Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nederlands 1 ste legerkorps staat hoog aangeschreven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nederlands 1 ste legerkorps staat hoog aangeschreven

Ondanks zorgelijke ontwikkelingen in strijdkrachten vindt men hij Afcent: Limburgers willen "Natogastarbeiders" niet kwijt

10 minuten leestijd

BRUNSSUM — Veel Nederlandse militairen, langharig onder baret of luchtmachtcap, presenteren zich weinig soldatesk en maken op burgers een matig gedisciplineerde indruk. Actiegroepen, partijen en persmedia vallen voortdurend de NATO aan en in en buiten het parlement wordt aanhoudend aangedrongen op het verlaten van het Atlantisch bondgenootschap als een „voorbeeld") door Nederland. Defensiebezuinigers noemen de kosten van het defensieve Nato-pact „excessief hoog" en willen dat op de landsverdediging aanzienlijk wordt besnoeid.

Hoe kijkt men, vroegen wij op het Nato-hoofdkwartier in het Limburgse Brunssum, tegen die ontwikkelingen aan? Hoe beoordeelt men eigenlijk de Nederlandse soldaat en wat is de gevechtswaarde van i'on leger, waarin de krijgstucht in de motten ballen schijnt te zijn gelegd? 

Maar bij Afcent, waar viersterren generaal Jürgen Bennecke uit de Bondsrepubliek het oppercommando voert, mochten wij, ondanks alle verontrustende tendenv.vn. toch een positief oordeel noteren: „Milltair-quaiitatief staat het Nederlandse Eerste Legercorps, dat in geval van nood samen met het Westduitse Eerste Legercorps de eerste klappen op moet vangen, zeer goed aangeschreven, dit onderdeel van de Nederlandse strijdkrachten geldt als 'inventief en vasthoudend." 

En de staat van goefendheid? 

„Daarop wordt voortdurend toegezien, dat is een van de taken van dit militaire hoofdkwartier, hier in Centraal Europa."

De ander

Mag men bij Nato's Afcent in Brunssura een duidelijk beeld hebben van kraclït en zwakte van de eigen onderdelen, de balansverhoudingcn tot de tegenpartij, de miljoenenlegers van het Warschau-Pakt, zijn er uiteraard ook — en exact! — in kaart gebracht.

Typerend voor de zakelijke nuchterheid die alles wat er bij Afcent gebeurt, kenmerkt, — daarover maakt hier niemand zich Illusies.

Wij horen over de Oostblok-strijdkrachtcn, gelegerd op een paar uren rijden van onze voordeur: „Zij kunnen als goed gekenschetst worden. Ze zijn prima uitgerust, voldoende getraind en voorzien van de modernste strijdmiddelen. Het moreel wordt op peil gehouden door een voortdurende politieke indoctrinatie.

Omdat aan de andere kant van het IJzeren Gordijn de dienstplicht veel langer duurt kan men de oefenschema's volledig afwerken.' Deze troepen zijn op volle sterkte. Een groot deel er van zou een aanval zo. vanuit de eigen kazernes kunnen beginnen. De officieren van deze strijdkrachten zijn bekwaam en vastbesloten. Dio Russische legers die een aanval op het westen zouden kunnen doen zijn daarvoor opgeleid en uitgerust. Het Oostduitse leger geldt ook als goed.

Misschien dat er vraagtekens gezet zouden kunnen worden bij de politieke betrouwbaarheid van bijvoorbeeld het Poolse en Tsjechische leger, maar militair bezien zijn ze zeker ook krachtig. En hun eventuele politieke onbetrouwbaarheid kan natuurlijk voor het Nato-opperbevel geen punt van overweging uitmaken. Er zal bij de planning en het opstellen van de verdedigingslijnen van uitgegaan moeten worden dat er door de tegenstander optimaal zal worden gevochten." 

Internationaal

De cijfers wijzen het uit, in geval van een militair treffen staat de Nato tegenover een imposante overmacht van troepen van het 'Warschau-Pakt, waar, anders dan in het westerse bondgenootschap, de leiding bij één land berust. Zijn Nato-hoofdkwartieren als het Limburgse Brunssum voluit internationaal in het Warschau-Pakt, komen alle lijnen van bevelvoering samen bij de Russische commandanten, terwijl de hogere officieren uit de satellietstaten allen langdurig bijgeschoold werden op grondgebied van de SowjetUnie. Niet minder dan 55 rode divisies, 30 van de Russen, 25 Oostduitse, Poolse en Tsjechische, in een paar dagen via een bliksemmobilisatie op te voeren tot tachtig, heeft men aan de andere kant van het ijzeren gordijn beschikbaar. 

Na verloop van tijd zouden er nog zo'n 35 in de strijd geworpen kunnen worden.

Bij Afcent moet Bundeswehr-generaal Bennecke zich dagelijks realiseren dat het volle gewicht van deze strijdmacht zich, vooral tegen zijn territoir zou kunnen richten. Hij is als eerste man onder de Amerikaanse opperbevelhebber van heel Europa, generaal Andrew J. Goodpaster direct verantwoordelijk voor de veiligheid van een immens gebied, heel de Benelux, en vrijwel de totale Bondsrepubliek behalve dan Sleeswijk-Holstein dat met de Skandinavische landen Denemarken en Noorwegen tot het ressort van zijn Britse collega in Afnorth (Oslo) behoort.

Doelwit ?

Voelt men zich bij Afcent door die latente dreiging uit het oosten direct doelwit en vrezen ook de Zuid-Limburgers in geval van vijandelijkheden onmiddellijk aanvallen op het Nato-hoofdkwartier?

„Nee" zegt men bij Afcent „daar is geen sprake van. Wij zijn een niet plaatsgebonden hoofdkwartier. Toen Afcent na het vertrek uit Fontainebleau bij het verlaten door Frankrijk van de Nato-gelederen naar de oude mijn Hendrik ging, stond vast dat Brunssum een mobiel hoofdkwartier zou zijn. Daar bestaan elders in het land nogal eens wat misverstanden over. Men denkt dat de rond 2500 officieren, onderofficieren en manschappen uit zeven landen die hier dienst doen, veilig onder de grond zitten in omgebouwde mijnschachten. In feite doen we niets met de mijn, de gangen zijn allang onder water gelopen en ingestort. We benutten alleen de bovengrondse gebouwen. De Nederlandse regering heeft dit terrein indertijd beschikbaar gesteld. En Afcent is in het Limburgse bepaald geaccepteerd. Onze gemeenschap van 8000 heeft in een streek waar tengevolge van de mijnsluitingen problemen dreigden, nieuwe welvaart gebracht. Er rijden hier alleen al 3000 Afcent-auto's rond, die hier gekocht worden en bij plaatselijke bedrijven in onderhoud zijn. Veertig bussen brengen dagelijks onze kinderen naar scholen. Jaarlijks wordt door Afcent-personeel voor 70 miljoen Nederlandse guldens bij winkelbedrijven gekocht. De vraag naar betere woningen stimuleerde de bouw. En de verstandhouding met de bevolking is voortreffelijk, er zijn uitmuntende sociale contacten. Afcent-mensen bezoeken ziekenhuizen en bejaardencentra." 

En de anti-Natodemonstraties dan?

„Hier werkzame Amerikanen, Canadezen, Westduitsers, Belgen, Luxemburgers en Fransen" beschouwen de Nederlanders als een kritisch volk. Maar als ze een anti-Natodemonstratie voor hun eigen poort gezien hebben, weten ze wel hoeveel respons die agitatie krijgt. Het publiek mget er niets van hebben. En de acties zijn maar een schamele vertoning, een handjevol mensen dat Go Home roept. Nee, vooral Amerikanen zijn dat thuis wel anders gewend."

Achtduizend

Tegenover die kleine club demonstranten staan de achtduizend die alleen al vorig jaar naar Afcent kwamen om voorgelicht te worden over de defensieve taken van de Nato hier. Onder hen: middelbare scholieren, 30 procent behoorde tot de jeugd, een toename van 5 procent vergeleken met het jaar daarvoor.

Bij de discussies met jongeren blijkt de onjuiste informatie die zij van de publiciteitsmedia over Griekenland en Portugal gekregen hebben, de excursies naar Brunssum lijken een goede gelegenheid tot het rechtzetten van die misverstanden.

Telkens terugkerende vraag: Is die Nato eigenlijk niet schreeuwend duur?

Bij Afcent zegt men dan: „Moderne bewapening kost veel. Maar het zou nog veel duurder zijn als ieder land voor zijn eigen defensie moest zorgen met al wat daarbij komt aan wetenschappelijk onderzoek. Dank zij de verdeling naar draagkracht van deze lasten tussen de landen van de Navo en de coördinatie van de produktie kunnen zij toch een doelmatige verdediging in stand houden zonder hiermee hun begrotingen in gevaar te brengen. De economische ontwikkeling in deze landen is hiervoor een duidelijk bewijs. In het oostblok geeft men heel wat meer aan defensie uit — en daar is de welvaart aanzienlijk geringer."

Vaak wordt ook gevraagd: wie beslist er in de Navo? Wel, de Navo zelf neemt geen beslissingen, de Noordatlantische raad telt 15 soevereine staten en het zijn deze staten die gemeenschappelijk de politiek bepalen. Geen enkele lidstaat kan zijn wil aan de andere landen opleggen en besluiten moeten eenstemmig genomen worden, ledere beslissing is een uiting van de gemeenschappelijke wil van deze vijftien. Ongeacht grootte of macht heeft elk lid gelijke rechten. Kleine landen kunnen dus op voet van gelijkwaardigheid met hun grotere geallieerden samenwerken.

Het Warschau-Pakt daarentegen is volledig een Russische aangelegenheid, de diverse landen die er lid van zijn hebben weinig of niets in te brengen. Hoezeer de Russische inmenging daar een feit is bewees de inval van oostbloktroepen in Tsjecho-Slowakije tijdens de zogenaamde Praagse lente."

Nog zo"n vraag: „Is de Nato tegen ontwapening?"

Bij Afcent antwoordt men dan: „Integendeel, de Nato nam belangrijke initiatieven op dit gebied. Sinds '68 heeft het bondgenootschap gewerkt aan mogelijke methoden om te komen tot wederzijdse vermindering van het niveau van de strijdkrachten. Op de Sowjet-Unie en haar bondgenoten werd een beroep gedaan soortgelijke stappen te ondernemen. De Nato steunt Amerika in zijn pogingen tot beperking van strategische wapens."

Overmacht

Die internationale geest van samenwerking om agressie te voorkomen weerspiegelt zich in het Afcent-hoofdkwartier. Hoewel Frankrijk geen geïntegreerd Natolid is is hier toch een Franse militaire missie onder leiding van een generaal werkzaam. En bij Afcent gaat men er van uit dat in geval van een aanval op het westen de Franse legers onmiddellijk te hulp zullen komen. Bovendien zijn er op Afcent-grondgebied in West-Duitsland alleen al bijna 60000 man aan troepen gelegerd. Die zouden dan uiteraard ook niet werkeloos blijven.

Het is de Duitse generaal Bennecke die dus leiding moet geven aan deze defensieve samenwerking, zijn rechterhand is een Brit, luchtmaarschalk Rosier. Een kwart van het Afcent-personeel bestaat uit Amerikanen, 25 procent zijn Engelsen, 25 procent Duitsers en Nederland levert als gastvrouwe voor Afcent 11 procent. Onze Koninklijke Marechaussee verzorgt een goed deel van de zeer belangrijke veiligheidsdiensten. 

Religie

Hoewel de Afcent-gemeenschap nauwe banden onderhoudt met de Limburgse bevolking vertoont men toch de kenmerken van een eigen maatschappij. De voertaal is Engels, maar op zondagmorgen klinken er heel wat meer talen. Dan worden in de twee speciaal ingerichte kapellen kerkdiensten gehouden voor 8 denominaties. Er zijn aan Afcent zeven legergeestelijken verbonden. En waar in Europa ook geklaagd wordt over het kerkbezoek, niet bij Afcent. Want sinds de kapellen gesticht werden is het aantal kerkgangers zeer groot, in het algemeen is het godsdienstig leven hier bloeiend, er zijn catechisaties en drukbezochte zondagsscholen. Diverse „chaplains" (geestelijke verzorgers in de strijdkrachten) houden 's morgens voordat de kerkdienst begint een bijeenkomst met hun kerkleden waarin ze positieve informatie verstrekken over dagelijke problemen. Vooral de invloed van de Amerikaanse legergeestelijken blijkt zeer groot.

In het algemeen echter hebben deze zeven chaplains zoveel werk — dat vrijwel unaniem hoog gewaardeerd wordt — dat men zich Afcent zonder de aanwezigheid van de kerk niet kan voorstellen. De geestelijke verzorgers verrichten hun pastoraat ook onder de gezinsleden van de militairen. De bediening van de H. Doop in een gezin is een feestelijke gebeurtenis, die dikwijls ook door leden van andere kerken wordt bijgewoond. 

Generaal Bennecke, de Afcent-commandant gaat in zijn waardering voor het werk van de kerk op zijn hoofdkwartier voorop. Hij stamt uit een Duits plattelandsgezin in Uckermark waar de kerkgang vaste gewoonte was. In 1930 kwam de generaal als kadet in de Reichswehr, in '33 werd hij luitenant. In de oorlog vocht hij o.m. aan het oostfront, hij was verbonden aan de 100e Jagerdivisie. Na twee jaar krijgsgevangenschap ging hij in Zuid-Duitsland boeren.

Maar in 1952 werd hij weer militair, tot '60 was hij commandant van de pantsergrenadiers in Flensburg en op 1 april 1968 werd hij dat van de geallieerde strijdkrachten in centraal Europa. Hij is 61 jaar, hij is getrouwd en heeft twee zoons en twee dochters. Zijn grote hobby: wandelen.

En hoezeer de militaire aspecten van de situering van Afcent in het Limburgse land ook problemen oproepen, daarmee is de generaal het eens met al zijn ondergeschikten, Brunssum is niet alleen een ideaal oord voor wandelaars, maar ieder die hier in een fraai stuk natuur van het buitenleven wil genieten vindt daarvoor alle mogelijkheden. 

Reden waarom alle 2500 Afcent-ers, die doorgaans drie jaar op dit hoofdkwartier blijven om dan weer elders overgeplaatst te worden, bijzonder gelukkig zijn met de aanwezigheid van dit Navo-steunpunt in het zuiden van ons land. 

En de generaal zelf, op wiens schouders de zware verantwoordelijkheid drukt er voor te zorgen dat het schild, dat miljoenen Belgen, Nederlanders, Luxemburgers en Westduitsers beschermt, effectief werkt, is het ook. „Ik kan merken" zei hij eens „dat in de Limburgse mijnen al in de dertiger jaren buitenlanders werkten, wij als gastarbeiders van de Nato zijn door de bevolking hier voortreffelijk opgevangen..."


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Nederlands 1 ste legerkorps staat hoog aangeschreven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 1973

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken