt om materiaal te verzamelen voor zijn proefschrift dat over de Afrikaanse taal Bukusi zal gaan. In zijn tijdelijke woning in Scherpenzeel hadden wij enkele dagen voor de speciale voorbededienst in de Nieuwe Hervormde Kerk te Ede die zondag a.s. om half zeven begint, een geanimeerd gesprek over wat hem met vrouw en twee kinderen (resp. 2 1/2 jaar en vier maanden) allemaal te wachten staat en over het zendingsgebied dat hij verlaten heeft.

Afrikanisatie

Waarom bent u eigenlijk bij de Gereformeerde Zendingsbond weggegaan? 

Doordat mijn werk kon worden overgenomen door een Afrikaan. Kijk eens, er is sprake van een voortgaande Afrikanisatie bij de „dochterkerk" Van de GZB in Kenia. Na de zelfstandigwording van deze kerk verleent de GZB op de noodzakelijkste gebieden nog assistentie zoals bij de theologische en evangelistenopleiding, bij het onderwijs, in de medische sector en tot voor kort dus het literatuurwerk. 

Begin 1970 ging ik na een indrukwekkende uitzendingsdienst naar Eldoret, 320 km van de hoofdstad Nairobi verwijderd aan de hoofdweg naar Kampala in Oeganda. 

Mijn voorganger was drs. H. van 't Veld die daar wegens de studie van zijn kinderen maar zes jaar kon zijn. De taak van het literatuurcentrum van de Afrikaanse kerk waar ik dus aan verbonden was, is tweeledig: vertalen en lectuur verspreiden. Het laatste wordt geheel door een Afrikaan gedaan. We hebben daar een uitgebreid systeem voor colportage, er is zelfs een speciale bakfiets ontworpen om maar zoveel mogelijk mensen de bijbel te kunnen verkopen. De kostprijs daarvan is een tientje, maar de verkoopprijs 3,75. Er wordt dik op toegelegd en daarvoor dragen de bijbelgenootschappen aanzienlijk bij. 

Is ƒ 3,75 niet te duur voor een Afrikaan? 

Voor de mensen in de binnenlanden die geen werk hebben, is het een vrij groot bedrag maar het blijkt wel uit de enorme verkoop en de grote leeshonger dat de mensen het geld er voor graag apart leggen. De Christenen ervaren de bijbel als een belangrijk bezit. En als je dit bedrag vergelijkt met de kapitalen die de ouders op tafel leggen voor het ChrJstelijk onderwijs, is het zelfs niet veel.

Self-supporting

Als de Gereformeerde Zendingsbond door onverhoopte economische of politieke ontwikkelingen (denk aan Oeganda) op dit moment zich ineens zou moeten terugtrekken uit Kenia, zou de inheemse kerk zichzelf dan kunnen bedruipen? 

Tja, je moet als zending natuurlijk oppassen dat je in een nog financieel weinig draagkrachtige kerk niet te veel gaat investeren zodat die kerk later niet eens de onderhoudslasten kan betalen, afgezien van nieuwe projecten. Als zendingsorganisatie heb je een tijdelijke taak en zul je eens moeten vertrekken. De dochterkerk moet het dan zelfstandig aankunnen. Ik wil niet zeggen dat op dit moment de Afrikaanse kerk dat niet zou kunnen, maar een grote last zou het zeker betekenen. 

Maar met dit aspect van het zendingswerk wordt wel rekening gehouden. Ds. W. Bouw is druk bezig met vormingscursussen waardoor de Afrikanen het Christelijk rent.meesterschap gaan begrijpen en gaan inzien dat de kerkelijke lasten niet steeds van de zending behoeven te komen maar ook uit eigen zak. Door de bezuinigingen die de GZB noodzakelijkerwijze moest doorvoeren. Is de Afrikaanse kerk trouwens enigszins gewend geraakt aan dit idee. De collecten zijn stijgende. Ook werd de zelfwerkzaamheid bevorderd en doof het overleg met de top van de Gereformeerde Kerk van Oost-Afrika leert die nu meedenken in beleidslcwesties. 

U hebt les op een middelbare school in het Swahili gegeven. Betekent dit dat er al veel literatuur in het Swahili bestaat? 

Vroeger was het een beperkte taal die voortkwam uit een vermenging van Arabieren die zich aan de kust hadden gevestigd en de Afrikaanse bevolking. Door de Arabische handel in ivoor en slaven tot diep in het binnenland ontstonden er handelswegen en langs die routes is het Swahili verbreid tot in geheel Oost-Afrika als tweede taal, naast de eigen stamtaal, dus als een verkeerstaal tussen de vele stammen onderling. Ongeveer 30 miljoen mensen beheersen het. 

Eind vorige eeuw was de Duitser Krapf in dienst van de Anglicaan.se zending de eerste die een grammatica opstel' de, een woordenboek schreef en bijbelgedeelten in het Swahili ging vertalen. Na hem zijn vele anderen hem gevolgd en al lange tijd mag het Swahili zich verheugen in het voorrecht van een complete Bijbel. Momenteel wordt er zelfs aan universiteiten veel linguïstisch onderzoek in deze taal gedaan. 

Het Swahili is dus een betrekkelijk jonge taal. Geeft dat bij vertaling vanuit het veel oudere Hebreeuws en Grieks geen grote moeilijkheden?  

Bij vertalen stellen wij voorop dat de bijbelse boodschap moet overkomen en dat de vertaling dus begrijpelijk zal zijn voor vele mensen. In de Statenvertaling en de King James Version heeft men vanuit het, Hebreeuws en het Grieks nogal letterlijk willen vertalen, dus behalve de inhoud ook de vorm letterlijk willen overbrengen. Zo krijg je de uitdrukking „vurige kolen op iemands hoofd stapelen", wat in gangbaar Nederlands „beschaamd maken" betekent. Door 2000 jaar Christelijke traditie en gedegen kerkelijk onderwijs levert zoiets in Nederland weinig problemen op. Maar in Kenia zul je zoiets toch heel duidelijk en concreet moeten maken. Primair bij het vertalen stellen wij dan ook het doorgeven van de inhoud, waarbij je wel poogt zoveel mogelijk ook de vorm door te  geven, maar desnoods is dat secundair. 

Wat die moeilijkheden betreft, sommigen menen dat de Arabische invloed omstreeks 15 procent in het Swahiii uitmaakt. Gevoegd bij het corresponderende cultuurpstroon van de Afrikanen met hot oude Israëlitische volk, is er een vrij gemakkelijke aansluiting op het Oude Testament. Het Nieuwe Testament ligt wat moeilijker. Daarom zou het wellicht beter zijn als de zending (met Westerse bril) niet maar meteen begon met de vertalingen van het NT, maar juist met gedeelten uit het OT. Deze aandacht voor het NT vloeit echter ook voort uit de aandacht die zendingen uit de opwekkingsfeer (bepaalde Anglicaanse kringen) nu eenmaal voor het NT hebben. Maar het 'OT zou wellicht in Kenia toch een betere inleiding tot de Bijbel zijn.

Wereldbond

Hoe zit dat nu met die Wereldbond van Bijbelgenootschappen? 

Praktisch alle bijbelgenootschappen zijn er bij aangesloten, meestal uit praktische redenen. Het gebeurde namelijk vaak dat veel elkaar overlappend werk werd gedaan. Het is niet nodig, zelfs verspilling, als een Engelse en Nederlandse taalkundige vlak bij elkaar zouden zitten. Via de Wereldbond waar ik in dienst getreden ben, is coördinatie mogelijk. In Londen en New York zijn de hoofdkantoren en verder in elk werelddeel een ,,regionaal" centrum. Voor Afrika is dat Nairobi, voor Azië Bangkok. De voornaamste taken voor zo'n centrum is vertaalwerk.en de distributie. Mijn grote baas in Nairobi is de van huis uit Amerikaanse Baptist dr. H. Peacock. Voor geheel Afrika zijn er zes vertaaladviseurs en daarnaast nog een aantal in opleiding, waaronder drie Afrikanen. 

Bij de Wereldbond zitten ook een aantal figuren uit de Wereldraad van Kerken. U weet uit welke hoek de wind waait in de Wereldraad. Bent u niet bevreesd voor een bepaalde beïnvloeding? 

In de bijbelgenootschappen zitten mensen uit de plaatselijke Iverken en in Afrika zitten die, dacht ik, in een tameiijk behoudende sfeer. Veel moderne theologen vind je daar niet, hoewel de invloed van de moderne theologie uiteraard merkbaar is en merkbaarder wordt. Evenals in de Nederlandse Hervormde Kerk heb je ook daar veel variatie. Op zichzelf genomen hebben de bijbelgenootschappen zich evenwel nooit met een bepaalde visie vereenzelvigd; als men bij een vertaling op exegetische moeilijkheden stuit, huldigt men de opvatting van de meerderheid van de kerk die ook de opdrachten voor een bepaald te vertalen werk moet geven. 

Is het mogelijk dat een bepaalde beschouwing bij bijbelvertaling toch in subtiele zaken doorwerkt? 

Dat kan ik moeilijk beoordelen. Ik weet dat er momenteel een studie wordt opgezet .over eventuele subtiele beïnvloeding, maar wat het resultaat van die studie zal zijn, weet ik niet. Er is nog niets over bekend.

Van jongs af aan

Hebt u speciale redenen om dit werk te gaan doen? 

Van jongs af aan heb ik een hevige interesse. Mocht het vroeger op de lagere school wat romantisch zijn geweest, later kreeg ik op het Zeister gymnasium drs. Van 't Veld als leraar die mijn begeerte wist aan te kweken. Een bewuste keuze heb ik pas in de laatste klas van het gymnasium gedaan. Dat was vrij moeilijk want toen ik Afrikaanse taalkunde ging studeren, was die studierichting er nog maar net. Maar ik heb heel bewust gekozen met het oog op het werk in Afrika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Met geestdrift terug naar vertaalproblemen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 februari 1973

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken