Bekijk het origineel

Rotterdam wil invloed bij beloodsing van zeeschepen behouden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rotterdam wil invloed bij beloodsing van zeeschepen behouden

Nota over wetsontwerp Van Rossum

6 minuten leestijd

Dezer dagen is er een nota verschenen van burgemeester en wethouders van Rotterdam over de problematiek rond het loodsen van zeeschepen. Aanleiding tot het samenstellen van deze nota is een initiatief-wetsontwerp van het SGP-Tweede Kamerlid ir. H. van Rossum, dat samenvoeging van de tweee bestaande loodsdiensten in het Rijnmondhavengebied beoogt en de overneming van de beloodsing in het gemeentelijk havenbekken van Rotterdam door het Rijksloodswezen. In feite de opheffing van de gemeentelijke loodsdienst.

In zijn eindconclusie stelt het gemeentebestuur van Rotterdam dat men "zeer grote belangen heeft bij een veilige en doelmatige beloodsing van zeeschepen, enerzijds op grond van de hem wettelijk opgedragen veiligheidstaak ten aanzien van de bevolking, anderzijds op grond van het bedrijfsbelang als havenbeheerder met betrekking tot de efficiënte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.".

De gemeente Rotterdam acht het wetsontwerp dan ook onaanvaardbaar aangezien bij realisatie de volgende zaken een rol spelen:
• De gemeente zal niet meer in staat zijn dit onderdeel van haar wettelijke veiligheidstaak te vervullen.
• Er zal een vermindering van de algemene veiligheid in het Waterweggebied optreden.
• Er ontstaat strijdigheid met het principe van bestuurlijke decentralisatie.
• Er ontstaat strijdigheid met het daarmee overeenstemmende systeem van de Loodswet 1957.
• De efficiënte afwikkeling van het scheepvaartverkeer wordt aan de invloed van de havenbeheerder onttrokken.
• De totale kosten van de beloodsing van zeeschepen zullen toenemen.

In de 36 pagina's tellende nota tracht men een groot aantal problemen op te sommen, die de waarde van het wetsontwerp bestrijden. Men wil bij de gemeente Rotterdam ten koste van alles de gemeentelijke invloed in het havenbeheer behouden. Duidelijk komt dit in deze nota naar voren. 

GOEDKOOP

Zo bekritiseerde men de veronderstelling, die volgens B. en W. van Rotterdam in het wetsontwerp te vinden in, dat lot goedkopere en efficiëntere beloodsing in het Waterweggebied zou kunnen worden gekomen. „Als de opheffing van de havenloodsdienst plaats vindt, zal de veiligheid in de havenbekkens afnemen. De (gemeentelijke) havenloodsen immers vormen een speciaal korps dat één van de meest kritische gedeelten van de loodsreis verzorgt, namelijk het manoeuvreren met het af- en ontmeren van zeeschepen".

Men vindt het wetsontwerp verder in strijd met het principe van „bestuurlijke decentralisatie", omdat een rijksdienst binnen het gemeentelijke beheersgebied de uitsluitende bevoegdheid krijgt tot het loodsen van schepen zonder dat de gemeente hier invloed op zou kunnen uitoefenen. Men wijst er in het vervolg van de nota op dat de veiligheid in het betrokken gebied door het initiatief-wetsontwerp Van Rossum achteruit gaat. „De gemeente zal haar taken met betrekking tot de veiligheid en gezondheid van de bevolking niet meer naar behoren kunnen vervullen, omdat men niet over een behoorlijk beleidsinstrumentarium beschikt. De veiligheid moet worden behartigd via een sluitend systeem waarbij niet alleen beschikt moet worden over de diensten van rampenorganisaties zoals brandweer. GG en GD enz., maar ook over de havenloods in verband met de evacuaties van zeeschepen.

INVLOEDSFEER

Belangrijk is ook dat de efficiënte afwikkeling van het scheepvaartverkeer wordt onttrokken aan de invloedssfeer van de havenbeheerder. Tenslotte meent de gemeente Rotterdam dat één loodsdienst onrendabeler is dan de twee die er nu zouden zijn. Afgezien van het feit dat het ook om technische redenen onaanvaardbaar is, wordt er een toename van de kosten veroorzaakt van ongeveer ƒ 2 miljoen gulden. Dit bedrag wordt verkregen, volgens B. en W. van Rotterdam, doordat in tegenstelling met de heer Van Rossum (besparing van 80 man personeel) er vijf man extra nodig zouden zijn. Daarboven moeten er nog eens 35 zgn. nautische inspecteurs worden aangetrokken voor controle werkzaamheden.

GROTE HAVENS

Tijdens de donderdag gehouden persconferentie zei drs. H. J. Viersen, wethouder van Haven en Economische ontwikkeling, ook geen vergelijk te willen trekken met andere havens in ons land. „Dit zijn problemen van technische aard en alleen gebonden aan grote havensteden. Er zijn bijna geen grote havensteden in het buitenland waar geen relatie is tussen de havenbeheerder en de loodsdienst. Toezeggingen van het Rijksloodswezen ten gunste van de gemeente doen mij verder niets. Gezien eerder gedane toezeggingen die niet zijn nagekomen, heb ik daar geen enkel vertrouwen in", aldus de heer Viersen.

Hij vond het van het grootste belang dat de Kamer goed zou worden ingelicht, daarom stond hij positief tegenover het voorstel van de Rekenkamer om een derde instantie advies over deze zaak uit te laten brengen. Hierbij dacht hij dan aan een advies van de commissie voor nationaal zeehavenoverleg. Bij de hearing in de Tweede kamer zou hij een suggestie in die richting zeker lanceren.

DOUBLURES

Bij de gemeentelijke havenloodsdienst van Rotterdam zijn 144 loodsen in dienst, de rijksloodsdienst werkt in het Waterweggebied met 250 man. De taken zijn verdeeld. De rijksloodsen brengen een schip van open water op de rivier. Daar komt de havenloods aan boord en loodst het schip in het havenbekken. Volgens B. en W. van de maasstad komen „zinloze" doublures voor in het Europoortgebied, waar het rijksloodswezen door een „aanvechtbare" uitleg van een wetsartikel een gedeelte van de beloodsing aan Rotterdam zou hebben onttrokken.

Wethouder Viersen ontkende donderdag dat competentieverschillen tussen de riiks- en havenloodsen aan boord van de schepen met de vuist op tafel zouden worden „uitgevochten".

ARGUMENTEN

Ir. H. van Rossum vindt de argumenten van de gemeente Rotterdam zwak. Een aantal conclusies uit de nota noemt hij zelfs in strijd met de waarheid. Dat bijvoorbeeld de totale kosten van het beloodsen van zeeschepen zullen toenemen door uitvoering van het wetsontwerp, klopt niet met de gegevens van de Rekenkamer. Dat er strijdigheid ontstaat met het huidige systeem van de Loodswet 1957 is een duidelijk zaak. „Daarom wijzigen we ook de wet", zo stelt hij.

Er is volgens de heer Van Rossum, ondanks de tegenwerpingen van wethouder Viersen, een simpele oplossing van deze problemen mogelijk. Buiten het wetsontwerp om moet er een onderlinge regeling komen, waarbij het Rijksloodswezen zich verplicht, met de Rotterdamse verlangens rekening te houden", zo stelt hij. „Er zijn namelijk bepaalde economische belangen voor de Maasstad aan de beloodsing van zeeschepen verbonden. Hierbij mag de Rotterdamse invloed natuurlijk niet verloren gaan, daar is echter ook geen enkel bezwaar tegen". Men moet zo zegt de heer Van Rossum wel om de tafel willen gaan zitten, anders komt er nooit een oplossing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Rotterdam wil invloed bij beloodsing van zeeschepen behouden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken